Het was me het weekje wel. Het leek alsof alles op hetzelfde moment was gepland: de ene na de andere bijeenkomst, waar tout christelijk Nederland elkaar ontmoette: een jubileum van een bevriende organisatie, een congres van de Evangelische Alliantie, een breed overleg over missionaire projecten.
Het hoogtepunt was afgelopen zaterdag, de EO Jongerendag. Dit keer mochten we met de hele familie komen op het zogenaamde relatieprogramma. Toen de kinderen ontdekten wat het woord ‘VIP’ betekent dat op onze parkeerkaart stond waren ze niet meer te stuiten. En inderdaad: we kwamen tegelijkertijd met de minister aan, schudden wat handjes met BN’ers, wuifden wat naar politieke kopstukken, maakten praatjes met oude bekenden en genoten van een hapje en een drankje terwijl we vanaf de tribune de (overigens spectaculaire) openingsact van de Jongerendag meemaakten.
Waarom zou je zoiets doen, kun je je afvragen. En niet onterecht. We zijn er niet om te vieren hoe blij we zijn met onszelf, of om te kunnen pochen dat we een minister van dichtbij hebben gezien. Ik ben niets meer of minder belangrijk dan ieder van die jongeren die op het veld stonden. En ja, een beetje minder kan het soms ook wel, al die feesten en partijen.
Maar toch. Stel dat ik deze week gewoon op m’n eigen kantoortje was gebleven. Dan had ik de verbazing gemist op het gezicht van onze Tomas (6) bij het zien van de 25000 jongeren: ‘Zijn al deze mensen christelijk? Echt? Wooow!’. Dan had ik niet gehoord hoe Rudolf Setz in Assen en door heel Nederland christenen en niet-christenen probeert te verbinden in hun eigen omgeving (en daar de EA-Helixprijs voor kreeg). Dan had ik de opwinding niet gevoeld na een gesprek met een uitgever, waarin ik belangrijke parallellen in ons denken ontdekte. Dan was ik niet geïnspireerd door Otto de Bruijne die sprak over het ultieme Meesterschap: de meester die blijft leren. En dan had ik u dit niet allemaal kunnen vertellen.
Het is misschien wel belangrijker dan het lijkt. Netwerken is net werken. Mijn clubje Agapè is geen eiland in de oceaan, en het is zeer nuttig en nodig om elkaar als kerken en organisaties te kennen. Ik voel me bevoorrecht dat dat deel van mijn taak is. Maar het gaat verder: een week als deze laat me iets zien van Gods grotere beweging in de kerk en in ons land: nieuw leven, unieke samenwerking, verbreding en verdieping van de Kerk. Woord en daad die steeds meer hand in hand gaan. Onderlinge geschilpunten die wegvallen omdat de nood van de wereld dat gewoonweg niet meer toelaat.
Dat ontdekken is meer dan de moeite waard en inspireert om door te gaan. En voor iedereen die nog een beetje sceptisch is: geen nood. Ik ga nu weer aan het werk.


























Plaats reactie