forum
"Een Paars kabinet is geen drama"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
Nieuwe media zijn zo slecht nog niet

Mythes over internet ontkracht


kaders:
Online missionair
Online journalist worden
Vaak online, maar ook drie keer zwemgoud
Vooral christenen waarschuwen graag voor de slechte invloed van internet’. Media als msn, Hyves en online games zouden kwalijk zijn voor de ontwikkeling van jongeren. Uit allerlei onderzoeken blijkt inmiddels dat een groot deel van die bezorgdheid onterecht is. ,,Angst voor iets nieuws is van alle tijden.''

Door Sjoerd Wielenga


Mythes over internet ontkracht In de documentaire ‘Emoticons’ portretteert Heddy Honigmann een aantal ,,dolende zielen” die troost zoeken in de virtuele wereld. Zo zien we Saskia Hofman (14). Ze wordt ernstig gepest op school en krijgt te horen dat ze lelijk is. Online gamen, spellen spelen via internet met andere internetgebruikers, biedt voor haar een uitvlucht. ,,Beetje in mijn eigen wereldje. Mensen zien niet m’n uiterlijk en kunnen me daarop niet beoordelen. Ze doen normaal en aardig tegen mij. Het is daarom daar veel makkelijker vrienden maken.” En omdat Saskia in haar schietgame ,,wint van de halve wereld” is ze trots dat zij nu eens niet de loser, maar de winner is.
Het gedrag van Saskia staat niet op zichzelf. De ‘virtuele wereld’ van internet heeft een onlosmakelijke plek verworven in het leven van jongeren – en niet alleen van hen. Dat het ‘echte leven’ wel de ‘offline-wereld’ genoemd wordt, is daarbij veelzeggend. In de afgelopen pakweg vijftien jaar heeft de plaats van internet in de samenleving een enorme vlucht genomen, waarbij de laatste jaren het online communiceren via msn en Hyves maar ook via online games en Second Life enorm is toegenomen.
 
Critici zien grote gevaren in al dat online communiceren. Jongeren zouden de deur niet meer uit komen, slechts in msn-taal communiceren, massaal voor de webcam uit de kleren gaan, verslaafd zijn aan geweldgames en – net als Saskia uit de eerste alinea – alleen in die spellen tot hun recht denken te komen, en niet meer in staat zijn echte relaties aan te gaan. De bekende psychologe en onderzoeker Martine Delfos vindt dat we de invloed van internet niet moeten onderschatten, zei ze begin november 2007 op een seminar in Utrecht. ,,Wat is het gevaar van het aanmeten van een andere identiteit? Kinderen nemen zichzelf mee, ook al doen ze alsof ze iemand anders zijn. Ze denken dat ze iemand anders zijn geworden, maar ze kunnen in hun contacten toch niet dat ideale poppetje zijn en dus worden ze alsnog beperkt. Alleen komt dat harder aan.”
Kortom: jongeren raken sociaal gehandicapt, verliezen realiteitszin en de eigen identiteit en zijn massaal verslaafd aan internet. Maar klopt dat wel? Recente onderzoeken lijken iets anders te zeggen. Drie internetmythes nader bekeken.
 
Mythe 1: Internet zorgt voor minder sociale contacten
Internet zou een ramp zijn voor het sociale leven van mensen: we ontmoeten elkaar niet meer echt en vereenzamen. Dat dit niet waar is, bewijst bijvoorbeeld Marjolijn Antheunis, als onderzoeker verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Internet zorgt er in elk geval niet voor dat mensen minder sociale contacten hebben, concludeert Antheunis. Zij onderzocht drieduizend hyvers en wat bleek? Actieve hyvers hebben juist een opvallend sociaal leven: zowel online als offline hebben ze veel contact met veel vrienden. Sterker nog: door Hyves hebben ze méér contact met vrienden dan ze anders zouden hebben. Bijna de helft van de gebruikers heeft door Hyves meer online contact met zijn vrienden, 21 procent zegt meer offline contact te hebben dankzij Hyves. De website wordt gebruikt ‘als verdieping van een relatie en niet als vervanging van persoonlijk contact’. De manier van contact hebben is wel veranderd door Hyves: het gaat niet alleen meer om dingen vragen en antwoord krijgen (zoals op msn), maar ook om observeren en je verdiepen in de leefwereld van de ander: op Hyves zoeken ze uit wat mensen bezighoudt zonder het direct aan ze te vragen.
 
Mythe 2: Op internet verliezen jongeren hun identiteit
Dat jongeren zich in de online wereld niet heel anders voordoen dan ze in reallife zijn, blijkt uit een ander onderzoek van de Universiteit van Amsterdam, uit 2006. Áls jongeren zich anders voordoen, willen ze het liefst ouder (50 procent) en flirteriger (13 procent) lijken dan ze in werkelijkheid zijn. Tamelijk onschuldig gedrag, dat van alle tijden is. Een kleine 10 procent kiest een ander geslacht. De meeste jongeren kiezen echter voor een identiteit die dicht bij hen zelf staat alleen dan wat mooier of stoerder.
Een van de Amsterdamse onderzoekers is Alexander Schouten. Eind vorig jaar promoveerde hij op een onderzoek over hoe jongeren zich uiten en presenteren via online communicatietoepassingen als profielsites en msn. Hiervoor ondervroeg hij jongeren op een aantal middelbare scholen maar ook op internet zelf. ,,Tuurlijk, tieners willen populair gevonden worden en daarom plaatsen ze op hun profiel foto’s waar ze goed op staan of ze bewerken die foto met Photoshop. Maar in bijna alle gevallen hebben ze op internet contact met mensen die ze toch al kennen. Het heeft dus geen zin om je heel anders voor te doen, want je komt elkaar toch wel in het echt weer tegen. Een groot verschil tussen de virtuele en de ‘echte’ wereld is er dus niet.”
 
Mythe 3: Jongeren zijn massaal verslaafd aan internet
Ook al speelt internet een belangrijke rol in het leven van jongeren en gebruiken vrijwel alle jongeren (97 procent, volgens het SCP) msn als communicatiemiddel, het wil nog niet zeggen dat er sprake is van verslaving. Volgens het wetenschappelijk bureau IVO, dat onderzoek doet naar verslavingsproblematiek, is er slechts bij een kleine minderheid van de internetters sprake van echte verslaving.
Jos de Haan heeft als hoofd van de onderzoeksgroep Tijd, Media en Cultuur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) veel onderzoek gedaan naar de invloed van internet op de samenleving. Ook hij ziet niet dat jongeren massaal verslaafd zijn. ,,Een kleine groep van de jongeren is echt verslaafd aan internet. Zij moeten daarbij geholpen worden. Maar de meeste jongeren hebben geen verslaving. Bovendien: als het misgaat met iemand door internet, heeft dat onderliggende oorzaken in de persoon zelf. Internet is een van de onderdelen van iemands totale leven. Dus dat moet je niet isoleren.”
 
Volgens De Haan valt het sociale isolement waarin jongeren zouden verkeren reuze mee. ,,Tot op zekere hoogte is er bij jongeren die vaak achter internet zitten, sprake van sociaal isolement. Het gaat daarbij echt om een kleine groep. Kinderen die sociaal onhandig zijn, zijn dat niet alleen op het schoolplein maar ook in het digitale contact. Op msn worden ze gepest, of nadelige foto’s of filmpjes worden via e-mail doorgestuurd aan groepen mensen.” Maar, benadrukt de SCP-onderzoeker, ook al vinden dit soort ruzies plaats, de groep van ernstig gedupeerde jongeren is maar beperkt. En inderdaad, TNO/NIPO berekende in 2006 dat slechts vijf procent van de kinderen tussen de 8 en 15 jaar zegt weleens een anoniem dreigmailtje te krijgen. Van zeven procent van de jongeren is weleens ongevraagd een foto op het net gezet. Aan de andere kant: toch wordt 41 procent via internet uitgescholden Voor SIRE aanleiding tot het lanceren van een campagne.
 
Goed voor zelfvertrouwen
Net als De Haan zegt ook Schouten (UvA) dat de groep gedupeerden van internet klein is. Hij erkent de risico’s die communicatie via internet  heeft – bijvoorbeeld het aanmeten van een andere identiteit. Maar: ,,99 procent van de jongeren overkomt dit niet. Jongeren zijn erg slim op internet en minder naïef dan soms wordt gedacht. Ze hebben direct door wanneer iemand via de chat zichzelf is of niet. Jongeren gaan niet met iedereen in contact.”
Bovendien blijkt uit zijn onderzoek dat profielsites en chatmogelijkheden juist positief uitwerken voor het zelfvertrouwen van jongeren. ,,Tieners vinden msn een geschikt middel om intieme dingen tegen anderen te zeggen, vooral tegen mensen van de andere sekse. Via msn praat je gemakkelijker dan face to face omdat je meer tijd hebt om na te denken over wat je wilt zeggen en meer controle hebt over je zelfpresentatie. Op profielsites leren jongeren van de reacties die ze op hun profiel krijgen hoe zij zich het beste kunnen gedragen. Dit blijkt hun zelfvertrouwen te bevorderen. Jongens profiteren daar nog meer van dan meisjes, blijkt uit mijn onderzoek. Ik vind het een positieve ontwikkeling dat jongeren intieme dingen delen met elkaar. Daardoor kunnen relaties verdiept worden.”
 
En toch…
Zoveel is er dus niet aan de hand, zo lijkt het. Internet blijkt sociale contacten te stimuleren, het zelfvertrouwen van jongeren neemt toe, ze zijn niet massaal verslaafd en de excessen die gebruikelijk pubergedrag overschrijden vinden slechts in de marge plaats. Toch valt er meer over te zeggen. Bovengenoemde mythen mogen dan ontkracht zijn, op een ander niveau vinden er door internet wel degelijk veranderingen plaats in de samenleving. En die veranderingen zijn volgens Henri Beunders, hoogleraar Geschiedenis van Maatschappij, Media en Cultuur aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, ,,niet onverdeeld gunstig”.
Beunders: ,,Op internet bestaat de mogelijkheid om met gelijkgestemden – bijvoorbeeld liefhebbers van oldtimers of lotgenoten rond ziekten – contact te hebben. Er ontstaat een klinische, elektronische en virtuele samenleving van gelijkgestemden, waar alles op eigen voorwaarden moet geschieden: ‘Ik wil alleen contact met mensen die ík wil op míjn voorwaarden!’.”
Dat is niet het idee van een samenleving, vindt de Rotterdamse historicus. ,,Een natie, een volk vereist dat mensen contact hebben met andersdenkenden. Dat de bijstandsmoeder, de Marokkaan en de bejaarde man samenleven. Nu hebben we in onze kamer met gelijkgestemden over de hele wereld contact via internet, maar niet met andersdenkenden om de hoek. Gevolg is een gesegregeerde samenleving.”

Virtueel milieu
Dat er door internet wel degelijk iets fundamenteel verandert in de samenleving, zegt ook psychologe Martine Delfos. Op het seminar in Utrecht pleitte ze voor meer opvoeding van jongeren, ook op internet. Traditioneel, legt ze uit, hebben kinderen drie leefmilieus: gezin, school en de wereld daarbuiten. De laatste jaren is daar een vierde omgeving bij gekomen: het virtuele milieu. ,,Het virtuele milieu is een opvoedende instantie, zonder dat het de bedoeling is. Met school kun je communiceren. Met internet kun je dat niet, laat staan eisen dat het geen beelden laat zien van bijvoorbeeld geretoucheerde vrouwen.” Bovendien zijn ouders vaak een stuk minder thuis in de online wereld en zo ontstaat er een leefmilieu waar kinderen wel komen, maar zonder begeleiding van opvoeders. ,,Ouders vragen wel hoe het op school was, hoe het op sport en toneel was, maar niet wat ze op internet gedaan hebben. Ouders zijn het aan hun kinderen verplicht zich ook hierin te verdiepen.”
Internet doet veel met kinderen, vindt Delfos, mede op grond van haar ervaringen als therapeut, juist omdat die ouderlijke begeleiding vaak ontbreekt. ,,In spelletjes lopen dingen door elkaar heen. Je komt in een ander bewustzijn terecht, waardoor je even de greep op de werkelijkheid verliest. Daarbij houdt het je in zijn macht. Je kunt niet zomaar stoppen. Veel games zijn extreem gewelddadig. Je wordt opgezweept om te doden, vaak zonder reden. Moreel besef is aangeboren, moreel gedrag niet. Als games veel worden gedaan – en veel jongeren doen het uren achtereen – krijgt het de zwaarte van een extreme training en daardoor gaat het normale gedrag verloren. Het is van groot belang dat kinderen van hun opvoeders morele kaders meekrijgen, zodat ze aan het denken gezet worden: welk gedrag is goed, en welk gedrag niet. Hersenen op ‘aan’. Internet is geweldig, maar de jeugd heeft bescherming nodig om vrij te kunnen zijn.”
 
Globaal én lokaal
Dat internet mooi is, vindt ook filosoof Jan van der Stoep, directeur van het Instituut voor CultuurEthiek en onderzoeker aan de Vrije Universiteit in Amsterdam (VU). Hij reageert nuchter op de veelgehoorde waarschuwingen tegen de kwalijke invloed van internet: ,,Bij het verschijnen van de eerste leesboeken was de angst dat mensen zich zouden verliezen in een andere werkelijkheid. Toen de telefoon kwam, was men bang dat we elkaar niet meer zouden ontmoeten. Angst voor iets nieuws is van alle tijden.’’ Techniek heeft zeker invloed op de samenleving, meent Van der Stoep, maar daar zijn mensen altijd nog zelf bij.
Maar ook Van der Stoep – die onder meer publiceerde over techniekfilosofie, ICT en globalisering – ziet veranderingen op een dieper niveau in de samenleving. ,,Met internet maken we enerzijds deel uit van een globaliserende wereld. Anderzijds zie je ook dat we ons vooral richten op de eigen lokale omgeving: de eigen vriendennetwerken waarmee we ook bellen en mailen. Denk aan de iPod; het is een mondiaal systeem – je downloadt muziek uit de hele wereld – maar het bevat de unieke muzieklijst van één persoon. Internet draagt dus bij aan een samenleving waar enerzijds persoonlijke keuzes en contacten belangrijker worden, maar anderzijds het mondiale bewustzijn toeneemt.’’ Van der Stoep signaleert dit ook in de kerk: ,,Vroeger draaide het christelijk leven om nationale kerkgenootschappen, terwijl tegenwoordig enerzijds een concept als bijvoorbeeld de Alpha-cursus wereldwijd draait maar anderzijds ook de focus ligt op het lokale netwerk.”
Volgens Van der Stoep is die ogenschijnlijk paradoxale ontwikkeling kenmerkend voor deze tijd. ,,De samenleving wordt op een hoger plan getild. Na de stadsstaten in de middeleeuwen kreeg je de nationale staten. Nu vindt er dus, mede door internet, weer schaalvergroting plaats. Dat daarin ruimte is voor het lokale en het individuele hoeft niet tegenstrijdig te zijn, omdat mensen bij schaalvergroting de behoefte hebben de uniciteit te benadrukken.’’
 
Nuchterheid
Het blijkt dus wel een beetje mee te vallen met de ‘kwalijke gevolgen’ van internet. Jongeren zijn niet massaal internetverslaafd, weten prima wat ze doen op internet en zien elkaar ook nog steeds in ‘in real life’. Door digitale vriendengroepen worden sociale contacten uitgediept, aangehaald of langer aangehouden en neemt het zelfvertrouwen van jongeren toe. Aan de andere kant: de samenleving verandert wel degelijk. Het besef dat opvoeders kaders moeten geven aan het internetgedrag van hun kroost, volstaat niet. Want er gebeurt meer. De eenzijdigheid, individualisering en mondialisering die digitale netwerken in zich dragen, heeft invloed op het verantwoordelijkheidsgevoel van burgers in een samenleving.
Toch plaatst Jan van der Stoep nog graag een nuchtere relativering. ,,Internet is gewoon een van de vele media die naast bijvoorbeeld de televisie of de telefoon bestaan. Het is geen compleet nieuwe werkelijkheid, maar onderdeel van het leven. Zowel optimisten als pessimisten schrijven de nieuwe media te veel macht toe en dreigen ze te verafgoden. Maak de techniek niet groter dan nodig. We leven in Gods werkelijkheid en niet in een virtuele.”



Dit artikel is verschenen in CV·Koers februari 2008

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving