Door de crisis lijkt het in verkiezingsdebatten over maar een ding te gaan: Europa. Kenners en politici gaan in op de argumenten die telkens terugkomen.
Steeds minder Nederlanders hebben vertrouwen in de Europese Unie. Ook de Nederlandse politiek reageert met steeds meer argwaan op de Brusselse ambities. Kritische politici noemen het noodfonds voor zwakke eurolanden een blanco cheque aan Brussel. Het is misschien wel exemplarisch voor de soms ongezouten argumentatie als het om Europa gaat. In 2005, toen de Nederlandse kiezer zich in een referendum negatief uitliet over de Europese grondwet, waren we op weg naar een superstaat; vandaag de dag loopt het kabinet aan de leiband van Brussel. Wat klopt er wel en wat klopt er niet van dergelijke argumenten? cv•koers bracht een bezoek aan Brussel en legde het negativisme over Europa voor aan deskundigen.
Europa is niet democratisch
In zijn pas verschenen boekje De hond van Tišma, Geert Mak stelt: ´als er één probleem groter is dan de euro, dan is dat het Europees democratisch tekort.’ Volgens Mak wordt er van kiezers en burgers een geduld, loyaliteit, wijsheid en visie geëist die bijna bovenmenselijk is. 'Ik hoor mijn Amsterdamse buurvrouw vragen naar de miljarden die de Nederlandse staat in de bankensector stak. 'Waar is dat geld gebleven?' Zo ontstaat het gevoel dat er over de hoofden van mensen heen wordt geregeerd. Europa heeft niets met democratie te maken. Of wel?
Wat zijn de feiten? Er is toch een Europees Parlement waarnaar de 27 lidstaten tezamen 754 gekozen parlementariërs afvaardigen? In Brussel strijden toch 26 Nederlandse Europarlementariërs voor onze Hollandse belangen?Volgens historicus Johan Snel heeft dat parlement echter maar weinig met democratie te maken. “De typische D66-illusie dat alleen verkiezingen tot democratische legitimatie leiden, is fout. In een democratie is sprake van verantwoording. Maar de parlementariërs bevinden zich buiten het gezichtsveld van de Nederlandse kiezer. Het Europees Parlement is een nuttig instrument, voor checks and balances, maar daarmee houdt het op.”Het democratisch karakter moeten we volgens Snel eerder zoeken in de Raad, het orgaan dat wordt gevormd door de regeringsleiders van de 27 lidstaten. “Heeft premier Mark Rutte daar wat beweerd of afgesproken, dan moet hij zich in Den Haag verantwoorden. De Tweede Kamer controleert hem, en de Nederlander volgt de Tweede Kamer. Zo werkt democratie.”Europa-correspondent Chris Ostendorf van de NOS beaamt dat de EU niet een louter democratisch orgaan is. “Je kunt met recht vaststellen dat Eurocommissaris Olli Rehn, die zich met begrotingszaken van de verschillende lidstaten mag bemoeien, nooit gekozen is. Daarbij krijgen de eurocommissarissen steeds meer bevoegdheid. Het parlement is wel gekozen, maar bij crisismanagement, zoals vandaag de dag, staat het in feite langs de zijlijn.”
In de Members Room van het Europees Parlement zit SGP-Europarlementariër Bas Belder. “Ik kom net terug van een televisie-interview over Israël”, zegt Belder, die voorzitter is van de delegatie voor de betrekkingen tussen de EU en Israël. “Een democratisch deficit? Dat denk ik niet. De regeringen van de lidstaten zitten aan tafel en kunnen uitdrukking geven aan de volkswil. De regeringen ervan zijn immers democratisch gelegitimeerd. De SGP wil er wel voor waken dat er te veel bevoegdheid naar het Europees Parlement wordt overgeheveld. Het parlement moet complementair zijn en moet niet concurreren met de nationale parlementen.”
Europa is een superstaat geworden
Superstaat was een modewoord in 2005, toen er uitgebreid werd gedebatteerd over de wenselijkheid van de Europese grondwet. Nederland wil geen superstaat, zo luidde een argument van de tegenstanders. Onder meer Nederland en Frankrijk stemden ‘nee’, maar de Tweede Kamer ging later wel akkoord met het Verdrag van Lissabon. Ja, we schurken toch wel een beetje aan tegen de superstaat. Nietwaar?
“In dat geval zou er een wezen moeten zijn dat Europa heet, een eigen wil heeft en eigen krachten kent”, zegt NOS-correspondent Ostendorf. “Die eigenschappen heeft Europa niet. Wel is er een vergaderzaal in Brussel waar regeringsleiders of ministers bij elkaar komen, afspraken maken en er vervolgens een handtekening onder zetten. Dus, geen monster, geen superstaat, maar een vergaderplaats.”Snel is het met Ostendorf eens. “Heel eenvoudig. De EU heeft geen regering. En zonder regering geen staat, laat staan een superstaat. Wel zie je dat door de crisis in de eurozone, dat is dus niet de EU, steeds meer noodzaak ontstaat voor regulering en gecentraliseerde bevoegdheden. Daar moet je afspraken over maken, maar dat heeft alles te maken met de eurocrisis en niet zo veel met het verlangen naar federale eenheid.”Het enige land binnen de EU dat volgens Snel echt warmloopt voor een federaal Europa is België, met de liberale Europarlementariër Guy Verhofstadt voorop. “Het is een typisch Belgische gedachte. Immers, als Europa federaal wordt bestuurd, vallen de politieke problemen waar België mee kampt, grotendeels weg. Dan hoeven ze zelf geen regering meer te vormen, maar dan wordt dat door Europa zelf geregeld.”ChristenUnie-Europarlementariër Peter van Dalen heeft eveneens weinig op met de plannen van Verhofstadt. “Wel hoor ik steeds meer mensen hier in Brussel zeggen: ‘Laat ons alles maar regelen. Of het nu om handel, landbouw, belastingen of pensioenen gaat. Als Europa alles regelt, gaat het goed.’”
Het lijkt wel een geloofsovertuiging, zegt Van Dalen. “En Verhofstadt is de voorzanger. Hij wil alles aan Europa overlaten, maar mijn vraag is: welk belang dien je ermee? Hij heeft z´n mond vol over het Europese belang, maar wat is dat nu helemaal? Europa is hartstikke divers.” Nee, Van Dalen is niet meteen beducht voor een superstaat. “Dat is een term om het politieke contrast aan te scherpen. Tegelijkertijd moeten we ervoor waken dat er te veel macht bij het Europees Parlement wordt neergelegd.”
Europa maakt eenheidsworst en negeert nationale soevereiniteit
Slager Europa draait eenheidsworst, met z´n lompe handen. Niks eigenheid van cultuur en historie, niks nationale soevereiniteit. Ze gaan de gehaktmolen in, worden in een Europees velletje gegleden. We liggen identiteitsloos naast elkaar als half-om-halfsaucijsjes in de supermarkt. Toch?
