forum
"Fors bezuinigen? Prima, maar niet op zorg!"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
Samenvatting van 'De grote doorbraak' (Derek Morphew)

Derek Morphew: De theologie van het Koninkrijk


kaders:
Lezersaanbieding: De grote doorbraak
Derek Morphew neemt ons in zijn boek De grote doorbraak mee op een ontdekkingsreis door de Bijbel naar de betekenis van het Koninkrijk van God voor de kerk van nu. Ronald Westerbeek schreef een samenvatting van dit opmerkelijke boek.

Door Ronald Westerbeek (bewerking)


Derek Morphew: De theologie van het Koninkrijk Als we te veel nadruk leggen op het ‘reeds’ van het Koninkrijk, lopen we het gevaar van triomfalisme. We gaan er dan vanuit dat we in ons leven geen lijden, ziekte, pijn en mislukking hoeven te ervaren. Als we te veel nadruk leggen op het ‘nog niet’ van het Koninkrijk, lopen we het gevaar van fatalisme. We leven met weinig concrete verwachting voor het hier en nu. We hebben de nederlaag tegen de zonde dan al geleden, omdat we het onbewust accepteren.

Gods heerschappij is eeuwig en universeel. Dit betekent dat Hij de allerhoogste heerser over alle dingen is, was en altijd zal zijn. Hij regeert als koning over de hemelen, de engelen, de planeten, de natuur, de geschiedenis en de hele werkelijkheid.
De komst van het Koninkrijk betekent dat God ingrijpt in de loop van de menselijke geschiedenis. Zijn macht breekt door in de aangelegenheden van de mensen en gaat de confrontatie aan met de krachten die Hem weerstaan en mensen gevangen houden.
De profeten ontvingen de belofte van het Koninkrijk, als de verzekering dat een nieuwe tijd zou aanbreken: een tijd waarin Gods koninklijke heerschappij openbaar zou worden.
 
Eeuwen later kwam Jezus op aarde. Lammen liepen, doven hoorden, zondaars werden vergeven, demonen werden uitgeworpen. De nabijheid van het Koninkrijk werd aangekondigd met een niet eerder vertoond gezag.
Maar de joden waren in verwarring: was dit nu die doorbraak van Gods Koninkrijk die de profeten was voorzegd? Jezus sprak op mysterieuze wijze over het Koninkrijk, alsof het er inderdaad reeds was en toch ook nog moest komen. In sommige opzichten scheen Hij de grenzen te overschrijden van wat de profeten hadden verwacht, en toch leek Hij niet de totale verwachting van het Koninkrijk te willen openbaren. In plaats daarvan wees Hij op een beslissende doorbraak die een geweldige ommekeer zou brengen.
Hij werd gekruisigd, maar stond weer op uit de dood en openbaarde een levensvorm die pas in de toekomende eeuw werd verwacht. Na de opstanding sprak Hij voortdurend over het Koninkrijk en beloofde een verdere doorbraak van Gods heerschappij met kracht. Hij droeg zijn leerlingen op om het Koninkrijk tot aan de einden der aarde te verkondigen. Daarna voer Hij ten hemel, en kwam de kracht van de Heilige Geest over de discipelen.
 
Wij leven in een tijd waarin het Evangelie zich als nooit tevoren verspreidt. De kerkgeschiedenis laat zien dat het Koninkrijk van volk tot volk en van generatie op generatie doorbreekt. We wachten aan de ene kant op de definitieve doorbraak van het Koninkrijk van God in de menselijke geschiedenis, wanneer dit tijdperk uiteindelijk plaatsmaakt voor een nieuwe tijd. Aan de andere kant is het einde al gekomen in Jezus en door de uitstorting van de Heilige Geest. De kerk leeft van de machten van de toekomende eeuw, terwijl de machten van deze eeuw om ons heen werkzaam blijven. Het Koninkrijk roept ons vanuit de toekomst en breekt met een beslissende oproep in ons door. Laten we gehoor geven aan het woord van Jezus om ‘eerst het Koninkrijk van God te zoeken’ (Matteüs 6:33).
 
 
Deel 1: De openbaring van het Koninkrijk in het Oude Testament
De leer over het Koninkrijk van God in het Oude en Nieuwe Testament laat zich in enkele zinnen samenvatten, die gelijk het spanningsveld weergeven.
 
In het Oude Testament:
- De Heer is koning
- De Heer zal koning worden
 
In het Nieuwe Testament wordt dit:
- Het Koninkrijk van God is gekomen
- Het Koninkrijk van God zal komen
- Het Koninkrijk van God komt onmiddellijk
- Het Koninkrijk van God laat op zich wachten
 
 
Hoofdstuk 1: Beelden van het Koninkrijk
Het Oude Testament staat vol met beelden van het Koninkrijk.
 
1. Het Koninkrijk: De botsing van twee machten
In Exodus vinden we het eerste beeld van het Koninkrijk: de botsing van twee machten. Het is het verhaal van de uittocht: Gods bevrijding van mensen.
 
a. De aankondiging van het Koninkrijk: de openbaring van de Godsnaam
Voorafgaande aan de uittocht, openbaart God zijn naam, en daarmee: zijn aard, zijn karakter: Ik was, Ik ben, Ik zal zijn, degene die van generatie op generatie aanwezig is, in de situatie van de mens binnenkomt, om te bevrijden van gebondenheid, en vrijheid te geven.
 
b. Het Koninkrijk breekt door: de geestelijke strijd
De boodschap van Exodus is dat er twee machten met elkaar in conflict zijn: de macht van God tegenover de macht van de duisternis. Wanneer we spreken over het Koninkrijk, zeggen we dus iets over macht, strijd, verovering en overwinning.
 
De koning is er voor zijn mensen, Hij is tegen de onderdrukker en komt tussenbeide. Hij is een machtig krijgsheer die door strijd bevrijding brengt. Zijn Koninkrijk brengt bevrijding. Hij is geen God die ver weg is. Hij is de actieve, dynamische God die in onze wereld doordringt en zeer betrokken is bij mensen.
Het beeld van het Koninkrijk in Exodus verwijst naar de vervulling van het Koninkrijk in Jezus Christus. Het Evangelie van Markus laat zien dat Jezus de tweede Mozes is. Zoals God neerdaalde en voor zijn volk Israël tussenbeide kwam, greep Hij ter wille van de verloren mensheid in Jezus Christus opnieuw in.
 
2. Het Koninkrijk: De verbondsrelatie
Het tweede beeld van het Koninkrijk treffen we aan in het Sinaïtische verbond dat door Jahweh wordt geïntroduceerd als Hij tot Mozes zegt: ,,U zult voor Mij een koninkrijk van priesters zijn, een heilig volk’’ (Exodus 19:3-6). De Heer bevrijdde Israël door de uittocht zodat het zijn volk kon worden en een verbond met Hem kon aangaan.
Israël had niet langer de status van een slavenvolk, maar werd nu een koninkrijk. Geen enkele soevereine vorst woonde te midden van het volk dat hij had veroverd. Hij regeerde op afstand. Maar deze soevereine vorst, de Heer, leefde als koning onder het overwonnen volk. Zijn relatie met Israël werd bepaald door een heel nieuw soort soevereiniteitsverdrag (Deut. 4: 32-34).
 
3. Het Koninkrijk en de landinname
Het derde duidelijke beeld van het Koninkrijk treffen we aan in de verovering van het beloofde land en het Davidische koningschap. Leerde Israël bij de uittocht God kennen als koning over Egypte en de natuur, tijdens de landinname zag het zijn heerschappij over ‘de volken’ .
De regering van Salomo leert ons veel over de viering en vermenigvuldiging van het koninkrijk, de voorspoed en de vrede van het koninkrijk, en de levensstijl van het koninkrijk. Het Koninkrijk stelt de norm van rechtvaardigheid en (sociale) gerechtigheid, die ons hele leven omvat.
Het Davidische beeld leert ons dat we de heerschappij van Jezus niet mogen beperken tot een louter ‘geestelijke’ en persoonlijke ervaring. Als het koninkrijk in Israël al zo’n enorme reikwijdte had, hoeveel te meer moet dan de heerschappij van Jezus zijn kerk vervullen! Christus moet Heer over heel ons leven zijn.
We weten dat we nog niet leven in de ‘gouden eeuw’ die aanbreekt met de definitieve komst van het Koninkrijk. Het Koninkrijk is nu nog onvolkomen en zal pas volledig gestalte krijgen wanneer de koninkrijken van deze wereld het Koninkrijk van Jezus Christus zijn geworden. Maar als we eenmaal dit beeld van het Koninkrijk hebben begrepen, kunnen we nooit met minder tevreden zijn. Onze visie van de werkelijkheid zal zich altijd uitstrekken naar het hoogste doel en onze hele levenshouding vormgeven.
 
 
Hoofdstuk 2: De beloften van het Koninkrijk
De regering van David en Salomo was een hoogtepunt voor Israël, maar de vrede was niet van lange duur. De geloofsafval van Israël en Juda leidde uiteindelijk tot de Babylonische ballingschap. In deze uitzichtloze situatie ontvingen de profeten van Israël de belofte van het Koninkrijk: ,,De Heer zal koning zijn’’.
De profeten zagen dat deze toekomstige doorbraak van Gods Koninkrijk veel groter zou zijn dat de eerdere doorbraak van het Koninkrijk, met David en Salomo. De uiteindelijke ingreep van God in de geschiedenis der mensheid zou de hele vroegere heilsgeschiedenis overtreffen. Het zou de hele aarde omvatten en kosmische proporties aannemen en ten slotte een nieuwe hemel en een nieuwe aarde omvatten.
Hoe en wanneer God precies de belofte zou vervullen, was zijn zaak. Dit horen we terug in de taal van de profetieën. Als gevolg daarvan konden ze de nabije en verre toekomst bijeen houden en de bevrijding uit de ballingschap in dezelfde context beschrijven als de eerste komst van Jezus Christus of zijn wederkomst.
 
Van alle boeken uit het Oude Testament werd Jesaja het meest aangehaald door Jezus. Jesaja staat dan ook boordevol met profetieën over Gods Koninkrijk. Wat Jesaja telkens benadrukt, is dat God, de Koning, zal komen en de Geest zal worden uitgestort en verlossing brengen. In Jesaja’s woorden sluit de verlossing het hele spectrum van Gods barmhartigheid en vrede in, door een nieuw volk van God te scheppen dat de nieuwe orde zal binnengaan.
 
a. God zal komen (de Vader)
Jesaja kondigt het goede nieuws aan dat God zal komen om zijn volk te redden en te troosten. Met recht kunnen we stellen dat het idee van het ‘evangelie’ of goede nieuws hiervandaan komt.
 
b. De Koning komt (de Zoon)
Het koningschap van David is een blijvend beeld geworden van het Koninkrijk. Zoals de gerechtigheid van God door David tot Israël kwam en bevrijding uit de onderdrukking bracht, zal de nieuwe David door het nieuwe, eeuwige verbond dat door zijn dood is ingesteld met recht en gerechtigheid voor alle volken komen (Jesaja 11:4-5).
 
c. De Geest komt
Enkele van de mooiste passages in Jesaja gaan over de komst van de Geest. Hij gebruikt symbolen van water, regen en rivieren om de levensbrengende eigenschap van het werk van de Geest aan de duiden. Jesaja beschrijft mensen die opbloeien en in overvloed gaan leven vanwege de uitstorting van de Geest.
 
