home > magazine > thema's > politiek & samenleving > Als de laatste tempel valt
Als de laatste tempel valt

alsdelaatstetempelvaltMet de ontmaskering van frauderende academici valt – na de kerk, de politiek en de financiële sector – de laatste zuivere tempel: de wetenschap. Toch is er hoop, stelt Stefan Paas.


Een schok van ontzetting ging in september door spraakmakend Nederland bij het bekend worden van de grootschalige fraude door professor Diederik Stapel, sociaal psycholoog in Tilburg. Tot dan toe kwamen zulke dingen alleen voor in het buitenland. Denk aan de ontmaskering in 2002 van de natuurkundige Jan Hendrik Schön, werkzaam bij het gerenommeerde Bell-laboratorium en getipt als toekomstig Nobelprijswinnaar. Met denkbeeldige data stal hij de show bij het onderzoek naar halfgeleiders. Of neem het schandaal rondom de Zuid-Koreaan Hwang Woo-suk, pionier op het gebied van stamcelonderzoek. Over enige tijd zou hij een mens klonen. In 2006 werd bekend dat een groot deel van zijn resultaten was verzonnen.
Maar in Nederland hadden we zoiets nog niet gehad. Af en toe liep er weleens iemand tegen de lamp die stukken van een ander had overgeschreven. Wie herinnert zich René Diekstra niet? Maar Stapel was andere koek. Hier was een vooraanstaand geleerde die data zelf verzon, die zijn collega’s voorloog, promovendi intimideerde, en compleet zelfgefabriceerde ‘resultaten’ gepubliceerd wist te krijgen in de meest gerenommeerde tijdschriften. Hier was sprake van betonrot in het gebouw van de wetenschap.

Pedopriesters
In de commotie die volgde, zagen we een staaltje crisismanagement dat nogal deed denken aan de reactie van de Rooms-Katholieke Kerk bij de aanklachten tegen pedopriesters. KNAW-voorzitter Robert Dijkgraaf en andere verdedigers van de wetenschap verzekerden ons in alle toonaarden:
• ‘Dit is heel erg, maar het komt gelukkig heel weinig voor’ (er zijn veel meer goede priesters dan slechte)
• ‘Wetenschappers zijn natuurlijk ook maar mensen’ (het gebeurt echt niet alleen in de kerk)
• ‘Dit is geen wetenschap; het staat er juist haaks op’ (geloof heeft niets met misbruik te maken)
• ‘Wie fraude pleegt, is geen echte wetenschapper’ (zulke priesters verloochenen hun roeping)
• ‘Sociale psychologen zijn sowieso geen echte wetenschappers’ (dit is typisch gedrag voor priesters die in de jaren zestig zijn opgeleid)
• ‘De wetenschap heeft een groot zelfreinigend vermogen’ (foute priesters gaan er subiet uit)

Hoe geloofwaardig zijn zulke bezweringen? Vertrouwen we aartsbisschop Dijkgraaf? Tja, we kunnen geloven dat hij dit gelooft. En waarschijnlijk willen we ook graag geloven dat het waar is wat hij zegt. Maar hetzelfde geldt wanneer president Wim Eijk van dat andere bedrijf spreekt. Velen van ons willen graag aannemen dat het ook in religie uiteindelijk om iets mooiers gaat dan al die rotzooi waarover we te vaak moeten lezen.
Niettemin, zulke verdedigingen moeten getoetst worden. Nu weten we uit verschillende schattingen in diverse landen dat pakweg 5 procent van de priesters zich schuldig heeft gemaakt aan enige vorm van grensoverschrijdend gedrag tegenover kinderen. Dat is veel minder dan door sommigen is beweerd, maar het is angstwekkend veel als je bedenkt hoeveel slachtoffers enkelingen kunnen maken wanneer groepen kinderen min of meer aan hen worden uitgeleverd, zonder controle van buitenaf, en afgedekt door institutioneel machtsvertoon wanneer de misdaden uitkomen.
Hoe zit dat met wetenschappers? Inmiddels zijn we een paar maanden verder en zijn twee andere wetenschappers betrapt. Begin november nam een pijnonderzoeker in Nijmegen ontslag, na door een promovendus beschuldigd te zijn van gesjoemel met data. En later die maand werd hoogleraar Don Poldermans van het Erasmus MC ontslagen, nadat gebleken was dat hij zich niet hield aan ethische voorschriften bij onderzoek en dat hij onderzoeksgegevens had verzonnen. Naar Stapels collega Roos Vonk loopt bij het schrijven van dit artikel nog een integriteitsonderzoek.

Zijn zij het topje van de ijsberg? Het lijkt er wel op. In 2009 publiceerde de Edinburghse onderzoeker Daniele Fanelli een geruchtmakend artikel. Hieruit bleek dat 2 procent van de wetenschappers toegaf weleens onderzoeksmateriaal te hebben verzonnen, vervalst of gewijzigd. Gewoon bedrog dus. Daarnaast bekende 33,7 procent zich bezondigd te hebben aan andere twijfelachtige praktijken. Denk hier bijvoorbeeld aan het weglaten van resultaten die gewenste conclusies tegenspreken. Strikt genomen is dat geen fraude, want zo’n onderzoeker presenteert echte data, al zijn ze niet volledig. Maar de conclusies van zulk onderzoek zijn uiteraard waardeloos. Fanelli’s cijfers zijn gebaseerd op zelfrapportage door wetenschappers. Het ligt voor de hand dat wetenschappers – net als wij allemaal – niet graag toegeven dat zij de kluit belazeren. Het aantal zondaars zal in werkelijkheid dus veel hoger zijn. Daarop wijst ook het feit dat de cijfers omhoogschieten wanneer wetenschappers wordt gevraagd hoeveel collega’s zich schuldig maken aan bedrog (volgens hen ruim 14 procent) of aan twijfelachtige praktijken (72 procent). 

Mythe van een zuivere wetenschap
Het is met de universiteit dus niet beter gesteld dan met de kerk. Integendeel, een zorgelijk groot deel van de wetenschappers blijkt best bereid om de boel te beduvelen als het van pas komt. Dat heeft grote gevolgen voor politieke beslissingen of medische behandelingen. Wetenschappelijke fraude kan letterlijk mensenlevens kosten. Om nog maar te zwijgen van miljarden euro’s en andere schade.
Het meest zorgwekkend is misschien wel dat het zo gemakkelijk is om te frauderen. Dijkgraafs geruststellend bedoelde verwijzing naar het ‘zelfreinigend vermogen’ van de wetenschap werd onmiddellijk weggehoond door wetenschapsjournalist Marcel Hulspas. Wetenschappers controleren elkaar helemáál niet: dat kost te veel moeite en tijd, en het levert te weinig op. Wie een ander betrapt op fouten, maakt geen vrienden en zo’n artikel maakt weinig kans geplaatst te worden. Hulspas’ cynische analyse liegt er niet om: ,,Vooruitkomen in de wetenschap doe je door je eigen mini-onderzoeksgebiedje af te bakenen, voortdurend te roepen dat je vreselijk belangrijk werk doet, regelmatig mini-resultaatjes te publiceren en verder iedereen die zich op jouw terreintje waagt agressief af te blaffen. Zo word je een alom erkend en gevreesd ‘expert’ op je terreintje” (De Pers, 10 september 2011).
Waarom houden Dijkgraaf c.s. dan zo hardnekkig vast aan de mythe van een zuivere wetenschap? Omdat we geen andere mythen meer overhebben. In de afgelopen eeuw is het ene na het andere instituut ontluisterd. Allemaal volgens hetzelfde patroon: van blind vertrouwen via teleurstelling naar afkeer. De kerk doet het al heel lang slecht. De overheid: wie gelooft nog in Vadertje Staat? En wie bankdirecteur is, durft dat al een tijd niet meer te vertellen op verjaardagen. Misschien is het daarom zo belangrijk te geloven in het drogbeeld van de zuivere wetenschap. We moeten toch ergens in kunnen geloven? ,,Het tragische is”, zegt Hulspas, ,,dat Dijkgraaf (en hij niet alleen) de illusie koestert dat wetenschappers een hoger slag mensen zijn. Supermensen die, in tegenstelling tot de stervelingen, over een bijzonder hoog normbesef beschikken, die volgens hem ‘uiterst kritisch’ staan tegenover hun eigen en elkaars werkzaamheden, en dus een blinkend schoon product zouden afleveren: wetenschap.”

Religieuze status
Dit is een illusie, zoveel is duidelijk. Maar waar komt zij vandaan? Ik vermoed: vanuit de welhaast religieuze status die de wetenschap heeft gekregen. Sinds de Verlichting zijn kerk en wetenschap erin geslaagd elkaar op afstand te zetten. De glorieuze winnaar van die strijd is zonder twijfel de wetenschap. Filosoof Herman Philipse vat samen: de voornaamste bron voor de wereldbeschouwing van moderne mensen is de wetenschap, niet de religie (Atheïstisch manifest, 19). Natuurlijk, uiteindelijk is wetenschappelijk misschien niet te bewijzen dat God niet bestaat. Maar denk eens aan het enorme succes van de wetenschap. Wat kan de religie daartegenover stellen?
Zo is door veel wetenschappers, de nieuwe atheïsten voorop, een tegenstelling geschapen tussen religie en wetenschap. Daarbij wordt ‘wetenschap’ gepresenteerd in haar abstracte essentie: het is de volhardende, stralende, zelfreinigende zoektocht naar waarheid. Daartegenover staat de religie, die steevast wordt geschilderd in breugeliaanse tinten. Met de nodige nadruk op haar irrationaliteit, haar gewelddadigheid, kortom op alles wat niet ‘wetenschappelijk’ is.
Dat is uiteraard een mythe. Natuurlijk, wetenschap ís de zoektocht naar waarheid. Maar wetenschap is veel meer. Velen wisten dit al in het pre-Stapelse tijdperk, anderen beseffen het nu misschien. Wetenschap, dat is Albert Schweitzer, maar ook Joseph Mengele. Het is aidsremmers en gifgas. Het is duistere geldstromen en onzindelijke afhankelijkheid, maar het is ook moedige artikelen en fantastische doorbraken. Wetenschappers ontwerpen MRI-scanners en clusterbommen. Wetenschap is de professor die de mooie studente net iets te vaak mondeling tentamen afneemt, maar ook degene die salaris inlevert om een collega aan het werk te houden. Het is de docent die thuis z’n gezin het leven tot een hel maakt, maar z’n studenten opstuwt tot topprestaties. Wetenschap, dat is integriteit en volharding; en het is geroddel en kinnesinne. Wetenschappers kunnen zich ongelooflijk concentreren op hun specialisme, en ze bemoeien zich voortdurend met dingen waar ze geen snars van begrijpen. Wetenschappers hebben al die troep uitgevonden die ons klimaat vergiftigt, en hopelijk vinden zij op tijd iets uit om ons er weer van af te helpen. En ja, de terroristen van 11 september gebruikten slechte religie om hun daad te verrichten. Maar daarbij vlogen zij in hightech Boeings.