“Voor een groot deel moeten we hier nuchter in zijn”, zegt historicus Snel. “De EU is ontstaan vanuit de overtuiging dat economische samenwerking voorspoed en vrede zou brengen op ons bloederige continent Europa. En dat is aardig gelukt.” ‘It was not created to bring us to heaven’, zei Dag Hammarskjöld ooit over de Verenigde Naties, ‘but to save us from hell’. Datzelfde gold en geldt ook voor de Europese Unie, aldus Geert Mak in De hond van Tišma.Snel: “Wel brengt die insteek mee dat de EU weinig oog heeft voor cultuur en alles wat geen markt is. Of nog erger: dat ze dat probeert onder de markt te scharen. Landbouw is daar bij uitstek een voorbeeld van. De EU heeft landbouw als markt, als economie opgevat, terwijl landbouw vooral een drager is geweest van cultuur. Natuurlijk heeft landbouw economische aspecten, maar ze stond vooral voor een manier van leven.”"We hebben er in de EU een economisch project van gemaakt. Een neoliberaal, financieel project dat het platteland in heel Europa heeft verstoord. Met name in Midden- en Oost-Europa is daardoor echt grote armoede ontstaan. Door subsidiëring en regelgeving werden kleine boerengemeenschappen uit het platteland verjaagd, naar de stad gedreven. Landbouw is altijd cultuur geweest, autarkisch, gemeenschappelijk. Maar daar is weinig van overgebleven.”De Duitse twintigste-eeuwse schrijver Erich Maria Remarque, de favoriete auteur van Peter van Dalen, publiceerde in 1956 zijn boek Der Schwarze Obelisk, waarin hij verhaalt over een begrafenisondernemer die als handelsmerk en uithangbord een grote, zwarte obelisk voert. “Die obelisk symboliseert voor Remarque de geleidelijke opkomst van het nationaalsocialisme. Eerst ‘n vechtpartijtje, een paar weken later een brandstichting, nog weer een maand later een schietpartij en bijna ongrijpbaar kwam die zwarte obelisk naar boven in de Duitse samenleving.”
“Het lijkt in Brussel wel eens of er een streven is om alles te laten bepalen door een witte obelisk, waarop staat geschreven: ‘Laat Europa alles regelen, dan komt het allemaal goed’. En heel geleidelijk komt-ie naar binnen en de witkwast gaat overal overheen. Maar ik kan dat niet rijmen met mijn geloof. Want wat zien we in de schepping? In de verhouding tussen mensen en volkeren is veelkleurigheid en variatie het antwoord. Die witte obelisk plaats ik in dat perspectief. De diversiteit van de mensen, volkeren en politiek moeten we koesteren. Daar moeten we zuinig op zijn.”
Europa sleept bevoegdheden weg uit Den Haag
De Brusselse bemoeizucht kent geen grenzen. De befaamde Kindersurprise, een klein stuk speelgoed ingepakt in een chocolade-ei, kan niet door de beugel. Immers, voordat je het weet schieten de speeltjes in de smalle keeltjes van onze kinderen. En je zult maar glazenwasser zijn. De maximaal toegestane ladderhoogte, de minimale én maximale hoek waarin de ladder tegen een pand wordt gezet en de maximale oppervlakte van een raam dat gewassen moet worden boven de tien meter? Brussel is de baas. Of niet?
Parlementariër Peter van Dalen van de ChristenUnie kan een gaap ternauwernood onderdrukken. “Om eerlijk te zijn, is dit toch echt een oud verhaal aan het worden. Toegegeven, we richtten ons in het verleden soms te veel op de details, maar tegenwoordig gaat het, ook in de commissies waarvan ik deel uitmaak, voornamelijk om de grote lijnen.”Collega Bas Belder is het met Van Dalen eens. “Iedere lidstaat in de Europese Unie zorgt er wel voor dat zijn eigen belang gediend wordt in Brussel. En dat is ook goed, daar zijn we voor gekozen. En het Europese Parlement, het controlemechanisme, functioneert daarin naar behoren. Bovendien houdt die controle buiten Brussel niet op. Onze minister-president en ministers in Den Haag hebben verantwoording af te leggen in de Tweede Kamer, en ook de Eerste Kamer kan zijn zegje doen. Dat kan niet alleen achteraf, maar ook van tevoren. Je zit er zelf bij.”Brussel sleept bevoegdheden weg? Den Haag stuwt ze juist naar Brussel, zegt Snel. “Het beleid dat in Brussel vorm krijgt, is weinig anders dan het beleid dat we anders in Den Haag zouden vormgeven. Zo groot en sterk is Brussel niet; het wordt overdreven. Eigenlijk is alleen het lobbywezen groot in Brussel. Onze Haagse volksvertegenwoordigers trekken zelf naar Brussel om er een zegje in te hebben, om ons eigenbelang een verlengstuk te geven. Bovendien is Nederland relatief bezien vrij invloedrijk. Qua omvang is Nederland klein, maar met 26 Europarlementariërs is ons land veel ruimer vertegenwoordigd dan Duitsland. Luxemburg maakt het nog bonter. De stem van een Luxemburgse kiezer telt tien keer zwaarder dan die van een Duitser.”
“Toch”, zegt Ostendorf, “hebben we als Nederland eigenlijk weinig invloed als het om de grote thema´s gaat. Tot veel zaken, bijvoorbeeld rondom de eurocrisis, wordt besloten omdat we feitelijk niet anders kunnen. De druk op een klein land als het onze is te groot. En ergens is dat ook wel te begrijpen. De kans dat Europa uiteenvalt op het moment dat de euro klapt, is reëel. Worden we het niet eens over ons lievelingsspeeltje – zoals we dat de afgelopen maanden zagen gebeuren – dan verliezen we internationaal snel terrein op Azië en de Verenigde Staten. Gaat de euro kapot, dan verliest Europa in één klap z’n gezicht.”
EU: de feiten
Vertrouwen
Het vertrouwen in de Europese Unie is de laatste jaren flink gedaald, blijkt uit onderzoek van de Europese Commissie. Eind 2011 had 42 procent van de Nederlanders vertrouwen in de Europese Unie als geheel. Vijf jaar eerder was dat nog 62 procent. Slechts 12 procent van de ondervraagden denkt dat de EU zich op een juiste manier ontwikkelt.
Ontstaan
Na de Tweede Wereldoorlog klonk de roep om een verenigd Europa. Als gevolg daarvan ontstond in 1950 de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, een unie van Frankrijk, Duitsland, Nederland, Luxemburg, België en Italië. In 1957 en de jaren daarna breidde het aantal lidstaten zich uit totdat in 1993 de Europese Unie ontstond. Tegenwoordig bestaat de Unie uit 27 lidstaten die nauw samenwerken op het gebied van economie, maar ook andere beleidsterreinen, zoals landbouw, visserij, consumentenrechten en milieu.
De euro
In 1992 werd in Maastricht besloten tot de invoering van de euro. In 2002 werd de munt gelijktijdig ingevoerd in twaalf landen. Inmiddels zijn er zeventien landen die de euro voeren: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal, Spanje, Griekenland, Slovenië, Cyprus, Malta, Slowakije en Estland.
De Europese Raad
De Raad bestaat uit de regeringsleiders van de 27 lidstaten. Het is een belangrijk orgaan, omdat ze de prioriteiten vaststellen die voor de Europese Commissie vaak het uitgangspunt vormen bij het formuleren van nieuwe initiatieven. Daarbij is het het enige orgaan dat mag besluiten dat een EU-verdrag moet worden herzien. De Europese Raad wordt nogal eens verward met de Raad van Europa. Deze werd echter al in 1949 opgericht ter bevordering van democratie en mensenrechten. Het meest bekende verdrag van de Raad van Europa, is vermoedelijk het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens.
Het Europees Parlement
In het Europees Parlement worden de 27 EU-lidstaten door 754 afgevaardigden vertegenwoordigd. Nederland levert 26 Europarlementariërs, die worden gekozen bij de Europese Verkiezingen. Het parlement debatteert over voorstellen van de Europese Commissie en is op veel terreinen medewetgever. Daarnaast stelt het de begroting vast en heeft het een controlefunctie op de activiteiten van de Europese Unie.
De Europese Commissie
Dit orgaan, voorgezeten door José Manuel Barosso, houdt zich vooral bezig met het dagelijks bestuur van de Europese Unie. Er zijn 27 eurocommissarissen, evenveel als het aantal lidstaten. De commissie dient wetsvoorstellen in, beheert het communautair beleid, ziet toe op de naleving van het Gemeenschapsrecht, is een belangrijk woordvoerder voor de EU en onderhandelt over onder meer internationale handels- en samenwerkingsovereenkomsten. Neelie Kroes is de Nederlandse eurocommissaris en is behalve vicevoorzitter verantwoordelijk voor de digitale agenda.























Plaats reactie