Toespraak (2) conferentie 'Open & Bloot' - seks bespreekbaar maken in de kerk
Seks bespreekbaar maken in de kerk begint bij de openheid van de leiders. Wat is dat voor soort openheid? Wat is het doel van deze openheid? Hoe spreek je over seksualiteit in de prediking, het onderwijs en het pastorale gesprek? Openheid brengt ook seksuele zonden aan het licht. Welke strategie hanteer je als gemeente om daar op een goede manier mee om te gaan. Wat is daarin de rol van de kerken- of oudstenraad?
Door Bart Broekman
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Congres: Seks en de kerk
Dit artikel is verschenen in CV·Koers mei 2006
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
Hoe maak ik seks bespreekbaar in de kerk?
Seks bespreekbaar maken in de kerk begint bij de openheid van de leiders. Wat is dat voor soort openheid? Wat is het doel van deze openheid? Hoe spreek je over seksualiteit in de prediking, het onderwijs en het pastorale gesprek? Openheid brengt ook seksuele zonden aan het licht. Welke strategie hanteer je als gemeente om daar op een goede manier mee om te gaan. Wat is daarin de rol van de kerken- of oudstenraad?
Door Bart Broekman
Golven van de zee
Ik weet niet hoe u het u vergaat, maar ik ben diep onder de indruk van wat ik tot nu toe heb gezien en gehoord. Heel treffend vind ik de zin die we hebben gehoord in het lied dat voor ons is gezongen: “When sorrows like sea billows roll”. Vrij vertaalt: als zorgen, verdriet en problemen als golven van de zee over je heen komen. Herkent u dat beeld? Je staat aan het strand en kijkt naar de branding. De ene golf na de andere golf verschijnt. Het houdt niet op. Steeds wordt er een nieuwe golf geproduceerd. Ze kunnen even wegebben, maar komen altijd weer terug. Soms kalm, maar soms ook in alle hevigheid. Soms zo krachtig dat je begint te wankelen of dat het water je tot aan de lippen komt. Als ik dan een lied hoor waar dat op die manier wordt verwoordt, dan moet ik denken aan al die mannen en vrouwen, jongen en meisjes die in hun leven overspoeld worden met gedachten, emoties en gebeurtenissen die ze niet aankunnen. Die hen overweldigen en hen in de greep houden, zoals Jan Willem Roosenbrand met ons heeft gedeeld. Soms is dat zo heftig dat je geen moed en geen kracht meer kan vinden om weerstand te bieden. Dan wordt een andere zin uit het lied actueel: “Lord, haste the day”… Heer, kom spoedig. Ik hou het niet langer uit. Maak alles nieuw, zodat ik kan zeggen: “It is well with my soul “. Geen gedachten die je heen en weer slingeren tussen hoop en wanhoop. Geen strijd die je van binnen verscheurt en je emoties door elkaar heen gooit. Geen golven die genadeloos toeslaan.
Een topje van de ijsberg
Naarmate ik langer in de gemeente functioneer, zie ik steeds meer mensen worstelen met seksuele gevoelens. Broeders en zusters die er voor vechten om hun gedachten rein te houden. Jongeren die bij elkaar houvast zoeken in hun strijd tegen zelfbevrediging. Mannen en vrouwen die worden achtervolg met een verleden van seksueel misbruik. Echtparen die na een situatie van overspel knokken om hun relatie te behouden. De vraag die ik hier in het midden leg is deze: hebben wij als kerkleiders door hoeveel van onze gemeenteleden hiermee te kampen hebben.
Precies een week geleden was ik aanwezig bij een wekelijkse bijeenkomst van ons pastorale herstelgroepen. Met zo’n 150 mensen, die deelnemen aan allerlei herstelgroepen ook op het gebied van seksualiteit, hadden we een gezamenlijke bijeenkomst om te luisteren naar de wekelijkse bemoediging en een getuigenis van één van de deelnemers. Een jonge dame van 18 jaar vertelde hoe zij al op jonge leeftijd, zo rond haar dertiende/ veertiende, haar identiteit zocht in het experimenteren met seksualiteit. Hoe de leegte die ze ervoer van binnen, hoe ze die vulde met een ‘surrogaat intimiteit’ die ze vond in allerlei seksuele toestanden. Ze wist hoe de kerk hier over dacht, maar ze nam toch een jeugdleider in vertrouwen. Deze jeugdleider was in staat om naar haar te kijken met de ogen van de Here Jezus. Hij zag hoe diep ongelukkig ze was en veroordeelde haar niet om haar daden, maar accepteerde haar als een vrouw naar wie Gods liefde uitgaat. Een God die haar niet afwijst, maar nieuwe kansen geeft. Toen ervoer zij dat iemand -een man, nota bene iemand van de kerk- om je kan geven, zonder een verborgen agenda: zonder de juk van een wet op te leggen, zonder uit te zijn op je lichaam. Ze ontdekte dat er mogelijkheden waren binnen de kerk om te breken met haar destructieve patronen en gedachten die uit waren op het zoeken naar bevestiging en waardering.
Na haar getuigenis zongen we een lied. Het begon zo “Hoe kan ik verder leven, hoe moet ik verder gaan. Kan ik ooit vergeven wat mij is aangedaan. De wonden in mijn ziel, de haat en bitterheid, lijken niet te helen niet door woorden, niet door tijd” (Opw. 629). Naast mij zat een jongeman, iets ouder (ik schat hem begin 20). Tijdens het zingen van deze woorden, sloeg hij zijn handen voor zijn gezicht en diep van binnen uit begon hij te snikken. En het hield niet op...
Ik sloeg mijn arm om hem heen. Een man die aan de andere kan zat legde ook een hand op zijn schouder. En zo hebben we een half uur gezeten, al snikkend. Aan het eind van de dienst had hij weer iets de controle over zijn emoties teruggevonden en ging hij na deze bijeenkomst naar zijn gespreksgroep en ik hoef u niet te vertellen naar welke groep hij ging. Seksualiteit is een godsgeschenk, maar in verkeerde handen kan het een duivels instrument worden.
Broeders en zusters, ik stel de vraag nog een keer: hebben we door hoeveel mensen in onze kerken lijden onder datgene wat God zo mooi had bedacht: de seksualiteit. Die vraag is namelijk verbonden met de openheid binnen de kerk om seksualiteit bespreekbaar te maken.
We zijn in onze gemeente best open over dit onderwerp, maar wat bespreekbaar wordt gemaakt is maar een topje van de ijsberg. Dit onderwerp ligt erg gevoelig en mensen weten hun moeite met seksualiteit soms goed te verbergen. En daar zijn verschillende redenen voor. Het is goed om daar naar te kijken, omdat het ons kan helpen in het doorbreken van blokkades op weg naar openheid.
Schaamte
Allereerst is er het mechanisme van de bescherming. Deze bescherming is een goede zaak Seksualiteit moet namelijk beschermd worden. Daarom heeft de Here God het ook bedoeld als een gebeuren tussen één man en één vrouw. Seks - en in het bijzonder de seksuele gemeenschap- is het unicum van intimiteit. Wat water en voedsel voor het lichaam zijn, is intimiteit voor de geest van de mens. De behoefte en het verlangen om liefde te geven en liefde te ontvangen, gaat zo diep en wordt zo intiem in de seksualiteit, dat man en vrouw - zelfs letterlijk- in elkaar opgaan. Daar mag ook niemand bij zijn. Tenminste, zo heeft God het bedoeld. Dus daar praat je ook niet gemakkelijk over.
Aan de ene kant zien we dat seksualiteit te maken heeft met de beschutting van twee mensen, die in een veilige, beschermde, intieme setting, zichzelf aan elkaar geven. Maar we zien ook dat het kan omslaan in een schaamte die maakt dat seksualiteit onbespreekbaar wordt.
Binnen onze gemeente hebben we cursussen die bedoeld zijn om (aanstaande) echtparen voor te lichten over hun seksualiteit. Er wordt gesproken over de anatomie van de man en de anatomie van de vrouw. Er wordt besproken hoe man en vrouw elkaar op seksueel gebied beter kunnen leren kennen. Sommige deelnemers moeten daar erg aan wennen. Dan krijg je te maken met volwassen mannen en vrouwen die de eerste cursusavond met rode oren zitten te luisteren.
We krijgen soms de reactie dat dit toch wel erg ver gaat. Waar is dat goed voor vragen sommigen zich af? Zoiets hoort toch niet binnen de kerk? Dat is een reactie die wordt gevoed door schaamte. Maar willen we seksualiteit beschermen, dan is er toch openheid nodig. Het is juist in het verborgene dat seksualiteit vaak wordt misbruikt. Daarom mogen we de seksuele opvoeding en de seksuele educatie ook niet overlaten aan de scholen of aan de media. De kerk heeft ook een rol te vervullen in dit aspect van mens-zijn, om zo een positieve en respectvolle bijdrage te leveren in de ontwikkeling van mensen naar het beeld van Christus. Daar hoort ook seksuele voorlichting bij.
Als u werkzaam bent in het pastoraat of in de hulpverlener, dan weet u wat de gevolgen kunnen zijn als man en vrouw van elkaar niet weten wat ze fijn vinden als ze met elkaar vrijen. Ook al kennen ze feilloos alle bijbelteksten over de liefde, ze zullen nooit voldoening vinden in het (lichamelijk) intiem zijn als ze er niet over leren spreken.
Geboden en verboden
Deze schaamte is verbonden met een ander facet dat maakt dat seksualiteit moeilijk bespreekbaar is binnen de kerk. Doordat de kerk een sterke nadruk heeft gelegd op allerlei geboden en verboden, eigenlijk met de bedoeling om seksualiteit te beschermen, is seksualiteit in een negatief daglicht komen te staan. Waardoor soms juist het tegenovergestelde werd bereikt, namelijk dat seksualiteit in het verborgene een eigen leven ging leiden.
Als je bent opgegroeid in de kerk en steeds bent gewaarschuwd voor het kwaad van de begeerte. Als je niets anders hoort dan dat seksuele fantasieën zondig zijn, dan kun je daar helemaal in vastlopen omdat je gedachten en je gevoelens zo totaal anders reageren en functioneren. Stel voor dat je in de puberteit zit en je gedachten slaan ineens op hol bij het zien van een mooi meisje. Je wilt zo graag God dienen, maar je vraagt jezelf af of Hij je wel kan gebruiken omdat je zulke slechte gedachten hebt. Schaamte en vertwijfeling maken dan, dat je er met niemand over zal spreken. De kerk is er mede schuldig aan dat seksualiteit onbespreekbaar is geworden. Veel mensen ervaren de kerk als een instituut die mensen een juk oplegt en seksualiteit aan banden legt.
Seks en kerk, lijken onverenigbaar. De afgelopen dagen heb ik veel met veel journalisten over seksualiteit gesproken. De vraag die steeds weer terugkeerde, soms oprecht, soms cynisch bedoeld, was deze: wat hebben kerk en seks met elkaar te maken? Wat kan de kerk hierin betekenen? Heeft de kerk wel het recht om dit aan de orde te stellen? Is dit een zoveelste poging om mensen weer in het keurslijf van de kerk te brengen? Ik vond deze reacties pijnlijk, maar wel begrijpelijk.
Ik heb niet de pretentie om het antwoord te hebben, maar ik geloof wel dat een aantal zaken wezenlijk anders moeten gaan om als kerk dit beeld te doorbreken en een positieve bijdrage te leveren in het seksuele leven van gelovigen en zelfs niet-gelovigen.
Ik zal ze kort benoemen en dan zal ik er met mijn collega, ds. Orlando Bottenbley, over doorpraten.
• Het begint bij de kerkleiders
Een belangrijke obstakel in het bespreken van seksualiteit is valse schaamte. De meest aangewezen persoon om de schaamte of het taboe te doorbreken is de predikant, de voorganger, de kerkenraad. Als de leiders van de kerk in de prediking, het onderwijs en het pastoraat niet durven spreken over seksualiteit, over gevoelens die een vrouw of een man bij je kan oproepen, over zelfbevrediging, over seksueel misbruik, over teleurstellingen op seksueel gebied, dan zal er nergens anders in de gemeente op een open en respectvolle manier over deze dingen worden gesproken.
• Elkaar niet veroordelen
De kerk moet leren om op een positieve wijze te spreken over seksualiteit. We hoeven ons niet af te zetten tegen de wereld, door met allerlei geboden en verboden te komen. We mogen aan de wereld laten zien, en zo mogen onze gemeente leren, dat seksualiteit iets bijzonders is dat ons door God is gegeven. Maar ook dat we als gemeente er aan willen meewerken, om daar waar de gebrokenheid in de seksualiteit tot uiting komt, elkaar verder te helpen. Niet door elkaar te veroordelen, maar door naast elkaar te staan en te zoeken naar Gods bedoeling.
• Elkaar bij Jezus brengen
En dan kom ik bij een derde, aanverwant aspect. Namelijk, hoe maken we Gods bedoeling dan zichtbaar? De geboden en verboden, waar we het net over hadden, spelen daarin een belangrijke rol. Die mogen we dus niet terzijde schuiven. Ze zijn immers bedoeld om ons te beschermen voor pijn, verdriet en teleurstellingen in onze seksualiteit. Dat heeft ook de jongedame ontdekt die ik aan het begin van mijn toespraak noemde. Ze heeft op het gebied van de seksualiteit de ‘beschermgrenzen’ die God in Zijn Woord aangeeft overtreden. Het gevolg was dat ze diep ongelukkig werd en eigenlijk niet meer wilde leven. Maar wat haar terug bracht naar het Woord en het hart van God, was het besef dat God van haar houdt om wie ze is. En daardoor kreeg ze het verlangen om de Here te volgen. Omdat er een relatie was ontstaan tussen haar en Jezus Christus, waardoor ze Hem wilde gehoorzamen. Dat deed ze uit eigen beweging. Het was haar eigen keuze! Ze deed het niet omdat de kerk haar een gebod wilde opleggen, maar omdat ze haar Heer en Heiland niet wilde teleurstellen.
Het vertrekpunt is dus altijd: hoe kijkt God naar jou en mij! Mijn overtuiging is: niet als een strenge, autoritaire, straffende baas. Hij kijkt naar u en mij als een God die vol ontferming over ons bewogen is en het beste met ons voor heeft. Ook al ‘gieren de hormonen je door het lijf en weet je soms niet waar je het moet zoeken’, zoals een jonge dame het verwoordt in een filmpje die we zo bekijken. Ook al is de drang om te masturberen zo sterk, dat het een dagelijks patroon begint te worden. Ook al voel je smerig en verpest, omdat je vader of je broer je nacht na nacht heeft verkracht. Ook al ben je als voorganger of ouderling niet meer in staat om op het internet te surfen zonder erotische sites te bezoeken.
Als we dat eerlijk tegen elkaar kunnen zeggen en weten dat er altijd een nieuw begin mogelijk is. Als we weten dat er iemand naast ons staat die ons niet veroordeelt. Als we weten dat er een God is bij wie altijd een nieuw begin mogelijk is, dan ben ik ervan overtuigd dat de kerk een positieve bijdrage gaat leveren in het bespreken, beschermen en herstellen van seksualiteit.
Bart Broekman is pastor van de vrije baptistengemeente Bethel in Drachten.
Bart Broekman is pastor van de vrije baptistengemeente Bethel in Drachten.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Congres: Seks en de kerk
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