Hoopvolle toewijding
Nu de laatste tempel haarscheurtjes vertoont, wordt het misschien tijd om eens na te denken wat een instituut nu waardevol maakt. Wetenschap is ‘ten diepste’ die systematische, cumulatieve zoektocht naar waarheid. Maar we weten ook dat die zoektocht niet los verkrijgbaar is van een hoop dingen waar we liever niet aan denken. Zo gaat het ook in de kerk ‘ten diepste’ om het levend houden van vragen als: ‘Wat is de zin van dit alles?’, of: ‘Hoe kan zo veel kwaad ongestraft blijven?’, of: ‘Is er iemand die ik dankbaar kan zijn voor mijn leven?’ Maar daar krijgen we een hoop bij cadeau waar we niet om gevraagd hebben. Welkom in de echte wereld.
De affaire-Stapel kan het scheurtje zijn in de laatste dijk die onze samenleving scheidt van totaal cynisme. Zelfs de wetenschap blijkt kwetsbaar voor zonde, hoogmoed en corruptie. Zelfs wetenschappers blijken mensen te zijn, niets beter of heiliger dan wie dan ook. Allemaal zakkenvullers, zullen de borreltafelprofeten vaststellen.
Maar wat leert dit ons? Iets wat we allang wisten, maar wat we telkens opnieuw moeten leren: wij kunnen onszelf niet verlossen. Niet door politiek, niet door rijkdom, niet door wetenschap, niet door religie. Elke toren van Babel zorgt vroeg of laat voor grootscheepse verwarring. Dat is geen sombere, maar een hoopvolle constatering. Een christelijke visie op menselijke instituten houdt volgens mij in dat we ruimhartig kunnen toegeven: met alles wat wij bouwen is het vaak veel erger gesteld dan wij willen toegeven. Het kwaad is onuitroeibaar. Als wij onszelf moeten verlossen, zijn we wel gedwongen om dat te ontkennen. Op die ontkenning wordt het soort optimisme gebouwd van moderne samenlevingen: als we het maar samen aanpakken, als we de juiste methode maar volgen, dan komt die betere wereld vanzelf. Onzin natuurlijk. Maar verleidelijke onzin.
Maar als wij geloven dat we meer bemind zijn dan we durven dromen, komt er hoop. Wat goed, schoon en waar was in onze instituten zal verlost worden. Dat geeft mij de kracht me in te zetten voor kerk en wetenschap. Hoop is namelijk niet gebouwd op optimisme; zij rust in de beloften van God. Het beste effect van de affaire-Stapel zou daarom zijn dat er ruimte komt voor een meer hoopvolle, illusieloze toewijding aan onze instituties.

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen

home > actueel > laatste blogs

woensdag, 22 februari 2012, 11:25

Vanaf vandaag is het de zogeheten Veertigdagentijd. Een speciale app moet helpen om hier dagelijks bij stil te staan: de app stuurt vanaf vandaag iedere dag een meditatie naar de iPhone, iPad of iPod waarop de app is geïnstalleerd.

De meditaties van de app zijn geschreven door Rolf Robbe en gaan  over een bijbels persoon die Jezus ontmoette onderweg naar het kruis.

De app is uitgegeven door uitgeverij Boekencentrum. De uitgeverij besteedt dit jaar veel aandacht aan de Veertigdagentijd. Dat gebeurt, naast de app, met een speciale Veertigdagencampagne op de weblog Theoblogie. Ook is er een speciale uitgave voor jongeren:  Make a difference 2012: Actief naar Pasen. Met deze uitingen wil Boekencentrum lezers en bezoekers inspireren in deze tijd van bezinning en zo met elkaar toeleven naar het feest van Pasen.

Vanaf vandaag kunnen geïnteresseerden naar www.boekencentrum.nl of naar www.theoblogie.nl en klik op de button/tab Veertigdagencampagne. Via RSS kunt je je op de campagne abonneren.


categorie: geloof & leven
0 Beoordelingen 0 Reacties
vrijdag, 17 februari 2012, 20:46

karelsmouter_180aWaar wil cv•koers als tijdschrift aan bijdragen? “Een volwassen geloof & een betrouwbaar getuigenis vanuit een vitale, gezonde gemeenschap." Een hele mond vol. Eerder blogde ik al over wat we als cv•koers met de thema’s ‘volwassen geloven’ en ‘betrouwbaar getuigen’ willen doen. Waar hebben we het over als we spreken over een ‘vitale, gezonde gemeenschap’, het derde deel van onze inhoudelijke doelstelling?


Over de gemeente van Jezus Christus. Dat in de eerste plaats. Betekent dat heel veel kerknieuws? Nee, daar is een maandblad niet voor bedoeld. De manier waarop cv•koers aandacht wil besteden aan ‘kerk zijn’ is door elke maand goede vragen te stellen over de manier waarop we dat eigenlijk doen. Zoals het Engels zo mooi zegt: ‘how do we do church together’?

Omdat nieuws nu eenmaal gaat over alles wat ‘afwijkt van het normale’ is het de neiging van journalisten om vooral gespitst te zijn op nieuwigheden. Daarom vallen er regelmatig woorden als ‘missionair’, ‘pionieren’ en ‘vernieuwing’, ook in cv•koers. Jammer, eigenlijk, want in veel kerken is het intussen gewoon business as usual. En gaat lang niet alles zomaar vanzelf.

Dat ‘gewone gemeenteleven’ vinden journalisten al gauw ‘saai’, maar mijn stelling is: het is maar net welke vraag je er over stelt.

Neem bijvoorbeeld de kerkelijke vergadercultuur. Niemand zit te wachten op een uitgebreid synodeverslag in cv•koers, maar wat ons wél boeit is een artikel over hoe we eigenlijk precies vergaderen. Is ‘de kerkenraad’ of ‘de synode’ wel de beste manier om de energie van een gemeente aan te spreken? Komen zo de beste plannen boven of sneeuwen die juist onder?

We kiezen bewust voor de woorden vitaal én gezond. Meer leven in de kerkelijke brouwerij is mooi, maar hoe voorkom je dat de kerk ten koste gaat van je geestelijke gezondheid? Het aantal kerkelijk werkers met een burn-out is niet gering en psychologen lopen overal in Nederland aan tegen zowel de lusten als de lusten van een christelijke opvoeding. En hoe ga je het best om met conflicten en meningsverschillen in een gemeente? Helaas zijn die op veel plaatsen aan de orde van de dag. Cv•koers steekt de kop niet in het zand, maar verliest tegelijkertijd nooit de moed.

Tegelijk: in deze netwerksamenleving is de kerk allang niet de enige kring meer waarin we ons begeven. De buurt, de school, de stad, de twittergemeenschap: er zijn – gelukkig ! - allerlei kringen waar we ons leven doorbrengen. De kerk is daar lang niet altijd meer het absolute centrum van. Ook dat wil cv•koers in beeld brengen, door niet alleen het ‘gewone gemeenteleven’, maar ook het ‘leven van alledag’ als het centrum van haar blad te nemen.

Hoe zien we dat dan terug in het volgende nummer?
In het maartnummer laten we ondermeer een jonge denker aan het woord die pleit voor ‘saaie christenen’. Hij raakte gedesillusioneerd door de avontuurlijke missiedrang, maar vond als ‘hoopvol realist’ uiteindelijk toch zijn weg in de kerk.

We signaleren de trend onder christenen om op conferenties, tijdens kerkdiensten en in boeken grote woorden te gebruiken die soms nogal los van het leven van alledag staan. Hoe blijven we met onze benen op de grond en onze handen in de lucht?

We horen graag je reactie!

Volgende week vrijdag op deze plek: wie is wie in de nieuwe redactie van cv•koers? Een teamfoto met wat korte bio’s!

categorie: blad
0 Beoordelingen 0 Reacties
dinsdag, 14 februari 2012, 14:22

Geit_Red_een_KindMisschien heb je meegedaan aan de eindejaarsactie ‘elk kind een volle maag’ van Stichting Red een Kind. Zo ja: gefeliciteerd! Deze actie heeft ruim 170.000 euro opgeleverd. Met dit bedrag worden nu al 180 arme families in onder andere Ethiopië geholpen aan een échte geit, koe, een paar kippen of een groentetuin. 

Bot gezegd: aan geld hebben ze niet zoveel op het platteland in Ethiopië. Daarom heeft Red een Kind een actie ondersteund waarin families geen geld krijgen, maar een geit, een koe, een schaap, geit of groentetuin. “We helpen deze families om de landbouwproductie te bevorderen, zodat ze in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Met de opbrengst van de eindejaarsactie kunnen duizenden families worden geholpen.”

In Ethiopië wordt gewerkt met een ‘pass-on-systeem’. Dit systeem houdt in dat meer families profiteren van koeien, kippen, schapen en geiten. Als een gezin een koe krijgt, is vervolgens het kalf hiervan bestemd voor de buurman. Door één koe aan één gezin te geven, profiteren dus op langere termijn nog veel meer gezinnen in de hele gemeenschap. Een koe of een geit geeft mest voor op het land en melk voor de hele familie. Kippen zorgen ook voor eten en inkomsten. Door dit systeem wordt de betrokkenheid onderling ook groter.

Met deze jaarlijkse actie van Red een Kind kunnen donateurs onder het mom van ‘vooruit met de geit!’ symbolisch aan buren, vrienden of familie een koe, geit, een paar kippen of een groentetuin cadeau doen. Voor veel gezinnen in Afrika en Azië zijn juist deze cadeaus hartenwensen en een rijk bezit voor een arm gezin. 

 


categorie: geloof & leven
0 Beoordelingen 0 Reacties
vrijdag, 10 februari 2012, 19:48

hamburgerHoeveel reclame zie je eigenlijk op een dag? In de bus, op tv, in het blad dat je leest, op facebook? Overal waar je komt, proberen reclamemakers hun product of dienst onder de aandacht te brengen. Jóuw aandacht! Dát het gebeurt is niet echt onderwerp van gesprek. De manier waarop is dat wel. Mag je een product mooier maken dan het is? En zo ja, hoe ver mag je daar in gaan?


Het gebeurt continu. Als je bij een fastfoodketen komt en iets uitzoekt van de borden boven de balie, wijs je iets aan wat je nooit zult krijgen. Het verschil tussen het prachtige broodje hamburger op de posters lijkt maar weinig op de kleffe homp die je even later in je vetvrije papiertje vindt. Toch komen ketens als MacDonalds en Burger King ermee weg.



Ook elders speelt het. Zie je advertenties van de datingsites wel eens voorbijkomen? De personen die figureren in de advertenties zijn modellen, gecast voor het reclamewerk. Wat je op de site vindt, zijn gewone mensen. En misschien vind je die wel veel mooier. Maar de vraag waar het om draait, is 'in hoeverre is dit nu erg?' We laten ons continu voor de gek houden. En we vinden dat kennelijk niet erg. Of wel? Kopen we producten nog als de commercials laten zien wat we echt krijgen? 

Al eerder berichtten we hier over een initiatieven van mensen die het zat zijn. Mensen die protesteren tegen het mooier maken van de werkelijkheid. Want wat bij die hamburger gebeurt, gebeurt ook met echte mensen. Alleen dan digitaal. Met fotobewerkingsprogramma's worden mensen 'mooier' gemaakt dan ze zijn. Vlekjes, rimpels, oneffenheden... Het gummetje in Photoshop biedt uitkomst! 

Dat het gebeurt, weten we. Is het erg? Wat willen we zelf het liefst zien? Wat is de invloed van al die perfecte vrouwen op het zelfbeeld van de lezers en lezeressen van de bladen? Spannende vragen. In het maartnummer van cvkoers staat een artikel van de hand van Eline Hoogeboom. Ze is journalist en meidenwerker en deed uitgebreid onderzoek naar de gephotoshopte werkelijkheid en de invloed daarvan. 


 

categorie: politiek & samenleving
0 Beoordelingen 0 Reacties
vrijdag, 03 februari 2012, 16:14

cover_cvkoers_201201Morgen ligt ‘ie bij de lezer op de mat: de cv•koers van februari 2012. Het is het eerste nummer waar ik als hoofdredacteur aan verbonden ben. In een situatie waarin alles nieuw is, is het verleidelijk om meteen allerlei veranderingen in gang te zetten. Tegelijkertijd hechten lezers juist aan een herkenbaar blad, dat er niet elke maand uitziet als een experiment. En ook wij, als nieuwe redactie, zullen eerst eens aan elkaar en aan het bladstramien moeten wennen.


Daarom kiezen we ervoor niet ineens alles te veranderen, maar per maand drie punten te pakken waar verbetering mogelijk is. Vervolgens horen we natuurlijk graag van lezers of de veranderpunten ook verbeterpunten blijken te zijn!  Zie hier de veranderpunten die in het februarinummer zaten:
 
Vorm
Qua vorm zijn er in het februarinummer een aantal kleinere wijzigingen doorgevoerd. Zo eindigt elk verhaal nu met een rood balletje met een wit pijltje naar links. Een subtiele afsluiter van elk verhaal.
 
Ook nieuw is de kleur van het woord cv.koers onderaan de pagina. Die is rood gemaakt. In zijn algemeenheid zal de presentatie wat zakelijker dan voorheen zijn. Meer wit, minder kleurige, frivole lettertypes. Maar als het verhaal er om vraagt, zullen we qua beeld natuurlijk blijven  uitpakken. Zie bijvoorbeeld de prachtige panoramafotografie van Eljee bij het verhaal ‘Hoe God verscheen in Jorwerd’ .
 
Inhoud
Het veranderpunt qua inhoud in het februarinummer is het veranderen van cv-inspiratie (vier foto´s met inspirerende teksten aan het begin) in cv-entree. Het concept: een fotograaf of kunstenaar die een beeldverhaal in vier delen vertelt. Thematisch heeft het beeldverhaal een inhoudelijke link met een artikel, later in het blad. Zo willen we het goede van cv*inspiratie (vier fraaie foto’s als opener) behouden en tegelijk meer samenhang tussen de foto’s en de rest van het blad aanbrengen.

In het februarinummer ging fotograaf Samuel Otte (www.samuelotte.nl) voor ons een dag de trein in om sporen van ‘publieke liefde’ te ontdekken. Dit is ook de titel van het prikkelende essay van Govert Buijs, in hetzelfde nummer. We horen graag wat lezers denken van het resultaat!
 
Rubrieken
We hebben in het winternummer de rubriek met het feuilleton – laatste pagina’s - afgesloten. Het februarinummer kwam iets te vroeg om met een goed alternatief te beginnen. Vanaf het maartnummer zal er een mooie rubriek op deze laatste pagina’s.
 
Geen rubriek, maar wel gewijzigd is de inhoudsopgave. Vormgever Peter Jansen heeft door een paar slimme keuzes ervoor gezorgd dat deze pagina’s doen wat ze moeten doen: overzicht bieden. Tegelijk hebben we ervoor gekozen de introteksten bij de verhalen korter en prikkelender te maken. Zo willen we van deze pagina’s een echt verleidelijke voorproef van het blad maken.

Ook nieuw: QR-codes
qrcode.3000172Een van de veranderingen in het blad, is de toevoeging van QR-codes. We doen dat niet bij elke cd-recensie, maar vooralsnog alleen bij de artikelen over muziek. Een foto van de besproken artiest of band is mooi, maar het gaat natuurlijk om de muziek. Het even kunnen beluisteren van een nummer voegt daarom wel wat toe.

QR-apps kun je eenvoudig downloaden. QR Reader voor iPhone of QRDroid voor Android-apparaten bijvoorbeeld. Je scant de codes, klikt op de link die wordt weergegeven en luistert naar een liedje bij het interview Een aardige toevoeging, zo leek ons, maar we horen graag of je er ook gebruik van maakt.

categorie: blad
0 Beoordelingen 0 Reacties