forum
"Een Paars kabinet is geen drama"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
Opinie: economie

Opkomende economieën zorgen voor spanningen


De voedselprijzen stijgen enorm. Hoe komt dit en wat kunnen we verwachten van de toekomst? Volgens econoom Roel Jongeneel hoeft de wereld voorlopig geen honger te lijden, maar geven recente ontwikkelingen meer dan ooit aan dat de aarde eindig is. Een analyse.

Door Roel Jongeneel


Iedereen kent het woord ‘inflatie’ wel, dat staat voor algemene stijging van de prijzen. In de zeventiger en tachtiger jaren van de vorige eeuw was inflatie een van de economische problemen. Mede als gevolg van twee oliecrises stegen de prijzen sterk. Die prijsstijging deed de koopkracht van de gulden afnemen. Mensen waren daar niet blij mee en via de economische politiek probeerde de overheid de inflatie te beteugelen. Dat is sindsdien ook goed gelukt en de laatste twintig jaar stijgen de prijzen jaarlijks wel een beetje, maar dat is zo weinig dat niemand er echt wakker van ligt.
Het lijkt erop dat het rimpelloze prijzenfront de laatste jaren ruw is verstoord, ook al zijn de inflatiecijfers vooralsnog bescheiden. Wie in de winkel regelmatig een pak melk koopt of de autotank volgooit met benzine zal het zijn opgevallen dat de prijzen ervan enorm omhoog zijn gegaan. Wat voor voedsel en energie geldt, geldt eigenlijk voor alle grondstoffen: zij laten stevige, soms zelfs exorbitante prijsstijgingen zien. Eigenlijk is dit al rond 2002 begonnen. Het blad The Economist heeft er een nieuw woord voor bedacht: ‘agflatie’. Het gaat hier maar niet om een kruiswoordspelletje. Agflatie is inflatie ofwel prijsstijging, maar dan een bijzondere prijsstijging, namelijk de prijsstijging van voedselproducten en grondstoffen.
De stijgende landbouwprijzen hebben te maken met de sterke vraaggroei in Azië. Die economieën ontwikkelen zich snel met groeipercentages van 9 procent of meer per jaar. De stijgende inkomens leiden tot extra vraag naar voedsel en tot een stijging van de vleesconsumptie. Bovendien zal als de huidige prognoses bewaarheid worden, de wereldbevolking naar verwachting verder toenemen van 6,5 miljard in 2005 naar bijna 8 miljard mensen in 2025. Een andere prijsopdrijvende factor is de vraag naar biobrandstoffen in de VS en in mindere mate in de EU. Dat uit zich bijvoorbeeld in extra vraag naar maďs voor de productie van ethanol.
 
Niet rooskleurig
Een aantal landen probeert kunstmatig de voedselprijzen laag te houden, maar de spanning neemt toe. Hoewel er ook incidentele factoren een rol spelen, lijkt er sprake te zijn van een trendbreuk. De laatste 150 jaar hadden we te maken met dalende reële voedselprijzen. Het is uiterst onwaarschijnlijk dat als de ontwikkelingen in Azië zich doorzetten dat voor de komende periode hetzelfde zal zijn.
Wat voor voedsel geldt, gaat nog sterker op voor energie. Er is geen economische activiteit zonder energie. Ook voor energie is het langetermijnbeeld niet al te rooskleurig. Als je naar de wereldenergievoorraden kijkt, valt op dat deze sterk afnemen. Sinds 1986 is het verbruik groter dan wat er jaarlijks bij wordt gevonden. Aan de andere kant stijgt de vraag, zeker ook door de opkomende reuzen China en India. Met een gezamenlijk inwonertal van 2,3 miljard mensen (ofwel 38 procent van de wereldbevolking) zal hun groei dramatische effecten voor de vraag naar grondstoffen hebben. Bovendien opereren die economieën op dit moment veel grondstofintensiever dan de diensteneconomieën in het Westen. Dat kan wel een factor drie schelen. Met andere woorden: per kilogram product dat wordt geproduceerd zijn relatief veel grondstoffen nodig.
 
Sinds 2001 is de prijs van ruwe olie, die jarenlang rond de 20 dollar lag, al meer dan vervijfvoudigd. Weliswaar lijkt de prijs wel weer even over haar hoogtepunt heen en treedt er alweer een daling op, maar volgens analisten moet niet meer worden gerekend op prijzen lager dan 70 dollar per vat. De pessimistische scenario’s van de Club van Rome, die al in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ‘limieten aan de economische groei’ aankondigde, zouden nu weleens echt dichterbij kunnen komen.
Toekomstige forse olieprijsstijgingen lijken op termijn onafwendbaar. Het Internationaal Energie Agentschap (IEA) verwacht dat de vraag naar olie stijgt van 85 miljoen vaten per dag nu naar 155 miljoen vaten in 2020. Afgewacht moet worden of die hoeveelheid wel kan worden geproduceerd. Waarschijnlijk kan dat alleen als er over tien tot vijftien jaar heel wat olie uit teerzanden en leisteen wordt gewonnen. Dat kan wel, maar dergelijke oliewinning is wel duur. Anderen achten een productie boven de honderd miljoen vaten simpelweg onmogelijk.
 
Historische beweging
Emeritus hoogleraar en oud-Robeco-specialist Jaap van Duijn voorspelt in zijn boek De groei voorbij een strijd om de grondstoffen. Volgens hem is het nog nooit eerder in de geschiedenis voorgekomen dat twee majeure landen, zoals China en India, gelijktijdig in beweging kwamen. Hoewel het aandeel van China in de wereldeconomie zo rond de 6 procent zit, is het aandeel in het verbruik van cement 47 procent en het staalverbruik 26 procent. Als China en India evenveel grondstoffen per hoofd zouden gebruiken als de gemiddelde Japanner nu doet, dan zouden ze volgens Van Duijn samen de grondstoffen van de hele wereld nodig hebben.
Hoewel op langere termijn de schaarste op voedsel- en grondstoffenmarkten lijkt toe te nemen, betekent dit overigens niet dat er vanaf nu alleen maar prijsstijgingen voor zullen komen. Bij de recente prijsstijgingen waren er ook incidentele factoren in het geding (zoals de droogte in Australië), die prijzen slechts tijdelijk opdrijven. Belangrijker is waarschijnlijk nog de economische malaise waar de wereldeconomie op lijkt af te stevenen. De problemen in de Verenigde Staten dreigen tot een economische recessie te leiden. Als gevolg hiervan zouden de prijzen op vrij korte termijn wel weer wat kunnen gaan dalen.
Wat voedsel betreft is er nog heel wat mogelijk en hoeft de wereld voorlopig nog geen honger te lijden. Maar meer dan ooit tevoren is de laatste jaren duidelijk aan het worden dat de aarde eindig is. Als de ontwikkelingslanden eenzelfde welvaartsspurt willen gaan maken als de rijke noordelijke landen eerder hebben gedaan, zal dit de nodige spanningen gaan geven.
               
Dr. ir. Roel Jongeneel is als docent en onderzoeker verbonden aan Wageningen Universiteit en Research Centre.



Dit artikel maakt deel uit van het dossier De crisis

Dit artikel is verschenen in CV·Koers april 2008

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving