Opinie: economie
De economische tijden veranderen. Amerika wankelt als nooit tevoren, China is booming en Afrika is in aantocht. Afrika? Ja, want dat continent kan volgens Hans Valkenburg een essentiële rol spelen in de toekomst van de wereldeconomie.
Door Hans Valkenburg
Vrijdag 16 november was zelfbenoemd beursgoeroe Rienk Kamer weer in Nederland voor zijn jaarlijkse beleggerssymposium. Gedurende een hele middag werd een stampvolle zaal met beleggers getrakteerd op een heuse onemanshow. Met honderden sheets werd de belegger duidelijk gemaakt dat hij maar beter niet achterover kan gaan leunen: times are changing! De Amerikaanse economie wankelt als nooit tevoren. Hoewel het met het bedrijfsleven aldaar best goed gaat, gaan alle andere signalen langzaam maar zeer zeker op rood. De dollar zakt steeds verder weg, de spaarquote is inmiddels negatief, de reële salarissen blijven maar dalen, de hypotheekmarkt stort in, de bouw zakt in elkaar en de winkelverkopen dreigen aan de vooravond van het zo belangrijke kerstseizoen af te vlakken. En de rest van de wereld gaat dit merken.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier De crisis
Dit artikel is verschenen in CV·Koers december 2007
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
China en Afrika verdringen Amerika
De economische tijden veranderen. Amerika wankelt als nooit tevoren, China is booming en Afrika is in aantocht. Afrika? Ja, want dat continent kan volgens Hans Valkenburg een essentiële rol spelen in de toekomst van de wereldeconomie.
Door Hans Valkenburg
Vrijdag 16 november was zelfbenoemd beursgoeroe Rienk Kamer weer in Nederland voor zijn jaarlijkse beleggerssymposium. Gedurende een hele middag werd een stampvolle zaal met beleggers getrakteerd op een heuse onemanshow. Met honderden sheets werd de belegger duidelijk gemaakt dat hij maar beter niet achterover kan gaan leunen: times are changing! De Amerikaanse economie wankelt als nooit tevoren. Hoewel het met het bedrijfsleven aldaar best goed gaat, gaan alle andere signalen langzaam maar zeer zeker op rood. De dollar zakt steeds verder weg, de spaarquote is inmiddels negatief, de reële salarissen blijven maar dalen, de hypotheekmarkt stort in, de bouw zakt in elkaar en de winkelverkopen dreigen aan de vooravond van het zo belangrijke kerstseizoen af te vlakken. En de rest van de wereld gaat dit merken.
Amerikaanse reus
Wie over economie praat, praat over de VS. Met alle media-aandacht voor de Chinese prestaties zou je het bijna vergeten, maar de reus aan de andere kant van de Atlantische plas neemt bijna eenderde van de wereldeconomie voor zijn rekening! Dat is evenveel als Japan, Duitsland, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië bij elkaar. China is booming, maar vergeleken bij de VS nog steeds een matige speler. De Chinezen exporteren momenteel weliswaar bijna evenveel als Duitsland, met 1.200 miljard Amerikaanse dollar de grootste exporteur van de wereld, maar de interne consumentenmarkt is nog erg onvolwassen. En in die interne consumentenmarkt ligt nu juist de kracht van de Amerikaanse economie. Die markt is enorm en blijft tot op de dag van vandaag maar groeien.
Hoe kon die Amerikaanse economie zo tomeloos groeien? Dankzij ons. Decennialang is de rest van de wereld bereid geweest om de verslindende Amerikaanse consumentenmarkt, ruim 70 procent van het bbp van de VS, eindeloos geld te lenen om zijn aankopen te financieren. Meer lenen betekent meer besteden, en meer besteden levert weer meer bedrijvigheid op, dus meer banen en meer koopkracht. Op deze manier kon de economie maar doorgroeien. En als er recessie dreigde, dan verlaagde de Federal Reserve (Fed) onder leiding van Greenspan en later Bernanke gewoon de rente zodat er gemakkelijk nog meer geleend kon worden en de economie snel weer aantrok. China, met zijn enorme geldreserve van ruim 1.430 miljard dollar, is al jaren dé grote motor achter deze geldmachine.
Subprime crisis
Maar de machine kraakt. Vele Amerikanen met een slechte kredietstatus kunnen hun te hoge hypotheekschulden niet meer betalen. Deze zogenaamde subprime leningen zijn middels financiële constructies vaak doorverhandeld aan geldinstellingen elders in de wereld. De crisis in deze markt trekt dus geldinstellingen over de hele wereld mee in zijn val. Het is als het ware een snel uitbreidende olievlek die de bereidheid tot verdere investering in de Amerikaanse economie snel zal doen bekoelen.
Tel daarbij op dat de dollar in waarde daalt, wat betekent dat het steeds duurder wordt om die Amerikaanse interne consumentenmarkt met producten uit het buitenland te bevredigen. Én neem in ogenschouw dat de olieprijs naar een all time high gestegen is, en de ingrediënten voor een stevige recessie of misschien wel een depressie zijn daar. De Fed kan en zal de rente weer verlagen, maar dat zal weer leiden tot hogere inflatie en de dollar nog verder onder druk zetten. Dit middel lijkt niet meer te volstaan.
Dat de VS gas terug moet nemen is daarom inmiddels common sense onder economen en beleggers, maar of het een heuse neergang zal worden is de vraag. De enorme Amerikaanse economie is immers zeer veerkrachtig en innovatief gebleken in het verleden, en het bedrijfsleven – de gewone economie – lijkt met goede winstcijfers nog steeds gezond te zijn.
Bovendien is niemand gebaat bij een crisis in de VS. De globalisering van het geld- en goederenverkeer is inmiddels dermate ver gevorderd dat de belangen van de rest van de wereld in deze economie en vice versa simpelweg te groot zijn. Men zal dus niet stilzwijgend toekijken hoe de VS af zal glijden.
China dus?
Niettemin kan de belegger volgens Kamer voorlopig maar beter de andere kant op kijken: China. Het land kent nog steeds enorme groeicijfers. En dat zal voorlopig wel zo blijven. De interne markt groeit, de onderlinge handel in Azië neemt snel toe en de Chinese bedrijven – die bulken van de cash – kopen er wereldwijd lustig op los. Ze verdringen inmiddels verschillende Amerikaanse concerns uit de top tien van het internationale bedrijfsleven, waar PetroChina overigens al op één staat. Eigenlijk niets nieuws onder de zon: China was een reus in de wereldgeschiedenis en neemt zijn natuurlijke plaats gewoon weer in.
Maar er is één groot probleem: het ontbreekt deze uitdijende energievreter aan grondstoffen. En waar moeten die vandaan komen? Juist, Afrika. Afrika is een waar grondstoffenparadijs. Goud, olie, ijzererts, katoen, hout… Noem het maar en het is er. Bovendien is Afrika een enorme onontgonnen afzetmarkt voor China. Logisch dat de Chinezen, die tot vreugde van obscure Afrikaanse leiders geen lastige vragen stellen over mensenrechten, daar volop aanwezig zijn.
Het rampencontinent als redder van de wanhopige belegger? Of misschien zelfs van de wereldeconomie? Menigeen zal zijn wenkbrauwen optrekken: dat kan niet waar zijn. Een continent waar de beurskoersen, meestal niet meer dan een handjevol, nog met krijtjes worden genoteerd? Een gebied met instabiele economieën die helemaal afhankelijk zijn van hun grondstoffen? Waar corruptie welig tiert? Waar uit winstbejag mensen worden misbruikt? Allemaal waar. Maar ondertussen laten Afrikaanse economieën als Zuid-Afrika, Uganda, Malawi en Botswana onverkort hoge groeicijfers zien. En beter nog: het aantal redelijk stabiele democratieën neemt er langzaam toe.
Times are changing? Ja. Volgens de 40 tot 60-jaars conjunctuurgolf van de Russische econoom Kondratieff (1892-1938) zitten we in het begin van een lange periode van verandering en innovatie. Als de Amerikaanse economie niet al te ver inzakt en de rest van de wereld zich staande weet te houden, wordt het een interessante periode. Gaat Amerika wel onderuit, dan wordt het interessant én moeilijk.
Hans Valkenburg is journalist en medewerker van CV•Koers.
Dit artikel maakt deel uit van het dossier De crisis
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
