forum
"Fors bezuinigen? Prima, maar niet op zorg!"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
CSFR-bundel over de positie van christenen in het publieke domein

Strijdbaar of lijdzaam?


kaders:
CSFR-lustrum: congres en boek
Moeten christenen manhaftig op de bres staan wanneer de naam van Christus wordt belasterd – net als moslims dat doen als de eer van Mohammed in het geding is? Of moeten we de smaad juist geduldig verdragen en de liefde van Christus tonen? Deze vragen stelt de landelijke studentenvereniging CSFR in haar lustrumbundel Strijdbaar of lijdzaam. Een gesprek met co-auteurs dr. Gijsbert van den Brink en ds. Wim Visscher.

Door Willem-Henri den Hartog en Tjerk de Reus


Strijdbaar of lijdzaam? Wie christen is, heeft een probleem. Je hoort bij Christus en niet meer bij de wereld. Tegelijkertijd maak je nog wel deel uit van die wereld: je leeft te midden van je medemensen, neemt deel aan hetzelfde maatschappelijke leven, deelt in dezelfde onvolkomenheden. Kortom: je blijft met huid en haar een mens van vandaag, maar tegelijkertijd is er je ‘burgerschap in de hemelen’. Naar welke kant moet de balans doorslaan? Naar het hemelse burgerschap of naar het aardse bestaan? Moeten christenen zich afzijdig houden van de postchristelijke samenleving en cultuur of juist volop deelnemen aan die samenleving en cultuur om zo een zoutend zout te kunnen zijn?
Dit is het dilemma dat de CSFR aan de orde stelt in haar lustrumbundel Strijdbaar of lijdzaam. Reden genoeg om dit dilemma op de agenda te zetten: recente cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau maken nog weer eens duidelijk dat christenen een kleine minderheid zijn geworden; en hun aandeel zal nog verder afnemen, terwijl de maatschappelijke invloed van libertijnen en moslims groeit. Hoe moeten kerk en christendom inspelen op een situatie waarin zij worden gemarginaliseerd? Op de bres gaan staan wanneer Madonna tijdens een van haar songs aan een kruis gaat hangen? Naar de rechter stappen, zoals de SGP-jongeren deden? Hebben we als christenen te veel over ons heen laten lopen en kunnen we wat dat betreft iets leren van de moslimgemeenschap?
 
Een toontje lager
Dr. Gijsbert van den Brink (43) is docent theologie aan de Universiteit Leiden en medesamensteller van de CSFR-lustrumbundel. In zijn bijdrage aan de bundel constateert hij dat er verschillende afwegingen mogelijk zijn. Het is wat hem betreft de vraag of kerken en christenen het weer ,,als een belangrijk, misschien wel hét belangrijkste onderdeel van hun geloof moeten gaan beschouwen om sociaal-maatschappelijk relevant te zijn. En zo ja, dient hun inzet dan vooral gericht te zijn op het zo veel mogelijk veiligstellen van het bestaande erfgoed, dat wil zeggen van de sporen van christelijke invloed die onze samenleving in de loop der eeuwen ondergaan heeft en waarvan zij nu in rap tempo bezig is zich te ontdoen? Of moeten we het verlies daarvan juist niet te zeer betreuren, maar veeleer creatief en flexibel op de veranderde situatie inspelen? Dat laatste kan bijvoorbeeld door in te zetten op de sociale gaten die in onze samenleving vallen als gevolg van een terugtredende overheid of door te zoeken naar nieuwe, speelse vormen van geloofsoverdracht die aansluiten bij de hedendaagse belevingscultuur.’’
Er is echter ook een andere mogelijkheid volgens Van den Brink: dat we als christenheid juist ,,niet zo veel verwachtingen meer koesteren van nieuwe pogingen om het geloof te betrekken op de maatschappij. Misschien moet de kerk vandaag wel een toontje lager zingen, in plaats van zo nadrukkelijk te blijven streven naar beïnvloeding van de samenleving. (…) Wanneer de kerk werkelijk relevant wil blijven voor de samenleving, moet zij zich misschien juist in een zekere afzondering terugtrekken tot haar core business, namelijk de voortgang van de eredienst en de geloofsoverdracht.’’
 
Geestelijke luiheid
Ds. Wim Visscher (51) is predikant van de gereformeerde gemeente van Amersfoort. Tijdens zijn studiejaren - hij studeerde economie - was hij lid van het Rotterdamse dispuut van de CSFR. Hij is van mening dat de genoemde vragen krachtig op de agenda moeten worden gezet, want het belang ervan wordt nog maar nauwelijks ingezien. Visscher: ,,Ik ontdek bij de kerken nog geen begin van een bezinning op het staan in de seculiere samenleving. Onlangs signaleerde ds. H. Klink in het blad Ecclesia dat de kerk op dit punt pijnlijk een sense of urgency mist. Ik schat in dat hij gelijk heeft voor de volle breedte van kerkelijk Nederland. De kerken zijn helaas vooral bezig met interne problemen.’’
Ondertussen raken we maatschappelijke verworvenheden met de teloorgang van de verzuiling meer en meer kwijt, stelt ds. Visscher vast. ,,We vechten eigenlijk nog voor de laatste restjes. Die teloorgang is zeker een bedreiging voor de kerken. Tegelijkertijd kan dat ons ertoe dwingen om weer werkelijk op het kompas van ‘het Jeruzalem dat boven is’ te varen. Maar dat laat onverlet dat de kerk nooit haar publieke gestalte kan en mag opgeven. Dat heeft ook betrekking op politieke en maatschappelijke organisaties. We mogen de samenleving niet prijsgeven. Ik zou krachtig willen pleiten voor het publieke spreken van de kerk en van christenen in politiek, staat en samenleving, zonder zich in te laten met de uitingen van zonde daarin. De mogelijkheden van de moderne informatiemaatschappij die daarbij passen, moeten en mogen worden gebruikt. Het pleidooi van ‘een andere weg’, waarin de lijdzaamheid bepalend is, bezie ik eerlijk gezegd met de nodige argwaan. Het kan ook een manier zijn om weg te lopen voor maatschappelijke smaad en onbegrip. Ook is er helaas veel geestelijke luiheid en desinteresse in christelijk Nederland. Als we niet oppassen, laten we ons bijvoorbeeld het bijzonder onderwijs zonder slag of stoot afnemen.’’
 
Innerlijke overtuiging
Van den Brink is er minder sterk van overtuigd dat de publieke gestalte van het christendom onmisbaar is: ,,Misschien blijkt de ware strijdbaarheid juist wel in lijdzaamheid. Uiteindelijk hebben we als redactie het vraagteken achter de titel van het boek weggelaten, vanuit de overweging dat strijdbaarheid en lijdzaamheid in de kern wel eens hetzelfde kunnen zijn. Ik zou in elk geval niet alle energie in protestacties tegen Madonna steken, al zijn die op hun tijd nodig. Ik zou het veel meer verwachten van de innerlijke overtuiging waardoor christenen een zoutend zout kunnen zijn. In ons boek brengt Arjan Plaisier daarover een aantal basisnoties ter sprake. De christelijke gemeente is pas echt onderscheidend als ze serieus werk maakt van zaken als gebed, gemeenschap, discipline, studie en daadkracht. Gebed houdt in dat je voortdurend dicht bij God leeft. Gemeenschap betekent dat je de omgang met broeders en zusters hoog waardeert en dus niet de kerkgang laat versloffen.
Strijdbaar christen-zijn heeft daarnaast te maken met discipline, volharding en trouw. En met studie: het je eigen maken van de Schriften en de christelijke traditie. Ten slotte heeft het te maken met daadkracht: als christen je inzetten voor de samenleving en de zwakkeren in het bijzonder. Het zoutend zout is dus een innerlijke overtuiging die heel diep zit. Een van de oorzaken waardoor het misgaat met het christelijke getuigenis, is dat christenen hun kracht van overtuiging zijn gaan missen. Hierin kunnen we veel leren van onze eigen bronnen. Als we het Nieuwe Testament lezen, zien we dat Paulus niet zozeer tekeergaat tegen de wereld. Hij is bezorgd over de gemeente die haar zaak laat versloffen.’’
Ds. Visscher herkent dit, maar wil het één niet ten koste laten gaan van het ander. Verworvenheden als bijzonder onderwijs en identiteitsgebonden zorginstellingen zijn Visscher dierbaar. ,,Een columnist van NRC Handelsblad, J.A.A. van Doorn, heeft tijdens de Deense cartoonrellen christenen in Nederland ‘schaapachtigheid’ verweten. De manier waarop christenen de heilige dingen verdedigen was voor moslims geen voorbeeld, aldus Van Doorn. Of Van Doorns oordeel helemaal juist is, laat ik even terzijde, maar het stemt wel tot nadenken. Er is veel gezapigheid in christelijk Nederland. Acties zoals die van de SGP-jongeren zou ik willen toejuichen. Dat geldt ook voor de acties van Dorenbos van ‘Schreeuw om leven’. Het Evangelie is privé, maar ook publiek. Het Evangelie moet een plek hebben in onze samenleving. Anders kom je terecht in een stuk verenging. Als een christen in de maatschappij functioneert, vraagt hij ruimte voor zijn geloof. Het geloof houdt niet op bij de deur. Wat je op zondag hoort, heeft uitwerking op maandag. De stem van de christenheid mag in het publieke domein niet verloren gaan. Daarnaast blijft inderdaad het gebed noodzakelijk. Strijdbaarheid en lijdzaamheid zijn beide nodig.’’
 
Culturele invloeden
Ds. Visscher constateert dat strijdbaarheid ook nodig is als het gaat om invloeden van de cultuur op de kerk. ,,De cultuur is de afgelopen decennia in hoog tempo veranderd. Dat heeft grote gevolgen voor de kerk en haar boodschap. We zijn terechtgekomen in wat aangeduid wordt als de belevingscultuur. We hoppen van de ene materiële of emotionele kick naar de volgende: van vakantie naar vakantie bijvoorbeeld. We moeten zeer op onze hoede zijn voor de invloed die dat heeft op kerk en prediking.’’
Maar moet je dit alleen afwijzen? De belevingscultuur beïnvloedt ook veel christenen, signaleert Van den Brink: ,,Een kerk die in deze tijd staat, zal zich rekenschap moeten geven van die belevingscultuur. Je zou denken dat de bevindelijke traditie, die traditioneel de nadruk legt op de beleving van het geloof, kan aansluiten bij die cultuur. Dat zou een uitdaging kunnen zijn en ook een kans.’’
Ds. Visscher: ,,Aanpassing aan de cultuur leidt vrijwel altijd tot uitholling van bijbelse kernnoties als zonde en genade. Paulus heeft toch ook niet eerst een marktonderzoek gedaan in Korinte om te weten te komen wat ze daar graag wilden horen? Hij heeft gewoon het Evangelie verkondigd en dat heeft vrucht gedragen.’’
Van den Brink: ,,Natuurlijk. Maar hij sloot op de Areopagus wel aan bij waar zijn hoorders zich geestelijk bevonden. De God van de Bijbel geeft veel te beleven. Die beleving is niet, zoals het hedonisme wil, te vinden in het momentane, in een eenmalige, vrijblijvende kickervaring. Het is veel meer een dragende beleving. Dat overstijgt het kortstondige en het materiële. Het vraagt een andere levensinstelling. Je moet er dus terdege over nadenken hoe je mensen in de belevingscultuur met het Evangelie bereikt. In elk geval beseffen christenen dat je van al die kortstondige belevingsmomenten niet gelukkig wordt. Uiteindelijk kun je alleen echt genieten doordat je God kent. Wat zou het mooi zijn als christenen van daaruit ook in de praktijk merkbaar het verschil maken.’’
 
Werkafspraken
Strijdbaarheid of lijdzaamheid lijkt ook een klemmend vraagstuk te zijn met het oog op de toenemende invloed van de islam in Nederland. Recente opiniepeilingen wijzen uit dat de allochtone kiezers steeds massaler gaan stemmen, onder wie veel moslims. Zij zouden goed zijn voor zestien kamerzetels, die op dit moment hoofdzakelijk naar de PvdA lijken te gaan. Van den Brink pleitte er een kleine twee jaar geleden voor om waar nodig moslims te steunen wanneer die door de neoliberale meerderheid in ons land gediscrimineerd worden vanwege hun geloof. Het is een gezamenlijk belang om de publieke ruimte open te houden voor uitingen van geloof en godsdienst, en de steeds verdergaande secularisatie tegen te gaan.
Ds. Visscher valt hem daarin bij: ,,Ik denk niet aan een religieus samenwerkingsverband, wel aan zoiets als werkafspraken. Afspraken die wij overigens op allerlei manieren in het leven met onze medemensen maken, omdat we samenleven in één land. Dat is de houding van naastenliefde en wederzijds respect. Concreet betekent dit dat als je ruimte voor eigen scholen claimt op grond van de vrijheid van onderwijs, je anderen, bijvoorbeeld moslims, die vrijheid niet kunt ontzeggen. Helaas gebeurt dat wel, maar dat is meten met twee maten. Ten aanzien van de islam ben ik overigens, onder andere na de Deense cartoonrellen en de reacties op de recente uitspraken van de paus, wel erg pessimistisch geworden. Diep in deze religie zit toch iets gewelddadigs. Dat maakt mij voorzichtig. Het boek De Islam ontsluierd van de gebroeders Caner biedt een schokkend en indringend beeld van binnenuit. Wel moeten we moslims zo veel mogelijk vriendelijk en met respect tegemoet treden. Er mag onder ons geen sprake zijn van discriminatie.’’
Van den Brink: ,,Ik ben het hier geheel mee eens. Op een bepaalde manier bewezen radicale moslims juist door hun gewelddadige reacties dat de gewraakte uitlatingen van de paus minstens een kern van waarheid bevatten. Tegelijk geloof ik dat moslims in ons land kunnen democratiseren. En ze kunnen ons helpen om ruimte te houden voor publieke uitingen van religie, misschien wel juist doordat ze de krachtige overtuiging en vasthoudende discipline hebben die zo veel christenen missen. Je ziet nu al dat ze in een seculiere partij als de PvdA meer invloed krijgen en dat die partij op grond daarvan al te godsdienstkritische standpunten bijstelt. Het zou natuurlijk wel beschamend zijn als juist de inzet van moslims nodig blijkt om bijvoorbeeld het bijzonder onderwijs veilig te stellen. Maar misschien is dat wel de weg die God in dit stadium met ons gaat.’’
 
N.a.v.: Strijdbaar of lijdzaam - De positie van christenen in het publieke domein, Gijsbert van den Brink en Elco van Burg (redactie), Uitgeverij Groen, 378 blz., € 19,50.



Dit artikel maakt deel uit van het dossier Strijdbaar of lijdzaam?

Dit artikel is verschenen in CV·Koers oktober 2006

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving