Kleine groepen zijn van grote betekenis voor de kerk in Nederland
kaders:
• Speerpunten van een groeigroep
Kleine groepen zorgen voor groei in de kerk. Groei in geloof, in gemeenschap en in getal. Steeds meer kerken werken met groeigroepen, maar het zou nog veel vaker moeten gebeuren. Want groei is broodnodig voor de kerk.
Door Mieke Hol
Dit is het eerste deel van een tweeluik over groeigroepen.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Gemeenteopbouw
Dit artikel is verschenen in CV·Koers januari 2006
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
De kracht van de groeigroep
kaders:
• Speerpunten van een groeigroep
Kleine groepen zorgen voor groei in de kerk. Groei in geloof, in gemeenschap en in getal. Steeds meer kerken werken met groeigroepen, maar het zou nog veel vaker moeten gebeuren. Want groei is broodnodig voor de kerk.
Door Mieke Hol
Dit is het eerste deel van een tweeluik over groeigroepen.Of ze nu celgroepen, kringen of groeigroepen heten, het principe is hetzelfde: kleine gemeenschappen van rond de vijftien mensen die binnen een gemeente ontstaan, en die naast de zondagse eredienst doordeweeks bij elkaar komen. Samen zoeken deze mensen God, leren uit Zijn Woord en bouwen een band op met elkaar. Net zoals in Handelingen 2:46-47 beschreven staat: ,,Elke dag kwamen ze trouw en eensgezind samen in de tempel, braken het brood bij elkaar thuis en gebruikten hun maaltijden in een geest van eenvoud en vol vreugde. Ze loofden God en stonden in de gunst bij het hele volk. De Heer breidde hun aantal dagelijks uit met mensen die gered wilden worden.’’
Het idee achter een groeigroep klinkt in eerste instantie als het concept van een bijbelkring, waar veel kerken in Nederland mee vertrouwd zijn: een groep die bij elkaar komt voor bijbelstudie. Maar groeigroepen willen méér zijn. Niet alleen samen uit de Bijbel leren, maar ook een hechte gemeenschap vormen, waarin zorg en aandacht voor elkaar is, én de uitdaging aangaan om het Evangelie uit te dragen naar de mensen om je heen.
Er zijn gemeentes die ervoor kiezen om een aantal groeigroepen op te zetten, waar de leden zich vrijwillig bij aan kunnen sluiten. Er zijn ook gemeentes die niet alleen groeigroepen hebben, maar eruit bestaan. De hele gemeente is dan opgedeeld in groeigroepen, net zoals een lichaam is opgebouwd uit cellen. Elk gemeentelid is lid van een groeigroep, zodat er binnen de gemeente een netwerk aan groepen ontstaat. Binnen zijn eigen groep kan iedereen zijn persoonlijke relatie met God en de mensen om zich heen ontwikkelen.
Noodzakelijk
Wéér zo’n gemeenteopbouwmodel dat vanuit Amerika onze kant opkomt, luidt de kritiek vaak. Moeten we dat in Nederland zomaar klakkeloos overnemen? Het is waar dat veel Amerikaanse kerken met groeigroepen werken, maar het idee erachter is gebaseerd op een concept van tweeduizend jaar oud. Met zijn kring van twaalf discipelen gaf Jezus het voorbeeld. De eerste christengemeentes namen het idee van kleine groepen over. In de loop van de eeuwen is de aandacht van de kerk hiervoor verslapt, maar inmiddels leeft het besef dat deze groepen belangrijk zijn, weer helemaal op.
Hans Eschbach vindt het opdelen van een gemeente in groeigroepen niet alleen logisch, maar ook noodzakelijk voor groei. Eschbach is predikant-directeur van het Evangelisch Werkverband, de stichting die binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) streeft naar geestelijke vernieuwing. ,,We vinden het normaal dat mensen in de eredienst komen, we vinden het normaal dat er een-op-een contact is in het diaconaat en pastoraat. Maar kleine groepen of kringen zijn facultatief. Er wordt niet van je verwacht dat je erheen gaat, zoals bij de eredienst wel het geval is. Terwijl de kring van Jezus nou juist díe groep was waar de discipelen echt de diepte in gingen. Dáár gebeurt het, dáár vindt groei plaats.’’
Een van de meest bekende voorbeelden van een gemeente die uit groeigroepen bestaat, is de Willow Creek Community Church in Chicago. Deze enorme gemeente van 18.000 man past het concept van small groups al toe sinds de oprichting in de jaren zeventig. Hans Kuijpers, directeur van Willow Creek Nederland, ziet dat dit effect heeft. ,,Willow Creek heeft zijn visie in tien punten samengevat. Eén daarvan is dat wij geloven dat de levens van mensen het best tot verandering kunnen komen in kleinere groepsverbanden. Dat zien we terug. Het is onvoorstelbaar wat voor effect de small groups hebben op de levens van mensen en de opbouw van de gemeente. Mensen bestuderen samen de Bijbel en leren daardoor van elkaar. Hun persoonlijk geloof wordt versterkt. Ook denken ze samen na over hun taak in de gemeente, over hoe ze het best hun gaven en talenten in kunnen zetten. Het is belangrijk dat mensen een levend onderdeel van de kerk zijn.’’
Ook in Nederland neemt het aantal gemeentes dat met groeigroepen werkt fors toe. Een belangrijke motor daarachter – vooral binnen de PKN, maar óók daarbuiten - is het Evangelisch Werkverband. Een van de concepten waarmee het Werkverband aan de slag is gegaan, is de zogenaamde Gemeente Groei Groep, de GGG. Eschbach, geestelijk vader van de GGG: ,,De eerste groep is ontstaan in mijn toenmalige gemeentes Aalsmeer en Kudelstaart. Toen het Evangelisch Werkverband in 1995 begon, zagen we dat de groepen in Aalsmeer en Kudelstaart goed aansloegen. We wilden dat concept toe gaan passen op andere gemeentes in Nederland. We zijn gestart met twintig GGG’s, maar inmiddels zijn er ruim 1500 in Nederland.’’
Ontdekkingsreis
Het doel van groeigroepen zit al verscholen in de naam: groei. En wel op drie vlakken: in geloof, in gemeenschap en in getal. Maar hoe werkt dat precies? Volgens Eschbach is het mooie van groeigroepen dat er niet één leider is die een bijbelstudie houdt, maar dat je samen nadenkt over wat de Bijbel wil leren. Eens in de veertien dagen komt de groep op een doordeweekse avond bij elkaar. De Bijbel ligt open, je leest er samen uit en gaat daarover het gesprek aan met elkaar. ,,Er is niet een leider met volgelingen die hun lesjes leren, maar het is een gezamenlijke zoektocht. Samen zoek je naar wat de Bijbel zegt. In de GGG’s werken we met gastgezinnen, die hun huis openstellen voor de groep, maar iedere gemeente heeft natuurlijk zijn eigen aanpak. Waar het in ieder geval om gaat, is dat er niet te veel directieve leiding is, maar dat je samen op ontdekkingsreis bent. Je gaat dus niet bakkeleien over wie gelijk heeft en wie ongelijk, maar je interesseert je voor elkaars gedachten en ideeën. Zo ga je met elkaar een groeiproces in. Ik heb al vaak gemerkt dat dit mensen ontwapent. Het brengt een stuk ontspanning met zich mee. Hierdoor krijgen mensen de vrijheid om zelf echt de Bijbel te gaan lezen.’’
Het tweede doel van de groeigroep, groeien in gemeenschap, komt voort uit het eerste: groeien in geloof. Samen werk je aan je relatie met de Vader, en dat brengt een gemeenschapsgevoel met zich mee. Je raakt met elkaar vertrouwd, bouwt een band op. Dat is ook waarvoor de mens geschapen is: om te leven in relatie met God en in relatie met de mensen om zich heen. Paulus schrijft in zijn brief aan de gemeente in Kolosse dat hij met grote vreugde ziet dat de gemeente zo hecht met elkaar verbonden is en dat hun geloof in Jezus zo onwrikbaar is (Kol.2:5). Die hechte verbondenheid is soms moeilijk te vinden in onze maatschappij en in grote gemeentes, maar kan juist wel gevonden worden in de intimiteit van de groeigroep. Kuijpers: ,,In een kleine groep kunnen mensen makkelijker een vertrouwensband opbouwen. Ze leren elkaar beter kennen en raken daardoor meer betrokken op elkaar. Er ontstaan waardevolle vriendschappen.’’
Eschbach beaamt dit. Ook ziet hij dat groeigroepen een belangrijke taak hebben in het ontlasten van de kerkenraad. ,,Het gaat om die gezamenlijke zoektocht, het groeien in geloof. Wat daaruit voortkomt, is een groei in gemeenschap. Je ziet elkaar elke veertien dagen, zo ontwikkel je een band. Dus wat gebeurt er als iemand ziek is? Die wordt opgezocht. Daarmee ontlast de groeigroep de predikant en de ouderlingen. Die hoeven niet meer bij elk gebroken been op huisbezoek te komen. Daardoor krijgen zij meer tijd en ruimte voor het ontwikkelen van beleid. Er is sprake van eerstelijnspastoraat, onderlinge zorg. Diaconaat, pastoraat, het wordt allemaal door de groepsleden verzorgd. Mensen vangen elkaar op.’’
Nieuwsgierig
Het derde doel van de groeigroep is groei in getal. Oftewel: ,,Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen.’’ (Matt.28:19) Eschbach: ,,Groei in getal is een grote uitdaging voor de groeigroepen. Bij veel GGG’s staat er een lege stoel in de kring. Die staat voor de uitdagende vraag: wie zit hier de volgende keer? Zo blijf je constant nadenken over hoe je kunt groeien in getal. Het gaat er niet alleen maar om dat je het gezellig en goed hebt met elkaar, maar ook dat je anderen bereikt met het Evangelie.’’ Volgens Eschbach zijn de gesprekken in de groepen een goed middel tegen de huiver die veel mensen voelen voor getuigen of zelfs evangeliseren. ,,In de groep leren mensen om te praten over hun geloof en opvattingen. Dat vergemakkelijkt het praten met buitenkerkelijken of ongelovigen. In feite is het een stukje toerusting om missionair bezig te zijn.’’
Voor buitenkerkelijken kan de groeigroep een middel zijn dat de drempel naar de kerk verlaagt. Zowel Kuijpers als Eschbach merken dat buitenkerkelijken makkelijker naar een groeigroep komen dan naar een kerkdienst. Kuijpers: ,,Willow Creek organiseert regelmatig speciale diensten voor buitenkerkelijken, maar we merken dat die drempel vaak nog te hoog ligt. Een groeigroep kan daarin uitkomst bieden, met name als de groepen per wijk georganiseerd zijn. Groepsleden kunnen binnen hun eigen wijk buitenkerkelijken opzoeken, door bijvoorbeeld samen een barbecue te organiseren of lid te worden van een hardloopclub of leesclub. Niet in de eerste plaats om te evangeliseren, maar om iets uit te stralen wat mensen nieuwsgierig maakt. Als dat gebeurt, wordt het contact veel makkelijker en spontaner gelegd, en wordt de drempel lager om mee te gaan naar een dienst.’’
,,Mensen komen veelal door persoonlijke contacten in de groepen terecht’’, vult Eschbach aan. ,,Een familielid, een vriend, wie dan ook. Dat kunnen ongelovigen zijn, maar ook randleden. Zeker in de PKN vind je die ontzettend veel. Wanneer een ouderling op huisbezoek gaat in zijn wijk en mensen tegenkomt die belangstellend zijn, kan hij ze wel uitnodigen voor een dienst op zondag, maar die drempel ligt vaak te hoog. Als diezelfde ouderling lid is van een groeigroep, kan hij mensen daarvoor uitnodigen. De huiskamer is veel minder bedreigend dan een groot en overweldigend kerkgebouw.’’
Andersom werkt het ook: nieuwe gezichten in de kerk worden uitgenodigd voor een groep, zeker wanneer de hele gemeente uit groeigroepen bestaat. Dit gaat vereenzaming tegen en voorkomt dat nieuwe leden op een eilandje komen te zitten. Eschbach: ,,Je ziet dus tweerichtingenverkeer ontstaan. Vanuit de kerk belanden mensen in een groeigroep, en andersom komen nieuwelingen via contacten met een groeigroep in de kerk terecht. Bijvoorbeeld wanneer iemand van de groep belijdenis doet of een kind van een groepslid gedoopt wordt. Zo wordt aan twee kanten een brug gebouwd. Dit zien we volop gebeuren in de GGG’s in Nederland.’’
Weerstand
Wie luistert naar de ervaringen van groeigroepleden, zowel in Nederland als ver over de grens, hoort verhalen over levens die volledig veranderen en over gemeentes die groeien en bloeien. Toch is er in veel Nederlandse kerken weerstand tegen de groeigroepen. Kuijpers heeft daar wel een verklaring voor: ,,Sommige kerken zijn strikt in hun leer en vrezen dat die leer te vrij geïnterpreteerd gaat worden in de groeigroepen. Er zou in de groepen te veel vrijheid ontstaan.’’
Eschbach: ,,In de orthodoxie van de Nederlandse kerk zit ontzettend veel kracht, geloof en rijke traditie, maar ook veel angst om dat allemaal kwijt te raken. Er zit dus een soort beschermende angst om de traditie heen, en angst is volgens mij altijd een slechte raadgever. Het maakt dat mensen in een keurslijf dreigen te komen en dat een rijke traditie tot traditionalisme wordt. Het gevaar van dit soort orthodoxie is dat de kerk een beetje Rooms wordt, want dan wordt de traditie haast belangrijker dan de Bijbel. Wij belijden in de kerk het priesterschap van alle gelovigen, maar in de praktijk zie je toch vaak dat iets pas ‘waar’ is wanneer de dominee het zegt. Daardoor kun je je afvragen: hoe zelfstandig durven mensen hun Bijbel te lezen en daarover te praten met anderen? Dat is heel bedreigend in delen van de kerk. De rol van de dominee is daarom erg belangrijk.’’
Eschbach en Kuijpers geloven absoluut dat groeigroepen van grote betekenis kunnen zijn voor de Nederlandse kerk. Eschbach: ,,Wij willen zoeken naar geestelijke vernieuwing in de levens van mensen en in de gemeente. En hoe komt geestelijke vernieuwing tot stand? Doordat je met de dingen van God bezig bent. Natuurlijk moet je het niet forceren, zulke processen hebben tijd nodig. Maar als mensen eenmaal zover zijn dat ze zelf de Bijbel in durven te duiken, dan wordt dat gezegend en werkt dat door in hun levens. Maar het gaat verder dan persoonlijke groei. Groeigroepen zorgen ook voor de groei van kerken. Zeker in gemeentes waarin meerdere groepen draaien, zie je dat die een ruggengraat gaan vormen voor de kerk. Dát is ons verlangen, dat de kerk weer gaat geloven in haar eigen Boek. Wanneer mensen dat gaan doen, gaat er een wereld voor ze open. Dan ontstaat er echte geloofsvernieuwing.’’
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Gemeenteopbouw
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
