home > magazine > thema's > economie & milieu > De schuld ligt niet alleen bij de bankiers
De schuld ligt niet alleen bij de bankiers

0911economieDe wereldwijde Occupy-protesten maken duidelijk dat mensen snakken naar een eerlijke en fatsoenlijke economie. De kredietcrisis stelt ons voor de vraag: welke moraal heeft de economie nodig?


Afgelopen zomer kreeg de kredietcrisis weer een nieuwe dimensie. Nadat de economie in de loop van 2009 langzaam weer de weg omhoog leek te hebben gevonden, klapte in augustus het vertrouwen van de financiële markten weer volledig in door de dreiging van een mogelijk Grieks failliet en het gevaar van besmetting van grote Europese landen. Nog steeds is het alle hens aan dek en de gevaren lijken zelfs nog groter dan in 2008.
Veel mensen brengen de kredietcrisis in verband met een moreel falen van het kapitalistisch systeem. Er heerst een groot ongenoegen over het feit dat het op aandeelhouderswaarde gerichte neoliberale kapitalisme de baten en de lasten van de economie zo oneerlijk lijkt te verdelen. Waar economische groei in de afgelopen decennia vooral ten goede kwam aan de rijken, worden nu de lasten van de grootschalige tegenvallers afgewenteld op de overheden, die als gevolg daarvan zwaar bezuinigen op sociale zekerheid, gezondheidszorg en ontwikkelingshulp; dat alles treft vooral de armen. Tegelijkertijd worden astronomische bedragen klaargezet om de banken te beschermen tegen de gevolgen van hun verkeerde investeringsbeleid in het verleden. Naast alle politiek-economische vragen die de crisis oproept, zijn er dus ook tal van morele kwesties in het geding. De vraag is: wat heeft de economie nodig aan moraal, wil zij op langere termijn weer in balans komen? Daarbij beschouw ik achtereenvolgens de financiële sector, de overheden en de burgers.

1. De financiële sector
Met behulp van verschillende ethische theorieën kunnen we economische verschijnselen en keuzes analyseren. Als het om de oorzaken van de kredietcrisis gaat, lijkt vooral de deugdenethiek van groot belang. Daarbij gaat het om zaken als matigheid, moed, zelfbeheersing, vrijgevigheid, bescheidenheid, ijver, eerlijkheid en rechtvaardigheid. In het bankwezen draait het om vertrouwen. Dat is nodig om de vier kernfuncties van banken te vervullen: het beschikbaar stellen van middelen om betalingen te doen aan andere partijen; het aanbieden van mogelijkheden om veilig te sparen door mensen die hun geld niet nodig hebben voor consumptie; het beschikbaar stellen van leningen aan consumenten en investeerders; risico dragen, dat gepaard gaat met het gebruiken van het geld van spaarders bij het uitlenen aan anderen. Voor het goed vervullen van deze functies dienen in de bedrijfscultuur van financiële instellingen drie deugden verankerd te zijn: integriteit (eerlijkheid, transparantie), zorg voor de klant (dienstbaarheid) en zorgvuldigheid (kwaliteit).

Terwijl integriteit en eerlijkheid morele deugden zijn die voor elke transactie gelden, is de deugd van de zorg voor klanten vooral van belang wanneer er sprake is van ongelijke posities tussen aanbieder en klant. Ook in de financiële dienstverlening is daarvan sprake, omdat klanten vaak weinig inzicht hebben in de complexe producten. Banken moeten daarom niet volstaan met eerlijkheid in het bieden van informatie, maar ook bij het ontwerp van het product en de advisering het langetermijnbelang van de klant op het oog hebben. De deugd van de nauwkeurigheid en kwaliteit heeft vooral betrekking op het goed inschatten van risico’s.

In de (aanloop van de) kredietcrisis heeft het vooral aan de tweede en derde deugd ontbroken. Er zijn wel voorbeelden van financiële instellingen die bewust hun klanten misleid hebben (denk aan Goldman Sachs in de zaak met IKB-bank en ABN AMRO), maar toch is dit niet een belangrijke oorzaak geweest van de kredietcrisis.
Wel heeft het gebrek aan zorg voor de klant een grote rol gespeeld. Een voorbeeld is de verstrekking van subprime hypotheken in de Verenigde Staten, waarbij banken niet of nauwelijks een check uitvoerden op de financiële draagkracht van de gezinshuishoudingen aan wie zij een hypotheek verstrekten. Dit kwam mede doordat zij de hypotheken doorverkochten aan derden en daardoor het risico op derden afwentelden. Hoewel banken in hun gedragscode zeggen het klantbelang voorop te stellen, wordt er in de praktijk vaak (en nog steeds) de hand mee gelicht. De reden is dat banken uiteindelijk toch voornamelijk winstgedreven zijn. Het handelen van managers en verkopers wordt aangestuurd door targets voor omzetgroei en winstpercentages die weinig ruimte laten om het langetermijnbelang van de klant te laten prevaleren als dat niet strookt met de winstgevendheid van de bank.

Het gebrek aan zorgvuldigheid en kwaliteit is misschien wel de belangrijkste oorzaak van de kredietcrisis. De inschatting van risico’s had een erg lage prioriteit, mede doordat weinig mensen de risico’s doorgrondden van de complexe financiële producten die waren gebouwd boven op de subprime hypotheken. Maar juist dit gebrek aan kennis had de banken voorzichtig moeten maken. De onwetendheid van de bankiers geldt daarom niet als een excuus. Een prudente bankier zal alleen in producten handelen waarvan hij of zij over grondige kennis beschikt. Banken moeten hun geld willen verdienen door kwaliteit te leveren, niet door excessieve risico’s te nemen.


Natuurlijk kan men ook nog op andere ondeugden wijzen die de banken parten spelen en die hebben bijgedragen aan het ontstaan van de kredietcrisis. Vaak worden genoemd hebzucht (bonussen), onrechtvaardigheid (door het afwentelen van de schade op de overheid en daarmee op de samenleving als geheel) en arrogantie (waarvan de bekende uitspraak van Lloyd Blankfein, de CEO van Goldman Sachs, dat banken het werk van God doen een illustratie vormt. Maar ook de weerstand van banken om werkelijk de bakens te verzetten geldt als arrogantie).

2. Overheden
Alhoewel men terecht de financiële sector verantwoordelijk kan stellen voor het ontstaan van de kredietcrisis, is zij niet de enige partij. Ook de overheden hebben in belangrijke mate bijgedragen aan de crisis. Zo is het aanbieden van subprime hypotheken vooral op aansporing van de Amerikaanse overheid gebeurd, omdat zij het eigenhuisbezit onder arme Amerikanen wilde bevorderen. Ook heeft het gebrekkige toezicht en de politiek van vrijemarktwerking belangrijk bijgedragen aan de vorming van grote banken en de accumulatie van risico’s door hun investeringsgedrag. En last but not least is het voortduren van de crisis in Europa het gevolg van zwak overheidsbestuur. Lange tijd heeft men gepoogd de kool en de geit te sparen en erop gegokt dat de banken geen verlies hoefden te nemen op hun investeringen in schuldpapier van de zuidelijke Europese landen. Hierdoor zijn de kosten van de bestrijding van de crisis veel hoger geworden. Het illustreert heel duidelijk dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken.

Ook hier is sprake van gebrekkige politieke deugden. Dat geldt allereerst de overheden in de zuidelijke Europese landen, die te weinig discipline hebben opgebracht om hun economie te hervormen en de tering naar de nering te zetten. Dat getuigt niet alleen van gebrek aan politieke moed, maar ook van gebrek aan prudentie, waar deze landen nu zwaar voor moeten boeten. Een andere ondeugd die het bestuur in Europa parten speelt, is de zelfzucht. Het gesteggel en het gebrek aan daadkracht wordt namelijk veroorzaakt door tegengestelde belangen, bijvoorbeeld tussen Duitsland en Frankrijk (waar de banken ook zwaar in Zuid-Europees schuldpapier geïnvesteerd hebben). Maar ook de Nederlandse overheid heeft grote moeite om de economie voortvarend te hervormen en zo een langetermijnperspectief te scheppen voor economisch herstel. En waar zij bezuinigt, gaat dat vooral ten koste van het milieu en armere bevolkingsgroepen. Ook premier Rutte zelf heeft bepaald niet bijgedragen aan een overtuigende visie op de kredietcrisis door maar te blijven beweren dat Griekenland alle schuld terug zou betalen. Elke manager behoort te weten dat je een verlies beter zo snel mogelijk kunt nemen.

3. En wij zelf dan?
Het volstaat echter niet om met de vinger enkel naar banken en overheden te wijzen. Ook wij burgers moeten de hand in eigen boezem steken. Hebzucht, overmoed (in het nemen van risico’s), zelfzucht en ook de andere ondeugden die hierboven de revue passeerden, spelen ons allen parten. Politieke leiders worden gekozen door het volk. Het volk krijgt dus de koning die het verdient. Zodra ons eigen financiële belang gevaar loopt, lopen ook wij te hoop tegen het regeringsbeleid. Daardoor is het moeilijk om de benodigde structurele maatregelen te treffen. Ook wij zijn in het verleden hoge schulden aangegaan om een zo groot mogelijk huis te betrekken en daarom is de weerstand tegen het zo noodzakelijk afbouwen van hypotheekrenteaftrek zo groot. Ook wij nemen risico door ons spaargeld tegen de hoogste rente uit te zetten, maar verwachten wel bij het failliet van de bank dat wij ons geld terugkrijgen en dat de kosten daarvan afgewenteld worden op andere banken (via het depositogarantiestelsel). Kortom, ook wij willen wel de lusten van risicovol gedrag, maar niet de lasten.

Hoe verander je de samenleving?
Met de bovengenoemde analyse van het gebrek aan deugden in de kredietcrisis is ook impliciet een weg aangegeven die kan leiden tot economisch herstel: dienstbaarheid aan de klanten; goed inzicht en zorgvuldigheid bij het nemen van risico’s; zelfbeheersing van de ondeugd van de hebzucht; verantwoordelijkheid nemen om verlies zelf te dragen en niet af te wentelen op anderen; erkennen van fouten en de bereidheid om ervan te leren; politieke moed om noodzakelijke hervormingen door te voeren en verlies te accepteren; en bovenal ook matigheid in het aangaan van schulden en bij het terugdringen van bovenmatige consumptie.

Maar hoe bevorder je dat op alle niveaus van de samenleving deze deugden geactiveerd worden? Daarvoor volstaat het niet om het Beursplein te bezetten en de aandelenmarkt als de bron van alle kwaad te beschouwen, zoals de Occupy-beweging de afgelopen weken deed. Het begint namelijk met een verandering van onszelf als individu in de rol van consumenten of werknemers. Maar om als individuele werknemer deugdzaam te handelen is het vervolgens ook nodig dat de organisatie waarbinnen men werkzaam is, hier ruimte voor biedt. Dus zijn ook veranderingen nodig op het niveau van organisaties. Dan gaat het niet alleen om de formele regels en organisatie van het bestuur van de onderneming (corporate governance), maar ook om de informele regels die de bedrijfscultuur vormen. Deze regels dienen zo te worden ontworpen dat zij deugdzaam gedrag van werknemers stimuleren. Op hun beurt is het ook voor ondernemingen moeilijk om ethiek in de strategie te integreren als de marktomgeving daar geen ruimte toe biedt. Met het oog daarop dient ook de marktwerking aan randvoorwaarden te worden onderworpen, waardoor de markt meewerkt om het deugdzame karakter van mensen en organisaties te vormen, in plaats van uit te hollen. Want hier hebben de actiegroepen die Wall Street bezetten wel degelijk een punt.

En uiteraard is het een belangrijke taak van de overheid om in haar ontwerp van overheidsinstituties oog te hebben voor de invloed die daarvan uitgaat op de gewoonten van burgers. Bijvoorbeeld door belastingstructuren zo in te richten dat het de moeite loont om te sparen. Kortom, wij staan nog voor een geweldige uitdaging om de lessen van de kredietcrisis op al deze niveaus te integreren.

Johan Graafland is hoogleraar Economie, Onderneming en Ethiek aan de Universiteit van Tilburg


Verder lezen?
Voor de liefhebbers twee wetenschappelijke artikelen van Johan Graafland:
• The Credit Crisis and The Moral Responsibility of Professionals in Finance: http://goo.gl/2akwo 
• Calvin's Restrictions on Interest: Guidelines for the Credit Crisis: http://goo.gl/jN19R 

door: 
Johan Graafland

Plaats reactie

Beveiligingscode
Vernieuwen

home > magazine > deze maand

Deze maand

cover_2012_04

thema: politiek & samenleving

thema: kerk & missie

thema: geloof & leven

thema: theologie & filosofie