forum
"Een Paars kabinet is geen drama"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
Cees Dekker en Tom Zoutewelle in debat over Genesis

Twijfels bij het begin van de Bijbel


kaders:
Tweeluik: Omgang met de Bijbel
EO-onderzoek over Genesis
De betrouwbaarheid van de Bijbel is een heet hangijzer, zeker als het gaat om Genesis 1-3. Maar als schepping en zondeval niet op deze wijze hebben plaatsgehad, komt het hele geloof dan niet onder vuur te liggen? Een debat.

Door Tjerk de Reus


Twijfels bij het begin van de Bijbel Uit onderzoek van de Evangelische Omroep blijkt dat in de achterban van de omroep het geloof dat God de aarde schiep in zes dagen van 24 uur, licht groeiende is. Toch is juist in de afgelopen jaren de evolutietheorie minder vijandig en argwanend bejegend in behoudend christelijke kring. Het overtuigde creationisme dat de EO en de Evangelische Hogeschool in de jaren zeventig uitdroegen lijkt verdwenen te zijn, terwijl tal van orthodoxe dominees en opinieleiders verklaren geen moeite te hebben met een miljarden jaren oud heelal.
Maar als de letterlijke lezing van het scheppingsverhaal op de tocht komt te staan, is het de vraag waar de zondeval blijft. Als de mens geleidelijk, door evolutie, ‘geschapen’ is, wanneer heeft hij zich dan afgekeerd van God? Als de mens niet op een bepaald moment in de geschiedenis zélf de keuze heeft gemaakt voor het kwaad en dus daadwerkelijk ‘gevallen’ is - hoe kun je dan nog zeggen dat de mens schuld heeft tegenover God? Als de mens eigenlijk altijd al ‘slecht’ was, hoe moet je dan Jezus’ verzoenend lijden en sterven opvatten? Kortom, gaat niet het hele gebouw van de christelijke geloofsleer wankelen als we schepping en zondeval anders interpreteren?
Cees Dekker (1959) is hoogleraar moleculaire biofysica in Delft. Hij is een van de aanjagers van de discussie over Intelligent Design in Nederland. Hij vindt dat evolutie en geloof elkaar niet uitsluiten. Hij benoemt de wording van mens en wereld als een ‘theďstische evolutie’: een evolutie die door God wordt geleid en gestuurd. Tom Zoutewelle (1958) is bioloog en geoloog. Hij is voorzitter van stichting Creaton: een organisatie die creationistisch gedachtegoed uitdraagt. Hij stelt vraagtekens bij de waarheidsaanspraken van de evolutietheorie. De Bijbel leest hij letterlijk, dus ook Genesis.

Scheppingsdaad
Stel, je zit op zondagmorgen in de kerk of in de samenkomst en de bijbellezing betreft de eerste drie hoofdstukken van Genesis. Wat zegt die Schriftlezing u?
Cees Dekker: ,,Het begin van Genesis is een van mijn favoriete bijbelgedeelten. Het is een fantastisch verhaal over hoe God in zijn geweldige macht de hele kosmos maakte en alles daarin. En het is ook het verhaal van de mens: gemaakt naar het beeld van God, maar gevallen in zonde. Deze hoofdstukken hebben een grote schoonheid die mij diep beroert. Het vertelt me wie de mens is en wie God is.
Als het gaat om de vraag: heeft wat hier beschreven wordt letterlijk zo plaatsgevonden, dan aarzel ik sterk. Mijn denken hierover is veranderd in de loop van de tijd. Ik stond in het begin wel open voor de opvattingen van het creationisme. Maar toen ik me er echt in ging verdiepen vond ik het niet langer houdbaar. Ik denk nu in termen van een theďstische evolutie: evolutie als een scheppingsdaad van God. Alle christenen in de wereld zijn het erover eens dát God de Schepper is. Maar: hóe is Hij scheppend bezig geweest, hoe maakte Hij de wereld? En hoe kom je daarachter?
Om daarop antwoorden te vinden, zijn er twee bronnen: de Bijbel en de natuur. Beide zijn afkomstig van dezelfde Auteur, dus je zou zeggen: er moet consistentie tussen beide bestaan. Maar het goed lezen van die beide bronnen brengt ook moeilijkheden met zich mee als we erover gaan nadenken. Als je denkt aan de natuurwetenschap kun je niet anders dan concluderen dat deze methode veel successen heeft opgeleverd. We zijn ontzettend veel te weten gekomen over de natuur. De natuurwetenschappelijke gegevens leiden tot een ‘plaatje’ van de ontwikkeling van mens en wereld: 13,5 miljard jaar geleden vond een oerknal plaats, 4,5 miljard jaar geleden werd onze aarde gevormd, 3,5 miljard jaar geleden ontstond bacterieel leven en ongeveer 100.000 jaar geleden kwam de mens in zijn huidige vorm op het toneel. Weten we nu alles? Natuurlijk niet. Er zijn talloze moeilijke vragen waarop we helemaal geen antwoord weten. De natuur is niet gemakkelijk ‘te lezen’. Dat maakt je bescheiden, juist ook als wetenschapper.
Naast deze kennisbron van de wetenschap hebben we de Bijbel. Dat is voor mij een boek met gezaghebbende woorden van God. Maar ook deze bron brengt zijn eigen vragen mee. Hoe moet je de Bijbel lezen? Hoe is het bedoeld? Wil alles in de Bijbel letterlijke geschiedenis vertellen? Rond Gods schepping van de natuur zijn voor mij de natuurwetenschappelijke gegevens tamelijk overtuigend. Ik ben overtuigd van een oud heelal en van een evolutionaire ontwikkeling die tot het bestaan van de mens heeft geleid. Is er dan een tegenstelling tussen beide bronnen? Ik ben tot de conclusie gekomen dat ik de eerste hoofdstukken van Genesis anders moet lezen, niet als een letterlijk natuurhistorisch verslag. Ik aarzel om alles symbolisch te noemen. Want er is wel degelijk een historische kern aanwijsbaar in de oorsprongsverhalen in Genesis. Maar wat precies en hoe? Dat zijn moeilijke vragen.
De eerste hoofdstukken uit de Bijbel leren ons een heleboel belangrijke waarheden: dat God de Schepper is van alles wat is, dat de mens geschapen is naar Gods beeld, dat er goed en kwaad is en dat de mens dit onderscheid kent. Dat de mens een bestemming heeft (leven in relatie met zijn Schepper en de schepping), dat de mens wil heersen, macht wil hebben, wil ‘zijn als God’, verkeerde keuzes maakt en uiteindelijk daardoor zijn bestemming mist en in een gebroken wereld leeft. Dit is een uitzonderlijke lijst inzichten. Vrijwel al deze punten zijn echter zaken van niet-natuurwetenschappelijke aard. Het is daarom ontzettend jammer dat discussies over het Genesisverhaal zo vaak verengen tot natuurwetenschappelijke kwesties zoals de leeftijd van het heelal. Ik denk dat deze bijbelteksten niet bedoeld zijn om natuurwetenschappelijke problemen op te lossen.’’
Tom Zoutewelle: ,,Genesis is voor mij het fundament van de Bijbel. Omdat daarin - in een niet-wetenschappelijke en dus voor mij niet altijd duidelijke taal - de start beschreven wordt van de wereld en van ons bestaan als mensen. Daarop volgt dan al snel die merkwaardige anticlimax van de zondeval. Als je naar de rest van de Bijbel kijkt, kun je constateren dat daarop wordt voortgebouwd. De zondeval heeft beslissende betekenis voor de wijze waarop de dood van Jezus wordt geďnterpreteerd. Bovendien is de zondeval actueel: leed, verdriet en haat zien we om ons heen. De zondeval is dus onopgeefbaar.
Ik vind overigens niet alleen de eerste drie hoofdstukken van Genesis van belang, ook de hoofdstukken verderop waar het gaat over de zondvloed. De toenmalige wereld is door een oordeel van God weggevaagd. In de afgelopen twee, drie eeuwen is duidelijk geworden dat de zondvloed een belangrijk thema is. Dat hangt samen met de ontwikkeling van de geologie. In de aardlagen vinden we de historie van het leven, een sleutel tot het begrip van de aarde en haar ontwikkeling. Maar hoe duid je die? Aanhangers van de evolutietheorie duiden de informatie die we uit de aardlagen kunnen afleiden als het fotoalbum van het evolutieproces, terwijl een creationist er de registratie van een ramp in ziet. Daarin verschillen Cees Dekker en ik van mening.
Daar wil ik nog iets aan toevoegen. Ik denk dat het belangrijk is om Genesis letterlijk te lezen. De ervaring leert dat wanneer je daaraan gaat morrelen, kerken en universiteiten eindigen bij het ter discussie stellen van Jezus en van de Bijbel als geheel. Dat zie je vaak om je heen, denk maar aan de geschiedenis van de Vrije Universiteit. Tegelijk erken ik dat ik de teksten van Genesis niet altijd kan plaatsen.’’
 
Wat bedoelt u met ‘niet kunnen plaatsen’?
Zoutewelle: ,,Ze zijn niet altijd te relateren aan wetenschappelijke gegevens. Het was voor mij een eyeopener om van een kenner van het Hebreeuws te horen dat in het eerste vers van Genesis - ‘In het begin schiep God de hemel en de aarde’ - een woord voor ‘hemel’ wordt gebruikt dat ook ‘heelal’ kan betekenen. Dat geeft mij de gelegenheid om de astronomische gegevens te accepteren die wijzen op een oud heelal - minstens miljarden jaren. Maar toch: wetenschappelijke theorieën blijven theorieën. Het zijn inzichten die vrijwel altijd later weer worden bijgesteld.
Mijn visie op Genesis als geheel gaat dus uit van een letterlijke overdracht. De verhalen hebben een historisch betrouwbare basis. Maar hoe is Genesis als geschrift tot ons gekomen? Bepaalde stukken zijn misschien visioenen geweest die God aan Adam of aan een ander schonk, een uniek zicht op wat God gedaan heeft bij de schepping van de wereld. Hier liggen voor mij vragen, maar ik wil geen afbreuk doen aan de letterlijke strekking van de bijbeltekst.’’
Dekker: ,,Maar het is toch duidelijk dat wij in de christelijke traditie de Bijbel niet zien als een letterlijk dictaat van Godswege? De islam beschouwt de Koran als een boek dat als het ware letterlijk uit de hemel kwam vallen. Wij zien de Bijbel echter als een boek dat door boeren, geleerden, koningen en dichters is geschreven. We geloven dat Gods Geest deze bijbelschrijvers heeft geďnspireerd. Maar Amos was een boer en dat speelt mee in de wijze waarop hij zijn bijbelboek heeft geschreven. We mogen nadenken over de context van de tekst, over wat het in die tijd betekende en wat het voor ons betekent. Zo lees ik althans de Bijbel. Door al die verschillende teksten en bijbelboeken heen mogen we de kern vinden: het verlossingswerk van Jezus.’’
Zoutewelle: ,,Ik neem stelling tegen het gemak waarmee evangelische en reformatorische christenen meelopen met de heersende opinies over de historische betrouwbaarheid. Men accepteert vrij snel bepaalde meningen, terwijl er in Nederland nauwelijks theologen zijn die echt verstand hebben van bijvoorbeeld de bijbelse archeologie. Er worden heel vaak conclusies getrokken die niet zijn gebaseerd op kennis van zaken.’’
 
