forum
"Een Paars kabinet is geen drama"
Mee eens
Niet mee eens
Geen mening
Stem
Vorige forums
Genieten van God is het sterkste wapen in je strijd tegen zonde

John Piper: pleidooi voor christelijk hedonisme


kaders:
Biografie van John Piper
Heeft genieten echt met het christelijk geloof te maken, of is het typisch iets van deze tijd om dat te beweren? Leert de Bijbel ons niet dat we als arme zondaren tegenover God staan, en dat ons genieten maar al te vatbaar is voor vleselijke begeerten? John Piper, puriteins prediker, staat bekend als pleitbezorger van een ‘christelijk hedonisme’: God wordt het meest geëerd als we onze diepste voldoening vinden in Hem.

Door Aad Kamsteeg


John Piper: pleidooi voor christelijk hedonisme

Er lijkt iets verschrikkelijk mis te zijn gegaan. Vraag een jonge ongelovige Nederlander welke associaties het begrip ‘kerk’ bij hem oproept en waarschijnlijk zullen als reactie de woorden ‘saai’, ‘onverdraagzaam’ en ‘vreugdeloos’ vallen. De heersende mening is dat christenen streng zijn voor zichzelf en voor anderen en dat vooral puriteinse calvinisten niet van het leven kunnen genieten.

Heeft die jonge verwereldlijkte Nederlander er niets van begrepen? Laten we voorzichtig zijn. Hebben christenen niet vaak aanleiding gegeven tot onbegrip? Sla theologische handboeken erop na en je zoekt vergeefs naar het trefwoord ‘genieten’. Welke gemoedstoestand stralen wij als gelovigen uit? Calvijn was misschien wel bij uitstek de theoloog van het genieten. Maar wie herinnert zich dat? En wat de Angelsaksische puriteinen betreft, voor hen vormde genieten zowel kern als doel van hun christelijk geloof. Maar kennelijk is daarvan bij onze ongelovige omgeving weinig overgekomen. Zijn wij daar zelf niet schuldig aan?

Een Joodse rabbijn merkte eens op dat God ons op de oordeelsdag rekenschap zal vragen van al de keren dat wij niet genoten hebben van dat wat Hij ons gegeven heeft. De Jood had gelijk. In de christelijke leer wordt de dwaling van het manicheïsme expliciet verworpen: ‘Er is nooit een volkomen goede schepping geweest. Vanouds was er sprake van vermenging van goed en kwaad, van licht en duisternis. Het materiële is door lagere goden in het leven geroepen, reden waarom de gelovige zich er maar beter in ascese zoveel mogelijk van kan onthouden.’ De Bijbel leert daarentegen dat God zag dat Zijn schepping goed was en dat de mens ervan mag genieten.

 

Wat is genieten?

Natuurlijk is de vraag steeds waarvan of van wie wij genieten. Genieten op zich is neutraal en heeft geen intrinsieke kwaliteit. Genieten kan goed zijn of verkeerd, waardevol of schadelijk, heilig of onheilig. De kwaliteit hangt af van de vraag aan wat of wie ons genieten verbonden is. Niemand zal verdedigen dat genieten van heroïne positief te waarderen valt. Daarentegen zal iedereen het erover eens zijn dat het een goede zaak is als mensen zich verlustigen in besneeuwde bergtoppen, symfonieën van Beethoven en een gelukkig huwelijk.

Want wat is ‘genieten’ eigenlijk? Genieten heeft te maken met bevrediging van verlangens, met aangename emoties, waarnemingen en verwachtingen. Zoals gezegd kan genieten herleid worden tot de schepping. God maakte ons, mensen, om Zelf te kunnen genieten van ons genieten. Het paradijs vormde dan ook een lusthof. Adam en Eva leefden er in een toestand van voortdurend geluk. De diepste verlangens van hun hart werden bevredigd. Zij genoten van elkaar, van de dieren en de planten, van hun mogelijkheden om nieuwe dingen te ontdekken en te ontwikkelen. Maar door dat alles heen genoten zij het meest van God en hun intieme omgang met Hem.

Wat dat laatste betreft betekende de val in zonde een radicale breuk, met tot op vandaag verwoestende gevolgen. Mensen maken hun jacht op geluk los van God. Daardoor is hun genieten louter mensgericht geworden en worden allerlei relaties, gemakken en goederen doel in zichzelf. Het huidige westerse levensgevoel wordt gekenmerkt door de overtuiging dat genot het hoogste goed is. Die gedachte wordt aangeduid met de term hedonisme.

Maar hedonisme maakt een mens ten diepste niet gelukkig. De Griekse filosoof Plato vergeleek de menselijke aard met een lekke pot. Steeds als je denkt die pot met dit of dat te hebben gevuld, loopt hij weer leeg. Dwars door de Amerikaanse stad Philadelphia loopt een rivier. Volg de loop stroomopwaarts naar de bron, en je vindt een inscriptie: ‘Everyone who drinks this water will be thirsty again’, dat is: Wat je ook najaagt, het zal je nooit helemaal en definitief bevredigen.

Wat is daarvan de achtergrond? Kennelijk heeft God in het menselijk hart zo’n sterke hunker ingeschapen, dat carrière noch rijkdom, seksuele extase noch sportieve opwinding, voldoening in hobby’s noch eremedailles, die hunker afdoende kunnen bevredigen. Niet toevallig worden veel mensen in het Westen oud met de angstige vraag: was dit het nu allemaal?

Christenen zijn allerminst immuun voor hedonisme en kerken leven niet op een veilig eilandje. Voorgangers die een welvaarts- en gezondheidsevangelie preken, sluiten dan ook nauw aan bij wat ook in het hart van gelovigen leeft: God als middel om ons een fijn gezin en goed betaalde baan te geven, eeuwigdurende jeugd en waardering van anderen, genoeg vrije tijd en vooral geen kanker of een andere vreselijke ziekte. En als God hier in gebreke blijft? ‘Tja, waartoe zou ik dan in God geloven?’

 

Christelijk hedonisme

De hedendaagse puritein en baptistenvoorganger John Piper (1946) noemt zich een ‘christelijk hedonist’. Een van zijn belangrijkste boeken draagt die term zelfs als ondertitel: Desiring God, meditations of a christian hedonist. Niet iedere geloofsgenoot is gelukkig met deze aanduiding. Hoe kan een christen nu hedonist zijn? Veroorzaakt dat geen verwarring? Toch geeft de term precies aan waar het Piper om gaat.

Volgens Piper is het diepste verlangen van het menselijk hart het kennen van de heerlijkheid van God en van die heerlijkheid te genieten. Daarvoor zijn we namelijk geschapen: ,,Breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde van de aarde … die Ik geschapen heb tot Mijn eer, zegt de HERE’’ (Jesaja 43: 6,7). We bestaan om die eer te proeven en aan anderen te laten zien, zegt Piper. Als we de schat van Gods heerlijkheid echter inruilen voor eigen eer, wordt alles op zijn kop gezet. Niemand gaat toch naar de Grand Canyon om zijn gevoel voor eigenwaarde te vergroten? Waarom gaan we dan wel? ,,Omdat er voor onze ziel meer genezing is in het zien van grootsheid dan in het beschouwen van ons eigen ik.’’

 

Uit onder meer ‘Desiring God’ blijkt dat u in uw theologie sterk beïnvloed bent door Jonathan Edwards… (Jonathan Edwards leefde van 1703-1758. Hij was Amerika’s meest begaafde theoloog ooit en stond aan de wieg van de First Great Awakening, de Grote Opwekking.)

,,Inderdaad, Jonathan Edwards heeft mij geïnspireerd tot het schrijven van Desiring God. Edwards leerde namelijk dat God de wereld schiep voor Zijn eer. Het gaat God – met een intense naijver – om Zijn eigen glorie. Natuurlijk wist ik dat al wel. Maar juist de geschriften van Edwards toonden mij dat God het meest geëerd wordt wanneer ik mijn voldoening helemaal in Hem vindt. Dat is vervolgens de sleutel van mijn theologie geworden: mijn streven naar geluk, vreugde en genieten vormen geen tegenstelling met Gods glorie. Integendeel, dat streven eert God, omdat ik Hem als het grootste geluk in mijn leven wil beschouwen.

Het is zoals C.S. Lewis (in: The Weight of Glory) zegt: ‘Het probleem is niet dat wij geluk nastreven. Het probleem is dat wij wat dat betreft veel te snel tevreden zijn gesteld: met drugs, alcohol, seks, geld, macht. En dat terwijl God ons zoveel meer biedt, zoveel dat dieper gaat.’

In die zin heb ik het over christelijk hedonisme. Die term geeft aan dat wij God eer geven wanneer wij ons echt in Hem verheugen en van Hem genieten om wie Hij is. God wordt niet geëerd door louter een zuiver leerstellig denken. Hij wordt geëerd als wij met liefde ons hart aan Hem geven.’’

 

Twee obstakels

Waardoor wordt ook onder christenen en in kerken zo weinig van God genoten? Globaal genomen zijn er twee oorzaken. De eerste is het oprukken van een verwereldlijkt denken, dat gelovigen materialistisch maakt. We zijn dan zo gelukkig met onze pleziertjes, zo blij met onze welvaart en goede relaties dat we weinig of geen discipline meer over hebben om God beter te leren kennen. Ons gebedsleven en bijbellezen staan op een laag pitje.

Dat laatste vormt dan ook de tweede oorzaak. Jezus zien en ervaren en intens van hem genieten, luidt de titel van een vorig jaar in het Nederlands vertaald boek van John Piper. Genieten hangt voor Piper onverbrekelijk samen met het persoonlijk kennen van de Here Jezus. Als we leven bij karikatuurbeelden van God, blijft het vinden van ons hoogste geluk in Christus theorie en in de praktijk onbereikbaar.

 

Kunt u een voorbeeld noemen van scheefgroei ten aanzien van het kennen van God, als gevolg waarvan er weinig sprake is van genieten van God?

,,Je zou hier kunnen denken aan kerken waar de leer orthodox is, maar waar men tegelijk buitengewoon beducht is voor ervaring. Ervaringen worden voortdurend in verband gebracht met subjectivisme, dat men terecht afwijst. Maar vervolgens heeft men er weinig oog voor dat met het badwater ook het kind wordt weggegooid. In zulke kerken vind je weinig terug van het besef dat ‘God kennen’ alles te maken heeft met houden van God, met vreugde in Hem, met vervoering en genieten.

Een andersoortige scheefgroei is dat er onvoldoende geleefd wordt uit genade. Veel gelovigen hebben de neiging met God om te gaan in termen van het terugbetalen van schuld: ‘Omdat U zoveel voor mij hebt gedaan, voel ik mij nu verplicht iets goeds voor U te doen.’ Je kunt God echter niet terugbetalen voor Zijn genade. Daartoe was genade nooit bedoeld. Je bent met God niet met een soort ruilhandel bezig. Op die manier verval je in wetticisme.

Ik gebruik in dit verband wel eens het volgende voorbeeld. Stel dat ik thuiskom op de dag dat ik 25 of 40 jaar ben getrouwd. Ik heb 25 of 40 rode rozen gekocht. Ik houd mijn vrouw de rozen voor. Ze is haar huwelijksdag even vergeten en reageert verrast: ‘Wat prachtig. Waarom doe je dat?’ Stel dat ik dan zou antwoorden: ‘Och, zoiets doe je nu eenmaal als je zoveel jaar getrouwd bent. Dat is mijn plicht.’ Op dit punt van mijn voorbeeld beginnen de mensen in de zaal altijd te lachen: ‘Dat is mijn plicht…’ Maar waarom lachen ze eigenlijk? Plicht is in de Bijbel toch iets moois? Inderdaad! Alleen… iedereen begrijpt natuurlijk wel dat mijn vrouw op zo’n manier niet bepaald wordt geëerd. Waardoor zou zij wel worden geëerd? Als ik zeg: ‘Omdat ik nu al zoveel jaar van je houdt, omdat ik zoveel van je geniet, omdat ik het gewoon fijn vindt iets moois voor je te kopen, daarom krijg je die bloemen. Ga je omkleden. Vanavond wil ik samen met je zijn. We gaan uit.’ De vraag is of wij God uit verplichting ‘bloemen’ geven of omdat wij van Hem houden.’’

Elders (in: A Godward Life) zegt Piper: ,,Tragisch genoeg is velen van ons geleerd dat plicht en zeker en niet het genieten, de manier is om God te eren. Helaas hebben we niet geleerd dat ons genieten van God onze plicht is’’ (Psalm 37: 4; 100:2; Filippenzen 4: 4).

 

Toekomstige genade

Piper hamert erop dat God ons allerlei gaven schenkt om van te genieten, maar dat onze diepste bevrediging niet in die gaven van God ligt, maar in Zijn heerlijkheid. Hij doelt op Gods heerlijkheid in de natuur, Zijn macht, wijsheid, gerechtigheid, heiligheid, goedheid, waarheid en vooral Zijn liefde. God is immers liefde! Het doorslaggevende bewijs daarvan ligt in de komst van Zijn eniggeboren Zoon, Jezus Christus. Er is niets mooiers, zegt Piper, dan Hem te kennen. Bij het geluk van het genieten van Christus’ genade en de koestering van een persoonlijke relatie met Hem vallen alle andere vreugden in het niet.

,,Ik ben het levende water’’, zegt Jezus tegen de dorstige Samaritaanse vrouw. ,,Wie van het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Dat water zal in hem worden als een fontein, waaruit eeuwig leven voortkomt’’ (Johannes 4: 13,14). Dat is: in Christus geeft de Heilige Geest een onuitputtelijke bron van vreugde en geluk. 

 

Uw boek ‘Toekomstige genade’ draagt als ondertitel ‘de reinigende kracht van het leven uit geloof in toekomstige genade’. Bedoelt u daarmee dat geloof in de genade die God mij morgen en overmorgen wil geven, de motor is van mijn heiliging? En hoe past de mij al 2000 jaar geleden op Golgota bewezen genade daar dan in?

,,Veel christenen zeggen dat dankbaarheid voor eens bewezen genade hun voornaamste drijfveer is. Maar is dat echt zo? Als vandaag, morgen of overmorgen zelfverloochening van mij gevraagd wordt, mag ik inderdaad terugkijken en beseffen dat ik gered ben en ‘in Christus’ gerechtvaardigd. Dankbaarheid vormt een wezenlijk onderdeel van mijn christelijk leven.

Maar dan rijst natuurlijk wel de vraag hoe ik de mij verleende genade ga toepassen, of ook: hoe ik Christus eer vanwege Zijn volbrachte werk. Dat doe ik als ik mij nu en in de toekomst voortdurend van Gods blijvende genade afhankelijk weet. Petrus schrijft: ,,Bewijst iemand een dienst, laat het zijn uit de kracht die God hem daartoe geeft. Dan zal in alles God verheerlijkt worden door Jezus Christus’’ (1 Petrus 4:11). Met andere woorden, de genade van gisteren is mij gegeven om erop te vertrouwen dat er vandaag en morgen opnieuw genade is.

Geloven in toekomstige genade betekent dat je in alles wat God heeft beloofd je hoogste voldoening vindt, te beginnen met de eerstkomende vijf minuten en vervolgens al de jaren van je leven. Een gelovige moet beseffen dat zonde zijn leven binnenvalt met de belofte dat je aan dit of dat veel plezier zult beleven. ‘Kijk dat pornografische blaadje in en je zult het komende half uur geweldig genieten.’ Op zo’n moment komt het er op aan dat je gelooft dat God je iets veel mooiers wil geven als je op Hem vertrouwt.’’

 

Dieper geluk, ook voor het komende half uur?

,,Ja, ook voor het komende half uur. Je wordt gelukkiger door heilig te leven dan door te zondigen. Ik zie het zo: als je hart vol is van Gods beloften en als je daarin je geluk zoekt, zijn Gods geboden niet zwaar (1 Johannes 5:4). De mate waarin je op toekomstige genade vertrouwt, hangt namelijk samen met de mate waarin je gehoorzaam bent. En omgekeerd: de mate waarin je Gods beloften wantrouwt, bepaalt de mate van je kwetsbaarheid voor de zonde.

Het klinkt misschien ontmoedigend, maar het leven van een christen is een leven van oorlog voeren. Maar bedenk daarbij altijd dat die oorlog de vreugde in God als inzet heeft. De boodschap van Toekomstige genade is: we zondigen omdat we de valse beloften van de boze geloven. Daartegen bestaat gelukkig een ijzersterk wapen: geloof in God geeft superieur geluk. Petrus sprak over ‘onuitsprekelijke vreugde’. Over genieten gesproken.’’

Weblink: 

www.desiringgod.org

 

Dit artikel is samengesteld aan de hand van de volgende boeken van John Piper: Desiring God (Multnomah Publishers, 1986), Toekomstige genade (Uitg. Buijten en Schipperheijn, 1997), A Godward Life (Multnomah Publishers, 1997), Honger naar God (Uitg. Gideon, 1998) en Jezus zien en ervaren (Uitg. Gideon, 2003). Tevens werd gebruik gemaakt van een interview dat ik John Piper in 1995 in Minneapolis afnam voor het Nederlands Dagblad.




Dit artikel maakt deel uit van het dossier Geloof & ervaring

Dit artikel is verschenen in CV·Koers juli 2004

Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel



AdverterenNieuwsbriefAbonnee wordenContact
© cv·koers 2010

inloggen
e-mailadres:
wachtwoord:
cv•extra dossiers
40 jaar cv•koers
Kerk en postchristendom
In den beginne
De multiculturele samenleving