forum
"Fors bezuinigen? Prima, maar niet op zorg!"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
Leon Meijer: niemand zit te wachten op een Europese VS

Tegen de grondwet, voor Europa!


kaders:
Het dilemma van de Europese Grondwet
Hij is uiterst kritisch over de koers van de Europese Unie, maar niet over Europa. Samenwerking heeft de toekomst, is zijn stellige overtuiging. Maar niet zoals dat de hoge heren in Brussel voor ogen staat. Die zijn volgens Leon Meijer elk contact met de grondlaag kwijt. Analyse van een politiek denker die vecht voor een Europa dat van de burger is.

Door Leon Meijer


Tegen de grondwet, voor Europa!
Het was 1986, ik liep stage in Florida en op een congres stelde mijn Amerikaanse begeleider me voor aan een van zijn collega’s. ,,This is Leon Meijer from Holland.’’ Ik zag de collega denken: ‘Holland? In welke Amerikaanse staat ligt dat?’ Maar plots ging hem een licht op. ,,Holland? Ah, you mean Europe.’’ In een fractie van een seconde was mijn identiteit van natie naar werelddeel getild.
Op afstand worden de details vager en de grote lijnen duidelijker. Met haar geringe oppervlakte en hoge bevolkingsdichtheid lijkt Nederland een stadstaat met 16 miljoen inwoners. Steden als Tokio – 35 miljoen inwoners – of Sao Paulo – 17 miljoen inwoners – zien we niet los van respectievelijk Japan en Brazilië. Nederland kun je niet los zien van Europa. Het staat zo achteloos in onze aardrijkskundeboekjes: ,,Grote rivieren, waaronder Rijn en Maas, talloze wegen en spoorlijnen verbinden Nederland met het achterland.’’ Bedoeld wordt: de rest van Europa! Dat achterland heeft Nederland bepaald geen windeieren gelegd. Maar die ‘rivieren, talloze wegen en spoorlijnen’ hebben ons meer gebracht dan economische voorspoed. Het zijn de aders waarmee we historisch, militair, cultureel en theologisch aan de rest van Europa verbonden zijn. Ze hebben onze identiteit bepaald en Europees gekleurd.
Veel bindt ons samen, maar opmerkelijk is dat iedere natie zijn specifieke identiteit ontwikkelde. Europa is geen culturele eenheidsworst maar kent een grote verscheidenheid aan culturen. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten van Amerika. In de trein op weg naar Brussel kan ik, gelet op de bouwstijl, zo zien wanneer we België binnenrijden. Met net zo veel Europese invloed heeft België een eigen identiteit ontwikkeld.
Onze identiteit is verbonden met de natie waartoe we behoren en soms zelfs met een regio, zoals menige Fries zal beamen. Identificatie met Europa komt niet vaak voor. We voelen ons verbonden met de Nederlandse cultuur. We hebben een bezieling, een natie die mensen samen gebouwd hebben. Wie is er, als hij op de Deltawerken staat, niet trots op wat wij (!) gebouwd hebben. En Rembrandt was toevallig wel een Nederlander, melden we met diezelfde trots. Die verbondenheid geeft samenhang en solidariteit in een samenleving.
Mondiale ontwikkelingen zoals de globalisering van de handel en de dreiging van terrorisme dwingen ons om verder te kijken dan de Nederlandse grens. Het daagt ons uit om met dezelfde bezieling te bouwen aan Europa. De term ‘Europees burgerschap’ doet misschien vreemd aan omdat die te weinig rekening houdt met onze nationale identiteit. Maar wij zijn wel degelijk óók Europeanen. Ons achterland heeft ons misschien wel meer gevormd dan we willen toegeven.
Samen met andere Europeanen mogen we zoeken naar dat wat ons bindt en waarin we elkaar kunnen versterken. In die beïnvloeding over en weer zit tegelijkertijd de Europese kracht. In plaats van onze nationale muren op te trekken tot we er niet meer overheen kunnen kijken, moeten we met beide handen de Europese kans aangrijpen om samen te werken. Meer dan ooit gaat hier op dat twee meer weten dan één. Samen kunnen we zoeken naar oplossingen van de grote problemen van onze samenlevingen. Juist ook christenen, voor wie de nationale staat niet zaligmakend is, kunnen binnen Europa op zoek naar geestverwanten.
Vanuit verschillende kerken en organisaties zijn al contacten gelegd met kerken en gemeenten in andere Europese landen. In die contacten bloeit de bezieling op. Verschillende christelijke politieke partijen in de EU steunen elkaar in het vormgeven van christelijke politiek. Daarbij wordt rekening gehouden met ieders cultuur. Wat in de ene lidstaat heel gewoon is, kan in een andere lidstaat volkomen verkeerd uitpakken. Samenwerken begint dan ook bij respect voor de eigenheid van de cultuur van de ander. Want cultuur, ook een Europese cultuur, bouw je van onderaf. Dat is mijn Europese droom.
 
Verbonden met het volk
Maar de realiteit binnen de Europese Unie is heel anders. Het grote pijnpunt van de huidige EU is dat die unie juist niet van onderaf is opgebouwd, maar van bovenaf is opgelegd door decreten, uitgevaardigd door een bestuurlijke elite. Die elite heeft het contact met de werkvloer, de burgers, verloren. In plaats van de nadruk te leggen op bestuur dicht bij de burger is er een centralistische bestuurslaag gecreëerd. Een bestuur dat de Europese eenheid benadrukt en te weinig rekening houdt met de culturele diversiteit. Een bestuur dat zich sterk met details is gaan bemoeien, terwijl de burger zich afvraagt waarom dat allemaal op Europees niveau geregeld moet worden. De inrichting van speelplaatsen voor kinderen wordt inmiddels Europees voorgeschreven!
Er gaapt een gat tussen de elite en de burger. Zeker, om het geheel democratisch te maken is er een groot aantal parlementariërs neergezet. Maar de Europese bestuurders zijn vergeten dat niet het aantal (van 750) parlementariërs een bestuur democratisch maakt, maar de verbondenheid van het volk met zijn bestuurders. Veelzeggend is het feit dat het Europees Parlement op jaarbasis voor de parlementariërs slechts vier weken heeft ingeruimd om contact te onderhouden met hun achterban.
Het ‘dit nooit meer’ vormde na de Tweede Wereldoorlog de aanleiding tot een nauwere Europese samenwerking. In 1951 gingen Nederland, België, Luxemburg, West-Duitsland, Frankrijk en Italië akkoord met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Daarmee waren deze ‘oorlogsindustrieën’ samengebracht in een verbond gericht op vrede. Materiële welvaart was de volgende drijfveer en al snel groeide de Unie uit tot een machtig en welvarend economisch handelsblok. De stabiliteit en welvaart trokken ook andere landen in Europa aan. De EU groeide tussen 1951 en 1995 van zes naar vijftien lidstaten. In 2004 volgde de toetreding van Midden- en Oost-Europese landen – een feest, al zijn in de meeste ‘oude’ lidstaten de festiviteiten achterwege gebleven. De EU was vergeten de burgers te betrekken bij het idee van solidariteit en het delen van welvaart. Gelet op de publieke opinie bleken de lidstaten opeens niet zo gediend van een groter Europa. De dominante vraag die de pers stelde was: ‘Wat kost het?’ Niemand had het fatsoen om te vragen wat het aan menselijk leed gekost heeft om achter het IJzeren Gordijn te moeten leven.
 
Politieke macht
Op het grondvlak is de bezieling voor een groot Europa niet ontwaakt, en zo bezien is het logisch dat een Europese samenleving niet van de grond kwam en komt. Althans niet op grote schaal. Het is schrijnend dat juist de Unie geen oog blijkt te hebben voor het gebrek aan interesse bij de burger. Het lijkt de elite niet te gaan om verbondenheid, maar om macht. Eerst was dat vooral economische macht, maar nu wordt het meer en meer politieke macht.
Het bestuurlijke systeem van de EU, ooit ontworpen voor zes lidstaten, kreeg met de uitbreiding het nodige te verduren. Met de toetreding van de laatste tien lidstaten is het vervaarlijk gaan kraken. Tot nog toe was het altijd zo dat alleen over de meer economische terreinen met een meerderheid van stemmen werd besloten. Kleinere landen waren daar nog wel eens de dupe van, omdat ze een minder zware stem hebben. Op andere terreinen, zoals justitie, buitenlands beleid en veiligheidsbeleid, is de EU vooralsnog alleen een overlegorgaan. Ieder land kan op deze terreinen een veto uitspreken. Met de uitbreiding naar 25 lidstaten werd duidelijk dat het recht op een veto een gijzeling van de besluitvorming zou betekenen.
Met het versoepelen van de besluitvorming stond de EU voor een keuze. Ze kon het aantal taken van de Unie beperken tot die waar meerderheidsbesluitvorming mogelijk is. Of ze kon de EU de eigenschappen geven van een federale overheid, waarbij de invloed van de nationale lidstaten aan waarde inboet en besluiten alleen nog maar genomen worden op basis van meerderheid. De vraag die aan deze keuze ten grondslag ligt, is: wat is het doel van de EU? Die vraag is de Europese burgers niet gesteld. Geen enkele Europese regering heeft die vraag beantwoord. Maar ondertussen heeft men met de nieuwe Europese grondwet wel een keuze gemaakt, want het vetorecht verdwijnt op vele terreinen. Nieuwe beleidsterreinen zoals het immigratiebeleid worden overgeheveld naar de EU. Concreet betekent dit dat Nederland op dit gebied gemakkelijker overstemd kan worden door andere landen.
 
Verenigde staten
De Europese grondwet geeft de EU alle trekken van een ‘Verenigde Staten van Europa’. Het heeft een grondwet, burgers, grondgebied, buitengrenzen, munteenheid, president en een minister van Buitenlandse Zaken. Zelfs een vlag, volkslied en een onafhankelijkheidsdag ontbreken niet. Het probleem is dat deze staat elk fundament mist. De hele Unie is van bovenaf opgebouwd. De participatie van de Europese burgers was nihil en is verwaarloosd, bezieling deed niet ter zake. En nu heeft dit instituut, waaraan steeds meer lidstaten meer macht hebben overgedragen, besloten een staat te worden!
Illustratief is de opmerking van Jean Claude Juncker, premier van Luxemburg en huidig voorzitter van de EU: ,,We hebben iets besloten, laten het een tijdje liggen en wachten af wat er gebeurt. Zolang niemand er een punt van maakt - en de meeste mensen weten niet wat we besloten hebben - gaan we stapje voor stapje vooruit net zolang totdat er geen weg terug meer is.’’ (The economist, 24 sept. 2004). De Europese grondwet staat in schril contrast met de bezielende samenwerking van Europese burgers die gezamenlijk bouwen aan een samenleving, van onderaf. Een nieuw bestuurlijk plan had ik kunnen begrijpen. Maar voor een grondwet ontbreekt elke noodzaak. De lidstaten hebben een lange staatsrechtelijke traditie, de burgers van de lidstaten hebben allang grondrechten. In plaats van de burger dichterbij te brengen, zet de grondwet de burger nog meer op afstand. Er wordt een eenheid afgedwongen die te weinig rekening houdt met de diversiteit van Europa. Niet de Europese burger staat centraal, maar het laten gelden van macht.
 
Tegen de grondwet
Op 1 juni aanstaande mag de kiezer zich uitspreken over de richting die Europa moet uitgaan. Helaas gaat de discussie rond de grondwet allang niet meer over de inhoud. Politici die zo fel voor een referendum waren, maken nu duidelijk dat het politiek niet correct is om tegen de grondwet te zijn. D66, GroenLinks en de VVD stellen dat Nederland zich ‘onsterfelijk belachelijk’ maakt als het de grondwet verwerpt. ,,Je moet je dan afvragen’’, zo stelt Joost Lagendijk, Europarlementariër voor GroenLinks, ,,of Nederland dan niet uit de EU moet stappen.’’ Dat is demagogie van het ruwe soort, alsof de burgers van Nederland niet mogen kiezen voor een ander Europa, een andere Europese droom. De Tweede kamer koos voor een referendum omdat het gaat om een belangrijke overdracht van soevereiniteit. Het is een goedkope truc om nu te doen alsof het om een onschuldig verdrag gaat en als dit aangenomen is te zeggen dat het een stap is naar eenwording.
In het bedrijfsleven is bekend dat centralisme niet bijdraagt aan de flexibiliteit en de nodige vernieuwing die zijn vereist voor een levensvatbare onderneming. Het Europese project wordt geleid door een bestuurlijke elite die denkt te weten wat goed is voor de burger. Maar het idee dat je met een grote hoeveelheid parlementariërs en een transparante besluitvorming een democratie installeert, gaat voorbij aan het feit dat de relatie van een volk met zijn bestuurders de democratie draagt. Bezieling is de kern waarin de EU tekortgeschoten is. We moeten terug naar een Europa met een beperking van de taken die werkelijk grensoverschrijdend zijn. Het gaat om samenwerking op die terreinen die lidstaten niet (meer) alleen aankunnen, ten dienste van de burger. Maar alsjeblieft geen president en geen minister van Buitenlandse Zaken, want niemand heeft erom gevraagd lid te worden van de Verenigde Staten van Europa.
 
Ondertussen ga ik door voor mijn Europese droom. Bouwen aan de toekomst van Europa, samenwerken met andere Europeanen. Ik ben tegen de grondwet, niet omdat ik eurosceptisch ben, maar juist omdat ik pro Europa ben. Een Europa van de burgers, wel te verstaan!
 
Dr ir. Leon Meijer is lid van de permanente campagne van de ChristenUnie. Hij werkt in het Europees Parlement als parlementair medewerker van  Europarlementariër Paul van Buitenen.



Dit artikel maakt deel uit van het dossier Europa

Dit artikel is verschenen in CV·Koers april 2005

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving