Wiskundige Ronald Meester (VU) en het ‘pseudoniem van God’
kaders:
• Scheppingsmodellen
Wiskundige Ronald Meester zet op strikt wetenschappelijke gronden vraagtekens bij de houdbaarheid van de evolutietheorie. Toch krijgt hij in de academische wereld de wind van voren. Maar orthodoxe christenen bekritiseren hem óók, omdat hij Genesis 1 niet letterlijk neemt. ,,Het leven is natuurlijk ooit begonnen, alleen denk ik dat wat er precies gebeurd is ons verstand te boven gaat.’’
Door René Fransen
Dit artikel maakt deel uit van het dossier In den beginne
Dit artikel is verschenen in CV·Koers maart 2004
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
Een kwestie van Intelligent Ontwerp
kaders:
• Scheppingsmodellen
Wiskundige Ronald Meester zet op strikt wetenschappelijke gronden vraagtekens bij de houdbaarheid van de evolutietheorie. Toch krijgt hij in de academische wereld de wind van voren. Maar orthodoxe christenen bekritiseren hem óók, omdat hij Genesis 1 niet letterlijk neemt. ,,Het leven is natuurlijk ooit begonnen, alleen denk ik dat wat er precies gebeurd is ons verstand te boven gaat.’’
Door René Fransen
Ronald Meester - hoogleraar kansrekening aan de Vrije Universiteit - schuwt de discussie niet. Samen met de Delftse hoogleraar biofysica Cees Dekker publiceerde hij een artikel waarin zij hun twijfel uiten over het Darwinisme in Skepter. Dat is het blad van de stichting Skepsis, een club die zich bezighoudt met de bestrijding van pseudowetenschap. En wie het Darwinisme bekritiseert krijgt al snel het etiket van pseudowetenschapper. Toen Dekker onlangs werd verkozen tot lid van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen – een grote eer voor een academicus – ontstond er enige opwinding in diverse kranten en tijdschriften. Iemand die niet gelooft in de waarheid van het Darwinisme hoorde toch niet bij de crème van de Nederlandse wetenschappers? Sterker nog, Dekker en ook Meester moesten ‘hun dwaalleer herroepen, of anders hun toga inleveren’. ,,Diehard reductionisten moeten niets van mij hebben. Ach, aan die kritiek ben ik onderhand wel gewend”, meldt de wiskundige opgewekt.
Meester verklaarde vier jaar geleden - in het openbare college ter gelegenheid van zijn benoeming tot hoogleraar kansrekening aan de VU - dat wetenschap en religie niet elkaars vijand hoeven te zijn, maar elkaar juist aanvullen. Daarmee doorbrak hij wat voor velen een dogma is, namelijk de strikte scheiding van wetenschap en religie. Ook in die rede uitte hij al zijn twijfels over de houdbaarheid van het Darwinisme. ,,Het harde, empirische bewijs voor de evolutietheorie is onvoldoende. Het is een goede, belangrijke theorie, maar je kunt er de feiten die wij nu zien niet volledig mee verklaren.”
Toeval
Zijn opvallende stellingname leverde Meester veel reacties op. Dat bracht hem er toe zijn standpunten uiteen te zetten in een boek, Het pseudoniem van God, dat afgelopen najaar verscheen. In dat boek gaat hij uitgebreid in op het begrip ‘toeval’. ,,Ik houd mij bezig met kansrekening, en vanuit dat vakgebied merk ik regelmatig dat mensen uitspraken doen over toeval en kans die niet kloppen. Vaak zijn dat op een verborgen manier sterk levensbeschouwelijke uitspraken.”
In de evolutietheorie zijn het toevallige mutaties in de erfelijke informatie die veranderingen veroorzaken van eigenschappen, die dan weer blootstaan aan natuurlijke selectie. Maar een beroep op ‘toeval’ als drijvende kracht kan je volgens Meester niet zomaar doen. ,,Toeval is een beeld, een analogie. Het is niet iets dat in de werkelijkheid bestaat. Een model dat je daarop baseert kan heel nuttig zijn, maar is geen absolute waarheid.”
Onterechte knieval
Wetenschap en religie kunnen geen van beide claimen de enige waarheid te zijn, beide past dus enige nederigheid. Een nederigheid die de wetenschap nauwelijks kent, maar die de kerken vaak wel hebben – te veel zelfs, vindt Meester. ,,De paus heeft verklaard dat de waarheid van de evolutietheorie inmiddels bewezen is. Daar zegt hij dan wel bij dat het scheppen van zielen nog steeds Gods werk is.” Die knieval voor de wetenschap vindt Meester onterecht. ,,Wanneer je naar de feiten kijkt, moet je concluderen dat het bewijs voor de waarheid van de evolutietheorie bepaald nog niet geleverd is. Het is bovendien ten diepste een individuele keuze is om de evolutie op een wetenschappelijke of een religieuze wijze te beschouwen. Geen van beide standpunten kan je onweerlegbaar beargumenteren. Ik vind dat beide standpunten waardevol kunnen zijn.”
In zijn boek neemt Meester wel duidelijk afstand van een letterlijke lezing van het scheppingsverhaal in Genesis 1. ,,Daarom krijg ik van orthodoxe gelovigen wel het verwijt dat ik het geloof verkwansel. Maar naar mijn idee is het hele conflict tussen geloof en wetenschap veroorzaakt door een verwrongen beeld van zowel wetenschap als geloof.”
Meester is ervan overtuigd dat we de ultieme waarheid over het begin van het leven op aarde nooit zullen kennen. ,,Het leven is natuurlijk ooit begonnen, alleen denk ik dat wat er precies gebeurd is ons verstand te boven gaat. Maar in het denken daarover geven zowel wetenschap als religie houvast en leveren kennis op.” Door behalve het wetenschappelijke ook het religieuze perspectief te gebruiken ontstaat bovendien een vollediger beeld, vindt de wiskundige. Hij verzet zich ook tegen de stelling dat wetenschap objectief is en religie subjectief. ,,Er zijn talloze voorbeelden waarbij twee wetenschappers op basis van dezelfde feiten tot totaal verschillende conclusies komen.”
Intelligent design
Wanneer het gaat om de oorsprong van het leven kan Meester als een van de
weinigen wel de waarde inzien van de ‘Intelligent Design’-beweging. Volgens deze beweging kunnen sommige biologische systemen – zoals bijvoorbeeld het mechanisme dat bloed doet stollen, of de zweepstaart van bacteriën – nooit door stapsgewijze (evolutionaire) veranderingen zijn ontstaan, omdat ze alleen werken wanneer alle componenten aanwezig zijn. Ze moeten dus wel ‘ontworpen’ zijn.
,,Ik heb overigens wat moeite met het begrip ‘ontworpen’ of de naam ‘intelligent design’. Want dat impliceert een doel, en een intelligente ontwerper.” Mede om die reden hebben vooral in Amerika veel orthodoxe christenen deze theorie omarmd, maar dat is duidelijk niet de aantrekkingskracht voor Meester. ,,Voor mij is de theorie vooral een uitdaging aan het adres van het Darwinisme, die uiteindelijk kan leiden tot een aangepast beeld van de wetenschap.”
Die uitdaging valt niet overal even goed. De - voorzichtige - waardering die Meester heeft uitgesproken voor Intelligent Design werkt vooral bij sommige biologen als een rode lap op een stier. Die verafschuwen het idee van een ‘ontwerper’, hoe abstract gedefinieerd ook. Ze willen een niet-doelgerichte verklaring van de grote verscheidenheid aan soorten op onze planeet. De theorie van Darwin is daarbij hun belangrijkste troef. Volgens Meester komt dat verlangen voort uit een levensbeschouwing, niet uit wetenschappelijke overwegingen.
In zijn boek legt Meester dit soort verborgen levensbeschouwelijke argumenten bloot. Zijn scherpe analyses zijn boeiend om te lezen, ook voor wie het niet met al zijn conclusies eens is. Hij neemt zowel wetenschap als religie serieus, maar schuwt niet de beperkingen van beide zienswijzen te onderstrepen. Door die tussenpositie staat hij bloot aan kritiek van zowel wetenschappers als gelovigen. Het houdt hem niet tegen. ,,Ik zie dit toch wel een beetje als mijn missie.”
N.a.v. Ronald Meester. Het pseudoniem van God. Een wiskundige over geloof, wetenschap en toeval, Uitg. Ten Have, Baarn 2003, 176 p.
Dr. R. Fransen is bioloog en wetenschapsredacteur.
www.iscid.org (The International Society for Complexity, Information, and Design)
www.designinference.com (website van William Dembski met discussie over de ID-theorie)
Dit artikel maakt deel uit van het dossier In den beginne
Naar boven | Reageer op dit artikel | Mail naar vriend(in) | Print dit artikel
