Martyn Lloyd-Jones: Prediking en predikers
Onveranderd de kerk uitkomen, dat is een van de ergste dingen die bestaan, vindt dr. Martyn Lloyd-Jones (1899-1981). De preek moet zelfs zo’n verandering uitwerken dat wie luistert daarna niet meer dezelfde is, aldus Lloyd-Jones in zijn boek Prediking en predikers. Herman G. de Winkel maakte voor Passie voor Preken een samenvatting in vijf delen. Dit is het tweede deel: de preekvoorbereiding. Lloyd-Jones: ,,De prediker is niet geroepen een beschouwing te geven over, of een analyse van het evangelie. Hij moet het Woord present stellen’’.
Door Herman G. de Winkel
Basis
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Preken met kracht
Dit artikel is verschenen in CV·Koers juni 2006
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
Deel 2: de preekvoorbereiding
Onveranderd de kerk uitkomen, dat is een van de ergste dingen die bestaan, vindt dr. Martyn Lloyd-Jones (1899-1981). De preek moet zelfs zo’n verandering uitwerken dat wie luistert daarna niet meer dezelfde is, aldus Lloyd-Jones in zijn boek Prediking en predikers. Herman G. de Winkel maakte voor Passie voor Preken een samenvatting in vijf delen. Dit is het tweede deel: de preekvoorbereiding. Lloyd-Jones: ,,De prediker is niet geroepen een beschouwing te geven over, of een analyse van het evangelie. Hij moet het Woord present stellen’’.
Door Herman G. de Winkel
Basis
De preek hoort altijd een theologische basis te hebben. Bij afzonderlijke teksten, algemene preken en speciaal bij evangelisatie. Je kunt mensen alleen tot Christus brengen door de gehele leer te behandelen van zondeval, zonde en toorn van God over de zonde. Dan kun je Christus prediken en mensen uitnodigen met berouw tot Hem te komen.
De prediker moet goed thuis zijn in de bijbelse theologie, die op zijn beurt leidt tot een systematische theologie. Systematische theologie gaat over waarheden de gebaseerd zijn op de Bijbel. Dat is het kader waarbinnen je preekt. Deze theologie moet altijd op de achtergrond aanwezig zijn als controle op de preek, zodat je niet een tekst geïsoleerd behandelt maar ‘Schrift met Schrift vergelijkt’. Je mag niet je eigen doctrine in de tekst stoppen. Een leerstuk dat je in een tekst ontdekt, moet worden getoetst aan de gehele Bijbelse leer (p. 66).
Inhoud
De prediker is niet geroepen een beschouwing te geven over, of een analyse van het evangelie. Hij moet het Woord present stellen, rechtstreeks overbrengen aan de mensen. Wij spreken niet over een onderwerp dat buiten onszelf staat en wat we van een afstand bekijken. Wij zijn er zelf helemaal in betrokken.
We moeten het totale evangelie brengen. Met zijn persoonlijke kant, maar ook met de sociale en kosmische zijde ervan. Het gehele plan van de verlossing, geopenbaard in de Schriften. Gericht op het uiteindelijke doel: '... alles wat in de hemelen en op de aarde is, samen te vatten onder één hoofd: Christus' (Efeziërs 1:10). Daarom is de driedeling van belang; vooral in het derde type, het onderwijs, kan het geheel van het heilsplan worden uitgewerkt.
Laat daarom de mensen altijd zien dat zij deel zijn van een groter geheel. Verlossing is niet iets subjectiefs, een fijn gevoel, vrede of wat zij ook zoeken. Ze moeten weten dat het hele universum erbij betrokken is. Toon ze daarom de alles omvattende grootheid van het evangelie. Alles is deel van dat geheel.
Tekst
Hoe krijg je stof voor je preek? Het is een slechte gewoonte de Schriften te lezen om een tekst te vinden. Lees de Bijbel voor je eigen leven en educatie. Daarbij zul je teksten en gedachten tegenkomen die je raken. Schrijf zo'n tekst op, denk erover na en maak er een preekschetsje van. Leg de gedachten van dat moment vast. Als je die verzamelt, heb je altijd stof bij de hand die je naderhand kunt uitwerken. Het kan gebeuren dat God je direct een preek aanreikt, maar meestal moet je er hard voor werken.
De methode om schriftgedeelten die je raken, te overdenken en als schets te bewaren, voorkomt dat je zaterdag nog nerveus op zoek bent naar een tekst voor de zondag.
De preekschetsen zijn de hoofdpunten van je uitleg. Je moet ze niet gebruiken voor een eigen thema; de boodschap moet altijd uit de Schrift voortkomen. En als je eerlijk omgaat met de Schrift, behandel je vanzelf alle verschillende aspecten van de Waarheid.
Hoe ga je om met de tekst? Zoek eerst de betekenis ervan. Hiervoor geldt een gulden regel, een absolute eis: eerlijkheid. Ga eerlijk om met je tekst! Je mag hem niet gebruiken om er een idee uit te pikken dat jou interesseert. Om er vervolgens een eigen idee mee uit te werken. Dat is oneerlijk en oneerbiedig tegenover de tekst.
Een absolute regel is dat je de tekst altijd moet plaatsen in zijn context. Het is misbruik als iemand er een thema uitzoekt om zijn eigen gedachten te kunnen spuien. De tekst moet accuraat behandeld worden, in zijn context en, nog belangrijker, in zijn geestelijke betekenis.
Om dat te bereiken moet je vragen gaan stellen aan de tekst. Waarom zei hij dat? Wat ging hij doen? Wat was zijn doel en bedoeling? Je moet leren praten met de tekst. Vragen te stellen en te kijken welke vragen hij jou stelt.
Ga nooit een tekst forceren. Je kunt een fascinerend idee krijgen. Maar stop direct als je de tekst gaat manipuleren om hem passend te maken voor jouw idee. Het is belangrijk dat je wat je gevonden hebt, toetst aan enkele commentaren.
Laat de hoofdwaarheid, de voornaamste boodschap van de tekst je leiden. Laat die betekenis de inhoud zijn van je preek.
Kansel en kerkbank
'De kerkbank mag nooit de kansel dicteren, noch die besturen' stelt Dr. Lloyd-Jones (blz. 143). Tegelijk moet de prediker goed inzicht hebben in de toestand van de mensen in de banken. Die moet hij in gedachten houden bij het maken en het houden van de preek. Het is belangrijk dat hij onderzoekt wat de mensen aankunnen. Zoals Paulus schrijft dat de gemeenteleden geestelijk nog baby's zijn. Baby's geef je geen vlees maar melk (1 Korintiërs 3:1-2).
Het is een misvatting aan te nemen dat ieder die lid is van de kerk en zegt een christen te zijn, dat ook werkelijk is. Je boodschap is dan altijd instruërend en het evangeliserende element ontbreekt vrijwel geheel. Zo kunnen - meelevende - mensen jaren in de kerk zitten; de prediker en zijzelf denken dat ze behouden zijn. Maar wat zij nodig hebben is een preek die overtuigt van zonde. Een boodschap die hun nood aantoont, hen tot oprecht berouw brengt en ze wijst op noodzaak van de wedergeboorte.
Een andere verkeerde gedachte, aan de kant van de hoorders, de geregelde kerkgangers, is dat zij christen zijn en geen zondaars. Zij nemen het de prediker kwalijk als hij hen op hun zondige toestand wijst en hen op een directe manier aanspreekt. Algemene verhandelingen vinden ze prima, maar het moet niet te persoonlijk worden. Terwijl zij dat toch het meest nodig hebben.
Dr. Lloyd-Jones acht het niet gewenst een preek te besluiten met een oproep te kiezen en een beslissing te nemen. Daarmee zet je de wil van mensen onder druk. Een mens bestaat uit verstand, gevoel en wil. De wil moet door de boodschap benaderd worden via het verstand en het gevoel. Overtuiging van zonde, geloof en wedergeboorte is uitsluitend het werk van de Heilige Geest.
De prediker
Hoe een preek wordt, hangt af van de persoon van de prediker, want ieder mens is anders. Het hangt ook af van zijn staat van ontwikkeling. Een prediker moet altijd groeien, vooruitgaan. Wat hij in het begin niet kan, kan hij later wel.
Je moet ook constant jezelf en je mensen onderzoeken. Bereid zijn jezelf en je mening bij te stellen. Er is wisselwerking tussen prediker en hoorders. Samen maak je een ontwikkeling door.
N.a.v. Preaching and Preachers, door Dr Martyn Lloyd-Jones (London, etc.: Hodder & Stoughton; eerste druk 1971, deze uitgave uit 1998).
Deze samenvatting is met toestemming overgenomen van www.passievoorpreken.nl. Op deze site vindt u nog veel meer artikelen rond de prediking.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Preken met kracht
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