De kennis van de Drie-eenheid – het feit dat God Vader, Zoon en Heilige Geest is – werd geopenbaard door het leven, de dood, de opstanding en de hemelvaart van Jezus Christus en de uitstorting van de Geest met Pinksteren. Wanneer we vanuit het Nieuwe Testament terugkijken naar het Oude Testament, wordt duidelijk dat wanneer Jesaja de komst van God, de komst van de Koning en de uitstorting van de Geest beschrijft, hij duidelijk maakt dat de Drie-enige God uiteindelijk in de geschiedenis zal doorbreken. God zal komen en verlossing brengen in de ruimste zin van het woord.
 
 
Deel 2: De openbaring van het Koninkrijk in het Nieuwe Testament
De openbaring van het Koninkrijk in het Nieuwe Testament:
- Het Koninkrijk van God zal komen
- Het Koninkrijk van God is gekomen
- Het Koninkrijk van God komt onmiddellijk
- Het Koninkrijk van God laat op zich wachten
 
Dit is het mysterie van het Koninkrijk.
 
 
Hoofdstuk 3: De vervulling van de beloften
Toen het Oude Testament werd afgesloten, was er een sterke toekomstverwachting. De dag des Heren zou de volledige, uiteindelijke openbaring van God aan de mensheid zijn. Iedere voorafgaande komst van het Koninkrijk hield een confrontatie in tussen de macht van God en de onderdrukker van zijn volk. De levende God zou opnieuw zijn allerhoogste macht en gezag doen gelden. De doorbraak van Gods Koninkrijk werd ieder moment verwacht, maar in plaats daarvan volgden honderden jaren van zwijgen, verdrukking en wachten.
Tegen de tijd dat een profeet opstond in de woestijn, was de hoop al bijna uitgedoofd. Zijn woorden van oordeel en belofte herinnerden aan de woorden van de profeten in het Oude Testament. De tijd was kort. Het Koninkrijk van God was nabij!
Toen Johannes de Doper predikte in termen die duidelijk spraken van het einde, van de dag des Heren, verscheen Jezus en ontving de zalving die voor de Messias was beloofd. De belofte van Jesaja ging in vervulling door de boodschap van Johannes en de doop van Jezus (Markus 1:2-3:11).
Er vond onmiddellijk een confrontatie plaats. Deze keer was de vijand niet een farao of vreemd volk, maar de ultieme vijand van Gods volk, de duivel zelf. Jezus keerde zegevierend, ‘vol van de Heilige Geest’, terug uit de woestijn en kondigde de komst van het Koninkrijk aan. De doorbraak was gekomen!
 
Het Evangelie van Markus
Vooral in het Evangelie van Markus vinden we dit besef van een snelle, spectaculaire vervulling van de beloften heel duidelijk terug. Drie woorden typeren het karakter van het komende Koninkrijk:
- onmiddellijkheid
- gezag
- mysterie.
 
1. Het Koninkrijk komt onmiddellijk
Alles schijnt ‘terstond’ te gebeuren. Er is sprake van totale geestelijke oorlogvoering. Jezus wordt gedreven door een besef van urgentie. Het Koninkrijk kwam plotseling, op spectaculaire wijze en onverwachts.
 
2. Het gezag van de koning
Jezus sprak met ongekend gezag, zelfs over de wet van Mozes. Hij toonde ook gezag over demonen, die Hem als hun meerdere moesten erkennen. Zijn gezag strekte zich ook over ziekte en zelfs de dood uit. Ook had Hij het gezag om zonden te vergeven.
Daniël sprak over de ‘zoon des mensen’, de hemelse persoon die met het volle gezag van God op aarde zou komen. Zijn gezag brak door en rekende af met iedere macht die in de weg stond.
Alle verslagen van Jezus’ gezag hebben een gemeenschappelijk element: mensen worden bevrijd van alle mogelijke gebondenheden.
 
3. Het mysterie van het Koninkrijk
De hele bediening van Jezus laat dezelfde confrontatie zien die we ook ervoeren bij het oudtestamentische beeld van het Koninkrijk. Maar de vijand neemt nu een andere vorm aan. Hij wordt niet langer geïdentificeerd met bepaalde volken en de goden die daarover heersen, maar met al het kwaad in de wereld en ieder verzet tegen God. De laatste kosmische strijd is begonnen. De duivel zelf komt in beeld: zijn vesting wordt aangevallen (Markus 3:26-27). De tegenwoordigheid van Jezus gaat in ieder opzicht de confrontatie met hem aan. De demonen onderkennen veel beter dan de mensen wat er gaan de is, en zij zijn overrompeld.
 
a). Het Koninkrijk is hier!
Op allerlei manieren getuigen de Evangeliën van het feit dat het Koninkrijk van God in Jezus is doorgebroken. Waar men zo lang naar had uitgezien, vond nu werkelijk plaats.
 
b) Het Koninkrijk is niet hier
Maar tegelijkertijd is er veel aan Jezus dat de discipelen en zijn andere volgelingen mysterieus en moeilijk te begrijpen vonden. Ze keken uit naar het Koninkrijk en stelden verheugd vast dat ze tekenen ervan in Jezus zagen, maar ze waren verward over de versluierde wijze waarop Jezus het openbaarde. Waarom vonden sommige dingen die door de profeten van het Oude Testament waren voorspeld wel plaats en andere niet? Wanneer zou er over de volken worden geoordeeld? Wanneer zou Davids zoon de heerschappij van Caesar omverwerpen en als koning heersen over heel de wereld? Was het Koninkrijk nu werkelijk gekomen? Zelfs Johannes de Doper worstelde met die vraag.
 
 
Hoofdstuk 4: Het mysterie van het Koninkrijk
De openbaring van het Koninkrijk in het Nieuwe Testament:
- Het Koninkrijk van God zal komen
- Het Koninkrijk van God is gekomen
- Het Koninkrijk van God komt onmiddellijk
- Het Koninkrijk van God laat op zich wachten
 
Deze uitspraken lijken tegenstrijdig. Hoe kan een gebeurtenis tegelijk in de toekomst en in het heden plaatsvinden?
Wanneer er waarheden in de Schrift worden verkondigd die met elkaar op gespannen voet staan, bestaat het gevaar dat mensen één kant van de spanning willen wegverklaren ten gunste van de andere kant. Dit geldt speciaal voor het Koninkrijk. Velen gebruiken bepaalde teksten over het Koninkrijk om andere teksten weg te verklaren. Maar zo mogen we niet omgaan met de vier genoemde uitspraken.
 
1. Het Koninkrijk van God zal komen
Jezus dacht in termen van twee tijdperken of twee werelden: de huidige en de toekomende (Markus 10:30). Evenals Daniël zag Hij het toekomstige Koninkrijk in termen van de komst van de zoon des mensen. Dit betekent dat het Koninkrijk eschatologisch is: een zaak van de eindtijd.
 
2. Het Koninkrijk van God is gekomen
De nadruk op de toekomstigheid van het Koninkrijk wordt in het Nieuwe Testament in balans gehouden door de bijna even grote nadruk op de tegenwoordigheid van het Koninkrijk als de vervulling van de profetieën van het Oude Testament. Toen Jezus zei: ,,Het Koninkrijk is onder u’’ (Lucas 17: 20-21) was de messiaanse eeuw aangebroken.
Een toekomstig Koninkrijk dat plotseling tegenwoordig is, gaat tegen alle verwachtingen in. De beste vertaling van Matteüs 11:12 is ,,het Koninkrijk breekt met geweld door’’ of ,,het Koninkrijk is met geweld gekomen’’. Het is de aard van het Koninkrijk om andere machten aan het wankelen te brengen, in het bijzonder demonische machten. Het uitwerpen van demonen is een teken van de tegenwoordigheid van het Koninkrijk (Markus 12:28). Ze schreeuwen in verwarring, omdat deze gebeurtenis ,,voor hun tijd’’ is begonnen (Markus 8:29).
 
De hele oudtestamentische bedeling wordt samengevat als de tijd van ‘de wet en de profeten’. Die tijd was voorbij. Er was een nieuwe tijd gekomen: de tegenwoordigheid van het Koninkrijk. Toen Johannes de komst van het Koninkrijk aankondigde, veranderde de heilsgeschiedenis fundamenteel van de tijd van de belofte in de tijd van de vervulling.
 
3. Het Koninkrijk van God komt onmiddellijk
Jezus zei dat het Koninkrijk nabij was. Het kon ieder moment aanbreken. Het was zo dichtbij, dat het raakte aan het heden. Er moesten radicale keuzes gemaakt worden, omdat het Koninkrijk van God op het punt stond door te breken. De uitdrukking ‘Het Koninkrijk van God is nabij’ (Markus 1:15) kan ook worden vertaald met: ‘Het Koninkrijk is op je’ (It is upon you). Het is nog niet gekomen, maar het is zo nabij dat de ‘tijd is vervuld’.
 
4. Het Koninkrijk van God laat op zich wachten
Jezus leerde in zijn grote betoog over de eindtijd in Matteüs 21-25 dat het Koninkrijk op zich laat wachten.
 
Het mysterie van het Koninkrijk
Hoe zit het nu met deze ogenschijnlijk tegenstrijdige uitspraken van Jezus? We hebben kennelijk een flinke dosis profetisch inzicht nodig.
We zagen dat de profeten in het Oude Testament vaak in een profetie spraken over gebeurtenissen die zowel in de onmiddellijke als in de verre toekomst zouden plaatsvinden. De belofte van de bevrijding in Jesaja 40: 26 ging zowel in de terugkeer uit de ballingschap als in de bediening van Jezus in vervulling. De profetische geschiedenis is erop gericht Gods omgang met de mens te begrijpen. De precieze chronologische afstand is niet van groot belang. Jezus was een profeet en kon daarom zonder enig besef van tegenspraak het Koninkrijk van God zien als een gebeuren dat zowel in de onmiddellijke als in de verre toekomst plaatsvindt.
 
Alleen als we vasthouden aan de ogenschijnlijk tegenstrijdige elementen kunnen we werkelijk de heerlijkheid en de kracht van het Koninkrijk van God in Jezus Christus begrijpen. Het feit dat het Koninkrijk is gekomen en toch nog moet komen, schept een onverwachte periode van uitstel waarin deze wereld blijft bestaan, terwijl de volgende wereld al is aangebroken. De profeten van het Oude Testament verwachtten dat de komst van het komende Koninkrijk zou samengaan met het einde aan deze huidige tijd. Maar vanwege datgene dat in Jezus Christus is gebeurd, moeten we concluderen dat de toekomende eeuw op de een of andere manier al voor het einde van de huidige tijd is begonnen. Er is een tussenperiode tussen de komst en de volledige vervulling van het Koninkrijk. Het Koninkrijk is ‘reeds’ hier, maar is ‘toch nog niet’ hier. De twee eeuwen bestaan tegelijkertijd. De toekomende eeuw is tegenwoordig, maar de huidige eeuw is nog niet beëindigd.
We kunnen de belofte van het Koninkrijk niet in stukken knippen en zeggen dat de ene belofte bij zijn eerste komst vervuld is en dat de andere bij de wederkomst vervuld zal worden. Alles wat bij de wederkomst nog moet gebeuren, is reeds in Jezus Christus geschied. Het heeft nog niet helemaal definitief plaatsgevonden, maar wel in reële, verwachtende zin.
Het Koninkrijk dat in de toekomst zal doorbreken, is het Koninkrijk dat in Jezus Christus is doorgebroken. Door zijn dood en opstanding is de overwinning behaald. Het einde van de wereld heeft reeds plaatsgevonden. Toch zien we overal om ons heen nog verzet. We leven in ‘de laatste dagen’.
 
