forum
"Een Paars kabinet is geen drama"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
Adviezen voor het opzetten van groeigroepen

Bouwstenen voor een hechte gemeente


kaders:
Hoe begin je vanaf nul?
Hoe krijg je in je eigen gemeente groeigroepen van de grond? Het succes van andere gemeentes kan je enthousiast maken: dit zou jouw gemeente óók moeten doen. Een paar belangrijke bouwstenen om aan een hechtere gemeente te werken.

Door Mieke Hol


Bouwstenen voor een hechte gemeente Dit artikel is het laatste deel van een tweeluik over groeigroepen.
 
Menige gemeente in Nederland is met groeigroepen gaan werken als gevolg van enthousiasmerende mond-tot-mondreclame. Leden van de ene kerk raken in gesprek met leden van een andere kerk, of het onderwerp komt op een conferentie aan bod - en keer op keer blijkt: overal in het land schieten de groeigroepprojecten als paddestoelen uit de grond. Na zo’n ontmoeting komt een groepje gemeenteleden helemaal warmgedraaid thuis. Maar dan?
Groeigroepen draaien niet direct met één enkele kerkenraadsvergadering, daar gaat een heel proces aan vooraf. Vooropgesteld: er is geen standaardrecept voor het opzetten van groeigroepen. Iedere gemeente heeft een eigen karakter en zal hier dus ook zijn eigen weg in moeten vinden. Maar we kunnen wel van elkaars ervaringen leren.
Wie kriskras door het land heen zijn oor te luister legt, komt mensen tegen die vol vuur vertellen over hun ervaringen. Bert Wuister is zo’n persoon. Sinds 1998 bestaan er groeigroepen in zijn gemeente, de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt) ‘Het Kompas’ in Zoetermeer. Sinds 2000 maakt hij deel uit van een driekoppig team dat de groepen coördineert en toerust. ,,Ik was al langer op zoek naar een andere vorm dan de vaste vereniging, omdat ik verlangde naar méér. In 1998 konden we daar vorm aan geven. Samen met vier andere echtparen kwamen we regelmatig bij elkaar om een boek te behandelen. In datzelfde jaar organiseerde een gemeentelid een avond over het onderwerp huiskamergroepen. Hij was enthousiast geraakt over het concept en wilde dat delen met de gemeente. Een lid van onze groep ging daar uit nieuwsgierigheid heen. Hij was duidelijk niet de enige. Er was zo veel animo voor dat er na afloop van de avond ter plekke vijf groepen ontstonden.”
In het Veluwse Nijkerkerveen zijn Bertus en Carlien van Soeren al weer een paar jaar lid van een groeigroep. Ze zijn lid van ‘De Fontein’, een hervormde wijkgemeente van bijzondere aard in Nijkerk. Deze gemeente is in 2000 opgericht en is van ‘bijzondere aard’ omdat ze niet gebonden is aan één bepaalde wijk in Nijkerk. Direct bij het ontstaan van de gemeente is men gaan werken met GGG’s, GemeenteGroeiGroepen, een concept van het Evangelisch Werkverband. Destijds was dat er één, nu draaien er elf groepen.
Bertus en Carlien werden door een ouderling uitgenodigd voor een groeigroep, en hebben geen moment spijt gehad dat ze daarop in zijn gegaan. Bertus: ,,We zijn lid van een heel gemengde groep, met zowel jonge stellen als ouderen. Dat bevalt heel goed. Je kunt zóveel leren van elkaars levenservaringen, juist omdat je niet allemaal op dezelfde golflengte zit. De sfeer in de groep is heel open, al vanaf de eerste keer dat we bij elkaar kwamen. De leiding noemde dat ook als een van de eerste punten: we nemen elkaar hier zoals we zijn, dus durf jezelf maar te zijn.”
 
Groot geschenk
Wie in zijn gemeente met groeigroepen aan de slag wil, kan kiezen uit twee scenario’s. De eerste mogelijkheid is dat er een select aantal groepen wordt opgezet. Dat aantal groeit al naar gelang er meer belangstelling voor komt. De tweede optie is de zogenaamde ‘celgemeente’, waarbij de hele gemeente in groepen wordt opgedeeld en iedereen lid is van een groeigroep. Net zoals het lichaam bestaat uit cellen, bestaat de gemeente dan uit groepen.
Beide scenario’s hebben hun voors en tegens. De keuze voor een celgemeente is voor veel gemeentes wellicht een te heftige omslag. Om te wennen aan het concept zou men kunnen beginnen met een klein aantal groepen, om te kijken hoe de gemeente erop reageert. Een keerzijde daarvan is dat het evenwicht zoek kan raken. Verhalen van gemeentes die al met groeigroepen werken, leren dat gemeenschap in kleinere verbanden de levens van mensen verrijkt en de groei van gemeentes stimuleert. Wanneer de ene helft van de gemeente wel die hechte gemeenschap opzoekt en de andere helft niet, kan er scheefgroei in de gemeente ontstaan.
Hans Eschbach is predikant-directeur van het Evangelisch Werkverband, een stichting binnen de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) die het gebruik van groeigroepen wil stimuleren. Hij is een groot voorstander van de celgemeente: ,,Je kunt bij je eigen clubje enthousiastelingen blijven en daarmee een fijne kring opstarten in je eigen gemeente. Maar verandert dat die gemeente? Absoluut niet. Er is geen sprake van vernieuwing. Het is veel beter om eerst met de kerkenraad over je ideeën praten. Over het beleid van de kerk, de opbouw van de gemeente, enzovoorts. Als groeigroepen worden opgestart vanuit een stuk communicatie en een duidelijk beleid, kunnen ze bouwstenen van de gemeente worden.”
Zowel ‘Het Kompas’ in Zoetermeer als ‘De Fontein’ in Nijkerk zijn geen celgemeentes. Toch zou Bert Wuister het liefst zien dat zijn hele gemeente uit groeigroepen bestond. ,,Gemeenschap is een groot geschenk dat God ons geeft, al vanaf het paradijs - tot aan het Nieuwe Jeruzalem. We moeten dat geschenk ten volle benutten, en groeigroepen zijn daar een goed middel voor. Satan weet heel goed dat gemeenschap een gevaar voor hem is. Het individualisme in onze maatschappij buit hij maximaal uit, want dat leidt tot verwijdering, egoïsme en onverschilligheid. Wij bekijken de wereld door een egoïstische bril: wat heb ík eraan, wat kan ík er halen. Groeigroepen hebben een instelling die daar lijnrecht tegenover staat: je komt niet om iets te halen, maar om iets te brengen.”
 
Aanbidding
Bertus en Carlien van Soeren herkennen dit basisprincipe van geven en luisteren. Bertus: ,,Toen ik jong was, ging ik naar een kerk waarin geen enkele mogelijkheid voor uitleg was. Het was zoals het was, punt uit. Je moest het doen met wat je te horen kreeg. Hier gaan we met elkaar veel dieper op de Bijbel in. Daar leer je veel meer van. Je leert van elkaars inzichten.” Carlien vult aan: ,,Maar het gaat veel verder dan alleen praten over het geloof. We willen elkaar ook echt helpen. Tijdens de avonden, eens in de drie weken, is er veel ruimte voor wat ieder meemaakt in z’n leven. Dat kunnen heel mooie dingen zijn, waarin je elkaar bemoedigt, maar ook problemen, zorgen of ziekte. De groeigroep is het eerste luisterend oor, en willen mensen meer begeleiding, dan kunnen ze naar de dominee. Ook in praktische dingen helpen we elkaar. We springen bijvoorbeeld bij wanneer iemand zwanger is of het een periode heel druk heeft.”
Samen je schouders eronder zetten en elkaar dienen. Volgens Bert Wuister is dit nu juist wat de gemeente en ieder mens persoonlijk nodig heeft. Dat ziet hij ook terug in de groei in zijn gemeente: de vijf groepen die in 1998 in Zoetermeer startten, zijn uitgegroeid tot negen volwassenengroepen en drie jeugdgroepen. Wuister: ,,Men is heel trouw, de wil om bij elkaar te zijn is sterk. We komen om de drie weken bij elkaar, steeds bij iemand anders thuis. Het gastgezin waar we die avond zijn, bereidt het zanggedeelte voor en verzorgt een inleiding op het onderwerp. Als de bijeenkomst bij ons is, proberen mijn vrouw en ik altijd een nieuw lied voor de Here te zingen. Het is zó belangrijk om de avond te beginnen met aanbidding. Dat is waar ons leven immers om draait. Daarna bidden we met elkaar, en dan slaan we het themaboek en de Bijbel open. Het groepsgesprek dat daarna ontstaat, komt spontaan op gang. Het loopt altijd uit, steevast komt er een moment dat we op de klok kijken en schrikken van de tijd. Dat geeft niet, ik vind het juist een goed teken. We hebben elkaar veel te vertellen, niet alleen over het thema, maar ook over onszelf. We stimuleren elkaar om te vertellen wat we meemaken, of dat nu mooie of moeilijke dingen zijn. Op die manier ontstaat een hechte gemeenschap en kun je heel gericht voor elkaar bidden en elkaar praktisch helpen.”
 
Toerusting
Alles wat in en om de groeigroep gebeurt, draait om dat ene kernwoord: groei. Groei in geloof, in gemeenschap en in getal. Dat is een grote uitdaging. Daarom is het ook van wezenlijk belang dat de leiders van de groepen goed toegerust worden. Hans Eschbach: ,,De ideale situatie is een gemeente waarin de groeigroepen worden gestuurd door de eigen predikant. Die geeft één keer in de maand een stuk toerusting aan de gastgezinnen of kringleiders. Dat is de eerste lijn: begeleiding binnen de lokale gemeente. Dan de tweede lijn: hoe worden de predikanten zelf toegerust? Wanneer zij vragen hebben of tegen problemen aanlopen, is daar ook begeleiding voor. Dat gebeurt binnen de PKN op regionaal niveau, door een landelijke werkgroep van predikanten, die elk een regio onder hun hoede hebben. Zij krijgen op hun beurt ook weer training. Zo krijg je dus training van de trainers van de trainers, waardoor de groei zich voortzet. Ook gemeentes die niet binnen de PKN vallen, kunnen gebruik maken van deze regionale toerustingsdagen.”
Bert Wuister: ,,In onze gemeente hebben de groepen geen kringleiders, maar wel vertegenwoordigers. Zij vertegenwoordigen de groepen in de coachingsmomenten die we regelmatig organiseren met ons team. Voor volgende maand staat een avond over leidinggeven op het programma. Hoe leid je een groep, hoe bereik je je doel, hoe kun je elkaar effectief helpen, hoe vermaan je elkaar wanneer dat nodig is? Dat laatste lijkt misschien niet in het rijtje thuis te horen, maar toch is het een wezenlijk onderdeel van een gemeenschap. Christenen mogen elkaar onderling aanspreken op hun handel en wandel. Dat gebeurt nog veel te weinig. Mensen houden elkaar de hand boven het hoofd, in plaats van het gesprek open te gooien. Dat belemmert groei.”
 
Bestaande kringen
Wanneer een nieuw initiatief of concept zijn intrede doet in een gemeente, gaat dat lang niet altijd van een leien dakje. Zo ook wanneer een gemeente met groeigroepen wil gaan werken. Hans Eschbach komt in zijn werk vaak mensen tegen die een groot verlangen hebben om groeigroepen op te zetten in hun gemeente, maar tegen de structuur van al bestaande verenigingen aanbotsen.
Eschbach: ,,Ik adviseer in dit verband altijd twee dingen. Ten eerste: iets wat goed loopt, moet je zegenen. Wat God zegent, moeten mensen niet afbreken. Nieuwe groeigroepen en bestaande bijbelkringen kunnen op zich goed naast elkaar bestaan. Ten tweede: iets wat niet goed loopt, moet je niet kunstmatig in leven houden. Daar zijn we in de kerk wel vaak mee bezig. Wij dienen onvoorstelbaar vaak kunstmatige ademhaling toe. Hiermee dreig je nieuwe initiatieven dood te drukken. Zegen wat God zegent, en laat de graankorrel in de aarde vallen en sterven als het niet meer gezegend wordt. Wanneer je vastzit in een structuur van verenigingen waar niemand zich meer voor inzet, durf dan het lef te hebben om die activiteiten te stoppen en plaats te maken voor iets nieuws.”
De gemeente van Bertus en Carlien van Soeren is een voorbeeld van een gemeente waarin zowel bijbelkringen als groeigroepen draaien. Er zijn elf GGG’s en drie bijbelkringen. Die bijten elkaar totaal niet, ze bestaan goed naast elkaar. Carlien ziet wel een duidelijk verschil en heeft daardoor een sterke voorkeur: ,,Bijbelkringen richten zich vooral op de theorie, op bijbelstudie. In de groeigroepen vind je een mooie combinatie tussen theorie en praktijk. Er is meer ruimte voor de toepassing van het geloof. We bidden samen en lezen in de Bijbel én we zijn betrokken bij elkaars dagelijks leven. We wisselen ervaringen uit, praten over dingen waar we tegenaan lopen, en helpen elkaar als iemand het moeilijk heeft.”
 
Hemelse schatten
Terug naar het begin: het groepje gemeenteleden dat helemaal enthousiast thuiskomt van een inspirerende ontmoeting, en het liefst gisteren dan vandaag groeigroepen in zijn gemeente zou zien. Wat is de eerste stap? Hans Eschbach: ,,Het eerste wat mensen moeten doen, is visie ontwikkelen bij de kerkenraad. Geestelijke vernieuwing begint bij het leiderschap van de gemeente. Je kunt wel met een groepje enthousiastelingen in een hoekje van de gemeente samenkomen, maar dan blijf je ‘een groepje in een hoekje’. Het is veel belangrijker dat de hele gemeente vernieuwt. Wanneer de kerkenraad er echt niet voor te porren is, kunnen mensen bij ons aankloppen voor hulp. Het gebeurt volop dat wij als supportgroep functioneren en mensen bemoedigen en steunen.”
Het proces van visie ontwikkelen is volop aan de gang in de gemeente van Bert Wuister in Zoetermeer: ,,Onze kerkenraad hield zich vroeger niet zo bezig met de groepen, maar bezint zich daar nu wel op. Men ziet de groei in de groepen, en zoekt naar een structuur waarin we onderlinge gemeenschap in onze gemeente sterker kunnen maken. Daar ben ik een groot voorstander van. Het eerste wat we in dat proces keihard nodig hebben, is het zoeken naar onze identiteit in Christus. Als we beseffen wie we zijn in Christus, dan kan de Geest gaan werken. De Bijbel spreekt van hongeren en dorsten naar meer. Waar is dat gebleven? Als we groei willen zien in de kerk en in levens van mensen, moeten we ook echt de wil hebben om te groeien. Kleine groepen zijn in dat proces een middel, geen doel op zich.’’
,,Mijn ideaal is een gemeente die is als een oase: open, er staan geen muren omheen, en de leden leven dicht bij de Bron. Een plaats waar woestijnreizigers voeding en rust kunnen vinden. Tegelijkertijd ben je altijd onderweg naar de eeuwige oase. Wij zijn niet van deze wereld, we moeten niet wortelen in de aarde en stilstaan, maar ons uitstrekken naar schatten in de hemel.”



Dit artikel maakt deel uit van het dossier Gemeenteopbouw

Dit artikel is verschenen in CV·Koers februari 2006

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving