Gelouterd door de crisis
kaders:
• De Amerikaanse zeepbel
• Noodhulp van de centrale bank
• 'Mensen zijn blind voor hun hebzucht'
Als je geld uitgeeft dat je niet hebt, gaat het mis. Zo simpel is dat. Toch is er een wereldwijde financiële crisis voor nodig om ons daarvan te doordringen. Het is helder dat we beter met de pecunia om moeten gaan, maar hoe? Acht lessen van econoom Lans Bovenberg.
Door Lans Bovenberg
De oorzaken van de kredietcrisis zijn complex. Duidelijk is dat de ellende in de Verenigde Staten is begonnen. Zowel de overheid als de particuliere sector leven daar al jaren boven hun stand. Onwetende gezinnen zijn door duurbetaalde adviseurs overgehaald om een huis te kopen, terwijl ze zich dat eigenlijk niet konden veroorloven. Goedbedoelde sociale wetgeving speelde daarbij een rol: het stimuleerde hypotheekbanken om krediet te verstrekken aan lage inkomens.Maar ook Europese banken hebben bijgedragen aan de kredietcrisis. Zij belegden in risicovolle Amerikaanse rommelhypotheken, zodat de Amerikanen op de pof konden blijven leven. Men kocht producten waarvan men de risico’s nauwelijks begreep. Banken gokten met het spaargeld dat hun toevertrouwd was. Mede door een bonuscultuur – die risico nemen aanmoedigt – zijn financiële instellingen zich te veel gaan richten op de belangen van aandeelhouders. Zij zijn daardoor hun belangrijkste missie uit het oog verloren: het veilig uitzetten van het spaargeld van hun klanten bij het bedrijfsleven. De financiële sector werd steeds minder dienstbaar aan de rest van de economie. En dat is zonde.
Centrale bankiers en toezichthouders hadden onvoldoende inzicht in de risico’s die banken namen. Ook vonden ze weinig gehoor bij de politiek en het grote publiek om misstanden te corrigeren en de geldgroei te verminderen. Als het feest zijn hoogtepunt nadert, zijn moedige toezichthouders nodig, die er als lastige buurman niet voor terugschrikken om de muziek zachter te zetten. Zolang het goed ging profiteerde iedereen immers van de winsten in de financiële sector. Op deze manier bleven onze pensioenvoorzieningen immers betaalbaar? Overheden, banken, economen, kiezers, burgers, pensioenfondsen – we zijn ziende blind geweest. Hoe moet het anders?
1. Vertrouwen is het bloed van de economie
Inmiddels is gebleken hoe fragiel de economie is. Ze is te vergelijken met een lichaam waarbij elk orgaan een andere functie heeft. Ieders talent wordt ingezet waar het de meeste waarde oplevert voor anderen. Maar een lichaam kan alleen goed functioneren als de verschillende organen elkaar vertrouwen. Vertrouwen is het bloed van de economie.
De financiële sector verzorgt de bloedsomloop. Ze zorgt ervoor dat de lichaamsdelen die voeding nodig hebben, dat ontvangen van anderen. Maar de financiële sector heeft haar hoofdtaak – het produceren van vertrouwen – uit het oog verloren. Daardoor is het bloed aangetast. Zonder vertrouwen is ieder lichaamsdeel op zichzelf aangewezen en komt de economie tot stilstand.
2. Eerste hulp is een must
Op dit moment is de eerste prioriteit: crisismanagement. Hoe voorkomen we dat de patiënt overlijdt aan bloedvergiftiging, waarbij de zwakste lichaamsdelen het eerst worden afgestoten? De financiële sector ligt inmiddels aan een overheidsinfuus. De overheid zorgt voor liquiditeit. Ze garandeert leningen tussen banken en versterkt de vermogens van de banken door overheidsparticipatie. De gezamenlijke Europese overheden hebben een aantal medicijnen gevonden en ze beginnen aan te slaan. Zelfs de aanbidders van de vrije markt in de VS hebben van Europa geleerd. Ze hebben hun aanvankelijke ideologische weerzin tegen overheidsparticipatie in het bankensysteem laten varen.
Internationale samenwerking is nu van groot belang. Het grote gevaar is dat landen kiezen voor hun eigen belangen op de korte termijn. De zwakste landen worden daarvan het eerste slachtoffer. Want geldstromen en handelsstromen naar de ontwikkelingslanden drogen dan op. Opportunistische politici roepen nu al dat ze de industrieën in eigen land willen gaan steunen. De jaren dertig hebben laten zien tot wat voor ramp dit protectionistische gedrag kan leiden. Het vertrouwen tussen landen verdampt en de economie stort in.
3. Voorkomen is beter dan genezen
De moeilijkste opgave komt nog. Hoe voorkomen we dat het bloed van de economie opnieuw vergiftigd raakt? Tijdelijke overheidsgaranties zijn nodig om te voorkomen dat de verzwakte banken in het geheel geen krediet meer verlenen. Maar elk medicijn heeft bijwerkingen. Dat geldt ook voor overheidsgaranties. Ze lokken precies dat risicovolle gedrag uit dat deze crisis heeft veroorzaakt.
De overheidsgaranties voor de Amerikaanse hypotheekbanken Fannie Mae en Freddie Mac stimuleerden deze geldverstrekkers om te veel risico’s te nemen. Zij profiteerden zolang het goed ging, maar konden de rekening bij de overheid neerleggen als het mis zou gaan. De overheid zal financiële instellingen weer snel meer risicodragend moeten maken. Zo kan ze voorkomen dat banken hun verantwoordelijkheden blijven afschuiven.
4. Concurrentie is de olie, ethiek de motor
De combinatie van een markteconomie en een sterke rechtsstaat heeft het Westen de afgelopen eeuwen veel welvaart gebracht. Grote delen van de wereldbevolking beginnen in Azië en Latijns-Amerika nu ook van deze combinatie te profiteren. Er bestaat op dit ondermaanse geen beter alternatief als het gaat om het genereren van welvaart. Concurrentie is de belangrijkste drijvende kracht achter innovatie. Ze dwingt opportunistische producenten om rekening te houden met de belangen van anderen.
Tegelijkertijd wordt de markteconomie steeds weer geplaagd door excessen. Dit vereist correctiemechanismen, zoals een democratie waarin misstanden aan de kaak kunnen worden gesteld. Het oordelend vermogen van mensen is beperkt. Juist daarom is concurrentie in het bedrijfsleven en de politiek zo belangrijk. Het zorgt voor discipline, brengt informatie boven tafel en stelt de belangen van klanten, werknemers en kiezers voorop. Blind vertrouwen in de alwetendheid en goedwillendheid van politieke leiders en het bedrijfsleven is dom.
Een goed functionerende markteconomie en een integere overheid vragen ook om een sterk fundament van waarden en normen. Zo kan hebzucht in toom gehouden worden. Maar helaas is het steeds moeilijker om publieke regelgeving door te laten dringen tot het hart van de samenleving. Het is daarom zaak dat normen en waarden vastgelegd worden in professionele en ethische standaarden. Zeker in de financiële sector zijn integriteit, transparantie en eerlijkheid van vitaal belang. Wie handelt in geld, leeft van vertrouwen – en produceert dat vertrouwen.
5. Zonder zelfregulering gaat het niet
Het komt nu aan op het zelfreinigende en zelflerende vermogen van de financiële sector. De banken zullen zich weer meer moeten gaan richten op het veilig beheren van spaargelden. Beloningssystemen voor topmanagers zullen op deze kerntaak afgestemd moeten worden. Ze moeten stimuleren dat de bank waarde creëert zonder dat dit ten koste gaat van anderen. De financiële sector kan vertrouwen terugwinnen door producten transparant en zonder verborgen kosten aan de man te brengen. Want veel mensen kunnen complexe financiële producten nu eenmaal moeilijk beoordelen.
6. Publiek toezicht is nodig
Publieke toezichthouders moeten voorkomen dat risico’s door financiële instellingen worden afgewenteld op de belastingbetaler. Het gaat daarbij niet om meer, maar om bétere regels. Als banken hypotheken verstrekken, moeten ze zelf ook een deel van het risico op de balans houden. Dit om te voorkomen dat ze risico’s afschuiven. Door internationale uitwisseling van informatie kunnen we meer helderheid krijgen over waar risico’s uiteindelijk neerslaan.
De economische internationale integratie loopt ver voor op de internationale politieke samenwerking. Daardoor worden mondiale problemen onvoldoende aangepakt. Denk behalve aan een degelijk financieel systeem ook aan klimaatverandering, energievraagstukken en voedselschaarste in arme landen. Dit bedreigt de duurzaamheid van globalisering. Meer politieke internationale samenwerking is daarom nodig.
7. Gewoon eerlijk je brood verdienen
Deze crisis biedt kansen om onze verwende samenleving weer vitaler te maken. We zijn geconfronteerd met de realiteit van het kwaad en de risico’s van de gevaarlijke wereld waarin we nu eenmaal leven. Onze verweesde samenleving krijgt de kans om opnieuw te gaan leven volgens een beproefd principe: gewoon eerlijk je brood verdienen door te voorzien in de behoeften van anderen. En dat zonder een voorschot te nemen op de toekomst.
Overheden moeten hun beperkingen leren aanvaarden. Ze moeten niet méér beloven dan ze kunnen waarmaken en niet op de pof leven. En ook jongeren moet beter geleerd worden verantwoord met geld om te gaan. Eigen verantwoordelijkheid gaat niet vanzelf.
Nu de pensioenvermogens zijn uitgehold, komt het geleidelijk verder verhogen van de pensioenleeftijd dichterbij. Het wordt daardoor belangrijker om te investeren in het ontwikkelen, koesteren en benutten van talent. Dat kan een cultuurverandering op gang brengen: een nieuw arbeidsethos, waarbij mensen zich tot op hoge leeftijd in kunnen zetten voor de noden van de ander. Die inzet geldt zowel voor vrijwilligerswerk als betaalde arbeid. Het gaat daarbij om goed werknemerschap, waarbij werknemers hun specifieke vaardigheden voortdurend aanpassen aan de veranderende noden van de samenleving. Daarnaast is goed werkgeverschap van belang: het ontwikkelen en koesteren van de talenten van werknemers.
8. Het begint bij ons
Voor christenen is dit vooral een tijd om zich te bekeren en te verootmoedigen. Het is gemakkelijk om simpele antwoorden te geven en naar de zelfverrijking van bankiers te wijzen. Maar durven wij de diepten van ons eigen hart te bekijken? Hoe beleven wij ons eigen werk? Als een manier om anderen te dienen? Of om zo snel mogelijk met pensioen te kunnen gaan?
Hoe komt het dat een christelijk sociaal kabinet zich vooral profileert op het punt van koopkrachtbehoud op de korte termijn, in plaats van op de grote structurele uitdagingen van ons land? Heeft dat te maken met de prioriteiten van de christelijke achterban? En waarom staan christenen vooral bekend als moraliserende mensen? Mensen die vanaf de wal en vanuit hun veilige kerkgebouwen altijd heel goed weten te vertellen wat beperkte, beschadigde mensen, die in de modder van de samenleving staan, allemaal precies verkeerd doen? Waarom zijn in de VS zo veel christenen – verblind door het welvaartsevangelie – de gewillige slachtoffers geworden van de Amerikaanse hypotheekbanken?
Laat christenen in deze tijden vooral bekendstaan als mensen die bereid zijn de balk uit hun eigen oog te nemen. Die er evenmin voor terugschrikken om hun handen uit de mouwen te steken. Mensen die hun wijk, dorp, school of bedrijf smaak geven. ,,Jullie zijn het zout der aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan gezouten worden?’’ (Matt. 5:13)
Lans Bovenberg is hoogleraar economie aan de Universiteit van Tilburg en directeur van het onderzoeksinstituut Netspar.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier De crisis
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
