Opinie: economie
Een crisisstemming suggereert dat het vóór de crisis goed ging en nu niet meer. Deze zogenaamde crisis verleidt mensen om te denken dat er sprake is van een grote neergang, en zelfs van het einde van de beschaving. Maar we kunnen dit ook juist zien als de kans op een herstél van de beschaving, betoogt Arjo Klamer.
Door Arjo Klamer
Wat de bedreiging van de beschaving was, zo is nu wel duidelijk, was de speculatieve hausse in de financiële wereld, het ongebreidelde kapitalisme met aandeelhouders die op kortetermijnwinst uit waren en bankiers die zichzelf bergen geld toe-eigenden. De politici hadden slechts toe te kijken, want tegen de macht van de financiële wereld konden ze niet op. Niemand wist meer wat de risico’s waren, en ook al waarschuwden toezichthouders voor de gevaren, Wellink incluis, de financiële wereld ging haar gang.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier De crisis
Dit artikel is verschenen in CV·Koers november 2008
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
De crisis als redding van onze beschaving
Een crisisstemming suggereert dat het vóór de crisis goed ging en nu niet meer. Deze zogenaamde crisis verleidt mensen om te denken dat er sprake is van een grote neergang, en zelfs van het einde van de beschaving. Maar we kunnen dit ook juist zien als de kans op een herstél van de beschaving, betoogt Arjo Klamer.
Door Arjo Klamer
Wat de bedreiging van de beschaving was, zo is nu wel duidelijk, was de speculatieve hausse in de financiële wereld, het ongebreidelde kapitalisme met aandeelhouders die op kortetermijnwinst uit waren en bankiers die zichzelf bergen geld toe-eigenden. De politici hadden slechts toe te kijken, want tegen de macht van de financiële wereld konden ze niet op. Niemand wist meer wat de risico’s waren, en ook al waarschuwden toezichthouders voor de gevaren, Wellink incluis, de financiële wereld ging haar gang.
Een verdere bedreiging werd gevormd door het absolute geloof in de vrije markt. Alles moest de markt op. Ook overheden begonnen dat te geloven. Vandaar het mantra van de marktwerking van de afgelopen decennia. De prikkels van de markt gingen boven alles. Daarom moest er naar prestatie beloond worden. Daarom begon men het normaal te vinden dat bankiers, vastgoedmensen, popsterren en voetballers exorbitante ‘beloningen’ inden. Alsof het presteren om het geld moet gaan. Alsof een tweedeling ‘normaal’ en wenselijk zou zijn.
Uitverkoop
In 2001 wilde het manifest ‘Stop de Uitverkoop van de Beschaving’ van onder meer Wouter van Dieren, Jan Marijnissen, Mies Bouhuys, Dorien Pessers en ondergetekende waarschuwen dat het geloof in de vrije markt een bedreiging was voor de beschaving, een beschaving die zich onder meer kenmerkt door een egalitaire grondhouding en een waardering van meelevendheid en zorgzaamheid. De oproep kwam niet aan. Waarom zou ze ook? Het geld rolde, er werd goed verdiend, dus dit was zeuren in de marge.
In de afgelopen drie weken is de stemming volledig omgeslagen, althans zo lijkt het. Met wie ik ook spreek, van de gewone man in de straat tot de topadvocaat, de verontwaardiging spat ervan af. Men is kwaad op de bankiers en hun handlangers die ons vertrouwen hebben beschaamd, en er ondertussen, mede met behulp van de overheid, met de buit vandoor gaan. Ik vraag me af hoeveel schaamte achter die verontwaardiging schuilgaat. Schamen al die mensen zich er misschien voor dat ze meegegaan zijn in de mentaliteit van ‘meer, meer, meer’? Dat ook zij bewonderend hebben opgekeken naar de grote geldverdieners, of zelf gewoon hebben geprofiteerd van de hausse zonder al te veel zelfkritiek?
Wake up call
De schaamte, meer nog dan de verontwaardiging, geeft hoop op een herstel van de beschaving. De schaamte maakt duidelijk hoe verkeerd het ging, hoe verkeerd het was om het lot van de samenleving over te laten aan mensen die bezig zijn met macht, geld en status. Deze zogenaamde crisis werkt als een wake up call. Daar kan geen manifest tegenop. Mensen met politieke verantwoordelijkheid zijn binnen een paar weken tot inkeer gekomen. In de week voor de eerste deal van de overheid met Fortis had ik nog een discussie met Wouter Bos over de stommiteit van de uitverkoop van de ABN AMRO. Dat was toch ‘onze’ bank. Toen nog waste hij zijn handen in onschuld. Toen was het ondenkbaar dat hij iets groots zou ondernemen om het tij te keren.
Het besef is er nu dat ongebreideld kapitalisme een slecht idee is. Het is tijd voor een herwaardering van Keynes, de Britse econoom die ten tijde van de vorige grote financiële crisis in de jaren dertig al pleitte voor nationalisering van banken om speculatie tegen te gaan. Voor vrijemarkteconomen kon de overheid niet klein genoeg zijn. Bos is nu de nieuwe Keynesiaan die weet dat de economie een stevige overheid nodig heeft.
Gemeenschappelijk belang
Maar met die stevige overheid zijn we er niet. Net als de markt opereert de overheid in de samenleving en is afhankelijk van wat mensen in die samenleving belangrijk vinden. Het gaat erom dat mensen met verantwoordelijke posities het besef herwinnen van het grotere belang dat ze dienen. Het zou moeten gaan over verantwoordelijkheid en dienstbaarheid. En over matigheid en rechtvaardigheid als deugden. Neem de matigheid. Het is een klassieke deugd die cruciaal is om hebzucht, machtswellust en andere menselijke driften in toom te houden. Die deugden werken alleen wanneer mensen andere mensen daarop aanspreken. Een staatsman kan de burgers oproepen tot vertrouwen, maar dat vertrouwen moet waargemaakt worden in het menselijk verkeer.
Daarom is het belangrijk dat we de schaamte bij onszelf en de ander in de ogen kijken, en elkaar nu aanspreken op wat echt belangrijk is, waarom het gaat in het leven en in de samenleving. Als het er niet om gaat veel geld te verdienen, waar gaat het dan wel om?
Ik vermoed dat we in de onderlinge gesprekken snel uitkomen op het belang dat wij gemeenschappelijk hebben. De vraag die een ieder voor zichzelf zou kunnen stellen is: wat is mijn bijdrage aan welk gemeenschappelijk belang? Tot die conclusie kom ik meestal in gesprekken die ik aan de Academia Vitae (in Deventer) met professionals voer. Het is een teken van beschaving wanneer burgers handelen in de wetenschap dat ze een groter belang dienen, dat ze niet alleen voor zichzelf bezig zijn maar bij willen dragen aan een groter geheel.
Kortom, het goede van deze afstraffing is dat de helden van kort geleden, de grote geldverdieners, van hun voetstuk gevallen zijn. Hopelijk blijkt dit een tijd te zijn van een herstel van het besef dat het om iets anders moet gaan dan kortetermijngewin, en hopelijk besluiten bijvoorbeeld jongelingen eens iets anders te studeren dan financiën en management. Wat te zeggen van een studie die je doet reflecteren op onze beschaving?
Arjo Klamer is decaan van Academia Vitae en hoogleraar culturele economie aan de Erasmus Universiteit.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier De crisis
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
