forum
"Een Paars kabinet is geen drama"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
Riemer Roukema hekelt de gnostische visie op Jezus Christus

De onzin over de esoterische Jezus


kaders:
Nieuwe wind
Heeft de kerk de ware Jezus verdonkeremaand? Dat beweren Dan Brown en veel andere populaire schrijvers, op grond van gnostieke geschriften. Volgens Riemer Roukema hebben ze geen poot om op te staan. Maar hij begrijpt de interesse voor deze boeken wel.

Door Tjerk de Reus


De onzin over de esoterische Jezus Wie in de boekhandel de afdeling esoterie opzoekt, vindt daar allerlei boeken over Jezus. De auteurs uit deze hoek zijn ervan overtuigd dat zij de ware Jezus hebben ontdekt, en dat is niet de Jezus die de kerk ons voorhoudt. Júíst niet, want de kerk zou de echte Jezus hebben verduisterd. In werkelijkheid was Hij een gnostische leraar, die zijn leerlingen wilde inwijden in geheime kennis. De God uit het Oude Testament was slechts een ‘lagere godheid’: wreed en onberekenbaar. Maar Jezus stond in contact met een hogere god: de ware god. De leerlingen van Jezus moesten zich bewust worden van hun goddelijke oorsprong en van de vonk van de hoogste god die zij in zich hadden.
Door boeken als die van Dan Brown komen steeds meer mensen met deze gnostische visie op Jezus in aanraking. En dat heeft gevolgen voor de manier waarop heden ten dage naar Jezus gekeken wordt. De Da Vinci Code van Brown mag dan fictief zijn, de boodschap blijft hangen: de kerk houdt ons een onware Jezus voor.
Riemer Roukema loopt in de boekhandel vaak even langs de afdeling esoterie, waar al die gnostische boeken uitgestald staan. Roukema (1956) is hoogleraar Nieuwe Testament in Kampen, aan de Protestantse Theologische Universiteit. Hij publiceerde onlangs een boek dat kritisch ingaat op de gnostische ideeën over Jezus: Jezus, de gnosis en het dogma. Wat opvalt, is dat hij in zijn goed leesbare en degelijk doortimmerde boek níét de kans heeft gegrepen om zijn lezers te lokken met spannende en mysterieuze denkbeelden. ,,Nee, dat klopt. Het gaat mij ook helemaal niet om sensatie. Ik vraag me liever af wat echt houvast biedt. Wie was Jezus werkelijk? Wat geeft een historisch betrouwbaar beeld van Hem? Dat vind je, hoe je het ook wendt of keert, in het Nieuwe Testament. Wat je daar over Jezus leest, is in grote lijnen betrouwbaar. Als kerk hoeven we ons niet te schamen ons daarop te beroepen. Als gelovige ga ik nog een stap verder: het is legitiem als je je op Jezus richt als op God, omdat Jezus het gezicht van God is. Hij is zelf ook God. Het hoort bij de oorspronkelijk christelijke boodschap dat je je in leven en sterven aan Jezus Christus kunt toevertrouwen. Ik noem aan het slot van mijn boek Stefanus, die vlak voor hij stierf, zei: ‘Heer Jezus, ontvang mijn geest.’ Daarmee beleed hij impliciet Jezus’ goddelijkheid.’’

Evangelie van Thomas
,,De directe aanleiding voor mijn boek is het feit dat er zo ongelooflijk veel onzin geschreven wordt over een gnostische Jezus’’, vertelt Roukema. ,,Men beweert dat Hij eigenlijk een gnostische leraar is. Dat wordt met allerlei spannende verhalen omgeven. Ik houd geregeld lezingen over bijvoorbeeld het Evangelie van Thomas. Dit evangelie is in 1945 in Egypte gevonden en hoort bij de zogenoemde Nag Hammadi-geschriften. Tijdens die lezingen zijn er steeds weer mensen die vragen: is de Jezus van het Evangelie van Thomas niet de eigenlijke Jezus? De officiële kerk zou dit evangelie hebben verdonkeremaand en er een eigen beeld van Jezus tegenover hebben gesteld.’’
,,Nu wil ik dit niet in de eerste plaats als gelovige bestrijden. Laten we deze gnostische teksten nuchter beoordelen. Het gaat om betrouwbaarheid. Is het beeld van Jezus dat oprijst in bijvoorbeeld het Evangelie van Thomas historisch betrouwbaar? Bevat dit evangelie nieuwe feiten over Jezus’ leven en optreden? Mijn conclusie luidt dat er best enkele authentieke woorden van Jezus in kunnen staan die niet in de canonieke evangeliën te vinden zijn. Maar dit is minimaal. Voor het overgrote deel van de gnostische teksten geldt dat ze een erg onbetrouwbaar beeld bieden van het optreden van Jezus en van de inhoud van zijn prediking. Ze zijn sowieso van latere datum dan de evangeliën, maar ook reageren ze vaak op de geschriften uit het Nieuwe Testament. Dat betekent dat ze niet oorspronkelijk zijn, maar latere denkbeelden presenteren.’’
 
De gnostiek ontstond aan het einde van de eerste eeuw van onze jaartelling en had tot in de Middeleeuwen aanhangers in de landen rond de Middellandse Zee. Waarom kreeg deze stroming zo veel aanhang? ,,Destijds sloeg het gnostische denken aan bij mensen die de God van het Oude Testament moeilijk verteerbaar vonden. Bijvoorbeeld Gods naijver – zijn jaloezie – en zijn soms strenge straffen stuitten op weerstand. Dat kón helemaal niet in het Griekse denken over God of over goden. God zou zonder enige naijver zijn en volstrekt verheven boven deze wereld. De God van Israël is daarbij vergeleken veel ruiger en dynamischer. Die ‘lagere god’ wees men af, maar men wilde wel iets met Jezus. Zo ontstond de hypothese dat Jezus iets volstrekt nieuws verkondigde in het jodendom van zijn dagen. Hij zou de vertegenwoordiger zijn van de hoogste godheid, die tot dan toe onbekend was.’’
 
Wonderlijke verhalen
Waarom slaat deze visie vandaag zo aan? ,,Als er nieuwe teksten opduiken, fascineert dat altijd. Denk maar aan het Evangelie van Judas, dat in de afgelopen jaren enorme belangstelling kreeg. Wat sterk meespeelt bij de belangstelling voor de esoterische Jezus, is de moeite die mensen ervaren bij de traditionele kerk. Daarin wordt een Jezus verkondigd met wie ze weinig kunnen. Hij zou gestraft zijn vanwege onze zonden. Zo’n gedachte staat ver af van onze westerse leef- en denkwereld. Ook het feit dat de kerk God beschouwt als een persoonlijke God die buiten ons bestaat, is voor ons niet erg vanzelfsprekend. Als er dan nieuwe teksten over Jezus opduiken waarin sommige van die noties afwezig zijn en God als een vonk in jezelf zit, denken veel mensen: misschien kan dit iets voor mij betekenen. Dat is overigens heel opmerkelijk: men wil van het klassieke christendom weinig of niets meer weten, maar wil wel graag Jezus behouden.’’
,,Mensen zijn natuurlijk vrij in hun religieuze voorkeuren. Maar het is niet verkeerd om er af en toe de vinger bij te leggen dat de verhalen over Jezus zoals die in het alternatieve religieuze circuit de ronde doen, erg onbetrouwbaar zijn. Door hedendaagse esoterische schrijvers worden allerlei gegevens verdraaid en verduisterd. Een paar jaar geleden schreef Reender Kranenborg het boek De wonderbaarlijke avonturen van Jezus van Nazareth. Daarin ontmaskert hij allerlei verhalen over Jezus uit de esoterische hoek. Maar voor zo’n boek is niet veel belangstelling. Mensen laten zich soms liever een rad voor ogen draaien, blijkbaar. Zou Jezus een liefdesrelatie met Maria Magdalena hebben gehad? Dat vinden veel mensen een intrigerende gedachte. Maar voor Jezus’ huwelijk met haar beroept men zich soms op een geschrift uit 1900! Kortom, iedereen mag zijn religieuze voorkeuren koesteren, maar tegelijk moet helder zijn dat de meest betrouwbare geschriften over Jezus in het Nieuwe Testament staan. De kerk heeft er niet onverstandig aan gedaan juist deze teksten voor canoniek en dus gezaghebbend te verklaren.’’
Roukema wijst de gnostiek streng de deur als het gaat om historische betrouwbaarheid. Maar hij onderstreept dat hij ook begrip heeft voor mensen die naar deze teksten grijpen. ,,Het is echt een moeilijk punt voor ons dat God búíten ons bestaat, ook buiten de werkelijkheid van tijd en ruimte. Dat is ook het probleem van ds. Klaas Hendrikse. Als je daarmee worstelt en je krijgt te horen: God zit ten diepste in je of God ‘gebeurt’ tussen mensen, dan kijk je verrast op. Ik herken die moeite ook wel in mijn eigen leven. Geloof in God is niet vanzelfsprekend, het ligt niet voor de hand. Maar tegelijk zeg ik: dit is de boodschap van de Bijbel en ik voeg mij daarin. Ik beken mij tot de christelijke traditie. Dat is een stap, dat geef ik toe; een geloofsstap, die niet vanzelfsprekend is.’’
 
Godheid van Jezus
Roukema bespreekt in zijn boek een reeks nieuwtestamentische gegevens over Jezus’ optreden en boodschap. Ook komt het belangrijke concilie van Nicea ter sprake – in het jaar 325 – waar de belijdenis werd uitgesproken dat in Jezus God zelf tot de mensen is gekomen. Hij wordt er zelfs ‘één van wezen met de Vader’ genoemd. Het heeft Roukema bij het werken aan zijn boek verrast hoe sterk de goddelijkheid van Jezus erkend wordt in de evangeliën. ,,Vaak wordt gezegd dat christenen pas veel later Jezus als goddelijk gingen beschouwen. Maar dat blijkt niet te kloppen. In het Evangelie van Johannes, dat rond het jaar 90 gedateerd wordt, is Jezus het eeuwige Woord. Maar ook in de andere evangeliën, waarvan Marcus ten minste twee decennia ouder is dan dat van Johannes, wordt Jezus beschreven in termen als de HEER, die in het Oude Testament Jahweh wordt genoemd. Jezus geldt daar niet zomaar als een profeet of een bijzonder mens. In Hem verschijnt God zelf. Of je dat gelooft, is een ander verhaal, maar in de evangeliën is dit een sterke overtuiging. Dat heeft mij wel verrast, omdat ik dacht dat de godheid van Jezus vooral in het Evangelie van Johannes aan de orde was. Paulus wijst er trouwens ook al op. Maar het ligt dus nog breder. Dat pleit ook voor de eenheid van het Nieuwe Testament.’’
Een opvallend punt uit Roukema’s betoog is zijn constatering dat de Drie-eenheid – vaak gezien als een merkwaardige systematisering van het vroege christendom – oude joodse wortels heeft. ,,Op het concilie van Nicea is de Drie-eenheid in een formule vastgelegd. Dat werd gezaghebbend in de kerk. Ik verdedig de stelling dat deze formulering niet in strijd is met het vroegjoodse geloof aangaande God en zéker niet in strijd met het Nieuwe Testament. Het is flauwekul om dat allemaal Griekse invloed te noemen. In het jodendom uit de eerste helft van de eerste eeuw kun je allerlei denkbeelden vinden over een meervoudigheid in God. Er was geen exclusief monotheïsme, zoals wel wordt gezegd. Ook in het Oude Testament zie ik aanwijzingen voor een meervoud in God. Dat is daar natuurlijk geen systematische leer, maar de conclusie is gerechtvaardigd dat het niet wezensvreemd is voor het joodse geloof van de eerste eeuw dat Jezus wordt beschouwd als de Zoon naast de Vader. Het concilie van Nicea heeft die overtuiging vastgelegd voor de kerk. Je kunt je best afvragen of het allemaal zo heel precies en exact geformuleerd moest worden. Maar de intuïtie over de godheid van Jezus die Nicea op formule brengt, heeft oude papieren. Ik denk dat de kerk vandaag er goed aan doet deze overtuiging te koesteren.’’
 
De Onkenbare
Roukema ziet om zich heen in de kerken hoe God soms een vage, onpersoonlijke notie wordt. Hij wordt bijvoorbeeld aangeduid als de Onkenbare of de Eeuwige. Dat maakt geloven een stuk minder concreet. Roukema: ,,Ik herinner me nog dat Kuitert zei: ‘Het gaat niet om Jezus, maar om God.’ Daarna is God vervluchtigd. Niet alleen in zijn eigen theologie, maar ook breder in de kerken. Ik vind dit een verarming die schade oplevert voor het geloofsleven. Het klassieke dogma wijst een betere weg: God is geen totaal onkenbare grootheid. In Jezus zien we zijn gezicht. God komt heel dichtbij.’’
,,Ook in de gnostiek zit de neiging om de hoogste godheid te laten vervluchtigen tot iets ongrijpbaars. De overtuiging die je aantreft in het Nieuwe Testament staat hier haaks op: Jezus is God en Hij is bij ons gekomen. Dat is voor het persoonlijke geloof ook het meest troostrijk. In mooie en in moeilijke tijden mag je je aan deze Heer toevertrouwen. Het klassieke dogma biedt ruggensteun voor deze overtuiging. En terecht, want het gaat terug op de oudste getuigenissen over Jezus die zijn overgeleverd.’’
 
N.a.v. Riemer Roukema: Jezus, de gnosis en het dogma, Uitgeverij Meinema, Zoetermeer 2007, 296 blz., € 21,50.



Dit artikel maakt deel uit van het dossier Evangelie en gnostiek

Dit artikel is verschenen in CV·Koers april 2008

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving