home > magazine > thema's > politiek & samenleving > Apartheid in Israël?
Apartheid in Israël?

1201_israelSteeds vaker krijgt Israël het verwijt dat het een apartheidsstaat is geworden. Een harde aanklacht voor een volk dat bijna geheel aan racisme ten onder ging. Is het oordeel terecht? Een analyse van Aad Kamsteeg.

Vormde Israël vroeger in het Midden-Oosten de underdog waarmee internationaal sterk gesympathiseerd werd, tegenwoordig is die rol weggelegd voor de Palestijnen. Van alle kanten wordt kritiek geleverd op de besluitvorming in Jeruzalem. Een van de zwaarste beschuldigingen is dat Israël, net als Zuid-Afrika vóór 1994, een beleid van apartheid voert. Daarbij moet je bedenken dat apartheid volgens het volkenrecht gelijkstaat met racisme – een misdaad tegen de menselijkheid.
De eerste vraag is natuurlijk wat onder apartheid moet worden verstaan. Internationaal is in 1998 via het Statuut van Rome – de basis voor het Internationaal Strafhof in Den Haag – de volgende omschrijving vastgelegd: ,,Onmenselijke daden, begaan in de context van een geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en overheersing van de ene raciale groep over een andere raciale groep of groepen en begaan met de bedoeling dat regime te handhaven.’’
Duidelijk is dat wie vandaag de dag afschuw wil opwekken, een bewind ‘apartheid’ moet verwijten. Ook al werd in het toenmalige Pretoria volgehouden dat het ging om het maken van onderscheid op grond van grote culturele verschillen en niet van ras, de kern van de Zuid-Afrikaanse apartheid was wel degelijk raciaal. De officieel gehanteerde terminologie ‘blank en nie-blank’ wees daar al op, maar fundamenteel was de Wet op de bevolkingsregistratie, die in 1950 van kracht werd. Al bij de geboorte moest aan de hand van ieders pigment worden vastgesteld tot welk ras een persoon behoorde. Het antwoord bepaalde in belangrijke mate ieders verdere levensloop.

Tweederangs burgers
Wat was zo kwalijk aan de apartheid? De miljoenen zwarten die niet in de thuislanden woonden maar in de zogenoemde blanke Republiek Zuid-Afrika, werden op grond van hun huidskleur van allerlei rechten uitgesloten. Ze mochten geen burgers van de republiek worden. Als Xhosa, Zulu of Tswana hoorde je immers bij je eigen thuisland (respectievelijk Transkei, Kwazulu en Botswana), ook al had je daar nog nooit gewoond. Je had geen nationaal stemrecht, mocht geen grond in bezit hebben en niet trouwen met een blanke. Ook in de arbeidssfeer werd gediscrimineerd.
Vervolgens werd via de zogenoemde kleine apartheid het dagelijks leven van de zwarten – woongebied, vervoer, stranden, toiletten – gescheiden van dat van de blanken. Daarbij betekende ‘gescheiden’ in de praktijk allerminst ‘gelijkwaardig’. Dat bleef niet zonder uitwerking. Wie de levensinstelling van de Zuid-Afrikaanse zwarte vergeleek met die van de bevolking van bijvoorbeeld Angola, Kenia en Ivoorkust, kwam al snel tot de conclusie dat apartheid het zelfbewustzijn van de Zuid-Afrikaanse stadszwarte negatief had beïnvloed.
Gelet op dit alles: is Israël zo’n apartheidsstaat?

Pijlers van apartheid
Je hoeft geen helder licht te zijn om te beseffen hoe hard de beschuldiging van apartheid bij de Joden in Israël aankomt. Nog maar zo’n zeventig jaar geleden zorgde demonisch racisme ervoor dat zes miljoen Joden werden uitgemoord. Het dramatische voorspel werd getypeerd door hun gedwongen afscheiding van de rest van de bevolking: getto’s, davidster, beroepsverboden et cetera. Wie Israël apartheid en dus racisme verwijt, moet daarom weten wat hij zegt. Zoals een politicus als oud-minister Laurens-Jan Brinkhorst – toch niet de minste: ,,Er zit geen millimeter verschil tussen het apartheidsregime van Zuid-Afrika en het beleid van de huidige Israëlische overheid.’’
Maar waarom zou Israël een apartheidsstaat zijn? Drie internationaal erkende pijlers van ‘apartheid’ zouden het Israëlische beleid dan moeten kenmerken:
1) De staat legt ten aanzien van de bevolking bij wet vast welke raciale of etnische identiteit de voorkeur heeft. Deze preferentiegroep krijgt via aanvullende wetgeving allerlei voorrechten ten nadele van andere groepen met een lagere status.
2) De staat zorgt voor geografische scheiding van de verschillende bevolkingsgroepen op basis van hun identiteit. Daarbij krijgt de voorkeursgroep het beste van het land, de natuurlijke hulpbronnen, watervoorziening en overheidsdiensten.
3) De staat voert een veelvoud aan veiligheidswetten door met de bedoeling elke oppositie tegen het regime te onderdrukken. Dit veiligheidssysteem wordt ondersteund door executies, marteling, gevangenschap zonder proces, politieke rechtspraak.
Bij een vergelijking tussen deze drie kenmerken en het Israëlische beleid moet je onderscheid maken tussen de situatie in Israël zélf en die op de Westoever van de Jordaan – de in VN-resolutie 242 genoemde door Israël bezette gebieden (voor de Joden Judea en Samaria). Dat is nodig omdat in tegenstelling tot de situatie in Israël de omstandigheden in het Palestijnse woongebied voorlopig zijn. De Israëli’s zijn daar in afwachting van het resultaat van onderhandelingen met de Palestijnen.
 
Joodse staat
Is er in Israël zélf sprake van een wettelijk bevoorrechte groep? In zekere zin is dat het geval, eenvoudig omdat is vastgelegd dat het om een Joodse staat gaat. Maar is daar iets mis mee? Historisch in elk geval niet. Vanaf 1917 groeide er internationale overeenstemming dat er een Joods nationaal tehuis moest komen. De uitkomst daarvan was dat de Verenigde Naties in 1947 uitspraken dat er naast een nieuwe Arabische staat ook een Joodse staat moest komen. Twee staten voor twee naties dus.
Dat laatste was in overeenstemming met de zelfbeschikking van volken, zoals vastgelegd in het VN-Handvest. Een volk dat in een bepaald gebied de meerderheid vormt, zou de mogelijkheid moeten krijgen volgens eigen culturele verworvenheden te leven. Waarom zouden overwegend seculiere, moslim- en hindoevolken die kans wel krijgen en het Joodse volk niet? Bovendien bleek in de loop van de geschiedenis juist bij het Joodse volk dat het als minderheidsgroep nergens veilig is, cultureel niet en fysiek vaak evenmin. Met als gevaarlijkste continent Europa.
Juist vanuit die constante dreiging moet de Israëlische Wet op de Terugkeer worden verklaard, die in 1950 van kracht werd. Deze wet bepaalt dat iedereen die van Joodse afkomst is, automatisch recht heeft zich in Israël te vestigen en het Israëlische staatsburgerschap te ontvangen. Daarbij wordt het ‘van Joodse afkomst’ ruim geïnterpreteerd. Als een van de grootouders Joods is, kan men al als Jood worden toegelaten. Op die manier zijn bijvoorbeeld veel Russen Israël binnengekomen.
Het verwijt van racisme snijdt geen hout. Wie Israël bezoekt, kan dat met eigen ogen zien. Het land heeft Joden opgenomen uit Ethiopië, Polen, Irak, India, Latijns-Amerika en China. Huidskleur speelt bij deze aliya – de terugkeer van Joden naar het beloofde land – geen rol. Bovendien bestaat voor iedereen, ongeacht etnische afkomst, de mogelijkheid om via rabbinale toestemming de religieuze overgang (giyoer) naar het jodendom te maken.

Iedereen staatsburger
Nu beweren sommigen dat de Joden geen volk vormen, maar dat het samenbindende element louter religie is. Waarom zegt men dat? Meestal omdat een religie geen recht geeft op het bezit van een eigen land en staat. Zo bezien is deze bewering een poging om de Joodse staat zijn wettige basis te ontnemen.
Nu is de verhouding tussen judaïsme en Joden inderdaad complex en misschien uniek. Tegelijkertijd is het volstrekt onlogisch en ahistorisch Joden niet als een volk te beschouwen. Zij beantwoorden immers aan alle internationaal erkende kenmerken van een volk: een gemeenschappelijke cultuur, historische ervaringen, belangen, ambities. Ook sterk geseculariseerde Israëli’s beschouwen zich als Jood. Hitler pakte iedere Jood, ongeacht diens geloofsovertuiging.
Belangrijk is ook dat niet-Joden in Israël staatsburger kunnen zijn. Zo’n 20 procent van de bevolking is Arabisch, Druze, Armeens of Samaritaans. Israël heeft Vietnamese bootvluchtelingen opgenomen en asielzoekers uit Afrika. Al deze inwoners hebben over het algemeen dezelfde rechten als de Joodse 80 procent: actief en passief kiesrecht, vrije meningsuiting, vrijheid van vergadering en partijvorming, beschikbaarheid van hoge ambtelijke posities, met inbegrip van die in het Hooggerechtshof.

Heeft het onderscheid tussen Joodse nationaliteit en Israëlisch staatsburgerschap dan helemaal geen betekenis? Jawel. Als iemand in de strijdkrachten heeft gediend, is dat bevorderlijk voor verdere carrièrevorming. Maar Arabische Israëli’s zijn uitgesloten van de dienstplicht. Vervolgens worden huwelijks- en echtscheidingszaken door het orthodoxe rabbinaat geregeld, wat betekent dat er onderscheid wordt gemaakt met niet-religieuze huwelijken. Maar het getuigt van kwade wil om dat verschil apartheid of racisme te noemen.
Natuurlijk is er wel een probleem. Het Palestijns Gezag weigert niet voor niets Israël als een specifiek Joodse staat te erkennen. Wil Israël – wat in feite vanzelfsprekend is – immers een democratische staat naar westers model blijven, dan zullen Joden de meerderheid in de samenleving moeten blijven uitmaken. Alleen Joden zullen immers hoge waarde blijven toekennen aan zaken als het houden van de sabbat, het vieren van typisch Joodse feestdagen, het Ivriet, eigen herdenkingsdagen, gewoonten en gebruiken.
Het is lang niet denkbeeldig dat de Joodse meerderheid sterk onder druk komt te staan als er op de Westoever – anders dan sinds 2005 in Gaza het geval is – geen Palestijnse staat komt. Als Israël blijvend ook Judea en Samaria zou omvatten, leidt de demografische trend ertoe dat Palestijnen met hun hogere geboortecijfer een groeiende minderheid en ten slotte wellicht een meerderheid van de bevolking zullen vormen. In dat geval kunnen democratie en Joods moeilijk samengaan.

Situatie op de Westoever
De situatie op de Westoever is meer complex. Het gaat hier om het gebied dat in 1947 door de VN werd toegekend aan een te stichten nieuwe Arabische staat. Een jaar later werd het door Jordanië veroverd en in 1967 kwam het onder Israëlische controle. Sinds resolutie-242 van de VN (1967) ligt het te wachten op de uitkomst van onderhandelingen over de definitieve status. In de tussenliggende tijd draagt Israël er de bestuurlijke verantwoordelijkheid, uiteraard met inachtneming van geldende regels van volkenrecht.
Maakt Israël van deze verantwoordelijkheid misbruik door – zoals de blanken indertijd in Zuid-Afrika probeerden – er een blijvend systeem van apartheid door te voeren? Is er sprake van a) wettelijk vastgelegde bevoorrechting van de ene groep boven de andere; b) gebiedsscheiding; en c) een veelheid van brute, discriminerende veiligheidsmaatregelen? Er zijn inderdaad radicale Joodse groepen die dit oogmerk hebben. Zij willen dat Palestijnen naar Jordanië vertrekken of zich neerleggen bij een ondergeschikte positie in een Groot-Israël.
Feit is echter dat tot nu toe elke Israëlische regering in beginsel een tweestatenoplossing heeft geaccepteerd. Inmiddels hebben de Israëli’s wel te maken met Palestijnen van Hamas, die desnoods met geweld een einde willen maken aan het Joodse karakter van ‘geheel Palestina’. In hun geloofsovertuiging werd dat land immers eens door Allah aan moslims gegeven. Alleen al daarom zou het nooit blijvend in handen mogen zijn van volken met een andere religie.
En de aanhangers van het Palestijns Gezag? De geest van Palestijnse jongeren wordt onder meer via schoolboeken niet alleen met antizionisme, maar wel degelijk ook met antisemitisme vergiftigd. In zo’n sfeer zijn veiligheidsmaatregelen om terrorisme tegen te gaan onvermijdelijk.
Legitimeert dit recht op zelfverdediging alles wat Israël doet? Niemand ontkent dat a) de circa 275.000 Joden in 120 nederzettingen op de Westoever veelal bevoorrecht worden boven de Palestijnen; b) er sprake is van opgelegde gebiedsscheiding; en c) het scala aan vrijheidsbeperkende maatregelen voor de Palestijnen veel ongunstiger uitpakt dan voor de Joodse ‘kolonisten’. Er moeten in dat verband echter twee vragen worden gesteld: in hoeverre rechtvaardigt de koude en soms hete oorlogssituatie deze maatregelen? En vervolgens: zullen ze bij een vredesregeling worden opgeheven?

Onterechte beschuldiging
Inmiddels wordt Israël al veroordeeld, zowel in een unanieme uitspraak van de VN-Veiligheidsraad (1980) als door het Internationaal Gerechtshof in Den Haag (2004). Beide spraken op basis van de Vierde Geneefse Conventie uit dat de Joodse nederzettingen op de Westoever illegaal zijn en ontmanteld moeten worden. Israël verwerpt deze interpretatie. Tegelijk erkennen Israëlische politici dat bij een definitief akkoord veel nederzettingen moeten worden ontmanteld. Ook zullen de Palestijnen, in ruil voor steden die wel Joods blijven, met ander gebied gecompenseerd moeten worden.
Tot welke conclusies leidt dit alles? In ieder geval deze: in het licht van internationaal geldende criteria over wat ‘apartheid’ is, is de zware beschuldiging van Israël als apartheidsstaat volstrekt onterecht.
Ten aanzien van de Westoever ligt dat anders – daar vinden we duidelijke kenmerken van apartheid. Maar hier geldt dat het Israëlische beleid voor dit gebied momenteel in sterke mate bepaald wordt door veiligheidsoverwegingen. Bij een vredesregeling kunnen de apartheidselementen opgeheven worden.

Aad Kamsteeg is oud-hoofdredacteur van cv•koers en oud-buitenlandcommentator van het Nederlands Dagblad.

door: 
Aad Kamsteeg

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen

home > magazine > deze maand

Deze maand

cover_2012_04

thema: politiek & samenleving

thema: kerk & missie

thema: geloof & leven

thema: theologie & filosofie