Plant een kerk
Op 26 september presenteerde Ronald van der Molen van het Netwerk Gemeentestichting.nl zijn nieuwe boek Plant een kerk. Het boek bevat verhalen van projecten, bijbelse principes en belangrijke lessen bij gemeentestichting. Lees hier een voorpublicatie.
Door Ronald Westerbeek
Het eerste boek over gemeentestichting in Nederland is van de hand van Ronald van der Molen, initiator van het Netwerk Gemeentestichting.nl. Het is een uniek boek, waarin hij zijn visie uiteenzet over het stichten van nieuwe gemeenten en waarin hij voorbeelden geeft van verhalen uit Nederland. Maar ook een praktisch boek, waarin hij laat zien waar je op moet letten bij het stichten van een gemeente. Aan de hand van de metafoor van een appelboom neemt hij het proces door van het stichten van een gemeente. Dit proces bestaat uit verschillende fasen:
• Voorbereiden: Wat is jouw droom of visie? Ben jij er klaar voor om een gemeente te stichten?
• Zaaien: Hoe komen mensen vandaag de dag tot geloof? Waar en voor wie sticht je de gemeente?
• Kiemen: Hoe kun je zo veel mogelijk mensen inschakelen? Welk beeld heb jij van de kerk of gemeente?
• Groeien: Welke ingrediënten zijn belangrijk voor groei? Waar kun je heen gaan voor ondersteuning?
• Vruchtdragen: Hoe kun je bevrucht raken door wat God doet? Wat kenmerkt een gezonde gemeente?
• Vermenigvuldigen: Hoe kun je de gemeente laten vermenigvuldigen? Wat is belangrijk bij het stichten van nieuwe gemeenten?
In het tweede hoofdstuk, dat hieronder volgt, zet Ronald van der Molen uiteen waarom het belangrijk is om nieuwe gemeenten te stichten.
Waarom nieuwe gemeenten stichten?
‘Iedere dwaas kan tellen hoeveel appels er in een boom zitten; alleen een wijze telt hoeveel bomen er in een appel zitten.’
In 1999 zijn we als gezin met een aantal vrienden een gemeente begonnen in een achterstandswijk in Den Haag. We kwamen op zondagavond samen rondom de maaltijd die we ‘Chicken Time’ noemde omdat we gebraden kippenvleugeltjes aten bij ieder gerecht… Na het opruimen en afwassen dronken we koffie en hadden we ‘Raak je ei kwijt’. Iedereen kreeg de gelegenheid om iets te delen uit wat hij of zij had meegemaakt. Nieuwe bezoekers moesten bij wijze van inwijding een surprise ei zoeken, dat ergens in de woonkamer was verstopt. Hierna lazen we uit de Bijbel, deelden we over ons leven met God en baden we samen. Heel eenvoudig, maar ontzettend goed.
Op dit moment bestaat de gemeente acht jaar en kunnen we constateren dat ruim de helft van de leden tot bekering is gekomen vanuit een onkerkelijke of randkerkelijke achtergrond. En dan reken ik de bezoekers die naar onze activiteiten voor buitenkerkelijken komen niet mee. Door de jaren zijn er verschillende bedieningen ontstaan die stuk voor stuk een bepaalde nood verzachten uit de achterstandswijk waar we ons op richten. Allemaal opgestart en draaiende gehouden door vrijwilligers van wie een aantal een huis heeft gekocht in de wijk.
De ‘Helpende Handen’ bijvoorbeeld stelt zich ten doel om Jezus liefde te laten zien door mensen uit de wijk op een praktische manier te dienen. De ene week komt de groep bij elkaar voor een maaltijd, onderlinge bemoediging, Bijbelstudie en gebed. De andere week gaan ze in teams van twee personen de wijk in en bieden ze praktische hulp aan mensen die er wonen. Bij een alleenstaande moeder werd er bijvoorbeeld een bed voor haar zoon in elkaar gezet. Een klus waar ze al weken tegenop zag. Een ouder echtpaar ontving hulp bij het schoonmaken van hun huis en er werd met succes een aanvraag bij de thuiszorg ingediend. En een gezin uit Pakistan ontving ondersteuning in hun contact met de internet provider die hen als gevolg van de taalbarrière een onnodig duur abonnement had aangesmeerd. Sinds het ontstaan van de gemeente zijn er niet alleen mensen tot geloof gekomen. Veel van hen zijn ook veranderd in toegewijde discipelen van Jezus die de noden van mensen in hun omgeving in Zijn naam verzachten.
Bovenstaand verhaal staat niet op zichzelf. Sinds we in Den Haag met een gemeente zijn begonnen heb ik talloze mensen begeleid en ontmoet die hetzelfde doen of hebben gedaan. Zowel uit het Nieuwe Testament als uit de kerkgeschiedenis blijkt keer op keer de waarde van het starten van nieuwe gemeenten voor het Koninkrijk van God. Puntsgewijs geef ik een aantal redenen voor het starten van nieuwe gemeenten:
Het is Bijbels
Planten en vermenigvuldigen zijn principes van Gods Koninkrijk. Hoewel het woord gemeentestichting niet in het Nieuwe Testament voorkomt, werd het Koninkrijk van God vanaf het allereerste begin uitgebreid door het stichten van nieuwe gemeenten. Dit gebeurde op twee verschillende manieren: door nieuw ‘zaad’ te planten en door het ‘overplanten’ van bestaande groepen.
In de eerste plaats werd het evangelie verspreid doordat apostolische werkers werden uitgezonden om het goede nieuws te verkondigen en nieuwe gemeenschappen te stichten. In Handelingen 8:5-12 lezen we hoe Fillipus een nieuwe gemeente start in Samaria. In hoofdstuk 9 en 10 gebruikt God Petrus om drie gemeenschappen te stichten in Lydda, Joppe en Caesarea. Van de apostel Paulus is bekend dat hij op verschillende manieren het evangelie verkondigde; in synagogen, op openbare plaatsen zoals de markt en via persoonlijke contacten. Maar welke manier hij ook gebruikte, het liep altijd uit op het vormen van een nieuwe gemeenschap. Zie bijvoorbeeld: Handelingen 13-20.
In de tweede plaats werden christenen door de vervolging bijvoorbeeld uit Jeruzalem weggejaagd. Ze begonnen op de plaatsen waar ze terechtkwamen met samenkomsten. Meestal in een huis of op een andere laagdrempelige plek. Uit Handelingen 9:1-2 en 19 kunnen we concluderen dat discipelen van Jezus een gemeente zijn begonnen in Damascus. In Handelingen 8:1-4 en 11:19-26 staat dat door een hevige vervolging de gemeente verspreid raakte en tot in Fenicië, Cyprus en Antiochië de goede boodschap verkondigde. Het gevolg? Precies! Het ontstaan van nieuwe gemeenschappen die zich op hun beurt spontaan vermenigvuldigden…
Het bovenstaande ligt geheel in de lijn met de bediening van Jezus. Het eerste wat mij opvalt bij het bestuderen van zijn leven is dat Hij zich richtte op een kleine groep mensen – twaalf om precies te zijn. Hoewel Jezus voor een gigantische klus staat, het bouwen van een Koninkrijk dat uiteindelijk honderden miljoenen mensen zou bevatten, investeert hij vooral in een twaalf mannen. Met deze groep brengt Hij het grootste deel van zijn tijd door. Aan hen vertrouwt Hij uiteindelijk de ‘grote opdracht’ toe. Dat alleen al is een geweldige reden om je te richten op het vormen van een kleine gemeenschap. Door zijn voorbeeld leert Jezus ons dat discipelschap plaatsvindt in de context van een gemeenschap. Bij evangelisatieacties en campagnes wordt het goede nieuws verkondigd en worden bezoekers uitgedaagd om een keuze te maken. Zij leren alleen niet om alles te onderhouden wat Jezus heeft geboden. Dat kan alleen in de context van een ecclesia, het Griekse woord dat de Bijbel gebruikt voor een ‘vergadering van gelovigen’.
Aan het eind van zijn bediening op aarde maakt Jezus duidelijk dat Hij zijn leerlingen al die jaren heeft getraind om zijn werk voort te zetten. Hij verandert hun naam van discipelen in apostelen en helpt hen zo te begrijpen dat ze erop uit moeten gaan om nieuwe leerlingen te maken. ‘Ga, maak alle volken tot leerling; doop hen in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, en leer hun alles te onderhouden wat ik jullie geboden heb.’ (Matt. 18:19-20a). Jezus zegt niet ‘maak uit alle volken leerlingen’, maar ‘maak alle volken tot mijn leerlingen’. Een wezenlijk verschil. Dat lijkt een duidelijke aanwijzing om gemeenten te stichten totdat er voor iedereen een plek is waar ze het niet alleen het evangelie kunnen horen, maar ook in de praktijk kunnen zien.
De evangelisatie is effectiever
Een nieuwe gemeenschap kent minder barrières in haar ontwikkeling van manieren om nieuwe generaties te bereiken. Maatschappelijke ontwikkelingen en nieuwe generaties volgen elkaar in sneltreinvaart op. Vroeger ging een generatie ongeveer veertig jaar mee, momenteel spreken we iedere zeven jaar van een nieuwe generatie met eigen kenmerken, trends en denkpatronen.[1] Dit brengt flinke uitdagingen met zich mee voor bestaande kerken in ons land, die toch al de neiging hebben om qua vorm en benadering achter te lopen op de ontwikkelingen in de maatschappij.
Bestaande kerken hebben net als iedere organisatie de neiging om steeds meer naar binnen gericht te raken en soms zelfs te verstarren. De kansen om buitenstaanders met het evangelie te bereiken worden in de regel kleiner naarmate een gemeente ouder wordt. Natuurlijk moet je proberen zulke gemeenten te vernieuwen, maar dat is een moeizame en tijdrovende klus. Als de prioriteit ligt bij onkerkelijke en randkerkelijke mensen dan is het veel effectiever om nieuwe gemeenschappen te planten.
Uit praktijkonderzoek van Redeemer Presbyterian Church in New York blijkt dat er in een nieuw gestichte gemeente jaarlijks gemiddeld één bekeerling is per twintig leden. In een bestaande gemeente is dit één bekeerling per 160-200 leden. Robert E. Logan stelt zelfs dat nieuwe gemeenten tot wel dertig keer effectiever zijn in het toevoegen van mensen aan Gods Koninkrijk, dan bestaande kerken. [2]
Er gaat een vernieuwende invloed vanuit
Nieuwe gemeenten hebben vaak een vernieuwende uitwerking op bestaande gemeenten binnen hun invloedssfeer. Niet gebonden aan al te veel tradities en bestaande vormen fungeren nieuwe gemeenten vaak als een soort van laboratorium waar nieuwe dingen worden uitgeprobeerd. Er worden risico’s genomen waar bestaande gemeenten grote moeite mee zouden hebben. Natuurlijk mislukken er ook veel ideeën, maar de geslaagde experimenten laten zien wat er mogelijk is en inspireren menige kerk die er haar voordeel mee kan doen.
Invloedrijke kerken in Nederland zoals de Meerkerk in Hoofddorp (uit 1984), de Nederland Gereformeerde kerk te Houten (1988) en de Pijler in Lelystad (1977) zijn allemaal in de afgelopen 30 jaar gesticht. Ook bekende buitenlandse voorbeelden zoals Saddleback in Californie (1980), Redeemer in New York (1989) en Hope Chapel in Hawai (1983) zijn in de afgelopen decennia gestart.
Als er een nieuwe gemeente begonnen wordt vanuit een bestaande kerk dan gebeurt er nog iets veel wezenlijker met de uitzendende gemeente. Door de confrontatie met de behoeften, interesses en cultuur van de nieuw gekozen doelgroep(en) wordt er al gauw een proces op gang gebracht dat ook de zendende gemeente aan het denken zet en vernieuwing tot gevolg heeft.
Het bovenstaande geldt natuurlijk net zo goed voor verbanden van kerken zoals denominaties. Gemeentegroei docent Peter C. Wagner wijst erop dat groeiende kerkgenootschappen gewoonlijk de nadruk leggen op gemeentestichting. Waarom? Nieuwe gemeenten hebben volgens hem een sterk motiverende werking op de hele denominatie. Je kunt dit vergelijken met de aanwas van nieuwe gelovigen die een gemeenschap fris en vitaal houdt.
Nieuwe gemeenten groeien sneller
De groei in aantal gaat vaak minder moeizaam in een nieuwe gemeenschap dan in oudere. In veel gevallen is het verspreiden van het evangelie namelijk de belangrijkste activiteit van een nieuwe gemeente. Bij bestaande gemeenten is het niet ongewoon dat 90% of meer van de middelen, het geld, de tijd en de energie wordt besteed aan mensen die al gered zijn.
Nieuwe kerken oefenen door hun frisse benadering aantrekkingskracht uit op hun omgeving en dat leidt tot groei. Gemeentegroei onderzoeker Christian Schwarz onderzocht meer dan duizend kerken en gemeenten in 32 landen en vijf werelddelen. In Nederland en België deden 81 gemeenten mee aan dit onderzoek. Eén van zijn conclusies: nieuwe gemeenten bereiken meer mensen. In zijn boek Natuurlijke Gemeentegroei schrijft hij daarover het volgende: ‘De gemiddelde groei van gemeenten met een bezoekersaantal van 1-100 is 63% in een periode van vijf jaar. Bij een omvang 100-200 bezoekers is dit 23%, bij een gemeente van 200-300 bezoekers 17%, en bij een bezoekersaantal van 300-400 mensen is dit nog maar zeven procent. Het groeipercentage neemt dus af naarmate de omvang van een gemeente toeneemt. Dit is op zich geen verrassing want als de omvang toeneemt staat ieder procent ook voor meer mensen.’
Maar toen ze de percentages omrekenden naar absolute getallen waren Schwarz en zijn onderzoekers wel verbaasd. ‘Gemeenten in de kleinste omvanggroep hadden er in de afgelopen vijf jaar 32 mensen bij gekregen; gemeenten met 100-200 bezoekers kwamen eveneens op 32; gemeenten met 200-300 bezoekers kwamen op 39; en gemeenten met 300-400 bezoekers telden er gemiddeld 25 bij. Een ‘kleine’ gemeente (0-100) bereikt dus net zoveel mensen als een ‘grote’ gemeente (300 of meer bezoekers). Je zou het ook zo kunnen zeggen: twee gemeenten met 200 bezoekers per samenkomst winnen tweemaal zoveel nieuwe mensen voor de Heer als één gemeente met 400 bezoekers. Megagemeenten (meer dan 1000 bezoekers) zijn geen uitzondering op deze regel en bereiken in verhouding vele malen minder nieuwe mensen.’ [3]
Naast getalsmatige groei is er ook sprake van groei in betrokkenheid. Nieuwe gemeenten zijn in de regel kleiner en daardoor een stuk overzichtelijker. Hierdoor krijgen bezoekers veel sneller het idee dat ze nodig zijn. Iedereen kent elkaar en de leiders zijn persoonlijk betrokken bij de meeste gemeenteleden. Natuurlijk schrikt dit sommige mensen af, maar over het algemeen laten mensen zich sneller inschakelen bij iets waar een sterke uitdaging vanuit gaat, dan bij iets bekends wat al jaren draait.
Er worden nieuwe leiders gevormd
In nieuwe gemeenten worden nieuwe leiders gelanceerd die hun gaven en talenten op een meer effectieve manier kunnen inzetten en ontwikkelen, dan in de gemeenschappen waar ze uit komen. Peter C. Wagner zegt hierover het volgende: ‘Veel gemeenten hebben bevestigd dat de belangrijkste institutionele variabele voor de groei en uitbreiding van de plaatselijke gemeente het leiderschap is… In de meeste gevallen hebben bestaande gemeenten onbewust een plafond voor het leiderschap van zowel geestelijken als leken. Als gevolg hiervan is het opklimmen van nieuwe mensen in posities van leiderschap moeilijker. Nieuwe kerken echter zetten hun deuren wijd open naar leiderschap en bedieningswerk en daar profiteert het hele Lichaam van Christus van.’ [4]
Daar zijn verschillende redenen voor. Allereerst worden gemeentestichters vanwege de snelle groei haast gedwongen om snel nieuwe leiders te spotten en te rekruteren. Anders wordt het werk belemmerd of sterft de gemeente een vroege dood. Verder zijn oudere leiders in bestaande gemeenten soms niet in staat om voldoende ruimte te bieden aan jongeren die klaar staan om verantwoordelijkheden over te nemen. Daarbij zijn er in een nieuwe gemeente vaak veel meer kansen om taken uit te proberen. Daardoor wordt de kans groter dat betrokkenen ontdekken wat hun gaven en talenten zijn.
De noodzaak voor gezond leiderschap is enorm groot in iedere kerk of gemeente. En natuurlijk zal iedere gezonde kerk haar uiterste best doen om nieuwe leiders te trainen. Bij nieuwe gemeenten gaat dit proces echter sneller. Doordat alle bedieningen, groepen en teams nog moeten worden opgestart, worden nieuwe gemeenten gedwongen om mensen snel leidinggevende verantwoordelijkheden te geven. Hierdoor krijgen mensen eerder kansen dan bij een bestaande kerk waar de meeste posities al zijn vervuld en er voor nieuwe werkers veelal wordt gekeken naar afgestudeerde theologiestudenten.
De bereikbaarheid wordt vergroot
Als je een gemeente sticht begin je ergens met een frisse vertegenwoordiging van God. Er is een grote verscheidenheid en hoeveelheid van gemeenschappen nodig om iedereen in Nederland met het evangelie te bereiken en discipelen te maken.
Gemeentegroei consulent Bram Krol zegt hierover: ‘Méér gemeenten betekent: méér kans op contact met buitenstaanders. Die worden het best bereikt door activiteiten in hun omgeving. De bereikbaarheid neemt toe. Dat is van groot belang voor kinderen, mensen die slecht ter been zijn, gehandicapten en mensen die niet over eigen vervoer beschikken.’ [5]
Dit ligt in de lijn van het interkerkelijke netwerk DAWN Ministries (Discipling A Whole Nation). Deze beweging wil een evangelische, getuigende gemeente op 500-1000 mensen in elke stad, dorp en cultuurgroep. Pas dan is er een reële kans voor mensen om Christus te leren kennen en een discipel van hem te worden. Voor Nederland betekent dit dat er nog meer dan 5000 nieuwe kerken moeten worden geplant.
Er worden nieuwe doelgroepen bereikt
Het stichten van gemeenten is een geweldige manier om nieuwe doelgroepen met het evangelie te bereiken. Kerken zijn als mensen en hebben verschillende persoonlijkheden. Die worden vaak bepaald door de stichters of voorgangers. Over het algemeen trekt een gemiddelde Nederlandse gemeente vooral blanke mensen uit de midden- of hogere klasse. Andere doelgroepen worden niet bereikt. Logisch, want het eerste wat de meeste mensen doen als ze een voor hen onbekende gemeenschap bezoeken, zoals de kerk, is kijken of er mensen zijn zoals zij. Bij gelijkgestemden voelen we ons immers het meest op ons gemak.
Als we mensen met het evangelie willen bereiken uit een andere sociaal economische groep, een andere cultuur of zelfs andere generatie dan is gemeentestichting een zeer effectieve manier om dat te doen. In een achterstandswijk is immers een ander soort gemeente nodig dan in een villawijk. In een gebied met veel Hindoestanen is wellicht een Hindoestaanse gemeente nodig; ergens anders juist een Turkse, Spaanse of Antilliaanse. Maar ook de behoeften van jongeren zijn anders dan die van ouderen of jonge gezinnen. Meer gemeenten betekent in dit verband ook meer variatie en dat weerspiegelt de verscheidenheid van God.
Advies: Lees het boek Handelingen een aantal maanden als een kalender. Dit Bijbelboek bevat 28 hoofdstukken. Eén voor iedere dag van de maand. Zelfs in de maand februari zitten voldoende dagen om iedere dag een hoofdstuk te lezen. De andere maanden heb je een paar extra dagen om eventuele achterstand in te halen. Door dit te doen begin je te denken zoals de vroege christenen dat deden. Dit kan helpen bij het oplossen van problemen waar je net als zij mee te maken zult krijgen. Dit Bijbelboek heeft menigeen geïnspireerd om in alle omstandigheden je vertrouwen op God te vestigen.
Checklist:
- Wat spreekt jou aan in het stichten van nieuwe gemeenten?
- Wat kun jij beter of origineler doen dan de bestaande kerken?
- Als je wist dat je niet kon falen, wat zou je dan voor God willen doen?
Leestip:
Tim Keller, Het cruciale belang van het planten van nieuwe kerken (klik hier voor het artikel).
Een geniale redevoering waarin Keller aan de hand van veelgehoorde argumenten om geen nieuwe gemeenten te stichten, duidelijk maakt waarom het wel cruciaal is om dit te doen.
Een geniale redevoering waarin Keller aan de hand van veelgehoorde argumenten om geen nieuwe gemeenten te stichten, duidelijk maakt waarom het wel cruciaal is om dit te doen.
Bovenstaand artikel is een voorpublicatie van het tweede hoofdstuk van 'Plant een kerk', door Ronald van der Molen, Uitgeverij Ark Media 2008.
Noten
[1] Willem de Vink, Nieuwe generaties in Gods Koninkrijk (artikel op www.gemeentestichting.nl)
[2] Robert E. Logan, Church Planters Work-Book (Pasadena, California : Charles E. Fuller Institute for Evangelism and Church Growth, 1993)
[3] Christian Schwarz, Natuurlijke gemeenteontwikkeling, (Hoornaar: Gideon, 1996), 46-48.
[4] C. Peter Wagner, Planting churches for a greater harvest, (Regal Books), 20.
[5] Bram Krol, Gemeentegroei compleet (Hoornaar: Gideon, 2001), 213.
Dit artikel is alleen in de online editie van CV•Koers verschenen.
Dit artikel is alleen in de online editie van CV•Koers verschenen.
Dit artikel maakt deel uit van de serie Missionair gemeente-zijn
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