Dit verklaart ook de ervaring van de christen in de wereld. We zijn tegelijkertijd ‘nieuwe schepsels’ in Christus, met een nieuwe natuur, en mensen die nog moeten worstelen met de ‘oude mens’ die nog voortdurend invloed op ons leven blijft uitoefenen. We zijn een vat vol tegenstrijdigheden, tegelijkertijd zegevierend in Christus en behept met zwakheden. Dit geldt ook voor de gemeente. De kerk is strijdvaardig en zwak tegelijkertijd. Toch overwinnen overal de machten van de toekomende eeuw de machten van de huidige eeuw.
 
 
Hoofdstuk 5: De centrale plaats van Christus
De uitdrukking ‘de tegenwoordigheid van de toekomst’ vat de kwestie samen die we in het vorige hoofdstuk hebben besproken.
 
1. De bediening van Jezus
Als we eenmaal inzien dat het toekomstig Koninkrijk in Jezus tegenwoordig is, kunnen we bijna ieder aspect van zijn bediening in dit licht interpreteren. Alle verwachtingen van Jesaja werden in Hem vervuld.
Een van de meest verhelderende momenten in het leven van Jezus was toen Hij in de synagoge de boekrol van Jesaja opende (Lucas 4: 16-19). Op een doordachte manier legde Jezus uit hoe Hij zijn bediening begreep. Hij koos in het boek Jesaja een passage uit die niet alleen verwijst naar het motief van de bevrijding, maar eindigt met een verklaring over ‘het aangename jaar des Heren’. Dit verwijst naar het jubeljaar in de wet van Mozes, en bijzondere tijd van een allesomvattende bevrijding. Jezus karakteriseerde zijn hele toekomstige bediening als deze tijd van allesomvattende bevrijding. Jezus kwam om mensen te bevrijden van elk soort gebondenheid en was daarmee trouw aan het alomvattende begrip van verlossing dat Jesaja had geschetst. Dit was goed nieuws!
 
2. Het kruis
De dag des Heren is een dag van oordeel. Toen Jezus naar het kruis ging, zei Hij: ,,Nu gaat er een oordeel over deze wereld’’ (Johannes 12:31). Hij begreep dat het kruis de dag van het oordeel was. In Jezus is het einde gekomen. Alle mensen zullen aan het einde geoordeeld worden, maar in zijn dood is Jezus reeds voor onze zonden door God geoordeeld en heeft Hij ons toekomstig oordeel gedragen. Daarom moeten we niet langer vooruit kijken naar het moment waarop ons leven geoordeeld zal worden. We zien terug op datgene wat Christus reeds voor ons heeft gedaan (zie ook: Toekomstige genade, John Piper, RW).
Alleen zij die geloven in het Koninkrijk kunnen de toekomst met vertrouwen tegemoet zien, omdat Christus aan het kruis reeds met de onheilspellende kanten van die toekomst heeft afgerekend.
 
3. De opstanding
Voor wie in Christus gelooft, heeft de overgang van de dood naar het leven reeds plaatsgevonden. Voor ons is het toekomstige leven reeds aanwezig. We hebben eeuwig leven omdat we van de dood naar het leven zijn overgegaan. De uitdrukking ‘eeuwig leven’ is in het Grieks letterlijk: ‘het leven van de eeuwen’, dat wil zeggen: het leven van de toekomstige eeuwen.
Dit vormt de basis van Paulus’ onderwijs: door onze vereniging met Christus zijn we nu al het eeuwige leven van de toekomende eeuw binnengegaan.
 
4. Pinksteren
Joël en Jesaja verwachtten de uitstorting van de Heilige Geest in de laatste dagen als een integraal onderdeel van de eindtijdgebeurtenissen. De context van de profetie van Joël is door en door eschatologisch: de kosmische tekenen zijn gebeurtenissen van de eindtijd. Toch kon Petrus op de Pinksterdag zeggen: ,,Dit is waarvan gesproken is door de profeet Joël’’ (Handelingen 2:16). Het einde van de wereld is met Pinksteren door de komst van de Geest doorgebroken in het heden.
Zij die de Geest ontvangen, ervaren de kracht van de toekomende eeuw. De geestesdoop is daar een voorproefje van. Paulus legt uit dat het zegel van de Geest een onderpand, ja, de garantie is van onze toekomstige erfenis (Efeziërs 1: 13-14). Deze erfenis sluit ook de toekomstige verlossing van ons lichaam in: de totale verandering van het menselijk lichaam door de Heilige Geest.
In Jesaja’s belofte van het Koninkrijk is de uitstorting van de Geest in de laatste dagen verbonden met de vreugde van het eschaton. Het is de vreugde van de toekomende eeuw, die vanuit de toekomst in ons doorbreekt.
Als we Pinksteren op die manier begrijpen, beseffen we hoe diep de geestesdoop werkelijk gaat. De gelovigen krijgen kracht voor de taak die God hen geeft om tot het einde der aarde te getuigen. Maar die doop betekent nog veel meer. Het is de ervaring van een toekomende eeuw.
Daarom vormt de theologie van het Koninkrijk de ware basis voor het begrijpen van verschijnselen die gedurende een vernieuwing of opwekking plaatsvinden. De ervaring van de Geest is een ervaring van het Koninkrijk.
 
Conclusie
We hebben geleerd dat zelfs het hoogtepunt van de oudtestamentische verwachting onvoldoende kon uitdrukken wat er werkelijk in Jezus gebeurde. De doorbraak van het toekomstige Koninkrijk in de huidige wereld, voordat de huidige wereld tot een einde was gekomen, ging zelfs boven Jesaja’s verwachting uit.
 
 
Hoofdstuk 6: De implicaties van het Koninkrijk
1. Het einde is in Jezus gekomen.
Jezus noemt zichzelf de ‘alfa en de omega’ (Openbaring 1:8). Wanneer iemand een ontmoeting heeft met Jezus Christus, leert die persoon zijn oorsprong en uiteindelijke bestemming kennen.
 
2. De laatste dagen zijn met Jezus en op de Pinksterdag begonnen. Sindsdien leven we in de laatste dagen. Dit heeft grote implicaties. De laatste dagen zijn een ononderbroken continuüm, vanaf de eerste komst van Christus tot zijn wederkomst. De laatste periode voor de wederkomst zal niet een andere tijd zijn, maar alleen de climax van dezelfde mysterieuze dimensie die christenen ervaren sinds de eerste komst van Jezus.
Wanneer we dit beseffen, begrijpen we dat elke grond wegvalt voor de bedelingenleer met haar schema’s en de streeptheologie met haar afgezonderde tijdsperiode. De Bijbel kent maar twee bedelingen of eeuwen: deze eeuw en de toekomende eeuw. De toekomende eeuw begon toen Jezus kwam.
 
3. Sinds het einde kwam, is ieder ingrijpen van God een doorbraak van de machten van de toekomende eeuw, ofwel: eschatologisch.
Dit derde punt ligt eigenlijk besloten in de eerste twee. Indien de machten van de toekomende eeuw aanwezig zijn sinds de komst van Jezus en bij Pinksteren horen; en indien we in ‘de tussenperiode’ leven, dan volgt daaruit dat iedere interventie van God eschatologisch is. Als we dit begrijpen, moeten we ons opnieuw oriënteren. Christenen hebben de neiging om terug te zien op de apostolische tijd. Jezus en de apostelen leefden echter met een volledige oriëntatie op de toekomst. Ze leefden vanuit de onmiddellijkheid van de toekomst die doorbreekt in het heden.
Daarom: iedere opwekking is een interventie van God en is eschatologisch. Tijdens opwekkingen zijn er, net zoals dat op de Pinksterdag gebeurde, bijzondere verschijnselen die niet zelden lichamelijk worden ervaren. Deze verschijnselen, zoals extase, tongentaal, profetie, genezing, schudden, vallen, etc., tonen dat ons lichaam de kracht niet kan absorberen die in staat is het onsterfelijk lichaam te veranderen. We hebben een voorproefje van de definitieve opstanding en de verlossing van ons lichaam.
 
4. Bij iedere doorbraak van het Koninkrijk is elk element van het einde aanwezig of beschikbaar.
Feitelijk weerspiegelen de termen ‘eerste komst’ en ‘wederkomst’ geen bijbels taalgebruik. Er is slechts één ongedeeld Koninkrijk dat is gekomen, komt, en zal komen. Dit betekent dat wanneer het Koninkrijk nabijkomt, ieder element ervan aanwezig is. Als we het Koninkrijk begrijpen, verandert ons besef van verwachting. Wanneer er een opwekking is, kunnen we onze harten openstellen voor een volledige verwachting van het Koninkrijk. Ieder voorproefje leert ons eenvoudigweg dat het een voorproefje is. In de toekomst zullen we meer, veel meer van het Koninkrijk ervaren.
 
5. De toekomende eeuw en deze eeuw zijn nu gescheiden door een dunne sluier, in feite een sluier die gescheurd is van boven naar beneden.
Door Jezus en op de Pinksterdag zijn de machten van de toekomende eeuw doorgebroken in het heden. Christenen leven permanent in een tussenperiode: het Koninkrijk is altijd hier, bijna hier, maar de komst wordt ook uitgesteld en vindt plaats in de toekomst.
Christenen die het Koninkrijk begrijpen, balanceren in hun leven tussen twee werelden en weten nooit wanneer een gewone kerkdienst in deze wereld zal veranderen in een ultieme ontmoeting, of wanneer een moment van privé-gebed een ‘injectie’ krijgt van de machten van de toekomstige opstanding. Het verstaan van het Koninkrijk wordt daarom een wereldbeeld, een permanente oriëntatie, een voortdurende verwachting. Het wereldbeeld van het Koninkrijk maakt dat we voortdurend openstaan voor tekenen en wonderen en overweldigende interventies van God.
Wanneer we het Koninkrijk verstaan, hebben we ook geduld met dingen die niet gebeuren. Het is altijd hier, bijna hier, laat op zich wachten en is toekomstig. Iedere belofte van God, ieder profetisch woord, iedere roeping, iedere bediening waar we bij betrokken zijn, heeft het mysterieuze besef dat de komst voordurend door God wordt uitgesteld en toch net om de hoek is. We leven al proevend, toch nog watertandend, gevuld en toch hongerig, bevredigd en toch verlangend, alles hebbend en toch alles nodig hebbend. Raak daar aan gewend! Het zal niet verdwijnen tot het laatste moment is aangebroken.
 
6. Het Koninkrijk van God is het juiste kader om naar de kerkgeschiedenis te kijken.
 
7. Het Koninkrijk is het juiste kader om wereldzending te begrijpen.
De verkondiging van het Koninkrijk vindt plaats vanuit een toestand van kracht en absoluut vertrouwen: wij hebben toegang tot Degene die boven alle machten staat.
Wat we prediken heeft een kracht in zich om gemeenschappen, volken en samenlevingen te veranderen. De totale vernieuwing van de aarde is er, is hier bijna, laat op zich wachten en is toekomstig.
 
8. Het christelijke leve wordt in deze context waarlijk begrepen.
We zijn ‘reeds’ en ‘nog niet’-mensen. We worden wat we reeds zijn. We zijn geboren uit de machten van de toekomende eeuw.
Als we te veel nadruk leggen op het ‘reeds’ van het Koninkrijk, lopen we het gevaar van triomfalisme. We gaan er dan vanuit dat we ion ons leven geen lijden, ziekte, pijn en mislukking hoeven te ervaren.
Als we te veel nadruk leggen op het ‘nog niet’ van het Koninkrijk, lopen we het gevaar van fatalisme. We leven met weinig concrete verwachting voor het hier en nu. We hebben de nederlaag tegen de zonde dan al geleden, omdat we het onbewust accepteren.
 
9. Het Koninkrijk is de juiste context voor de genezingsbediening.
Waarom worden sommigen wel genezen en anderen niet? Uiteindelijk kunnen we alleen maar uitleggen wat er we en niet gebeurt, als we het voortdurende spanningsveld van het Koninkrijk begrijpen.
Telkens wanneer we voor de zieken bidden, mogen we vol verwachting zijn. Op ieder willekeurig moment kan er van alles gebeuren: vrijlating van gevangenen, genezing van zieken en opwekking van doden. Maar waanneer er niets gebeurt, hoeven we niet verward te zijn. We zijn ons bewust van het ‘nog niet’ in de levensstijl van het Koninkrijk.
 
10. Het perspectief van het Koninkrijk helpt ons de relatie tussen kerk en maatschappij te begrijpen.
Als het ons niet lukt de spanning tussen het ‘reeds’ en ‘nog niet’ te begrijpen, zullen we ons terugtrekken uit de maatschappij of drijft het ons naar utopisch idealisme.
Maar het verstaan van het Koninkrijk behoedt ons voor utopische verwachtingen. Tegelijk maakt de geweldige wetenschap dat het Koninkrijk hier is, ons tot de mest optimistische, profetische, visionaire mensen op aarde.


Hoofdstuk 7: Het Koninkrijk binnenbrengen in deze wereld
Het wezen van het Koninkrijk als de doorbraak van de toekomst in het heden en de implicaties die we in het vorige hoofdstuk hebben onderzocht, leiden tot de fundamentele vraag: wat stelt die toekomstige machten in de huidige eeuw in werking? Ook al is en blijft God soeverein, kunnen wij het Koninkrijk zoeken op zo’n manier dat het in deze wereld zichtbaar wordt?
Weet u, het Nieuwe Testament getuigt dat Jezus de personificatie is van de komst van het Koninkrijk. Daarom is Jezus ‘God met ons’, Immanuël. Waar Jezus is, is het Koninkrijk. Tweeduizend jaar geleden was Jezus fysiek aanwezig, sinds Pinksteren is Hij tegenwoordig door de Heilige Geest.
 
De aankondiging van het Koninkrijk
Jezus de Messias, Koning der volken, kondigde in het openbaar de machten van de toekomende eeuw aan. De aankondiging van de nabijheid van het Koninkrijk had al tot gevolg dat de machten ervan in werking werden gesteld. Het antwoord op de vraag: ‘Hoe breken de machten van de toekomende eeuw in deze tijd door?’ is dus: ‘Door het geproclameerde woord van Jezus.’ Jezus begon zijn bediening met de aankondiging dat het Koninkrijk nabij was (Markus 1:14-15). Hij liet onmiddellijk de kracht van die verkondiging zien. In zijn optreden werd proclamatie synoniem met genezing en bevrijding. We kunnen de hele bediening van Jezus op twee manieren bekijken; vanuit de woorden en vanuit de werken van Jezus. De werken waren altijd het gevolg van de woorden, en de werken proclameerden altijd een woord. Zij kondigden het Koninkrijk aan.
 
Het was voor de discipelen in die tijd – net als voor ons vandaag – een moeilijk punt dat Jezus verwachtte dat de discipelen dezelfde proclamatie zouden uitspreken. In deze verkondiging ligt het verband tussen de komst van het Koninkrijk toen en nu. Jezus verwachtte dat het Koninkrijk na zijn fysieke vertrek zou blijven komen, door de kracht van Pinksteren en de ‘grote aankondiging’ van de kerk.
Nadat de discipelen hadden gezien hoe Jezus in woord en daad toonde wat zijn bediening van het Koninkrijk inhield, droeg Hij hen op te gaan en hetzelfde te doen. Ze moesten de tegenwoordigheid van het Koninkrijk aankondigen en de krachten ervan laten zien. ,,Gaat en predikt en zegt: ‘Het Koninkrijk der hemelen is nabijgekomen.’Geneest zieken, wekt doden op, reinigt melaatsen, drijft boze geesten uit’’ (Matteüs 10:7-8). Let op het verband tussen woord en daad. Het woord of de aankondiging (,,Het Koninkrijk is nabij’’) creëert of maakt de weg vrij voor de gebeurtenissen waaruit dat blijkt (genezen, opwekken, reinigen, uitdrijven). Woorden leiden tot daden.
 
De opdracht van de kerk
• In Marcus 1:14-15 en Lucas 4:16-21 lezen we de eerste woorden die Jezus in deze Evangeliën spreekt en die de aard van zijn toekomstige bediening aankondigen.
• Matteüs 10:1-10 en Lucas 9:1-6 noemen dat Jezus aan de twaalf apostelen dezelfde bediening gaf. Twee sleutelbegrippen die hier gebruikt worden, zijn ‘macht’ en ‘gezag’. Macht (dunamis) verwijst naar het vermogen of de bevoegdheid de aankondiging te doen, wat we vandaag ‘zalving’ noemen. Gezag (exousia) verwijst naar gedelegeerd gezag om in de naam van Jezus te handelen.
• Lucas 10:1-9 vermeldt dat de opdracht aan ze zeventig (of tweeënzeventig) wordt gegeven. Het feit dat er geen verschil is tussen beide opdrachten toont aan dat het niet de bedoeling was om deze alleen aan de twaalf apostelen te geven.
• Matteüs 28:16-20 en Lucas 24:45-49 vermelden met Handelingen 1:1-11 en Johannes 20:19-23 dat de discipelen na de kruisiging en opstanding van Jezus opnieuw deze opdracht ontvangen.
• Dit is nog steeds de opdracht van de kerk.
 
Gods tegenwoordigheid in de samenkomsten
Voor de erediensten betekent dit dat er openheid moet zijn voor de tegenwoordigheid van God. Hier maken we een onderscheid tussen de alomtegenwoordigheid van God en zijn merkbare aanwezigheid. In de diensten vindt aanbidding plaats, onderwijzen we en vormen we een gemeenschap. Maar er zijn ook tijden waarin een ongrijpbare verandering plaatsvindt, vaak onverwachts. Als we alleen maar ‘kerkje spelen’, is het goed om pas op de plaats te maken en te wachten op God.
 
Sally Morgenthaler schrijft hierover in ‘Worship Evangelism’:
,,Gods nabijheid is niet iets dat we ‘ teweegbrengen’ door bepaalde omstandigheden te creëren, het is niet manipuleerbaar. Het is evenmin zo dat we maar moeten afwachten of God nabij zal zijn. God is aanwezig, maar het is aan ons om ‘in te gaan’ in zijn aanwezigheid.
Hoewel we Gods nabijheid niet kunnen manipuleren, kan God zijn zelfopenbaring wel van ons laten afhangen. ,,Nader tot God en Hij zal tot u naderen’’, schrijft Jakobus. God kan wachten met zijn aanwezigheid aan ons te openbaren, Hij kan wachten tot wij dicht bij Hem komen. C.S. Lewis zei daarover: ,,It is in the process of being worshipped that God communicates His presence to men.’’
Twee elementen zijn daarin onmisbaar: waarheid en lofprijzing. God openbaart zich in waarheid (Johannes 8: 31-32, Psalm 25: 8-10). En God troont op onze lofzangen (Psalm 22:4). Ontbreekt de onversneden, bijbelse Waarheid van het koningschap van Jezus en van zonde, gerechtigheid en genade, of ontbreekt onze toegewijde aanbidding, dan kun je nog zo’n doortimmerde preek hebben of nog zo’n doordachte liturgie, maar daarmee zal je niet Gods aanwezigheid kunnen bewerkstelligen.’’


Hoofdstuk 8: Gods ingrijpende handelen
In het Oude Testament is beloofd dat het Koninkrijk zou komen. Het Nieuwe Testament getuigt van de vervulling van deze belofte in Jezus en de verwachting van de uiteindelijk voleinding van de belofte bij zijn wederkomst.
De kerk leeft in deze tussenperiode, tussen komst en voleinding van het Koninkrijk. Dit betekent echter niet dat de kerk in een vacuüm leeft en ingeklemd zit tussen herinnering en verwachting. De uitstorting van de Heilige Geest met Pinksteren kenmerkt de periode van de kerk. De bediening van de Geest verbindt dat wat in Jezus begon met wat in de kerk doorgaat als één uitgestrekt, ongedeeld gebeuren. Het zijn merkbare golven van Goddelijk ingrijpen, die herhaaldelijk plaatsvinden.
 
We hebben gezien dat het Koninkrijk niet een statische waarheid of een abstract principe is, maar een dynamisch gebeuren. God komt binnen in de menselijk geschiedenis en onderbreekt die. Het Woord wordt vlees. Gods heerschappij botst met de machten van deze eeuw. Er is confrontatie, invasie, oorlogvoering en kracht.
Vanaf de Pinksterdag, waarop de apostelen met de Geest vervuld werden, bleef God alles wat Hij door Jezus had gedaan, door hen doen. Het resultaat was dat wanneer zij Jezus als koning predikten, zij de wereld op zijn kop zetten. Waar ze ook maar gingen, veranderde de samenleving. Precies zoals het Koninkrijk door Jezus´ proclamatie doorbrak, kwam het Koninkrijk wanneer de apostelen het Koningschap van Jezus proclameerden.
De kerk kondigt het Koninkrijk aan in de levende verwachting dat het ieder moment kan aanbreken. Het is een voldongen feit: Jezus is Koning. Het Koninkrijk ís gekomen. Satan is verslagen. Jezus is Heer over allen.
 
In deel 3 (De theologie van het Koninkrijk, blz. 95-215) werkt Morphew e.e.a. verder uit voor een aantal deelgebieden.
 
Als abonnee van CV•Koers kunt u dit boek met korting aanschaffen via CV•Koers Exclusief.
Samenvatting en bewerking: Ronald Westerbeek, november 2007 (op basis, overigens, van de eerste druk. Vorige maand verscheen de tweede, herziene en uitgebreide, druk).

Dit artikel is alleen in de online editie van CV•Koers verschenen.



Dit artikel maakt deel uit van het dossier Bevrijdings pastoraat

Dit artikel is verschenen in CV·Koers februari 2008

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving