Nieuwe kerkvormen (2): De Spil
kaders:
• De Spil: visie & kernwaarden
,,Ergens in je is een verlangen wakker geworden, naar rust, naar tijd en een plek om rustig na te kunnen denken’’, lees ik in het notitieboekje dat ik bij aankomst kreeg. ,,Het begint altijd met verlangen’’, zegt Victor. ,,Een verlangen dat God in je hart legt, een verlang naar Hemzelf.’’
Door Ronald Westerbeek
Bezinningshuis De Spil is geen gemeentestichting en is ook niet in de eerste plaats gericht op postchristelijke, postmoderne zoekers, maar op christenen die verdieping zoeken van hun omgang met God. Toch past het in deze serie. Want wat De Spil wil zijn, sluit goed aan bij wat veel postmoderne mensen zoeken op hun geestelijke zoektocht: spiritualiteit, bezinning, het gevoel opgenomen te zijn in een eeuwenoude traditie van meditatie, toewijding en gebed.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Kerk en postchristendom
Dit artikel maakt deel uit van de serie Nieuwe kerkvormen
Dit artikel is verschenen in CV·Koers september 2007
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
Tussen herberg en klooster
kaders:
• De Spil: visie & kernwaarden
,,Ergens in je is een verlangen wakker geworden, naar rust, naar tijd en een plek om rustig na te kunnen denken’’, lees ik in het notitieboekje dat ik bij aankomst kreeg. ,,Het begint altijd met verlangen’’, zegt Victor. ,,Een verlangen dat God in je hart legt, een verlang naar Hemzelf.’’
Door Ronald Westerbeek
Bezinningshuis De Spil is geen gemeentestichting en is ook niet in de eerste plaats gericht op postchristelijke, postmoderne zoekers, maar op christenen die verdieping zoeken van hun omgang met God. Toch past het in deze serie. Want wat De Spil wil zijn, sluit goed aan bij wat veel postmoderne mensen zoeken op hun geestelijke zoektocht: spiritualiteit, bezinning, het gevoel opgenomen te zijn in een eeuwenoude traditie van meditatie, toewijding en gebed.De Spil is een mooie, oude dorpsboerderij aan de rand van Giessenburg, een dorpje in de Alblasserwaard. Als ik aarzelend achterom loop over het knerpende grind, word ik nog ongezien al hartelijk verwelkomd. Als ik de hoek om ga, zie ik een grote, robuuste tafel, die berekend is op gasten. Tonny en Victor van Heusden zitten er aan de koffie en voor ik het weet, zit ik er ook, met een dampende mok koffie en een dikke plak ontbijtkoek en uitzicht op de uitbundig groene tuin. Zo vanuit de ochtenddrukte van m’n gezin, de stad en de snelweg, stap ik hier een gemoedelijkheid en rust binnen, die op zich al een weldaad is - een goede daad aan mensen.
Zoeken naar God
Zoeken naar God
Victor geeft me een retraitejournaal, een mooi vormgegeven schriftje waar enkele handreikingen in staan en verder vooral ruimte om aantekeningen te maken tijdens de dagen dat je hier verblijft. Elke dag is er een morgengebed, een middaggebed en een avondgebed, in de kleine kapel achter in de tuin. Op vaste tijden is er koffie, thee of maaltijd, waar je eventuele andere retraitegangers kunt ontmoeten. Dat geeft structuur aan je dag. Verder ben je vrij om zelf invulling te geven aan je tijd hier, door het lezen van een goed boek, te wandelen in de polder, te fietsen of je terug te trekken in het kapelletje om stil te zijn voor gebed en meditatie. ,,Mensen komen altijd met hun verhaal’’, zegt Tonny. ,,Ze komen zelf aan met hun vragen, naar een nieuwe richting, naar zingeving, een zoeken naar God.’’
En ja, ook niet-kerkelijke zoekers belanden hier weleens. ,,Laatst nog een jonge vrouw’’, vertelt Victor. ,,Ze had Eindelijk thuis gelezen, van Henri Nouwen. Via internet kwam ze bij ons terecht, om hier iets te vinden van wat haar in dat boek zo had geraakt. Nouwen wordt véél gelezen, merken we hier.’’
Kloostertraditie
Dan wijst Victor me mijn kamer. En daar zit ik even later dan, als een novice in zijn kloostercel, alleen met mezelf en de stilte. De kamer is eenvoudig en sober: een ijzeren ledikant, een bureautje, een wastafel met een ovale spiegel erboven en een houten kruisje aan de wand. Door het open raam hoor ik het ruisen van de hoge populieren. Ergens kakelt een kip. In huis is het stil. Geen andere afleiding dan mijn dwalende gedachten.
Straks om 12.00 uur is het middaggebed. Voor die tijd wil ik me concentreren op het doel van deze retraite. Maar hoe doe je dat? ,,Om vanuit de drukte van deze wereld tot rust te komen, ‘stil te vallen’, valt vaak niet mee’’, lees ik in het notitieschriftje. ,,Het blijkt dat luisteren naar de stem van God en van je hart geen eenvoudige opgave is.’’ Het boekje helpt me op weg met enkele aanwijzingen uit de kloostertraditie, om te komen tot ‘Lectio Divina’, ofwel: geestelijke lezing van Gods Woord. Dat begint met stil worden, echt de tijd nemen om je in de stilte te richten op God. ,,Sluit je ogen als de omgeving je afleidt of houd ze open als je gedachten met je op de loop gaan.’’ Dan open ik mijn (Engelse) bijbeltje en kom terecht bij Psalm 27: ,,Thou hast said: ‘Seek my face’. My heart says to thee: ‘Thy face, Lord, do I seek.’ Hide not thy face from me.’’ Ik lees de hele psalm enkele malen hardop en blijf telkens haken bij dit achtste vers. Wil God me iets duidelijk maken? ,,Kauw en herkauw het’’, helpt het schriftje me, ,,zodat het ‘iets’ met jou doen kan. Het is immers belangrijker dat het Woord iets met ons doet, dan dat wij iets met het Woord doen.’’
Neerknielen
Als ik even voor 12.00 uur het kleine kapelletje betreed, klinkt daar zachtjes gewijde muziek. Het zonlicht valt gefilterd naar binnen door de kleine, gebrandschilderde ramen. Mijn blik wordt getrokken naar het gebeeldhouwde kruis voor in de kapel, met daarnaast de grote Christuskaars, die rustig brandt, als symbool voor Gods aanwezigheid. Links hangt een reproductie die je ook in het huis telkens tegenkomt: de terugkeer van de verloren zoon, geschilderd door Rembrandt.
Op de houten vloer liggen knielmatjes en houten knielbankjes, waar ik nog wat onhandig mee ben. Maar als ik geknield zit, merk ik dat dit aanmerkelijk comfortabeler is dan het knielkussen dat ik thuis gebruik. Op mijn kussen thuis staat: ‘Aan uw voeten Heer, is de hoogste plaats, daarom kniel ik neer bij U.’ Het zijn deze woorden die ik ook nu op me laat inwerken.
In de stilte word ik me bewust van de geur van de kaars en van mijn eigen ademhaling, die rustiger wordt en dieper. Er komt vrede over me. De liturgische viering is eenvoudig maar sacraal. We zingen een lied uit een bundel met liederen uit het Liedboek, Opwekking en de Taizébundel. Tonny leest een gedeelte voor uit Paulus’ brief aan de Filippenzen: ,,Ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen bereiken waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft. Ik vergeet wat achter me ligt en richt me op wat voor me ligt. Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept.’’ In de stilte overdenken we deze woorden.
Wat betekenen deze woorden voor mij? Wat doet het in mij? Ik voel verlangen om net als Paulus zo gegrepen te zijn door de liefde van Jezus, dat ik me niet meer laat afleiden door al die dingen in mijn leven die er zo weinig toe doen. Om net als hij volkomen gericht te zijn op de doorbraak van Gods Koninkrijk in mij en door mij heen. En dan word ik opnieuw bepaald bij de woorden van Psalm 27: ,,I believe that I shall see the goodness of the Lord in the land of the living! Wait for the Lord, be strong, and let your heart take courage, yea, wait for the Lord!’’
Rituelen
,,Ruikt lekker, hè?’’, zegt Victor als hij me later die dag tientallen kistjes toont, die hoog staan opgetast in het bezinningshuis. ,,Dat is het hout.’’ Hij heeft de kistjes, met fraai ijzeren beslag, zojuist ergens op de kop getikt. ,,Kijk,’’ zegt hij, ,,dit ga ik ermee doen.’’ Eén kistje heeft hij van inhoud voorzien: een knielbankje (,,die maakt de timmerman hier op het dorp voor me’’), een kaars, een icoon en een kruis. Zo’n kistje kunnen de gasten meenemen naar huis. ,,We hebben behoefte aan rituelen’’, zegt Victor. ,,Wij protestanten zijn er wat huiverig voor geworden, maar rituelen en vaste vormen bieden houvast, ze kunnen je helpen om tot de inhoud te komen.’’
Als we na de broodmaaltijd samen staan af te wassen, komt het gesprek op de leer van het christelijke geloof. ,,Dogmatiek is in onze tijd een vies woord geworden’’, merkt Victor op. ,,Zeker in die flanken van de kerk waar mystiek en spiritualiteit al langer een plek hebben verworven. Maar ik geloof dat er in onze tijd juist een groot gebrek aan kennis van het Woord van God is. Het is een misvatting dat kennis in tegenspraak zou zijn met spiritualiteit of beleving. Iemand zei ooit: ‘Spiritualiteit bloeit op de takken van de dogmatiek.’ En zo is het: echte spiritualiteit komt voort uit kennis van het Woord, het levende Woord ook: de Logos, Christus.’’
De rest van de middag breng ik door op mijn kamertje en opnieuw in de kapel, ditmaal alleen. ,,In deze woordeloze stilte bewijst God zijn liefde aan je’’, lees ik in het schriftje. ,,Het Woord, het levende Woord, is met je. Dat heeft geen bewijs nodig, zelfs geen ervaringsprikkels, eenvoudig geloof is voldoende. Als je dit een of twee keer per week beoefent, dan zul je merken... nee, misschien merk je wel niets. Maar intimiteit, bezinning en in gebed zijn bij de Levende God levert ons wel iets op. Doe en beleef het zelf maar.’’
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Kerk en postchristendom
Dit artikel maakt deel uit van de serie Nieuwe kerkvormen
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
