Oud-testamenticus H.G.L. Peels: Genesis 1 biedt geen feitelijk verslag
Menig student komt in gewetensnood, want sommige wetenschappelijke gegevens laten zich niet rijmen met een letterlijke lezing van het scheppingsverhaal. Maar wie tornt aan die letterlijke lezing, staat binnen de orthodoxe kerken al snel in de verdachte hoek van de schriftkritiek. De keuze lijkt: óf geloven dat de Bijbel het geďnspireerde Woord van God is, óf inzichten uit de wetenschap verdisconteren. Zo zwart-wit hoeft het echt niet te liggen, meent oud-testamenticus prof. dr. H.G.L. Peels. Hij benadrukt dat de bijbelschrijvers lang niet altijd de feitelijke geschiedenis exact op papier hebben gezet. ,,De Bijbel is geen notariële acte. Maar ook geen sprookjesboek.”
Door Tjerk de Reus
Dit artikel maakt deel uit van het dossier In den beginne
Dit artikel is verschenen in CV·Koers maart 2004
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
Hoe God bezig is met mensen
Menig student komt in gewetensnood, want sommige wetenschappelijke gegevens laten zich niet rijmen met een letterlijke lezing van het scheppingsverhaal. Maar wie tornt aan die letterlijke lezing, staat binnen de orthodoxe kerken al snel in de verdachte hoek van de schriftkritiek. De keuze lijkt: óf geloven dat de Bijbel het geďnspireerde Woord van God is, óf inzichten uit de wetenschap verdisconteren. Zo zwart-wit hoeft het echt niet te liggen, meent oud-testamenticus prof. dr. H.G.L. Peels. Hij benadrukt dat de bijbelschrijvers lang niet altijd de feitelijke geschiedenis exact op papier hebben gezet. ,,De Bijbel is geen notariële acte. Maar ook geen sprookjesboek.”
Door Tjerk de Reus
De eerste hoofdstukken van het bijbelboek Genesis hebben al vaak stof doen opwaaien. Kun je het scheppingsverhaal gewoon letterlijk nemen of moet je het symbolisch of figuurlijk zien? Is het nu echt zo gebeurd of niet? De meeste gelovigen uit de orthodoxe of ‘bijbelgetrouwe’ kerken en groepen vinden dat je gewoonweg moet geloven wat er staat. Zou God niet machtig genoeg zijn om op zo’n manier de wereld te scheppen? En: als we Genesis 1 niet letterlijk willen geloven, wat houd je dan uiteindelijk nog over? Je begeeft je op een hellend vlak...
Prof.dr. H.G. L. Peels (1956) is hoogleraar Oude Testament in Apeldoorn, aan de Theologische Universiteit van de Christelijke Gereformeerde Kerken. In de colleges die hij geeft, heeft hij nogal eens te maken met de vragen die hierboven zijn aangeduid. Peels: ,,De vraag naar het historisch gehalte van bijbelteksten - dus de vraag of het allemaal precies zó gebeurd is als de letter van de bijbeltekst luidt - is eigenlijk altijd wel in beeld bij de bestudering van de bijbelboeken. Je hebt er veel mee te maken, niet alleen bij Genesis. Het kan verwarrend zijn voor theologiestudenten uit orthodoxe kerken om te ontdekken dat het minder eenvoudig is dan zij altijd hebben gedacht. We geloven dat de Bijbel het levende Woord van God is. Maar daarmee zijn niet alle vragen opgelost. Ik merk wel dat - om een voorbeeld te noemen - het voor eerstejaarsstudenten soms heel vreemd is om van mij te horen dat het boek Jesaja niet in zijn geheel door Jesaja is geschreven, terwijl dat wel zo lijkt te zijn in de Bijbel die wij hanteren. Maar uit de tekst zelf is duidelijk dat het bijbelboek niet door één persoon geschreven kan zijn.”
