Benaderingen voor christelijke filmkritiek
Goed geïnformeerd en genuanceerd films bespreken lijkt in bijbelgetrouw Nederland nog veelal ‘not done’, op enkele uitzonderingen na. Maar het wordt wel tijd. Daarom gaat eind deze maand CV•Film van start.
Door Bart Cusveller
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Christen & Kunst
Dit artikel is verschenen in CV·Koers februari 2007
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
Christelijke filmbeschouwing is een must
Goed geïnformeerd en genuanceerd films bespreken lijkt in bijbelgetrouw Nederland nog veelal ‘not done’, op enkele uitzonderingen na. Maar het wordt wel tijd. Daarom gaat eind deze maand CV•Film van start.
Door Bart Cusveller
Groot gelijk hadden ze, Barend en Lammert Kamphuis (respectievelijk hoogleraar systematische theologie aan de TUK (Broederweg) en student theologie en filosofie). In een opiniebijdrage in het Nederlands Dagblad (16 december 2006) voerden ze een pleidooi voor christelijke filmkritiek. Op het vlak van moderne literatuur vindt er goede doordenking plaats, zowel in christelijke media als door theologen. Maar die verwerking ontbreekt nagenoeg bij film, terwijl de invloed van dit medium ook onder orthodoxe christenen inmiddels groot is. Meer en toegankelijke christelijke filmkritiek is daarom dringend gewenst, vonden zij. En terecht.
Goed geïnformeerd en genuanceerd films bespreken lijkt in bijbelgetrouw Nederland nog veelal ‘not done’, met uitzondering bij l’Abri en CV•Koers. Maar het wordt wel tijd. Daarom gaat eind deze maand de website CV•Film van start. Er worden door ons christenen zoveel films gekeken (zie het onderzoek in het Reformatorisch Dagblad van 4 december 2006) dat wij daar zo langzamerhand maar gewoon voor moeten uit komen. En wat belangrijker is: er zit in de filmwereld zoveel kaf tussen het koren dat wij ons expliciet moeten afvragen wat wij allemaal kijken. Er is een hele nieuwe generatie van christenen die grondig beïnvloed wordt door wat filmmakers hen voor waar, mooi en goed voorhouden. Daarvoor is het nodig mee te kijken, te denken en te praten om onze houding als christen ook ten opzichte van dat aspect van de moderne cultuur te bepalen. Vanuit die motivatie schreven Maarten Verkerk (TU Eindhoven), Marc de Vries (TU Delft) en ik het boek De Matrix Code. Sciencefictionfilms als spiegel van de technologische cultuur - een uitgave van de Stichting voor Reformatorische Wijsbegeerte i.s.m. CV•Film - waarin we laten zien hoe onder oppervlakte van sciencefictionfilms levensbeschouwelijke thema’s woelen die er voor ons toe doen.
Romanowski: vier benaderingen
William Romanowksi, docent op Calvin College in Grand Rapids, Verenigde Staten, schrijft in zijn boekje Eyes Wide Open over vier verschillende antwoorden op de vraag: Wat is een christelijke houding ten opzichte van films?
• Principiële afwijzing
De eerste reactie is principiële afwijzing. Misschien waren daar ooit serieuze redenen voor. Zowel het maken van films als het kijken van films draait in feite om bedrog, een weergave van mensen en schepping zoals die (op dat moment) niet zijn. Maar we kunnen hierover kort zijn. De tijd dat we het verschijnsel film als geheel konden afwijzen ligt ver achter ons. De vraag of films überhaupt christelijk kunnen zijn is tegenwoordig even zinvol als de vraag of computers, de wetenschap, of de hoofdsteden van Europa überhaupt christelijk kunnen zijn. Computers, wetenschap en hoofdsteden zijn alomtegenwoordig; het heeft weinig zin er voor of tegen te zijn.
• Toe-eigening
Een tweede reactie van christenen is om zich de praktijken van het films maken en kijken toe te eigenen en te gebruiken voor christelijke doeleinden. Op precies dezelfde manier als Hollywood films maakt over geweld en bedrog, maken christelijke filmmaatschappijen films over bijbelse figuren en verhalen. Zo wordt bijvoorbeeld een christelijke levensstijl en het christelijke Evangelie verkondigt. Maar dat tegelijk de gangbare praktijken en mores van de hedendaagse filmwereld worden gebruikt, kan tot gevolg hebben dat zulke films juist aanspreken voor zover ze aanspreken als de doorsnee bioscoopfilm, doorspekt met melodrama, actie en romantiek. Christelijke kritiek van films komt in deze benadering vooral neer op een beoordeling van de morele en spirituele aspecten van een film: wordt Jezus er in verkondigd, dan is het een goede film. Komt er seks en magie, geweld of grove taal in voor, dan vinden we het een slechte film. Intussen is het gevolg van deze benadering, dat een film waarin niet gevloekt en gevochten wordt dus ook als een interessante, verantwoorde of zelfs christelijke film gezien wordt. En omgekeerd, als het onchristelijk toegaat in een film of Jezus er niet in verkondigd wordt, dan is het dus een slechte film? Het is nog maar de vraag of dat terecht is.
• Kritiekloos consumeren
Velen gaan dan ook verder dan de familievriendelijke film. Een derde manier van omgaan met films die ook in christelijke kring voorkomt is in feite kritiekloos consumeren. Romanowski wijst er op dat christelijke filmkijkers misschien wel morele grenzen in acht nemen en bepaalde mate van seks of iets dergelijks buiten de deur houden. Maar het is opmerkelijk hoe grote hoeveelheden bloot, geweld, occultisme en godslastering toch tussen de oren terechtkomt onder het mom van ‘het is maar film’, of ‘het doet niks met mijn geloof’. Ik kijk er soms van op hoe kinderen ook onder trouwe kerkgangers al jong zonder begeleiding of commentaar magie, grote-mensen-drama’s en grove taal meekrijgen. In vergelijking met principiële afwijzing is dit het andere uiterste.
• Kritische omgang
Een vierde respons ligt ergens tussen alles of niets in en tracht kritisch onderscheid te maken binnen de uitingen van de filmcultuur. Deze houding verschilt in twee opzichten van bovengenoemde. In de eerste plaats is deze respons niet dualistisch: de wereld van het geloof en de wereld van de film kunnen niet zo netjes uit elkaar gehouden worden als de eerste reacties willen doen geloven. We worden in onze cultuur altijd al beïnvloed door het alomtegenwoordige verschijnsel film. De taal en de beelden ervan maken allang deel uit van het collectieve geheugen van onze cultuur. En omgekeerd: geloof maakt ook altijd al deel uit van de filmwereld, of die nu expliciet verwoord en verbeeld wordt of niet. Daarom heeft het niet veel zin te doen alsof die werelden netjes gescheiden zijn en elk voor onze eigen doeleinden werken. De vraag is veeleer: in welke opzichten haken geloof en film op elkaar in en is er sprake van kaf tussen het koren?
In de tweede plaats beperkt deze houding ten opzichte van films zich niet tot het verkondigende en moraliserende karakter van films. In deze benadering kan een film waarin positief gesproken wordt over Jezus en positief gesproken wordt over een christelijke levensstijl bij wijze van spreken toch een slechte film zijn. Romanowski wijst er op dat je een film ook als film moet bekijken. Maakt hij goed gebruik van de middelen die een filmmaker ter beschikking staan: acteurs, decors, licht, geluid, dialoog, verhaallijn, muziek, en zo verder. Of maakt de film die niet over Jezus spreekt maar allerlei ellende toont toch niet een diepe waarheid over het menselijk bestaan duidelijk? Kan het dan toch niet een interessante, verantwoorde of misschien zelfs christelijke film zijn?
Overwegingen bij het beoordelen
Jeffry Overstreet (filmrecensent van onder andere Christianity Today) zegt in zijn bespreking van Brokeback Mountain, een film over een homoseksuele relatie, dat er verschil is tussen een christelijke reactie op een film en een christelijke recensie van een film. Hij wil maar zeggen: een christen kan homoseksuele relaties afwijzen, maar een film over homoseksuele relaties een goede recensie geven. Ook vanuit christelijk oogpunt kan er misschien wel iets heel moois, waars en goeds getoond worden over de ‘condition humaine’.
Overstreet noemt als hoofdvragen bij zijn eigen filmbesprekingen dat een film in meer opzichten aanbevelenswaardig kan zijn, zelfs als er dingen in gebeuren die we moreel gezien afwijzen:
• Is de film eerbaar?
• Is de film eerbaar?
• Is de film kunstzinnig gemaakt?
• Slaagt de film in haar opzet?
• Is de film onze tijd, geld en moeite waard?
• Heb ik plezier aan de film beleefd?
Romanowksi geeft ook een overzicht van invalshoeken voor het bespreken van films. Hij noemt de volgende vragen die je je kunt stellen:
• Cultureel product: wat betekent de film voor het filmpubliek?
• Drager van cultuur: wat wordt belangrijk gevonden in de film?
• Kunstuiting: hoe is de film gemaakt?
• Narratief middel: hoe wordt het verhaal verteld?
• Verwijzing naar de wereld achter het kunstwerk: wat is het levensgevoel, het perspectief op godsdienst, God, schepping, mens, kwaad, verlossing, macht, seksualiteit, geweld?
• Kaart van de werkelijkheid: hoe wordt ons bestaan weergegeven en geduid?
Romanowski geeft zelf aan dat dit maar een greep is uit invalshoeken die hij heeft samengesteld uit bronnen die hem op dit punt zinnig voorkwamen. Hij brengt ze onder in een driedeling (onderwerp, inhoud, en evaluatie) waarvan de gemene deler neerkomt op de functie van films: hoe een film iets wezenlijks in ons bestaan zichtbaar maakt.
Zoeken naar verlossing
Wat je verder ook van de film mag denken, films kunnen ‘redeeming qualities’ hebben die buiten beeld blijven wanneer we alleen naar het morele en getuigende kijken. Dat maakt overigens ook dat iemand een film een ambivalente beoordeling kan geven, of dat verschillende christelijke kijkers tot verschillende evaluaties komen. We zijn, zoals de Amerikaanse christen-filosoof Nicholas Wolterstorff ergens zegt, geschapen als onontkoombaar hermeneutische, zoekende wezens – God kan niet alleen achter de antwoorden staan, Hij kan ook achter de vragen staan. Hij wil dat we proberen zijn wil voor ons leven uit te leggen, in elke cultuur opnieuw. Genuanceerd en geïnformeerd naar films kijken kon daarvoor in onze tijd wel eens aanleiding en hulpmiddel zijn.
Dr. Bart Cusveller is filosoof. Hij is als docent verbonden aan de Christelijke Hogeschool Ede en als wetenschappelijk medewerker aan het Prof.dr. G.A. Lindeboom Instituut.Hij is medeauteur van ‘De Matrix Code. Sciencefictionfilms als spiegel van de technologische cultuur’.
Verwijzingen
• Bart Cusveller, Maarten Verkerk, Marc de Vries, De Matrix Code - Sciencefictionfilms als spiegel van de technologische cultuur, Amsterdam: Buijten & Schipperheijn, 2007.
• William Romanowksi, Eyes Wide Open - Looking for God in popular culture, Grand Rapids: Brazos Press, 2001
Lees ook het interview met William Romanowski: Niet mijden, maar uitblinken (CV•Koers juni 2005)
Dit artikel is alleen in de interneteditie van CV•Koers verschenen.
Dit artikel is alleen in de interneteditie van CV•Koers verschenen.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier Christen & Kunst
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