Schriftvisie
In hoeverre doet de context van de bijbelschrijver mee?
Zoutewelle: ,,Ik geloof met Cees dat je de Bijbel ook moet beschouwen vanuit de tijd waarin hij geschreven is. Ik ben in Israël geweest en ik merk dat dit veel zegt voor de betekenis van de Bijbel. Natuurlijk, cultuur speelt een rol. Maar toch staat er in Timoteüs: de gehele Schrift is van God ingegeven. Hoe ga je nu om met het diepe besef dat God heeft gewild dat het op deze wijze opgeschreven werd?’’
Dekker: ,,Ik voel wel mee met dr. Sam Janse, die in het vorige interview (in het meinummer van CVKoers, red.) aan het woord was. Zijn gespreksgenoot, dr. Van den Belt, was van mening: het staat in de Bijbel, dus zo is het. Dat is mij te gemakkelijk. Ik herken wat Sam Janse zegt: de kern van mijn geloof is mijn relatie met Jezus. De Schriftvisie is niet de kern van ons geloof. Dat is Jezus. Jezus zelf gaat serieus om met het Oude Testament. Maar Hij doet dat niet wettisch, zoals de Farizeeën. Hij pakt de kern ervan en past het toe in het leven. Dat vind ik een inspirerende manier van bijbellezen.’’
Zoutewelle: ,,Ik ga met je mee als je zegt: het hart van de Bijbel is Jezus. Dat is ons gemeenschappelijk fundament. Tegelijk zie ik twee dingen. Als mensen tot geloof komen, accepteren ze vrijwel altijd de volstrekte betrouwbaarheid van de Bijbel. Tegelijk zie je dat geloofsafval parallel loopt met de manier waarop men tegen de Bijbel aankijkt.’’
Dekker: ,,Het is de vraag wat oorzaak en gevolg is. Jij zegt: men kijkt anders tegen de Bijbel aan en dat leidt tot afval van het geloof. Ik vind de vraag waarom er geloofsafval is en waarom de kerkverlating zo massaal is, een heel moeilijke vraag. Ik weet het antwoord daarop niet zo goed. Er zijn veel factoren die daarop van invloed zijn. Dat je de oorzaak ervan eenzijdig legt bij de visie op de Bijbel vind ik eigenaardig.’’
Zoutewelle: ,,Dat is niet eigenaardig, het ligt juist voor de hand. Kijk maar naar de geschiedenis. In de Verlichting ging de mens kritische vragen stellen aan de Bijbel. Nu stel ik ook wel vragen, maar ik vind niet dat die vragen het gezag van de Bijbel mogen ondermijnen.’’
Dekker: ,,Je hebt gelijk als je zegt dat veel ontwikkelingen die hebben geleid tot het seculiere wereldbeeld, zijn begonnen in de Verlichting. Maar het probleem is niet het feit dat mensen kritische vragen gingen stellen. Het gaat erom dat in de Verlichting de mens zichzelf centraal ging stellen. Vanuit dat ik-gerichte mensbeeld kwam er vervolgens geloofsafval en kritiek op de Bijbel. Dat is in feite een herhaling van het verhaal van de zondeval.’’
 
Het ‘project mens’
Laten we terugkeren naar de verhouding tussen de Bijbel en de wording van de aarde, zoals bestudeerd door de natuurwetenschap. Dekker zegt: Genesis heeft voor mij een grote zeggingskracht. Maar kan dat zomaar, als je tegelijk constateert dat er geen historie onder ligt? Als je zegt dat je in Genesis 3 ziet dat de mens geneigd is tot het kwade, dan lijkt het voor de hand te liggen dat de mens dus ooit bewust voor het kwade heeft gekozen. Waarom zou de mens anders schuldig zijn?
Dekker: ,,Dit is een belangrijk punt en ik wil dat graag toelichten, al blijven er voor mij puzzels en vragen. Aan de ene kant kun je zeggen: Genesis vertelt een beeldverhaal. Dat betekent dat het een symbolisch verhaal is over jou en mij. Over de waarheid daarvan is wat mij betreft geen discussie. De zondeval vindt dagelijks plaats. Vervolgens kun je veronderstellen dat er ooit een historische Adam is geweest, die de stap naar het kwaad daadwerkelijk heeft gezet. Ik neig ernaar het inderdaad zo te zien.
Hoe dat dan gegaan is, weet ik niet precies. Ik zie wel dat de mens sterk verwant is met andere levensvormen die we op aarde hebben, vooral met de grote mensapen. Dat zet me erg aan het denken. De evolutionaire geschiedenis van de mens, dus afstammend van de mensapen, vind ik zeer aannemelijk. Hoe meer ik erover lees, hoe meer dat bevestigd wordt. Maar de mens verschilt tegelijk ook beslissend van mensapen of welke andere levensvorm dan ook. De mens is het meest uniek in zijn geestelijke vermogens: zijn abstractievermogen, zijn zelfbeschouwing, zijn morele geweten, en wel bij uitstek zijn religieuze oriëntatie. Daarin zit een groot onderscheid met de dieren. God heeft op een gegeven moment het ‘project mens’ gestart, het bewustzijn in hem gelegd en zo de mens tot mens gemaakt.
C.S. Lewis heeft hierover gezegd dat God met het evolutionaire proces een mensachtig dier ontwikkelde in een vorm die geschikt was om te fungeren als drager van zijn beeld. God schiep in deze mensachtige primaat een nieuw bewustzijn, waardoor deze mensachtige een mens werd, een persoon die zichzelf kende, die God kende, die waarheid, schoonheid en goedheid kon onderscheiden, die in een paradijselijke toestand verkeerde totdat hij wilde zijn als God. Lewis benadrukte dat wij geen idee hebben over de specifieke daad waarmee deze onmogelijke wens om ‘te zijn als God’ tot uiting kwam. Dit had natuurlijk het ‘eten van de vruchten’ kunnen zijn, maar die kwestie is van geen enkel belang, zegt Lewis.
Ik voel me wel thuis in deze zienswijze. Ik denk dat het verhaal van paradijs en zondeval ons een indruk geeft van wat er historisch is gebeurd. Maar dat de details van het verhaal historisch zijn bedoeld, geloof ik niet.’’
Zoutewelle: ,,Je brengt jezelf met zo’n verhaal in een moeilijke positie. De seculiere wetenschap zit niet te wachten op zo’n samenvoeging van christelijk geloof en wetenschap. Een geleide evolutie is even vreemd voor een wetenschapper als het geloof in een schepping.’’
Dekker: ,,Je hebt gelijk, het is een moeilijke positie, want het is een genuanceerd verhaal. Maar waarom zou ‘simpelheid’ het leidende principe moeten zijn? Het gaat me om de zoektocht naar de waarheid.’’
Zoutewelle: ,,Wetenschappers hebben niks met geleide evolutie. Het is of het een of het ander. Jij wilt tussen evolutie en creationisme in gaan zitten. Je maakt daarbij keuzes die je mijns inziens wetenschappelijk onvoldoende verantwoordt, zoals de verwantschap tussen mens en dier. Ik ken de paleontologische gegevens vrij goed en het is voor mij een volstrekt onacceptabel denkbeeld. Jij neemt juist op dit vlak een beslissing die voor het lezen van de Bijbel verstrekkende consequenties heeft. Dat vind ik jammer.’’
Dekker: ,,Ik denk juist dat het creationisme te gemakkelijk resultaten van wetenschappelijk onderzoek naast zich neerlegt. Maar belangrijker is het te beseffen dat we deze discussie eigenlijk anders moeten benaderen. Het conflict is niet: evolutie of God. Het is een strijd tussen twee wereldbeelden. Of je kijkt op een volkomen seculiere, atheďstische manier naar de werkelijkheid, waarin alleen materie, natuurwetten en toeval gelden - of je start bij God als Schepper, die de mens maakte om een relatie met Hem te hebben. Mensen moeten zich realiseren dat de waterscheiding plaatsvindt tussen deze twee wereldbeelden. Dáár gaat de culturele strijd over, over geloof versus atheďsme.
Christenen moeten niet de strijd aangaan ‘tegen de evolutie’. Evolutie als een biologisch verschijnsel van het overgaan van de ene soort in de andere soort is niet strijdig met fundamentele aspecten van het christelijk geloof. Het ondermijnt ook niet de centrale christelijke geloofswaarheden, zoals schepping, zondeval en het verlossingswerk van Jezus. We kunnen op dat vlak elkaar de hand reiken.’’
Zoutewelle: ,,We moeten elkaar zeker de hand reiken, maar ik zou wensen dat in de toekomst wetenschappelijke discussies als de afstamming van de mens grondiger gevoerd zullen worden. Dat zal vruchtbaar zijn, als we ons tenminste niet ingraven in onze stellingen.’’
Dekker: ,,Een blijvende bezinning vind ik noodzakelijk. Maar ik denk dat die bezinning vooral zal gaan over het gezag van de Bijbel.’’



Dit artikel maakt deel uit van het dossier In den beginne

Dit artikel is verschenen in CV·Koers juni 2007

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving