Samenvatting van ‘The emerging church’
Hoe kan de kerk in een postchristelijke cultuur nog mensen bereiken met het Evangelie van Jezus Christus? In zijn boek The emerging church onderzoekt gemeentestichter Dan Kimball wat er in de cultuur is veranderd en wat dit voor de missionaire kerk zou moeten betekenen. Deel 2 van een samenvatting: de reconstructie van een missionaire kerk voor postchristelijke generaties.
Door Ronald Westerbeek
Hoofdstuk 9
Dit artikel is alleen in de interneteditie van CV•Koers verschenen.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier De missionaire gemeente
Dit artikel is verschenen in CV·Koers april 2007
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
Kerk voor postchristelijke generaties (deel 2)
Hoe kan de kerk in een postchristelijke cultuur nog mensen bereiken met het Evangelie van Jezus Christus? In zijn boek The emerging church onderzoekt gemeentestichter Dan Kimball wat er in de cultuur is veranderd en wat dit voor de missionaire kerk zou moeten betekenen. Deel 2 van een samenvatting: de reconstructie van een missionaire kerk voor postchristelijke generaties.
Door Ronald Westerbeek
Hoofdstuk 9Het dilemma van zoekergerichte diensten
Kerken trekken hetzelfde slag mensen aan als al in die kerk zitten. Als je een gemeente hebt van blanke babyboomers, bovenmodaal, zal het knap lastig worden om allochtone, kansarme jongeren aan te spreken. Zo ligt er ook een lastige kloof tussen modernistische (traditionele of zoekergerichte) kerken van babyboomers en doelgroepen die bestaan uit postmoderne, postchristelijke jongvolwassenen en jongeren. De moderne zoekergerichte kerken zijn (in hun huidige vorm) net zomin als de traditionele kerken in staat om de opkomende generaties te bereiken.
De kerk van de opkomende generaties zal echt anders voelen en er echt anders uitzien dan de kerk van de oudere generaties. De kerk zal waarschijnlijk ook veelkleurig en divers zijn in vormgeving, stijl en etniciteit.
Sommige kerken zullen proberen hun diensten wat te restylen en denken dat ze met wat oppervlakkige ingrepen wel degelijk de opkomende generaties kunnen bereiken. Dan onderkennen ze niet welke grote, fundamentele veranderingen gaande zijn in de cultuur. Waarden zijn werkelijk aan het veranderen. Willen kerken de opkomende postchristelijke generaties bereiken, dan zullen ze op dit diepere niveau moeten veranderen.
Zolang de kerk maar bijbels blijft en de genade van Christus centraal staat, is dat niet verontrustend.
Drie benaderingen zijn het overwegen waard:
Optie 1: Start aparte ‘ post-zoekergerichte’ diensten voor buitenkerkelijke jongvolwassenen (18-30 jaar), in de hoop dat de bezoekers overstappen naar de reguliere dienst als ze de 30 gepasseerd zijn. Maar: in de praktijk blijkt dit niet te werken: ze blijven hangen in de eigen diensten en voelen zich niet thuis in de reguliere diensten. Het voelt ook ‘ fout’ : alsof je naar de echte club zou moeten promoveren.
Optie 2: Start aparte diensten (en groeigroepen) voor jongvolwassenen binnen de gemeente, maar blijf één gemeente. Buiten de diensten en groepen blijf je dan zoveel mogelijk gezamenlijk, gemeentebreed doen. Kunst zal zijn om elkaar wel echt vast te houden en tegelijk elkaar echt ruimte te geven om vanuit andere waarden te werken. In de praktijk blijkt dit erg lastig.
Optie 3: Pak je jeugd- en jongerenwerk anders aan. Het aanpassen van het jeugdwerk aan de opkomende cultuur kan een goede start zijn (ook om er zelf vertrouwd mee te raken), maar bedenk wel dat je gelijk moet nadenken over het vervolg: jeugd blijft maar kort jeugd... Een echte oplossing biedt deze optie dus niet, het stelt het probleem hooguit een beetje uit.
Optie 4: Sticht een nieuwe (dochter)gemeente om de opkomende generaties te bereiken. Omdat het te hoog gegrepen kan zijn om de bestaande gemeente echt ingrijpend te veranderen (en is dat wel wenselijk?), optie 1 niet echt werkt, optie 2 te ingewikkeld kan worden en optie 3 al snel tekortschiet, kon deze vierde optie weleens de beste zijn als het werkelijk je verlangen is om de nieuwe generaties te bereiken met het Evangelie van Christus. Het biedt een prachtige kans om iets nieuws op te bouwen vanuit een duidelijke visie en heldere principes.
Tabel: veranderingen in de benadering van de diensten.

Hoofdstuk 10
Wat is een ‘ eredienst’ eigenlijk?
Postmoderne diensten zijn sterker gericht op de beleving. De levensgrote valkuil is dat dit niet meer oplevert dan de volgende generatie consumenten-christenen: hoppend van de ene nieuwe ervaring naar de andere.
Hoe zagen de bijeenkomsten van de Vroege Kerk eruit?
Daar is niet zo heel veel over bekend. Waarschijnlijk waren die vrij eenvoudig, in huisgroepen tot maximaal 50 á 70 deelnemers. Ze kwamen samen om de verrezen Heer te aanbidden in lofprijzing en gebed, ze hielden maaltijd en vierden het avondmaal, en er was onderwijzing vanuit de Schrift. In elk geval waren de bijeenkomsten sterk christocentrisch, was er actieve inbreng van iedereen (je was geen bezoeker/toeschouwer, maar deelnemer) en waren de bijeenkomsten sterk gericht op de onderlinge gemeenschap.
De erediensten (worship services) bevatten bijbels gezien twee elementen:
1. Worship (Grieks: proskuneo): eer bewijzen; (Hebreeuws: hishahawah = neerknielen, buigen).
2. Worship (Grieks: latreuo): dienen, bedienen (priesterlijke bediening) als daad van aanbidding.
Zowel het aspect van lofprijs en aanbidding van God, als de onderlinge priesterlijke bediening in de gemeente (denk o.m. aan zorg, onderwijs, onderlinge voorbede).
In ons streven naar eigentijdse, missionaire diensten konden we weleens het doel van erediensten voorbij zijn geschoten. De vraag moet in de eerste plaats zijn: is de dienst echt een ontmoeting met God en wordt Hij werkelijk aanbeden en geprezen? En worden mensen aangespoord en toegerust om discipelen van Jezus te worden?
Ook in de kerk die de postmoderne generaties wil bereiken gaat het niet om de vormen, om kunst en creativiteit, om de muziek, maar om de vraag: hoe creëren we een omgeving waarin mensen tot aanbidding van God komen? Wat we doen, helpt dat mensen om tot aanbidding te komen?
Als je een dienst evalueert, heb het dan niet gelijk over de liedkeuze, het volume van de band, de lengte van de preek, maar: kwamen mensen tot een ontmoeting met God? Werd Christus geëerd? Vonden de bezoekers het ‘ een mooie dienst’ of zeiden ze: ‘ Dit heeft me geholpen om te leven als navolger van Christus’?
Is de dienst voor gelovigen of ongelovigen?
De zoekergerichte kerk haalde gelovigen en zoekers uit elkaar (RW: inmiddels komt zelfs Willow Creek hiervan terug), om zoekers niet af te schrikken met een kerkelijke setting. De emerging church gelooft juist dat die kerkelijke setting datgene kan bieden waar zoekers naar op zoek zijn. De samenkomsten staan juist in het teken van aanbidding, toerusting en bemoediging, misschien zelfs op een dieper niveau dan in de reguliere traditionele kerkdiensten.
Horen ongelovigen wel thuis in een aanbiddingsdienst - ze kunnen toch geen God aanbidden die ze niet kennen? In de Vroege Kerk waren niet-christenen óók aanwezig bij de aanbiddingsbijeenkomsten. Je zou zelfs kunnen zeggen dat aanbidding in de Bijbel juist wezenlijk deel uitmaakt van het verkondigen van Gods Koninkrijk. In het Oude Testament wordt het volk Israël aangemoedigd om te midden van de heidense volken te lofprijzen en te aanbidden. Mozes geeft instructies hoe om te gaan met vreemdelingen die aanwezig zijn bij de aanbidding en willen offeren. In het Nieuwe Testament waren ook vaak buitenstaanders aanwezig, en Paulus geeft daarom aanwijzingen dat alles wat gebeurt, moet worden uitgelegd en begrijpelijk moet zijn voor hen. Dan zal juist in een aanbiddingsdienst ,,een ongelovige buitenstaander die in uw midden is (...) zich ter aarde werpen, God aanbidden en belijden: ‘Werkelijk, God is in uw midden.’'' (1 Kor. 14: 23-25)
Niet een strakke liturgie, een geweldige band of zelfs een apologetische preek brengt mensen op de knieën voor Christus, maar het besef dat de levende God in ons midden is. Dat is waar het in de eredienst om gaat: naderen in de aanwezigheid van God.
De opkomende generaties zijn vaak precies naar dát op zoek: God ervaren en ontmoeten.
Dienst of samenkomst?
Nog een klein semantisch puntje: oorspronkelijk was de betekenis van het woord ‘eredienst’ dat we God kwamen dienen door Hem eer te bewijzen (aanbidden). Inmiddels heeft het woord ‘dienst’ vooral de associatie van iets wat de bezoekers wordt aangeboden en wat je kan bezoeken. Passief dus, consumptief. Daarom kies ik nu liever voor het woord ‘samenkomst’, aanbiddingssamenkomst - de kerk komt samen met elkaar en met God, om God te aanbidden en Hem te ontmoeten.
Hoofdstuk 11
De zoekergerichte dienst versus de post-zoekergerichte aanbiddingssamenkomst
Er is niet één bepaalde goede manier van aanbidden en van het vormgeven aan je eredienst. Moderne zoekergerichte diensten passen prima bij veel blanke babyboomers, maar ze schrikken jonge postchristelijke generaties juist af.
Wees niet bang voor contextualisatie, maar wees er wel op gebrand dat Christus het middelpunt is ('Absolutely everything we do when we design worship gatherings for the emerging church should have Jesus at the center as we lift up His name. May we never allow creative service design to subtly push Jesus to the sideline').
NB: Met name in het onderstaande is het goed je te realiseren dat Kimball met moderne diensten niet onze (traditionele) kerkdiensten bedoelt, maar de laagdrempelige zoekergerichte diensten die ontstonden in reactie op de traditionele kerkdiensten, die nauwelijks in staat bleken om buitenstaanders te bereiken (RW).
Conflicterende verwachtingen
De modernistische generaties houden van ordelijke en gestructureerde diensten met een vaste liturgie, omdat ze op een logische en systematische manier leren. Het liefst zitten ze en luisteren.
Postmoderne generaties verlangen ernaar om God te ervaren tijdens de bijeenkomst, ze houden van bijeenkomsten die zich spontaner en vrijer ontwikkelen, waar ruimte is voor creativiteit en een besef van mysterie en heiligheid.
De moderne dienst is lineair qua opzet en communicatie: enkele liederen, mededelingen, stukje drama of video, en dan de hoofdzaak: de preek. Daarna nog een lied en dan naar huis.
De postmoderne dienst is organischer: het thema zit ‘m niet alleen in de preek en is vervlochten met de hele samenkomst. Dit thema - over hoe God werkt in ons leven - is het middelpunt, niet de preek (al kan die preek rustig 40 of 50 minuten duren).
Verwacht de modernist dat God vooral werkt in het onderwijs van de preek, in een post-zoekergerichte aanbiddingssamenkomst begint het onderwijs al bij het betreden van de ruimte en verwacht men in de hele dienst God te ontmoeten: 'In an organically designed vintage-faith worship gathering, the theme is intended to flow throughout the event via multiple experiences, multiple ways to participate in the message as a community, and multiple opportunities for the Spirit to minister to those hurting and to convict those in sin.'
Samenkomsten voor postchristelijke generaties
Het doel is om in plaats van een meer consumerende ‘zit-en-luister’-dienst te komen tot een onversneden, gemeenschapgerichte bijeenkomst waaraan je actief deelneemt en die je helpt om ontvankelijk te worden voor Gods aanwezigheid in je leven.
Hoe je de diensten ook opzet en vorm geeft, verwacht het niet van je opzet en vormgeving, maar van de Heilige Geest. Wat je ook wilt doen, doe het biddend en in afhankelijkheid van God.
Hoofdstuk 12
Je angst voor zintuigelijke aanbidding en onderwijs overwinnen
,,Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij.’’ (1 Joh. 1:1)
God schiep ons als schepselen met verschillende zintuigen om waar te nemen. Is het niet logisch om Hem te aanbidden met al onze zintuigen? In de Bijbel is de eredienst volop zintuigelijk: met reukoffers, met muziek en met dans, met ornamenten en gewaden en architectuur. Gebruik geur, aanraking, smaak, gehoor en zicht.
Hoofdstuk 13
Een gewijde ruimte creëren voor echte aanbidding
Communicatiewetenschapper en cultuurcriticus Neil Postman poneert in zijn destijds spraakmakende boek Wij amuseren ons kapot (over de invloed van massamedia, 1985) dat een eredienst vraagt om een gewijde omgeving, die iets ademt van heiligheid en transcendentie.
Kimball nam christelijke en niet-christelijke jongvolwassenen mee naar een laagdrempelige dienst en evalueerde die met hen. Hun eerste opmerkingen sloegen vooral op hun visuele ervaring.
• ,,Het leek helemaal niet op een kerk - het leek wel een supermarkt: modern, licht, onspiritueel’’. ,,Ik hou van gotische kathedralen, daar spreekt eerbied uit.’’ ,,Het was onpersoonlijk, zo groot en zo modern allemaal. Het zou intiemer moeten (zodat je bij je hart komt), historischer (de kerk is toch eeuwenoud? een rijke spirituele traditie?), gewijder (God is toch heilig?).’’
• ,,Het was veel te licht binnen, ik dacht dat kerken donkerder waren.’’ (In de opkomende cultuur staat ‘donker’ voor ‘spiritueel’, zoals vaak ook in kathedralen en kloosters. De lichte, moderne diensten stoten af).
• ,,Het was net alsof de muziekband een voorstelling gaf.’’ (Terecht verwacht de opkomende generatie dat de aanbiddingsband geen voorstelling geeft, maar dat alle aanwezigen samen God aanbidden. De band is daar dienend in en aanbidt zelf ook. Geen band op een hoog podium, maar musici en gemeente zouden dicht op elkaar moeten zitten en aanbidden samen. Intieme setting, gewijde sfeer.)
• ,,Waar waren de kruisen? Het leek meer op een theater dan op een kerk.’’ (Moderne kerkgebouwen en laagdrempelige diensten vermijden vaak religieuze symbolen, liturgische vormgeving etc. Terwijl de huidige cultuur juist weer enorm openstaat voor dit soort symbolen. De opkomende generatie verwacht dit in een kerk, en wil het ook. Een kruis, kaarsen, oude christelijke symbolen, etc.)
• ,,Waarom stond de spreker zo hoog op dat podium, alsof hij ons piepelde?’’ (De jonge generatie koestert argwaan tegen christenen, en zeker tegen leiders en instituties, en ook tegen ‘verkooppraatjes’. Zelfs popmusici komen tegenwoordig van hun hoge podia af en mengen zich tussen het publiek, in kleinere settings. Zorg voor een setting van gemeenschap, aanspreekbaarheid, echtheid en eerlijkheid.)
1. Esthetiek en omgeving zijn belangrijk als je mensen wilt bereiken (vergis je niet in de heel uiteenlopende esthetische waarden van verschillende doelgroepen: wat de een als ‘gewijd’ ervaart, stoot de ander af.)
2. Esthetiek en omgeving zouden moeten weerspiegelen wie je bent en wie je wilt bereiken in je gemeenschap.
Hoofdstuk 14
Expecting the Spiritual, Expressing the Arts
De opkomende generaties zoeken spiritualiteit - zou de kerk dan niet spiritueel moeten zijn? Zou de dienst dan niet een plaats moeten zijn waar je God ontmoet, tot verstilling komt, vrede ervaart, je kunt richten op God?
Het is een misverstand dat jongvolwassenen een flitsend programma zoeken en echte aanbidding saai zouden vinden. Maar een traditionele kerkdienst stoot hen wel af, het sluit totaal niet aan bij hun belevingswereld. Ze zoeken creativiteit en veelzijdigheid. Geef daarom ruimte aan kunstenaars in de vormgeving van je diensten, die het thema en de boodschap van de dienst communiceren op andere, verrassende manieren.
Het is een misverstand dat jongvolwassenen zich in hun spirituele zoektocht aangesproken voelen door moderne vormgeving. Ze zoeken een besef van traditie en van een geloofsgemeenschap die eeuwen en eeuwen teruggaat. Geen gelikte Microsoft-slides in je powerpoint dus, en ook geen zogenaamd grappige animaties, maar gebruik afbeeldingen van bijvoorbeeld Gustave Doré of Rembrandt, gebrandschilderde ramen en gotische kerkkunst.
Laat ouderen getuigen van hun wandel met God.
Zet zowel mannen als vrouwen in bij de dienst.
Betrek kinderen en gezinnen bij de diensten: geen aparte kinderdiensten, maar kindernevendienst tijdens de preek. Zodat kinderen ook een deel van de aanbidding meemaken en dit proeven.
Hoofdstuk 15
Ervaringsvolle, multizintuigelijke diensten creëren.
Gemeenteopbouwer Sally Morgenthaler schrijft in haar boek Worship Evangelism: ,,Het probleem is dat we leven in een cultuur die toeschouwers voortbrengt, consumenten. Consumentistische aanbidding is altijd een innerlijk tegenstrijdige term.’’
Leren door te ondergaan
In 1 Korintiërs 14:26 lezen we iets over hoe een samenkomst er in de vroege kerk aan toe ging: ,,Wanneer u samenkomt, draagt iedereen wel iets bij: een lied, een onderwijzing, een openbaring, een uiting in klanktaal of de uitleg daarvan. Laat alles tot opbouw van de gemeente zijn.’’
De samenkomst had niets van een programma dat werd afgedraaid of van een dienst waarin alleen een predikant aan het woord kwam: iedereen nam actief deel aan de samenkomst en iedereen had wel een eigen bijdrage. Niks toeschouwers, consumentisme of afstandelijkheid. Ook onze diensten zouden daardoor moeten worden gekenmerkt: actieve deelname, inbreng en gezamenlijke beleving.
Dit sluit bovendien goed aan bij de cultuur van de opkomende generatie: leren doet men het liefst door uit te proberen, te ondergaan, deel te nemen. Kijk maar naar musea: geen vitrines en tekstuitleg meer, maar interactieve tentoonstellingen. Kijk maar naar de hele jongerencultuur op televisie en internet: alles is steeds meer gericht op actieve inbreng, participatie, iets ondergaan om ervan te leren.
Dit geldt ook voor het geloof: om erover te leren wil men er niet alleen over horen, maar het ook ondergaan, proeven wat het dan werkelijk is.
Samen zingen, lofprijzen, is een uitstekende manier om deel te nemen en te ondergaan. Mensen kunnen actief deelnemen, horen de bijbelse waarheid in de liedteksten en richten hun gedachten en hun hart op God, de Heilige Geest kan hen leiden tot de waarheid. Ze maken deel uit van de aanbidding in plaats van toeschouwers te zijn.
Doe de aanbidding voorafgaande aan de preek, om je te richten op God, maar ook uitvoerig erna: zo geef je ruimte aan verwerking van de boodschap, ruimte om God te antwoorden, etc., in plaats van gelijk te collecteren of koffie te drinken.
Drie waarschuwingen:
1. Aanbidding is zo veel meer dan ‘ zingen’ .
2. Het gaat niet om de toffe muziek en de ervaring daarvan. De muziekband moet ook echt ondergeschikt en dienstbaar zijn.
3. Wees kritisch op de inhoud van wat je laat zingen. Veel liederen zijn te ik-gericht, i.p.v. God-gericht.
• Tijden van stilte in de dienst zijn ook belangrijk als het gaat om aanbidding.
• Ook je collecte kan bewuste aanbidding zijn, een offerande.
• Avondmaal vieren is misschien wel de meest ultieme vorm van aanbidding. Laat het die impact hebben door goed na te denken over de manier waarop je avondmaal houdt.
• Geef ruimte (open microfoons) om te getuigen van Gods werk in levens, als vorm van aanbidding.
• Lectio divina: bijbelgedeelten meditatief voorlezen, ruimte voor eigen reflectie.
• Open kringgebed in de dienst.
• Stilte voor eigen gebed. Mensen kunnen blijven zitten, of zacht samen bidden, of ergens knielen, zich afzonderen op gebedsplekken, plekken in de samenkomstruimte waar kussens liggen, een kruis staat, kaarsen branden, etc.
De nieuwste trend, of terug naar de basis?
Het gaat niet om de nieuwste trends, maar om terugkeren naar de kern: de concentratie op de gemeenschap met Christus.
Hoofstuk 16
Preken: weer verhalenvertellers worden
De basiskennis van bijbelse verhalen en van christelijke normen en waarden ontbreekt veelal. Het referentiekader van postchristelijke generaties is compleet anders. Je preekt echt in een wezenlijk andere cultuur, waarin je geen voorkennis of gedeelde waarden kunt veronderstellen. Je zal als preker bij nul moeten beginnen. Vertel daarom steeds weer het Grote Verhaal, het verrassende, grootse verhaal van Gods redding van de mensheid.
Kimball reikt veel aan in dit hoofdstuk, ik noem drie punten:
• Je zult je geloofwaardigheid moeten verdienen en die van de Bijbel moeten betuigen, die spreekt immers niet meer vanzelf.
• Er is nieuwe behoefte aan theologische diepgang.
• Preek niet mensgericht maar christocentrisch.
Zie ook het tweeluik van Tim Keller (bewerkt door Stefan Paas) over preken in een postchristelijke cultuur, op deze site:
Hoofdstuk 17
Preken zonder woorden
Zoekers komen naar de kerk om contact te zoeken met God, scheep ze niet af met een lezing.
Ervaring is hoe dan ook belangrijk. Preken doe je niet alleen door de preek, maar ook door de vormgeving van de samenkomstruimte, door kunst, door gebed, door de Schrift, zelfs door stilte.
Realiseer je dat leerprocessen wezenlijk anders gaan dan vroeger:
• Een modernist neemt FEITEN tot zich, hecht daar GELOOF aan, en komt dan tot verandering van zijn GEDRAG. Op dit leerproces zijn onze diensten veelal gericht.
• Nieuwe generaties leren anders. Een postmodernist wil iets ondergaan, hij wil ERVARING. Die ervaring verandert zijn GEDRAG, en uiteindelijk hecht hij er GELOOF aan.
Onderwijs en musea hebben zich vaak al aangepast aan dit andere leerproces, dat niet beter of slechter is dan dat van de modernist. Houd er ook in je kerk rekening mee. Hoe het leerproces ook verloopt, het is de Heilige Geest die het geloof werkt. Maar het is goed om inzicht te hebben in leerprocessen.
Hoofdstuk 18
Evangelisatie: voorbij het gebed om in de hemel te komen
Evangelisatie is minder dan ooit een ‘ verkooppraatje’ , geen verovering, geen monoloog, geen strijd om de beste argumenten. Niet iets dat je ‘geacht wordt doen’. Discipelen maken is een gesprek, een vriendschap, een invloed, een uitnodiging, een kans. Iets dat je vanzelf gaat doen.
Was evangelisatie vroeger vaak gericht op later, als je al dan niet naar de hemel gaat, nu is het gericht op het leven in Gods koninkrijk, nu al en tot in eeuwigheid.
Tabel: veranderingen in de benadering van evangelisatie.

Hoofdstuk 19
Geestelijke vorming: een vintage christen worden
Tabel: veranderingen in de benadering van geestelijke vorming.

Bovenstaand artikel is het tweede deel (slot) van een samenvatting van ‘the emerging church - vintage christianity for new generations’, door Dan Kimball (Zondervan 2003). Dan Kimball is voorganger van de Vintage Faith Church in Santa Cruz, Californië, een missionaire gemeentestichting vanuit de Santa Cruz Bible Church die in 2004 van start ging. Kimball staat binnen de emerging church-beweging bekend als theologisch behoudend.
Zie ook:
Samenvatting en bewerking door Ronald Westerbeek.
Dit artikel is alleen in de interneteditie van CV•Koers verschenen.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier De missionaire gemeente
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
