forum
"Een Paars kabinet is geen drama"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
Een kritische toetsing van TRIN en 'Heaven on Earth'

Heaven on Earth


kaders:
Heaven on Earth
Dit weekeinde vindt in de IJsselhallen te Zwolle de charismatische manifestatie Heaven on Earth plaats. Duizenden christenen zullen dit evenement bezoeken. Evangelisch theoloog Henk Bakker toont zich kritisch.

Door Henk Bakker


Heaven on Earth Op de bijeenkomsten van TRIN (‘Touch, Reach and Impact the Nations’) wordt een evangelie van welzijn en welvaart gepredikt met een eenzijdige nadruk op genezingen en visioenen. Te snel en te gemakkelijk worden de ontwikkelingen rond TRIN als een geestelijke opwekking getypeerd, zoals vorig jaar ook gebeurde rond Lakeland en Todd Bentley. Christenen zijn daarin te vaak naïef en onkritisch. Terwijl de Bijbel ons juist oproept om kritisch te toetsen en daarbij de Geest van God niet uit te doven. Paulus schrijft: ‘Dooft de Geest niet uit, veracht de profetieën niet, maar toetst alles en behoudt het goede.’ Johannes schrijft: ‘Geliefden, vertrouwt niet iedere geest, maar beproeft de geesten, of ze uit God zijn.’
Het gaat hier niet om kille achterdocht, maar om een geestelijke noodzakelijkheid. Er bestaat immers zoiets als: ‘een andere Jezus prediken’, een ‘andere geest ontvangen, die je aanvankelijk niet hebt ontvangen’, schrijft Paulus aan de gemeente te Korinte (2 Korintiërs 11). Let op de verontrustende woorden: ‘een andere Jezus prediken’ en ‘een andere geest ontvangen’. De Korintische gemeente heeft daar blijkbaar ‘geen enkel bezwaar tegen’. Geestelijke toetsing heeft veel met dit vers en de achterliggende omstandigheden te maken. Deze ‘Korintische kwestie’ is daarom goed te betrekken bij TRIN.

Krachtchristenen
2 Korintiërs 11 vers 4 is een sleutelvers voor het verstaan van de gespannen verhouding tussen de apostel en deze gemeente. Van essentieel belang is daarom de beantwoording van de vraag wie of wat met deze ‘andere Jezus’ wordt bedoeld. De christenen die te Korinte een ‘andere Jezus’ verkondigen, verdraaien Jezus’ persoonlijkheid en karakter en maken van Hem een krachtfiguur die zij als bijzondere krachtchristenen mochten vertegenwoordigen.
Hun evangelie druist in tegen Paulus’ evangelie, want bij Paulus staat het kruis centraal. Jezus’ zwakke verschijning heeft een belangrijke plaats in Paulus’ verkondiging, en de apostel zelf staat als knecht niet boven zijn heer. Paulus had als apostel heel wat te lijden, en deze krachtchristenen vonden hem maar een zwakke verschijning, een slappe figuur, om niet te zeggen: een mislukkeling. Paulus weigerde om zijn gezag en apostolaat te legitimeren door uit te pakken met imponerende verhalen. De ironie druipt ervan af als hij in enkele verzen dan toch even meedoet in het domme opbieden tegen deze superchristenen. Paulus ontving buitengewone openbaringen van God, maar liet zich daar niet op voorstaan, en hij sprak er ook niet over. Pas jaren later doet hij daar een ‘boekje over open’, en dan ook nog alleen omdat de krachtchristenen hem daartoe dwingen. Zíj strooien met openbaringen. Dat is hun geestelijke legitimatie. Ze willen indruk maken. Hun Jezus is in de eerste plaats een wonderdoener, een ziener, een krachtmens, die volgelingen maakt die datzelfde krachtwerk doen. Termen als navolging en kruisdragen komen in hun woordenboek niet echt voor. Kruisdragen is voor geestelijke losers, die geen rekening houden met Pasen, de dag van de opstanding.
Paulus’ Korintische tegenstanders predikten zichzelf en waanden zichzelf vol, verzadigd, rijk en koninklijk. Geheel in apostolische ironie schrijft Paulus hun ten antwoord: ‘Maar natuurlijk – u bent al helemaal verzadigd, u bent al rijk, bent al koningen geworden zonder ons. Was u maar koningen geworden, dan zouden wij het ook zijn. Maar volgens mij heeft God ons, apostelen, de laagste plaats toegewezen, alsof we ter dood veroordeeld zijn.’ Paulus eist de positie van rijke koningszoon niet voor zichzelf op, integendeel. ‘Name it – claim it’ is er voor de apostel niet bij. Hij gaat zijn weg in zwakte. De weg naar de opstanding is door het kruis, ook door het kruisdragen.
 
Manipulatie
Daarbij komt dat de Korintiërs té sterk op de geestesgaven gefixeerd waren. Die maakten immers de kracht en de koninklijke praal zichtbaar. Die ‘bewezen’ het niveau van geestelijkheid dat hun voor ogen stond. Paulus corrigeert het streven naar dit soort van legitimatie haarfijn met een uitvoerige bespreking van de geestesgaven, en heft midden in deze hoofdstukken het zogenaamde ‘hooglied van de liefde’ aan. Niet de geestesgave is het hoogste dat een christen bereiken kan, maar de vrucht van de Geest, die met de liefde begint. Jezus zei niet: ‘Blijft in mijn geestesgave’, maar ‘blijft in mijn liefde’.
Er is nog een aspect van Paulus’ zorg, dat we in dit verband moeten noemen. De Korintiërs verdragen niet alleen dat de krachtchristenen een ‘andere Jezus’, een eenzijdige kracht-Jezus, verkondigen, ze tolereren óók dat deze geestelijke krachtchristenen hen manipuleren, vernederen en leegzuigen. Er werd op hen geparasiteerd; geestelijk, emotioneel en materieel.
 
Geestelijke toetsing
De tijden van Paulus zijn ook de tijden van nu. En het onderscheiden van geesten is nog altijd een van de meest nodige gaven die de kerk zich vandaag de dag kan wensen.
Hoe behoren christenen te toetsen? De Korintische correspondentie leert ons dat christenen in de oerkerk voor geestelijke toetsing voornamelijk van twee bronnen gebruik maakten: de Schrift en de mondelinge overlevering. We worden hierin bevestigd door de tweede brief van Paulus aan de Tessalonicenzen, die bijna op een zijspoor waren gezet door geestesuitingen en boodschappen van christenen die de gemeente op zijn kop wilden zetten.
De schriftelijke en mondelinge woorden van de apostelen zijn ons tot richtsnoer gegeven, niet de schriftelijke en mondelinge boodschappen van hen die aan het gezag en navolging van Jezus en de apostelen voorbijgaan, ook al dienen zij zich aan als ‘geestesuitingen’. Ook geestesuitingen waarvan vaststaat dat zij door trouwe christenen worden uitgesproken, met uitleg en goede bedoelingen, moeten nooit klakkeloos worden gehoorzaamd.
Wat kunnen we in het licht van het toetsingskader dat we tot zover hebben behandeld zeggen over TRIN? Wat opvalt is de sterke vereenzijdiging (en daardoor scheefgroei) die optreedt in de zogenaamde opwekking. Er wordt een verkeerde concentratie bij de ‘bijzondere ervaringen’, zoals genezingen en visioenen, gelegd. Daarbij is de taal die wordt gebezigd sterk doortrokken van ‘het absolute’ (‘God liet me zien’, ‘God zei tegen me’, ‘God deed’, ‘God stuurde me’, zonder enige terughoudendheid).
Mattheus van der Steen, oprichter van TRIN en winnaar van de Publieksprijs Christelijk Boek 2009, heeft een uitgesproken mening over Christus en het christelijke leven. Ik verschil op enkele essentiële punten met hem van mening en zal aangeven welke. Van der Steens winnende boek Durf te dromen is een soort van beginselverklaring van de beweging, en ik richt me nu daarop. Eerst enkele citaten.
 
- ‘Het is Game Over voor religieuze systemen en structuren.’ (p. 10)
- ‘In dit boek zal ik diverse sleutels tot succes behandelen.’ (p. 39)
- ‘Maar hoeveel mensen je ook vertellen dat het je niet zal lukken, als jij in een houding van geloof blijft, als je niet opgeeft en aanspraak blijft maken op Gods gunst en zegeningen op je leven, dan zal God deuren voor je openen en je omstandigheden veranderen!’ (p. 40)
- ‘Het feit is dat jij deel wordt van hun oogst en dat God je onmiddellijk zal zegenen en je gebied zal vergroten.’ (p. 41)
- ‘Als je dit principe van gelijke behandeling en van zaaien en oogsten niet begrijpt en het is geen deel van je christelijke leven, dan geloof ik dat je nooit volledig Gods zegen zult kunnen ervaren.’ (p. 42)
- ‘Op een keer gaf ik mijn laatste 100 euro weg en drie maanden later vond ik een enveloppe in mijn brievenbus met 250 euro erin.’ (p. 44)
- ‘Gods wil voor je leven is dat je succesvol wordt, gelukkig bent.’ (p. 53)
- ‘Alles wat ik onderneem, zal gelukken (Psalm 1).’ (p. 57)
- ‘Wanneer jij het onzichtbare ziet, zal God het onmogelijke doen!’ (p. 57)
- ‘Als jij je droom uitleeft en de wil van God doet, betekent dit dat je succesvol zult zijn. Het woord succes klinkt je misschien werelds in de oren, maar nee, het is een Bijbels principe. Een ander woord voor succes is voorspoed. God wil dat je voorspoedig bent. Hoe word je voorspoedig? Hoe kun je een leven leiden dat succesvol is? We leven tenslotte maar één keer op deze aarde voordat we worden opgenomen om voor eeuwig bij God te mogen wonen. We moeten er hier het beste van maken. God wil het beste voor iedereen.’ (p. 59)
- ‘God wil niets liever dan ons mensen zegenen. Hij wil dat het ons goed gaat in alle aspecten van ons leven, zowel geestelijk als materieel. Hij wil ons Zijn rijkdommen geven om Zijn Koninkrijk te bouwen en uit te breiden. Dus rijkdom hoort bij God en Vader God wil die rijkdommen aan Zijn kinderen geven om Hem daarmee te eren.’ (p. 95)
- ‘In de rechterhand van Wijsheid (dat is Jezus Christus …) is een lang leven, met andere woorden gezondheid en lichamelijke kracht.’ (p. 95)
- ‘In Nederland heerst onder christenen nog zo vaak de geest van armoede. Er zijn christenen die alleen maar tweedehands spullen hebben, alles ziet er goedkoop en sober uit. En zeker bij zendelingen zie je deze geest van armoede; zij lopen soms rond in tweedehands vodden, rijden in oude autootjes, zitten op doorgezakte banken en verplaatsen zich op doorgeroeste fietsen. Ik geloof dat God betere plannen heeft voor Zijn zonen en dochters.’ (p. 96)
 
Mijn keuze van citaten spreekt voor zich. De strekking van de rest van het boek is op de kern van deze citaten aangelegd. Die kern is: God wil je tot geestelijk succes leiden, en daarom moet je je droom kennen en volgen. Dit succes is bovendien ook materieel van aard. De beweringen zijn absoluut gesteld, namelijk dit is wat Gód wil, en wat Jezus van je vraagt. Hier zitten vanzelfsprekend een Godsbeeld en een voorstelling van Christus achter.
Het zogenaamde succeschristendom is goed te vergelijken met het evangelie van de krachtchristenen van Korinte. Paulus was als lijdende en arme apostel maar een ‘kleintje’ vergeleken bij de grootheid van Paulus’ concurrenten. We zien diezelfde denigrerende neerbuigendheid in de verwoording van Van der Steen. Het gaat om een evangelie van welzijn en welvaart (health and wealth), en ieder die als christen de eindjes niet aan elkaar kan knopen en op tweedehandsjes zit, leeft armzaliger dan God nodig vindt. Het gaat bij TRIN om geestelijke en materiële invloed en gebiedsuitbreiding, een vorm van imperialistisch denken dat de Schrift niet kent.
 
Welvaartsevangelie
De Schrift leert ons om in ‘eenvoud’ te leven, dat wil zeggen: niet zinnen op ‘meer’ en ‘hoger’ (Hand. 2:46; Rom. 12:8 en 16). Christenen mogen daarom tevreden zijn als ze onderhoud en onderdak hebben (1 Tim. 6:6-8). Dat is hun genoeg. Wie hier geen genoegen mee neemt, loopt het risico niet meer ‘eenvoudig van hart’ te zijn. Hebzucht en geldzucht dringen zich op de plaats van God, en van ‘eenvoud’ (God is mijn doel) komt men tot ‘tweevoud’ (God én de Mammon zijn mijn doel). Paulus zegt met klem: ‘Ontvlucht deze dingen’ (1 Tim. 6:11).
Van der Steen wekt de indruk dat wie van zijn rijkdom of armoede wegschenkt, vroeg of laat méér in materiële zin van God terugontvangt. De christelijke traditie laat een ander beeld zien, net als de Schrift. We lezen nergens dat de arme vrouw die haar laatste centen aan de tempel gaf, méér terugkreeg of méér terug zou krijgen. Jezus roept ons op om schatten in de hemel te vergaren, niet hier op aarde. De christenen te Filippi hadden dit begrepen en ondersteunden Paulus met materiële goederen. De apostel schrijft vervolgens in zijn brief dat de ondersteuning op de rekening van de gemeente als een ‘tegoed’ aangroeit. Dit ‘tegoed’ is te zien als een ‘surplus’ aan geestelijke rijkdom in Christus. De rijkdom is in de hemelse gewesten en laat zich niet nu al op aarde materialiseren.
Toen Jezus’ leerlingen Hem benaderden met de woorden: ‘Zie, wij hebben alles prijsgegeven en zijn U gevolgd’, antwoordde Jezus met: ‘Voorwaar, Ik zeg je, er is niemand, die huis of broeders of zusters of moeder of vader of kinderen of akkers heeft prijsgegeven om Mij en om het evangelie, of hij ontvangt honderdvoudig terug: nu, in deze tijd, huizen en broeders en zusters en moeders en kinderen en akkers, met vervolgingen, en in de toekomst het eeuwige leven.’ Wat volgelingen van Jezus nú terugkrijgen, bestaat uit huizen, broeders, zusters, moeders en akkers, met vervolgingen. Wat wordt bedoeld? In Marcus 3:31-35 staat dat zíj de ware moeders, vaders, broers en zussen zijn, die de wil van God doen. Kortom: de gemeente van Christus zit vol met vaders en moeders, broers en zussen. Wie alles loslaat, krijgt deze gemeenschap van God ervoor in de plaats. De huizen en de akkers die men krijgt, zijn de huizen en akkers die men samen deelt als er vervolgingen en plunderingen zijn. Niemand krijgt er eigen huizen en akkers bij, maar mag delen in die van anderen. Zo leefde de vroege kerk. Nergens stelt Jezus dat christen-zijn tot zakelijke successen leidt, integendeel, want kort voor deze discussie met de leerlingen vond er een incident met een rijke jongeman plaats. Jezus zei hem al zijn bezit aan de armen te geven en navolger te worden. Als deze jongen het laat afweten, zegt Jezus: ‘Hoe moeilijk zullen zij, die geld hebben, het Koninkrijk van God binnengaan.’
Het welvaartsevangelie leidt gelovigen op een dwaalspoor; christenen zouden een succes-Jezus moeten volgen, maar dat is een ‘andere Jezus’, een die niet bestaat en nooit heeft bestaan. Bovendien moet niemand zijn ‘droom’ navolgen, maar Jezus. Dromen bestaan meestal uit geestelijke idealen en wereldse wensen, waaronder succesvol en rijk zijn. Het evangelie van Christus is hier geen middel of springplank toe. Wie dat gelooft, zit ernaast.
 
Antichristelijk
Voor de apostel Paulus betekende het evangelie dat hij verkondigde in de eerste plaats een geestelijke zegen. Soms verrichtte God opzienbarende wonderen, maar het lijden in het spoor van Christus bleef. Nogmaals: een slaaf staat niet boven zijn heer. De apostel kreeg nota bene zelfs een ‘doorn in het vlees’ die niet voor gebed week. God had een demon bij de apostel laten stationeren die hem klein, nederig en afhankelijk hield. Gods genade moest de apostel genoeg zijn. Dát is Jezus volgen. Een wereldse succes-Jezus is antichristelijk, want de Jezus die we kennen uit de Schriften kwam en leefde om het kruis te dragen.
Bewegingen als die rond Todd Bentley en TRIN verdraaien de bijbelse feiten en zijn vrijzinnig: ze gaan vrijelijk om met de Schrift, negeren de klassieke lezing van het evangelie en construeren hun ‘eigen’ Jezus.
God geeft ons niet de opdracht om uit de dood op te staan. De opdracht die we wél hebben, is navolging en kruisdragen, dat betekent: onszelf verloochenen en aan onszelf sterven. Ook als de navolging van Christus ons in het leven niets lijkt te brengen: geen succes en geen behaaglijkheid, geen invloed en geen macht, geen vrienden en geen bekeerlingen, geen engelen en geen dromen, geen heden en geen verleden.
 
Dr. Henk Bakker is als docent verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede, het Seminarium van de Unie van Baptistengemeenten in Nederland, en het Center of Evangelical and Reformation Theology (CERT) aan de Vrije Universiteit. Bovenstaand artikel is een bewerking van een lezing hij hield op 27 sept. 2008 in de Bethelkerk te Drachten. De volledige tekst is op dvd te verkrijgen bij de Bethelkerk.



Dit artikel is verschenen in CV·Koers mei 2009

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving