Toespraak (3) conferentie 'Open & Bloot' - seks bespreekbaar maken in de kerk
Op weg naar Drachten, zo’n uurtje rijden uit Welsum, probeerde ik mij voor te stellen hoe het er hier uit zou zien: hoe veel bezoekers, welke mensen, wie zijn de sprekers, zou het een beetje klikken, heb ik het goede overhemd aangetrokken, een net colbertje, want mijn zwarte pak trek ik alleen ’s zondags aan. En dan in een half uur iets vertellen over seks in een gebroken wereld. Het artikel in CV•Koers is wel aardig gevallen, zo hoorde ik, maar nu sta ik dan toch in de spots. Bij een benzinepomp op weg hier naar toe nam ik voor een euro een cappuccino, kocht De Telegraaf, want het RD kun je bij de pomp niet krijgen, en dacht: wat heb ik nou weer op je hals gehaald?
Door Hans Borst
We zijn in de kerken inmiddels gewend te praten over zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Pastorale gesprekken veranderen van karakter. Nog niet zo lang geleden kon een moeder vragen hoe de dominee het vond dat haar dochter een relatie had met een jongen van een andere kerk. Een tijdje geleden belde een student mij om te vragen hoe zij met haar moeder moest omgaan, omdat ze een relatie had met een jongen van de moskee.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Congres: Seks en de kerk
Dit artikel is verschenen in CV·Koers mei 2006
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
Gooi geen stenen
Op weg naar Drachten, zo’n uurtje rijden uit Welsum, probeerde ik mij voor te stellen hoe het er hier uit zou zien: hoe veel bezoekers, welke mensen, wie zijn de sprekers, zou het een beetje klikken, heb ik het goede overhemd aangetrokken, een net colbertje, want mijn zwarte pak trek ik alleen ’s zondags aan. En dan in een half uur iets vertellen over seks in een gebroken wereld. Het artikel in CV•Koers is wel aardig gevallen, zo hoorde ik, maar nu sta ik dan toch in de spots. Bij een benzinepomp op weg hier naar toe nam ik voor een euro een cappuccino, kocht De Telegraaf, want het RD kun je bij de pomp niet krijgen, en dacht: wat heb ik nou weer op je hals gehaald?
Door Hans Borst
We zijn in de kerken inmiddels gewend te praten over zaken die het daglicht niet kunnen verdragen. Pastorale gesprekken veranderen van karakter. Nog niet zo lang geleden kon een moeder vragen hoe de dominee het vond dat haar dochter een relatie had met een jongen van een andere kerk. Een tijdje geleden belde een student mij om te vragen hoe zij met haar moeder moest omgaan, omdat ze een relatie had met een jongen van de moskee.
Toen ik pas dominee vroeg een echtpaar op huisbezoek of het verantwoord was de pil te gebruiken. Onze dochter van 14 heeft het gebruik van anti-conceptie uitgebreid in haar lespakket bij biologie gehad. Toen ik wat te verbaasd keek was ik ouderwets en ook nog dominee, dus echt niet meer van deze tijd.
Ik houd al zo’n 15 jaar lezingen over alles wat er mis kan gaan op het gebied van seks in de kerk. Na mijn boek “Gij zijt die man!”, woorden van de profeet Nathan om koning David te straffen, kwamen de uitnodigingen. Het onderwerp was bijna altijd “Verraden Vertrouwen”, verhalen over hoe grote mensen het vertrouwen van kleine kinderen verraden door hen als grote mensen te gebruiken en te misbruiken.
Of over zeer gerespecteerde ambtsdragers die het vertrouwen van kwetsbare gemeenteleden verraden door hen “vriend” of “vriendin” te noemen, de grenzen te laten vervagen, te zeggen dat het een unieke relatie was, en later tegen een commissie van de kerk te zeggen dat die ander aandacht vroeg, claimde, gestoord was of gewoon heeft gelogen.
Collega Willem Ouweneel heeft er juist een boek over geschreven, “Seks in de kerk”, en na enkele pagina’s vreugde, worden de bladzijden grauwer en donkerder, veel pijn en verdriet. Het boek ligt naast een proefschrift, “Ontredderd”, dat na enkele pagina’s over Gods mooie schepping, eigenlijk alleen maar gaat over geluk dat in de kerk breekt, over wat mensen mensen aandoen, veel bladzijden over seks, weinig over liefde.
Ik heb een aparte boekenplank voor boeken, nota’s, codes en handleidingen van de kerk over seksueel misbruik. Ze staan tegenover mijn planken commentaren, waar ook mijn boeken over Hooglied staan, maar het lijkt of ze niets met elkaar te maken hebben. Spreken en preken over de liefde is niet zo moeilijk. Vooral in een huwelijksdienst klinken de mooiste woorden als bruid en bruidegom onder de preekstoel, hand in hand, wat zenuwachtig op hun stoel draaien. Want de dominee weet kennelijk wel veel van de liefde zoals door God bedoeld, maar wat weet hij van hun liefde?
Maar, als ik het bij hoge uitzondering eens over seks heb, zo’n geschiedenis als van Amnon en Tamar, weeg ik mijn woorden op een goudschaaltje. Onder de preekstoel zit de kerkenraad wat zenuwachtig op hun stoel te draaien. Want de dominee weet kennelijk veel van de seks zoals door God bedoeld, maar wat weet hij van hun intieme leven?
En dan zou het zo mooi zijn als die twee begrippen, liefde en seks, bij elkaar kwamen en bleven. Dat is ook mooi en zo heeft de Here God het ook bedoeld. Maar als mensen mij bellen om eens te komen praten, liggen beide begrippen al lang uit elkaar. De liefde is het raam uit en het intieme leven wordt met iemand anders gedeeld. Geluk is gebroken.
Enkele dagen gelden had ik een gesprek met een vrouw met een hoge maatschappelijke positie. We hebben een afspraak tien maal met elkaar te praten. Het heet coaching of supervisie. Het heet geen pastoraat, want, zo zegt ze: Ik geloof niets. Het bijzondere is dat ze wel veel bagage van huis uit heeft meegekregen en bewaard. Bijvoorbeeld als het om de waarde van het huwelijk gaat.
Enkele maanden geleden vermoedde ze dat ze niet meer de enige was voor haar man. Al gauw werd haar vermoeden waarheid. Nu zitten ze in de fase om een veel te groot huis te verkopen, alles wat ze in 16 jaar tijd hebben verzameld, en om te vertellen aan hun vrienden dat ze geen stel meer zijn.
Maar, zo zei ze: Hij heeft me veel pijn gedaan. Ik heb veel verdriet. Maar ik blijf van hem houden en ik hoop, dat het goed komt. Want, dat is toch waar het in de liefde om gaat? En toen ze daar zo over vertelde schoten mij de kwaliteiten van de liefde, zoals zo mooi in Paulus’ brief aan de Korinthiërs staan, te binnen.
Ik heb lang gedacht dat de kerk het taboe om over seks te praten wel wat had overwonnen. Althans, als ik naar mijn boekenplank kijk. Maar als ik in mijn agenda’s kijk van de afgelopen jaren, naar al die mensen, relaties, kerkenraden, die in de knoop zaten omdat het taboe taboe bleef, heb ik ‘ja” gezegd tegen “Open en Bloot”, en vanmorgen na mijn cappuccino en De Telegraaf bij die pomp toch maar doorgereden naar Drachten.
Tja, hoe praat of preek je nu in de kerk ‘open en bloot’ over liefde en seks als geschenk van God? En hoe doe je dat in een mooie gave wereld en hoe in een gebroken wereld? Dat laatste is niet eens zo gemakkelijk.
In al mijn lezingen en colleges heb ik ontdekt dat we als mensen gauw de neiging hebben over het verkeerde, het zondige, het verbodene te praten, veel voorbeelden, vaak uit eigen ervaring, met als oplossing elkaar loslaten.
Voor het Huis van God ligt vaak een drempel. En je mag er over als je netjes getrouwd bent, je kinderen nog naar de kerk gaan, filternet hebt en nooit naar de vrouw van je vriend knipoogt.
Ik heb jaren als gevangenispredikant met zeden delinquenten gewerkt. Soms mocht ik bemiddelen tussen een gemeente en een van mijn gemeenteleden achter tralies. Is mijnheer zondag welkom? Hij komt vrijdag uit het Huis van Bewaring en wil zondag naar het Huis van God. Is er iemand die hem een hand kan geven, een liedboekje, een plaatsje, misschien een kopje koffie na de dienst? Om dan in praktijk de te brengen wat je van de Here Jezus hebt geleerd in al die jaren blijkt toch niet eenvoudig.
Als een ander een misstap begaat weten we dat langer te onthouden dan de mooiste preek. Het zegt dus niet alleen iets van de ander, maar ook van onszelf. Dus: Hoe komt het dat iets op het gebied van liefde en seksualiteit, zeker als er iets is misgegaan, ons zo bezighoudt? Anders gezegd: in het breken van geluk tussen mensen die elkaar een liefhadden en beminden, zien we de gebrokenheid van de samenleving. Wij maken met elkaar deel uit van die samenleving, die bestaat o.a. uit kerken en gemeenten, en daardoor breekt er als het ware ook iets in ons.
Er gaat ook iets in mij kapot als ik werkelijk om die ander in mijn kerk of gemeente geef en het geluk van die ander breekt, die ander wordt misbruikt of verkracht. En hoe ga ik daar mee om: als lid van de gemeente, als ambtsdrager, als voorganger of predikant?
Hoe is seksualiteit bedoeld?
Seksualiteit hoort bij het leven. Het is iets paradijselijks dat wij van de Schepper hebben ontvangen. Eens schaamden ons niet voor elkaar (Genesis 2:24), maar toen begon de duivel zijn splitsend werk. De ‘uiteendrijver’ of ‘tweespaltbrenger’ van weleer doet dat nog steeds.
De Here God heeft ons volmaakt geschapen, man en vrouw, om elkaar lief te hebben. Daarin was geen rivaliteit, geen afstand, geen begeerte, geen schaamte. Adam en Eva waren niet bang voor aftakeling. Ze hadden geen porno nodig, hoefden niet stiekem 06 – nummers te draaien, hadden geen dubbele agenda, hoefden niet te liegen over overwerk.
Als het goed zit, zoals ik al zei, is er geen pastorale zorg – of welke zorg dan ook – nodig. Het is trouwens wel goed om de Here te danken als het goed zit! En dat komen we, zo geloof ik, nog het allermeest tegen! Heel veel dankbare mensen die genieten van elkaar, vaak 25, 40, 50 jaar, en die God danken voor een mooi en vaak ook bewogen leven, maar in alle seizoenen van het leven Gods en elkaars trouw – wat je ook kunt vertalen met “liefde” – hebben ervaren.
Maar als het niet goed zit, dan zien we van alles en nog wat gebeuren. Ik zoem nu in op de gemeente. Het eerste wat we zien in de gemeente is een klap als iets uitkomt: “Wie had dat gedacht, verwacht, gedroomd? En vervolgens splitsing: de een zegt dat het niet waar kan zijn en de ander zegt ‘het’ altijd al vermoed te hebben; de een zegt dat we naar de ander moeten kijken met ogen van vergeving, de ander zegt dat er ook gestraft moet worden.
Dus overal waar geheimen op dit terrein worden onthuld, zien we splitsing optreden in huwelijken, gezinnen, families, gemeenschappen, vrijwilligersorganisaties, kerken en kerkenraden. Het mooie wat God ons heeft gegeven, wordt dus voortdurend bedreigd.
Wat komen we dan tegen in onze kerken en gemeenten? Er is een groep mensen die een ongeoorloofde vorm van seksualiteit bij het mens-zijn vinden horen. In het leven valt niet veel te kiezen, zeker niet als het om je diepste verlangens gaat. Hun ruimte voor relaties kent geen grenzen.
Er is ook een groep mensen die fel reageert op alles wat met seks te maken heeft. Ze hebben verboden lijstjes van boeken, broeken, banden, films. En zodra ze horen over een ‘geval’ in de gemeente, komt er een kwalijke energie los die nauwelijks in toom te houden is. Mensen komen niet meer in de kerk. De drempel is te hoog. Of zij gaan zonder groeten de kerk uit en laten lege banken achter.
In onze maatschappij gebeurt van alles waarover ook al in de Bijbel gesproken wordt. Ik denk dat er niet veel mensen in de kerk zijn die de illusie hebben dat er in de kerk minder gebrokenheid is dan erbuiten. We staan met onze kerken middenin de maatschappij. De pijn van de breuken straalt door in de kerken en wordt daar ook ervaren. We moeten dus niet alleen maar praten over de zondige wereld buiten de kerk. Of zo preken dat mensen onder de preekstoel niet in de gaten hebben dat het over hen gaat en uit verveling orgelpijpen gaan tellen. Het kan dus zijn dat de preken zo vervreemdend werken dat de zondagse kerkganger en de vreemdeling zich niet meer welkom voelen in de kerk.
Of anders gezegd: De morele drempel voor de kerk kan zo hoog liggen, dat alleen mensen met een ‘pasje’ binnen durven komen. Die kunnen dan met een gerust hart zeggen dat in hun kerk geen mensen samenwonen, scheiden, van hetzelfde geslacht houden, ’s avonds doorzakken of ’s nachts gaan stappen. Nee, als die nog iets met de kerk willen, zitten ze bij de buren waar de drempel lager is. Als we werkelijk willen praktiseren wat we zondag aan zondag horen, zingen, beloven en belijden, moeten we beginnen ons werkelijk als beelddragers van Christus op te stellen. Zegt Hij niet: “Kom over de drempel”?
Hoe kunnen we de drempel verlagen? We kunnen de drempel verlagen door in de preek gewoon de gebrokenheid van de gemeenschap te noemen, voor mensen te bidden die lijden aan een gebroken bestaan, een open huis te zijn voor mensen die het thuis niet uithouden door de spanning, ruzies, verslaving of mishandeling. En door begrijpelijk Nederlands te spreken. We leven niet meer in Kanaän en de tale Kanaäns wordt niet door iedereen begrepen.
En daarvoor hoef je de kerkorde niet te veranderen, geen beleidsplan te schrijven, geen eigen kerkje te beginnen, geen extra opleiding te doen. Daarvoor moet je zelf veranderen. Dat betekent goed naar Jezus kijken. Beelddrager zijn in je eigen straat met een open hart, een luisterend oor, voldoende tijd en een bijbel. Die bijbel neem je niet mee om iemand te meppen, maar om niet te vergeten hoe Jezus met mensen omging.
Toen een groepje moraalridders een overspelige vrouw bij Hem bracht - de stenen lagen al in hun aanhangwagen - zei Hij: “Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen (Johannes 8:7).” En niemand wierp een steen naar de vrouw. Wat een barmhartigheid spreekt er uit de woorden van Jezus als Hij zegt: ”Ik veroordeel u ook niet. Ga naar huis, en zondig vanaf nu niet meer.”
Ik vraag me wel eens af of dit gedeelte uit sommige bijbels is gescheurd. Zo af en toe mag ik bemiddelen als ergens in een gemeente geluk gebroken is. Soms zie ik de aanhangwagens met stenen al voor de kerk staan.
Vasthouden
Wanneer we op een integere wijze met elkaar omgaan, dus in liefde met elkaar zij-aan-zij gaan, mogen we ook het geschenk van de seksualiteit noemen. Dit houdt in dat we elkaar de ruimte geven, elkaar ontmoeten, aanvullen, vasthouden.
Daarover mogen en moeten we ook in de kerk spreken: Hoe houden we elkaar vast, hoe leven we met elkaar, geloven en vieren we? Hoe is het met het respect, integriteit en lichamelijkheid in ons omgaan met elkaar? Met die vragen bezig zijn en ze soms met moeite en pijn beantwoorden, dat is leven in een wereld, in een schepping zoals door God bedoeld. Daarvoor mogen we danken, ook in de kerk. En we mogen bidden voor hen die dit geluk niet of nog niet hebben ervaren.
Immers, de realiteit van het leven, van wat veel mensen is overkomen, is dat geluk broos en kwetsbaar bleek en uiteindelijk is gebroken. Wanneer ergens in de gemeente geluk breekt, is er vaak iets aan de hand op het gebied van relaties.
Mannen of vrouwen hebben een grens overschreden. Een verbond werd gebroken, een “ja”, vaak uitgesproken in het Huis van God, werd vergeten in een Huis van Plezier. Wat vriendschap was, werd misbruik, een collegiale borrel werd overspel. Velen kunnen voorbeelden noemen.
In alle gevallen belanden we in een sfeer van verraden vertrouwen, van onuitgesproken geheimen, een chaos van tegenstrijdige gevoelens en raken we verstrikt in belangen tussen mensen in de gemeente, in ons gezin, in ons huwelijk. Een oerwoud waar de een de weg weet en de ander in verdwaalt. Lastig om het goede te doen, wat ook je taak in de gemeente is. En wat is het goede? Kun je uit de voeten met de Tien Geboden of met de tientallen voorbeelden in de Bijbel?
Een tijdje geleden heb ik over Amnon en Tamar gepreekt. Ik had in Engeland een boek gekocht over pastoraat en seksueel misbruik en alle hoofdstukken zijn als het ware opgebouwd aan de hand van dit verhaal. Twee mensen met eenzelfde vader aan het hof.
Aanvankelijk kon ik niets van God ontdekken in het afschuwelijke verhaal van Amnon en Tamar. Terecht zou Tamar tijdens de verkrachting hebben kunnen roepen: “Waar is God?’’ Amnon betekent ‘de betrouwbare’, maar in dit verhaal is hij de onbetrouwbare. En Tamar is niet langer de stralende, maagdelijke prinses, maar een afgeschreven, vernederde, gebroken vrouw.
Hoe diep Amnons liefde voor zijn mooie halfzuster ging, kun je betwijfelen als je het vervolg leest. Hij móest haar hebben. Het lijkt eerst alsof hij nog gewetensbezwaren heeft: zij was een maagd en het leek hem onmogelijk haar iets aan te doen. Wat er bedoeld wordt, is: zij woonde als maagd in een apart, beschermd huis en Amnon zag geen mogelijkheid haar te pakken te krijgen. Zijn vriend zag hoe Amnon eronder leed en wist raad. Tja, van je vrienden moet je het maar hebben. Doe of je ziek bent en laat Tamar je komen verzorgen, dan is ze al in je slaapkamer, adviseerde hij.
Amnon kruipt als een ziek kind in bed en wil verwend worden. “Twee koeken, gebakken door Tamar’’, jengelt hij als vader David op bezoek komt. Amnon speelt zijn rol. Als hij haar heeft verkracht, voelt hij een diepe afkeer voor Tamar. Ze moet meteen weg, uit zijn ogen, de straat op. Er staat dat zijn afkeer véél groter was dan zijn liefde. Hij ziet Tamar niet meer als mens, maar als object. Speelgoed. Een gebruiksartikel, goed om zo weer weg te gooien als je er je lusten op botgevierd hebt. En met de liefde moest ook Tamar de deur uit.
Tamar sprak duidelijke taal. Het is onteren, het is schande, het is dwaasheid. Dat zijn in Israël zeer ernstige woorden. Met deze woorden beroept Tamar zich op de wet van God, die toch ook voor Amnon belangrijk moet zijn. Ze zegt eigenlijk: “God is hier ook, Hij ziet, Hij oordeelt, Hij lijdt! Wat jíj doet, Amnon, is breken met de hele wet van God.’’ Wat een diep besef van Tamar, dat God er niet achter zit, dat Hij dit kwaad niet wil - laat staan dat hij het stuurt.
Mensen laten elkaar los. God houdt hen vast. Daarvan getuigt Tamar. Ondanks alles. Elkaar in de gemeente niet loslaten, betekent elkaar blijven vasthouden.
Zegel
In een gebroken wereld lijkt het of seksualiteit ook gebroken is. Het wordt allemaal al gauw gekoppeld aan woorden als ‘vies’ of ‘pervers’ of ‘porno’. De voorbeelden uit de Bijbel zouden ons bijna om het verkeerde been zetten.
Het zijn reële voorbeelden, die zo naar deze tijd kunnen worden overgeplant. Ik lees er geen sensatie in. Ik vind ze niet vies, pervers of porno. Ze zijn schokkend, zoals het menselijk bestaan kan zijn of worden. En ze geven aan dat als het mis gaat, als geluk breekt, God er is om Zijn arm om je heen te slaan.
Zoals God mensen vasthoudt, juist in moeilijke omstandigheden, zo mogen wij elkaar ook vasthouden. Naast wat er kan breken, zoals in het voorbeeld van Amnon en Tamar, staat in de Bijbel ook dat we van elkaar mogen genieten. Man en vrouw mogen ‘open en bloot’ met elkaar omgaan en zullen zich niet voor elkaar schamen (Genesis 2: 25). Zij mogen zo uniek zijn voor elkaar, zo onvervangbaar, dat zij elkaars unieke zegel zijn.
Daarover lezen we in Hooglied 8. We lezen dat de liefde sterk is. We mogen er ook veel van verwachten. Dat doet het meisje in Hooglied ook. Ze vraagt veel, maar overvraagt niet: “Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm.’’ (Hooglied 8:6).
Het zegel was voor een man een hoogstpersoonlijk bezit. Hij kon er contracten mee bezegelen. Was hij het kwijt, dan was hij niemand meer. Hij telde niet langer mee. Zo’n zegel droeg een man aan een ketting op zijn borst, ter hoogte van zijn hart. Het hart: krachtig kloppend en toch zo kwetsbaar. Daar wilde het meisje zijn, aan het hart van de Bruidegom. Samen zingen zij de lof op de liefde.
Niet alleen in het Hooglied, maar op veel plaatsen in de Bijbel lezen we hoe de liefde tussen mensen bedoeld is. Daarover horen wij in onder andere 1 Korinthiërs 13. In dit lied gaat het over je eigen verlangen, je liefde voor God en voor elkaar, hoe liefde eruit ziet, wat ‘echt’ is, waarin je gelooft, wat je hoopt. En we lezen ook hoe liefde niet zou moeten zijn: de liefde is niet opgeblazen, geen gebabbel, niet geveinsd, geen mooie buitenkant. ‘t Is veeleer de verwondering, de diepte, de stilte.
Daarover sprak enkele dagen geleden die zogenaamde ongelovige vrouw,
Maar wat had ze toch ook veel begrepen van hoe God de liefde tussen mensen bedoeld heeft, hoe Hij zelf liefde is, en altijd daar wil zijn waar breuken zijn ontstaan. Was Hij niet daar, vernederd, gebroken, vermoord, om onze gebroken wereld te helen?
Als je zo over liefde spreekt, zoals door God bedoeld, vaak in mooie woorden, mag je in het verlengde daarvan ook ‘open en bloot’ over seksualiteit spreken als iets moois.
Wanneer je seksualiteit loskoppelt van de liefde tussen mensen, krijgt ze een andere kleur. De liefde die in het Hooglied wordt bezongen, is niet te koop (Hooglied 8:7). Seksualiteit is wel te koop. Maar seks zonder liefde maakt de mens arm. Wanneer liefde en seks bij elkaar horen, geeft dat ruimte en vrijheid en respect. Wanneer de liefde ontbreekt, klinken er andere woorden.
Seksualiteit gekoppeld aan liefde is iets dat het daglicht kan verdragen. We mogen er in liefde ‘open en bloot’ over praten, preken en schrijven in de kerk. Alle bijbelse verhalen mogen worden verteld. Ze verrijken het leven van de mens. De verhalen leren ons iets over Gods trouw en hoe we op de goede weg blijven als we dreigen te ontsporen.
Liefde is een geschenk dat de Schepper ons heeft toevertrouwd. Geschenken van God zijn kostbaar, uniek, niet bedoeld om te verkwanselen, te verhuren of in de uitverkoop te doen. Wanneer we liefde en seks bij elkaar houden zoals door God bedoeld, dan kunnen we heel wat preken maken over hoe we een gebroken wereld kunnen helen. Het wordt preken zonder vijgenblad!
Prof. dr. Hans Borst is predikant van de PKN-gemeente te Welsum. Daarnaast werkt hij als hoogleraar praktische theologie aan de ETF in Leuven en als docent aan de Christelijke Hogeschool Ede.
Prof. dr. Hans Borst is predikant van de PKN-gemeente te Welsum. Daarnaast werkt hij als hoogleraar praktische theologie aan de ETF in Leuven en als docent aan de Christelijke Hogeschool Ede.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Congres: Seks en de kerk
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