Peels kan in het kader van dit korte gesprek geen uitvoerige argumentatie bieden als het gaat om Jesaja en de zogenoemde Deutero-Jesaja, maar duidelijk is wel dat een bijbelwetenschapper op nogal wat lastige kwesties stuit, als het gaat om vragen over de historiciteit in en de ontstaansgeschiedenis van de Bijbel. Dat stuit wel op verzet, ook bij Peels’ studenten: ,,Ik krijg soms de vraag: ligt hier niet het gevaar van schriftkritiek? Nee, zeg ik dan, schriftkritiek betekent dat je jouw eigen maatstaven aan de Bijbel opdringt. Ik wil juist een heel andere kant op.” Peels pleit er in feite voor om een open oog te hebben voor de manier waarop de bijbelschrijvers zčlf hun verhaal hebben willen vertellen en vormgeven: ,,Waarom heeft die man dat verhaal zó opgeschreven? In elk geval niet om te voldoen aan onze geschiedkundige maatstaven! Wij denken bij geschiedschrijving aan exact op een rijtje zetten van wat er feitelijk is voorgevallen. We trekken logische conclusies en speuren naar oorzakelijke verbanden. De bijbelschrijvers gingen doorgaans anders te werk. Wie het ‘sola scriptura’ - alléén de Schrift - van de Reformatie bijvalt, zal dat serieus moeten nemen.”
Bijbelonderzoek
Wat dat allemaal inhoudt, vraagt om toelichting. Maar vooraf is het nuttig te weten hoe de theologische wetenschap in de loop der tijd met het scheppingsverslag in Genesis is omgegaan. Peels: ,,Het moderne bijbelonderzoek is in de loop van de negentiende eeuw pas goed op gang gekomen. Men ging vragen stellen over de ontstaansgeschiedenis van de bijbelboeken. Dat was typisch iets voor die tijd. Men dacht: als we weten hoe het tot stand is gekomen, dan begrijpen we het ook, dan hebben we het in de vingers. Men keek in feite heel nadrukkelijk naar de kant van de auteurs van de bijbelboeken. Wat kun je achterhalen over de auteur, de situatie waarin hij de tekst schreef, welke boodschap hij wilde laten doorklinken? Na het midden van de vorige eeuw komt in dat bijbelonderzoek een wending. De auteur en de ontstaanssituatie van de tekst raken uit het centrum van de aandacht, om plaats te maken voor de tekst zelf. Wat staat er nu eigenlijk? Hoe is een bijbelgedeelte of een bijbelboek opgebouwd? Er kwam veel aandacht voor de innerlijke structuur van de Bijbel, de samenhang en dergelijke. Een voorbeeld van die benadering vind je bij hedendaagse theologen als Karel Deurloo en J.P. Fokkelman.”
Historische context
Deze laatste twee namen staan garant voor een uiterst precieze lezing van de bijbeltekst. Het recent verschenen handboek De bijbel literair is tevens uit deze hoek afkomstig (zie de boekbespreking op p.55). Hoe waardeert Peels deze aanpak? ,,Aandacht voor de tekst zelf en de eigenschappen van de tekst vind ik heel vruchtbaar. Ik heb bepaalde studies van Fokkelman met veel waardering gelezen, bijvoorbeeld zijn boek over Samuel: The Crossing Fates. De tekst komt dan echt tot leven. Maar daarmee is niet alles gezegd. Deze methode heeft te weinig oog voor de historie. De bijbelboeken zijn in een concrete geschiedenis ontstaan, de geschiedenis van God met Zijn volk. Ik vind dat een zeer belangrijk gegeven, omdat dat mij behoedt voor annexatie van de tekst. Kijk, je kunt heel gemakkelijk een stap verder zetten en je afvragen: wat doet deze tekst met mij? Dan gaat het niet langer over de tekst, maar steeds meer over mijzelf, over mijn ervaringen en dergelijke. Die kant wil ik beslist niet op. De Bijbel is een boek dat in al zijn ‘vreemdheid’ tegenover mij staat. Het is verbonden met de tijd van toen, met de concrete ontmoeting van het oude Israël met God. Daarom zijn de feiten nooit onbelangrijk.”
,,Ik ben conservatief genoeg,” zegt Peels, ,,om blij te zijn wanneer uit bijvoorbeeld archeologische vondsten blijkt dat de bijbelschrijvers betrouwbaar zijn en een werkelijke geschiedenis op het oog hadden. Sommige bijbelwetenschappers gingen er lange tijd van uit dat koning David nooit echt bestaan had. Men zei: deze figuur is gecreëerd om het volk Israël ná de ballingschap een eigen identiteit te verschaffen. Zij konden een krachtige voorvader wel gebruiken! Maar feitelijk zou het berusten op fantasie. Totdat in 1993 in Noord-Israël een heel oude inscriptie werd gevonden op kalksteen, waarop iets stond over het ‘huis van David’. Die inscriptie dateert uit waarschijnlijk de negende eeuw voor Christus, dus niet zo lang na de tijd waarin David vermoedelijk leefde! Schoorvoetend moesten kritische wetenschappers toen overstag gaan: David zal toch wel een werkelijk bestaand iemand zijn geweest. Zo zijn meer voorbeelden te geven, die de band tussen de geschiedenis en de Schrift versterken.”
Profetische geschiedschrijving
Peels benadrukt dat de Bijbel geen sprookjesboek is, maar voortkomt uit de werkelijkheid van Gods bemoeienis met het volk Israël. De Bijbel is dus verankerd in de geschiedenis. De historie is van belang voor de bijbeluitleg, ook als het uiteindelijk gaat om de tekst. Toch wil Peels niet zeggen dat alles letterlijk gebeurd is zoals het in het Oude Testament staat opgeschreven. Spreekt hij zichzelf tegen? ,,Nee,” zegt Peels, ,,dat is niet tegenstrijdig. De geschiedenis is het grote kader, dat is het toneel waarop alles is voorgevallen: schepping, zondeval, het volk Israël in Egypte, de uittocht, de geschiedenis van de twee rijken, enzovoort - ik beperk me even tot het Oude Testament. De bijbelschrijvers hebben dáárover geschreven. De een op poëtische wijze - de psalmdichters -, de ander meer profetisch - bijvoorbeeld Jeremia -, een derde haast zakelijk (bijvoorbeeld Ezra).”
,,Als je bijvoorbeeld kijkt naar een profetisch-historisch boek als Kronieken, dan is het eerste wat ik erover zou willen zeggen: het is ingebed in een werkelijke historie. Maar je kunt vervolgens moeilijk volhouden dat ŕlles letterlijk zo gebeurd is. Denk eens aan de aantallen die genoemd worden bij legers en dergelijke. Die kloppen lang niet altijd met wat er over diezelfde gebeurtenissen staat in Koningen. Dat klinkt ons heel vreemd in de oren, omdat wij zaken uit het verleden altijd heel precies en nauwkeurig willen weten. Met aantallen mag je van ons niet sjoemelen. Als het gaat om de grootte van het Nederlandse leger tijdens de Duitse inval in mei 1940, dan is er maar een antwoord afdoende: het exacte aantal. Maar zo werkt het niet bij de bijbelschrijvers. Zij vatten samen, korten een geschiedenis in, draaien het tijdsverloop wel eens om. Waarom? Niet alleen omdat dat past bij de manier van geschiedschrijving in die tijd, maar vooral ook omdat zij een geheel eigen bedoeling met deze teksten hadden. De bijbelschrijvers hebben de geschiedenis willen beschrijven ‘tot op God’. Ze beschrijven niet alleen de taferelen die men voor ogen zag, de ‘oppervlaktelaag’, maar ze spitten dieper en zoeken te verwoorden hoe God bezig is met de mensheid, met Israël. Dat noemen we profetische geschiedschrijving: de bijbelschrijver wil de geschiedenis die hij weergeeft doorlichten, het eigenlijke ervan laten zien. Dat is de kern van de bijbelse profetie, die ook de toon bepaalt in historische boeken als Koningen, Kronieken en Samuel.”
God is Schepper
De bijbelse geschiedschrijving kenmerkt zich dus door een eigen aanpak, die verschilt van onze opvattingen over geschiedschrijving. Nu naar Genesis - het hoge woord moet eruit: waren het zes dagen? Heeft de slang gesproken? Was er een paradijs, te lokaliseren in het huidige Irak? At Eva een vrucht? Peels gelooft dat het allemaal op deze wijze gebeurd zou kunnen zijn: ,,Voor God is niets te wonderlijk. Natuurlijk kan Hij een universum scheppen in zes dagen! Maar wil deze tekst zó gelezen worden? Zou je de schepping in beeld kunnen krijgen met onze camera en zou je het sissen van een slang kunnen registreren met een microfoon? Ik denk dat het niet zozeer dáárom gaat in Genesis 1 en volgende. Een aanwijzing daarvoor vind je al in het gegeven dat op de eerste dag het licht wordt geschapen en pas op de vierde dag de zon, de maan en de sterren. Dan hebben we het niet over natuurwetenschap! Hoe God exact de wereld gemaakt heeft, op welke manier, binnen hoeveel uur, - daarover informeert Genesis mij niet. Het eerste hoofdstuk van de Bijbel vestigt mijn aandacht op heel andere dingen. Bijvoorbeeld hierop: dat de wereld en de mensheid niet zomaar ontstaan zijn, alsof het allemaal toeval was en chaos. Gňd stond aan het begin en Hij schiep de mens. En: ben ik als mens een mutatie van een aap? Ook daarvan geloof ik niets, want Genesis 1 leert mij dat God zich heel speciaal met de mens heeft beziggehouden. Hij heeft Adam in het leven geroepen en hem naar Zijn beeld geschapen. Als je het Genesisverhaal leest in de context van die tijd, valt bovendien op dat er in feite een discussie plaats vindt met het heidendom. Bij de volken rondom Israël vereerde men zon, maan en sterren. In Genesis tref je een heel ander toon aan. Zon, maan en sterren hoef je niet te vereren, het zijn geen religieuze grootheden. Alleen de Schepper komt de lof toe. Daarmee wordt allerlei heidense natuurreligiositeit de deur gewezen.”
Peels vindt dus dat een natuurwetenschappelijke verklaring van het ontstaan van de aarde niet per se strijdig hoeft te zijn met Genesis 1. Dus de gedachte aan een oersoep, een ‘big bang’, miljoenen jaren enzovoort, dat behoort tot de mogelijkheden? Peels: ,,Ik sta in principe open voor iedere eerlijke natuurwetenschappelijke verklaring. Maar wel onder bepaalde voorwaarden. Een wetenschap die het bestaan en het werk van God theoretisch meent te kunnen ontkennen, neem ik niet serieus, want die overspeelt haar hand. Dat is een voorgegeven ongeloof dat juist weer oogkleppen oplevert. Trouwens, het Darwinisme heeft evenveel bestrijders als voorstanders. Ik zou me niet snel aan een bepaalde ‘definitieve’ verklaring overgeven! De Schrift alleen is voor mij heilig, ik wil steeds weer bij de bijbelteksten terugkeren. Dat betekent niet dat ik Genesis 1 wil gelijkstellen aan een natuurkundig relaas, maar wel dat de grondgedachten onopgeefbaar zijn. God schiep de mens, de mens is gevallen door eigen schuld. Dat is echt gebeurd. Dat God de wereld maakte, is een majestueus gebeuren geweest. Je zou lang kunnen praten over de aard van het scheppingsverhaal, over de manier waarop de tekst is opgebouwd en wat dat zegt over Gods heerlijkheid. Het weerspiegelt Gods glorie.”
Gevoelig en bescheiden
Toch zullen veel christenen van Peels’ denkwijze onrustig worden. Wat moet je nu wel geloven en wat niet? Peels begrijpt dat en vindt dat er aandacht voor moet zijn. ,,Maar: het is geen probleem dat ěk nu zo nodig wil opwerpen. De Bijbel zelf geeft aanleiding tot allerlei vragen. Als je in Koningen leest dat God het David ‘ingaf’ om het volk te tellen en je leest in Kronieken dat de duivel dat deed, dan zijn daar reële vragen bij te stellen. Dat mag! Op een theologische opleiding moet zeker ook ruimte zijn voor deze zaken. De plek waar de predikant met de gemeente deze thema’s kan bespreken is de (volwassenen-)catechese. Ik zou niet snel deze zaken op de kansel behandelen. Je moet tactvol omgaan met de vele gevoelige vragen die er nu eenmaal te stellen zijn bij onze Bijbel. En ook moet je bescheiden zijn. Want we hebben het wel over het levende Woord van God, dat steeds weer zijn kracht bewijst door mensen te raken en tot het geloof in Jezus Christus te brengen. Dat gebeuren is veel belangrijker dan onze theorieën over de Bijbel. Maar dat laat onverlet dat het belangrijk is om deze vragen en alles wat ermee samenhangt onder ogen te zien.”
Dit artikel maakt deel uit van het dossier In den beginne
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
